Praktijk Christenleven

   ————————————–

De praktijk van het christenleven – deel I

1. De goede start maken, het begin, de bekering

Dit is de eerste Bijbelstudie in een serie over de praktijk van het christenleven. Voor je als christen kunt gaat leven, moet je natuurlijk wel eerst christen zijn. Anders maak je een valse start. Je kunt het christenleven alleen leven als je christen bent geworden.

Hoe wordt je een christen?

Je hebt van Jezus gehoord, dat Hij de Zoon van God is die voor de zonden is gestorven. En dat een ieder die in Hem gelooft niet in het oordeel komt, maar eeuwig leven krijgt. Je weet van de uitnodiging van Jezus “Komt tot Mij allen …” (Mattheus 11:28) en van Gods aansporing: “Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht” (Handelingen 2:40). Het is tot je doorgedrongen dat het waar is. Jezus is werkelijk de Zoon van God. Je weet dat het de waarheid is, dat het echt is. Je verlangt er naar om behouden te worden. En als dat het geval is, moet je de stap naar Jezus zetten.    

De Bijbel gebruikt verschillende uitdrukkingen voor die stap. Ze komen allemaal op hetzelfde neer. We zullen de uitdrukkingen bespreken.

+ Jezus aannemen

De Bijbel spreekt over het aannemen van Jezus. “Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven (Johannes 1:12).

Je moet Jezus aannemen als je Heer (je meester) en je verlosser. “Here Jezus ik neem U aan. Ik onderwerp me aan U. Dank U dat U voor mijn zondeschuld bent gestorven. Daar wil ik voortaan op vertrouwen.”

+ Jezus uitnodigen je leven binnen te komen

Jezus heeft gezegd: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij.” (Openbaring 3:20)

Let op het beeld dat Jezus hier gebruikt. Hij staat buiten, maar Hij wil binnenkomen. Jezus staat aan de deur van je hart. Hij klopt. Hij geeft je het verlangen om behouden te zijn. Hij is gereed om binnen te komen, maar jij moet zelf de deur voor Hem openen. “indien iemand … de deur opent.” Hem binnen nodigen. Tegen Hem zeggen: “Heer kom in mij hart”.

Als je dat doet, dan komt Hij binnen. Hoe weet je dat? Op grond van Jezus eigen woorden. Hier zegt Hij het: “Indien … iemand de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen”. Als jij de deur opent, dan kom Ik [Jezus] binnen. Als jij ‘dit’ doet, dan zal Ik ‘dat’ doen.

+ Je bekeren

Een ander woord dat de Bijbel gebruikt voor de stap naar Jezus is het woord bekering. Petrus riep de mensen op om zich te bekeren (Handelingen 2:38). Jezus zei: “Bekeert u en gelooft het evangelie” (Marcus 1:15).

Bekering is tot Jezus komen en jezelf aan Hem onderwerpen: “Heer ik kom tot U en voortaan wil ik U dienen.” Vanaf dat moment wordt Jezus de Heer in je leven. Je stop met alles waar Hij tegen is en je gaat doen waar Hij achter staat.

+ Je vertrouwen op Jezus stellen

“En hij leidde hen naar buiten en zeide: Heren, wat moet ik doen om behouden te worden?  En zij zeiden: Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis.” (Handelingen 16:30,31)

In Jezus geloven is je vertrouwen op Hem stellen.

Je hebt gehoord wie Jezus is en wat Hij heeft gedaan. Je kent Gods belofte dan iedereen die in Jezus gelooft eeuwig leven krijgt. En daar stel je, je vertrouwen op. Je zegt: “Dank U wel Jezus dat U ook voor mijn zonden bent gestorven, daar wil ik voortaan op vertrouwen.”

Heb je die stap gedaan? Zo ja, dan ben je een christen, dan ben je wedergeboren en een kind van God. Dan kun je beginnen met het leven als christen.

2. Zekerheid dat je behouden bent

Het is Gods bedoeling dat je daar zeker van bent. God wil dat we weten dat we eeuwig leven hebben. “Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon Gods, opdat gij weet dat gij eeuwig leven hebt” (1 Johannes 5:13)

Waarop is de zekerheid dat je een kind van God bent gebaseerd?

+ Omdat je het goede gedaan hebt

Je hebt zekerheid dat je een kind van God bent, omdat je het goede hebt gedaan. Je hebt Jezus aangenomen, je hebt je bekeerd.

(Voor uitleg hierover, zie in de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven de Bijbelstudie over de start van het christenleven)

Misschien weet je niet zeker of je dit ooit gedaan heb. Als dat het geval is, doe het dan nog één keer. “Here Jezus ik weet niet of U al mijn leven bent binnengekomen, maar als dat nog niet het geval is, wilt U dan nu komen.”

Zeg tegen Jezus dat je bij Hem wil horen. Zeg tegen Hem dat je voortaan voor Hem wilt leven. Vraag Hem om je leven binnen te komen. En als je dat doet dan komt Hij binnen (Openbaring 3:20).

Als jij Jezus hebt gevraagd om je leven binnen te komen, hoe weet je dan dat Hij gekomen is? Dat weet je op grond van de Bijbel, niet omdat je er wat bij voelt. Jezus zei: “Zie, Ik [Jezus] sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen … “ (Openbaring 3:20). Jezus zei: “Als jij dit doet, dan zal Ik dat doen”. Als jij opent, dan kom Ik binnen. Je hebt open gedaan, dus is Hij binnen gekomen.

Jezus liegt nooit. Als Hij iets belooft dan doet Hij dat ook. Toen jij de deur opende, is Hij binnengekomen. Dit weet je op grond van Gods Woord. De Bijbel zegt het, dus is het zo, of ik het nu op dit moment voel of niet.

+ Omdat je het goede doet

Je hebt zekerheid van je behoud omdat je op dit moment het goede doet. Je gelooft in Jezus. Je gelooft dat Hij de Zoon van God is. Je gelooft dat Hij voor de zonden is gestorven. Je gelooft dat dit waar is en je hebt daar je vertrouwen op gesteld. “Heer Jezus als dat allemaal waar is, dan wil ik daar voortaan op vertrouwen.”

De Bijbel zegt het keer op keer. Als je gelooft dan ben je behouden. Dan heb je het eeuwige leven.

“Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven” (Johannes 3:36)

“Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld …” (Johannes 3:18)

“ … opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam.” (Johannes 20:31)

“… opdat een ieder die gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.” (Johannes 3:16)

Er staat: “Wie gelooft heeft eeuwig leven” (Johannes 3:36)

Ik geloof, dus heb ik eeuwig leven.

 “En dit is het getuigenis: God heeft ons eeuwig leven gegeven en dit leven is in zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.” (1 Johannes 5:11,12)

Jezus is mijn leven binnengekomen toen ik de deur van mijn hart voor Hem opende (Openbaring 3:20). Ik heb de Zoon, dus heb ik het leven. “Wie de Zoon heeft, heeft het leven …”

+ Niet op je gevoel steunen

Je zekerheid is gebaseerd op het woord van God en niet op je gevoel.

Als je tot geloof komt, dan zullen er zeker gevoelens volgen als je God gaat dienen. De Bijbel spreekt bijvoorbeeld over blijdschap en vrede in je innerlijk (Galaten 5:22). Maar die gevoelens zijn niet de basis voor je zekerheid dat je een kind van God bent. Je zekerheid is gebaseerd op het woord van God. Je hebt Jezus aangenomen. Je geloof in Hem, je hebt je vertrouwen op het offer van Jezus gesteld. Dus ben je behouden.

Het gevoel is onbetrouwbaar. Het wordt beïnvloed door veel factoren, zoals je gezondheid. Als je vermoeid of uitgeput bent, dan kan het gevoel weg zijn. Het besef van Gods aanwezigheid, van vrede en blijdschap door de Heilige Geest kan ook wegzakken doordat je het dagelijks contact met God, door gebed en Bijbellezing, hebt verwaarloosd. Of omdat je opgaat in dingen van de wereld, God heeft dan niet de eerste plaats in je leven. Dat bedroeft Gods Geest en dan merk je minder van het werk van Gods Geest in je binnenste.

+ Een verandering in je leven

Als je tot geloof komt dan ga je rekening houden met God, dan gaan er dingen veranderen in je leven. God zal je door de Bijbel en door zijn Geest bij allerlei dingen bepalen. Dingen waar je mee moet stoppen en dingen die je juist moet gaan doen. Je leven gaat veranderen.

Als dit veranderingsproces helemaal niet op gang is gekomen, vanaf het moment dat je tot geloof bent gekomen, dan is er iets mis. Er moet een begin van verandering zijn. 

+ Je zekerheid wordt aangevallen

Er zullen momenten komen dat je zekerheid van behoud wordt aangevallen. Dan komt er twijfel, ben ik wel een kind van God. In dat geval moet je vasthouden aan Gods woord. Je herinneren dat je het goede gedaan hebt. Je hebt Jezus aangenomen. En beseffen dat je op dit moment het goede doet, je gelooft immers in Jezus.

Je moet in geloof op het woord van God blijven staan. Schrijf bijvoorbeeld Johannes 3:36 “Wie gelooft, heeft eeuwig leven” met grote letters op een papier en plak dat aan de deur van je kamer, zodat je het telkens ziet. Als je aangevallen wordt, kijk naar de Bijbeltekst, zeg de Bijbeltekst hardop op en zeg: “Wie gelooft heeft, eeuwig leven. Ik geloof, dus heb ik eeuwig leven. Hier staat het zwart op wit in Gods Woord.”

Hoe komt het dat onze zekerheid wordt aangevallen? Wat maakt je kwetsbaar?

-Als het gevoel tijdelijk weg is.

Omdat je de bewuste gemeenschap met God op dat moment niet ervaart. Dat maakt kwetsbaar als je daar op steunt. Het probleem is dat je gevoel onbetrouwbaar is. Daar kun je niet op steunen. Je gevoel gaat op en neer. Een christen leeft niet op zijn gevoel, hij wandelt in geloof en niet in aanschouwen. Niet in voelen of ervaren. “want wij wandelen in geloof, niet in aanschouwen” (2 Korinthe 5:7).

We moeten niet naar binnen kijken, maar op het woord van God blijven staan. “Uw Woord is de waarheid” (Johannes 17:17). Het is zoals de Bijbel zegt dat het is. Als jij de deur voor Jezus opent, dan komt Hij binnen. Als jij in Hem gelooft, dan ben je behouden. Of je dat nu voelt of niet. “Here God ik geloof uw woord, uw woord is de waarheid. Dank u dat Jezus mijn leven is binnengekomen. En dat ik eeuwig leven heb, omdat ik in uw Zoon geloof.”

-Als je worstelt met een hardnekkige zonde

Een christen kan worstelen met een bepaalde zonde en daardoor denken dat hij of zij niet echt bekeerd is. Dat is een misverstand. Er zijn vele zonden die je na je bekering zonder al te veel moeite af kunt leggen. Sommige zonden zijn hardnekkiger. Daar is er vooruitgang met vallen en telkens weer opstaan. Als een christen struikelt en zondigt, dan moet hij zijn zonde aan God belijden en als hij dat doet dan vergeeft God (1 Johannes 1:9, 2:1-2). Maar het feit dat je met zonde worstelt betekent niet, dat je geen kind van God bent.

3. Weten wat er met je is gebeurd op het moment dat je christen werd

Op het moment dat je tot geloof kwam, gebeurden er allerlei dingen met je. Meestal beseffen we bij onze bekering niet ten volle wat dat allemaal is.

Wat gebeurde er met je?

+ Je ontving de vergeving van je zonden

Op het moment dat je tot geloof kwam, ontving je de vergeving der zonden.

“Van Hem getuigen alle profeten, dat een ieder, die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangt door zijn naam.” (Handelingen 10:43)

Als christenen hebben wij de vergeving der zonden (Efeze 1:7, Kolossenzen 1:14).

De apostel Johannes zegt tegen de christenen “.. de zonden zijn u vergeven, om zijns naams wil.” (1 Johannes 2:12)

+ Je ontving het eeuwige leven

“Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven” (Johannes 3:36)

Zie ook Johannes 3:16,36 en 1 Johannes 5:11-13.

+ Je werd wedergeboren, een nieuwe schepping

Op het moment dat je tot geloof kwam, bewerkte de Geest van God de wedergeboorte in je. Er kwam nieuw leven in je door Gods Geest, er kwam iets in je dat er voordien niet was.

“Een ieder, die gelooft, dat Jezus de Christus is, is uit God geboren” (1 Johannes 5:1)

Als je gelooft in Jezus, dan ben je uit God geboren, dan ben je wedergeboren. Of je dat nu weet of niet, Gods Woord zegt het.

God heeft je tot een nieuwe schepping gemaakt.

“Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.” (2 Korinthe 5:17)

+ De Heilige Geest kwam in je wonen

Je lichaam is de woonplaats van de Heilige Geest. De Heilige Geest is de derde Persoon van de drie-enige God.

“Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?” (1 Korinthe 3:16)

“Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt?” (1 Korinthe 6:19)

Hoe weet je dat Gods Geest in je woont?. Dat weet je op grond van Gods Woord. Als jij christen bent, dan woont de Heilige Geest in je. Iedere christen is gedrenkt met Gods Geest (1 Korinthe 12:13). Het is onmogelijk om christen te zijn en de Heilige Geest niet te hebben (Romeinen 8:9).

Ken je het lied “Weet je wel je bent een tempel”? Zoek het eens op in Youtube[1].

Weet je wel, weet je wel, (3x)
Je bent een tempel
Je bent een tempel
Van de Heilige Geest!

Vol van kracht
Vol van liefde
Vol van Glorie

Ja, ik weet, ja, ik weet, (3x)
Ik ben een tempel
Ik ben een tempel
Van de Heilige Geest!

De Heilige Geest is in ons komen wonen om ons te helpen om God te gehoorzamen. De Geest van God komt onze zwakheid te hulp. “Evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp” (Romeinen 8:26).

+ Je wordt een kind van God

Op het moment dat je tot geloof komt, wordt je een kind van God.

“Want gij zijt allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus” (Galaten 3:26)

Op het moment dat je tot geloof kwam, veranderde je relatie tot God, op dat moment werd je een kind van God. Er ontstond een vader-kind relatie tussen jou en God.

God doet alles voor je wat een aardse vader doet voor zijn kinderen. Hij waakt over zijn kinderen, Hij beschermt ze, Hij zorgt voor hen, hoort hun gebeden, hij voedt ze op en corrigeert ze indien nodig. Dat zegt de Bijbel, dat zal God doen, daar kun je op rekenen, dat zul je ervaren. Aardse vaders kunnen falen, maar de volmaakte en almachtige liefdevolle hemelse Vader kan niet falen.

“Hij behandelt u als zonen” (Hebreeën 12:7)

Hoe gaat een goede vader met zijn kinderen om?

-hij houdt ze in de gaten 

-zorgt voor wat ze nodig hebben

-beschermt ze

-geeft leiding

-bemoedigt

-corrigeert

-helpt waar nodig

-hij bidt voor ze

Dat doet God allemaal voor ons.

Op het moment dat we tot geloof kwamen, heeft God de vaderlijke zorg voor ons op zich genomen. “Hij zorgt voor u” (1 Petrus 5:7). Dat is een feit, dat is wat God verklaart in zijn woord.

-God houdt ons in de gaten. (Psalm 32:8)

-Hij zorgt voor ons. (1 Petrus 5:7, Filippenzen 4:19.)

-Hij waakt over ons (Johannes 17:12)

-Hij beschermt ons. (2 Tessalonicenzen 3:3)

-Hij geeft leiding. (Romeinen 8:14)

-Hij bemoedigt (Openbaring 2:2,19; 3:8)

-Hij corrigeert. (Hebreeën 12:6,10)

-HIj sterkt, geeft innerlijk kracht. (2 Tessalonicenzen 2:3, Efeze 3:16)

-Jezus bidt voor ons. (Hebreen 7:15, Romeinen 8:34, Lucas 22:32)

-God ontfermt zich over ons. (Psalm 103:13)

4. Je bent bekeerd, hoe nu verder?

Je bent tot geloof gekomen, je hebt Jezus aangenomen. De vraag is: “hoe nu verder”. Wat moet ik nu gaan doen, wat verwacht Jezus van me?

+ Voor Jezus leven

Wat Jezus wil, is dat je voor Hem gaat leven.

Dat je in alles zijn wil zoekt. Wat wil Jezus dat ik doe? Wat geeft Hem vreugde, wat bedroeft Hem? En dat je, je in gaat zetten voor zijn zaak. Voor de verkondiging van het evangelie, voor de opbouw van de gemeente. Dat je, je ter beschikking van Jezus stelt. “Heer wat hebt U voor mij te doen?”

“… hoe gij u bekeerd hebt … om de levende God te dienen” (1 Tessalonicenzen 1:9)

Je bent bekeerd om de levende God te dienen.

“En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt” (2 Korinthe 5:15)

Niet meer voor jezelf, maar voor Jezus leven.

Stel je zelf ter beschikking van God. “Heer hoe kan ik u dienen?”

+ Leven naar de wil van God

“…om niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God de tijd, die nog rest in het vlees, te leven.” (1 Petrus 4:2)

Je bent bekeerd, je bent christen geworden. Je hebt nog een stuk van je aardse leven te gaan. Dat wordt hier “de tijd die nog rest op aarde” genoemd. En hier staat hoe je die tijd moet leven: “niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God”. Niet meer doen waar jezelf zin in hebt, maar de wil van God zoeken en doen. In elke situatie.

God heeft zijn wil bekend gemaakt in de Bijbel. Daar staan allerlei geboden in. Aansporingen, gebiedende wijzen, opdrachten. We moeten doen wat God van ons vraagt. We moeten doen wat in de Bijbel wordt opgedragen.

“Wees daders van het woord” (Jakobus 1:22). Dat wil zeggen: doe wat er staat.

God gaat ieder van ons ook persoonlijk leiding geven. Dat wordt besproken in een andere Bijbelstudie.

We moeten de geboden van Jezus leren onderhouden.

“Maakt al de volken tot mijn discipelen …. en leert hen onderhouden al wat ik u geboden heb” (Mattheus 28:19)

Jezus spreekt over “mijn geboden” die we moeten bewaren, onderhouden, die we moeten doen.

“Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.” (Johannes 14:21)

Jezus zegt: “Wie mijn geboden heeft, die is het die mij liefheeft”. Je liefde tot Jezus toon je door Hem te gehoorzamen, door zijn geboden te bewaren.

De geboden van Jezus vinden we in de Bijbel. Speciaal in de evangeliën en in de brieven van het Nieuwe Testament, want die zijn speciaal gericht aan christenen en daarom direct toepasbaar op ons. We lezen de Bijbel door en als we een opdracht tegenkomen dan moeten we die toepassen. Je hoeft niet te wachten totdat je een opdracht tegenkomt in je dagelijkse Bijbellezing. Je kunt ook in de Bijbel zoeken naar de wil van God. Je zit met een bepaalde vraag. Wat moet ik doen? Hoe moet ik handelen? Dan moet je in de Bijbel opzoeken welke richtlijnen daar voor worden gegeven.

+ Het hele leven wordt een dienst aan God

“bekeerd … om de levende God te dienen” (1 Tessalonicenzen 1:9)

Je gaat alle dingen voor Hem doen.

Omdat Hij het graag wil, omdat Hij het opdraagt

Het hele leven wordt een dienst aan God. Stel je hebt kinderen die je moet verzorgen en opvoeden. Dat doe je natuurlijk omdat je ze liefhebt, maar nu komt er een motief bij. Je doet het ook voor Jezus, als een dienst aan Hem. Hij geeft ons immers als ouders de opdracht om onze kinderen op te voeden (Efeze 6:4). Je doet het nu ten diepste voor Hem. Om hem te behagen, te gehoorzamen. Om Hem te eren, zodat je een sieraad bent voor het evangelie.

Wat geldt voor het opvoeden, geldt voor alle dingen die we doen, ons werk, onze school, enzovoort. Het is allemaal een dienst aan God.

5. Drie dingen waar je mee moet beginnen

In deze Bijbelstudie bespreken we de drie dingen waarmee je het christenleven moet beginnen. Dat zijn: een gemeente bezoeken, Bijbellezen en bidden.

+ Een gemeente bezoeken

Als christenen hebben we elkaar nodig. Zeker als je pas bekeerd bent. Je moet nog veel dingen leren, je weet nog niet goed de weg in de Bijbel. Je hebt geestelijke herders nodig die je de weg wijzen vanuit het woord van God, die over je waken.

Je moet een eigen samenkomst hebben en die samenkomst ook bezoeken.

“En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken.Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen.” (Hebreeën 10:24,25). De schrijver van de brief aan de Hebreeën gaat er vanuit dat zijn lezers een eigen samenkomst hebben, dat was vanzelfsprekend.

De eerste christenen bleven volharden in de gemeenschap, in de omgang met elkaar.

“zij bleven volharden bij… de gemeenschap” (Handelingen 2:42)

Dus zoek andere christenen op. Welke samenkomst, welke gemeente? In een andere Bijbelstudie in deze serie wordt daar dieper op in gegaan. Voor de hand liggend is dat je naar de gemeente gaat van de christenen die je het evangelie hebben gebracht. In mijn geval was dat de plaatselijke baptistengemeente.

Ga naar de dienst op zondag. Ga naar een gemeenschapskring, dan leer je mensen persoonlijk kennen. Doe mee met de activiteiten. Ga naar de bidstond, dat is een bijeenkomst speciaal bedoeld om samen te bidden. Naar tienerclub, naar jeugd. Enzovoort.

+ In je Bijbel lezen

Het is belangrijk dat je als christen regelmatig in de Bijbel leest. De Bijbel is zeer belangrijk voor een christen. Zo belangrijk dat hij wordt vergeleken met voedsel. Wat voedsel is voor het lichaam, is het lezen van de Bijbel voor ons geestelijk leven. Als je te weinig voedsel eet, dan verzwak je. En als je te weinig geestelijk voedsel eet (dat is, als je te weinig in je Bijbel leest) dan verzwak je geestelijk.

“Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat” (Mattheus 4:4)

In de Bijbel staat de wil van God, hoe we moeten leven. Er staat ook in wat een christen gelooft. In de Bijbel staan de antwoorden op onze vragen. Er staan beloften in die God ons als christenen heeft gegeven. God bemoedigt door de Bijbel, corrigeert, spoort aan, geeft inzicht. Begin daarom met lezen in je Bijbel. Het beste is om dat ordelijk te doen. Neem een Bijbel, leg er een boekenlegger in en lees de Bijbel ordelijk door. Of lees Bijbelboek, na Bijbelboek door. Begin met het doorlezen van het Nieuw Testament, begin met Mattheus 1:1.

We worden aangespoord om intensief met de Bijbel bezig te zijn. Om de Bijbel te overpeinzen, dat wil zeggen de Bijbel te lezen en er over na te denken.

“Dit wetboek [de Bijbel] mag niet wijken uit uw mond, maar overpeins het dag en nacht, opdat gij nauwgezet handelt overeenkomstig alles wat daarin geschreven is, want dan zult gij op uw wegen uw doel bereiken en zult gij voorspoedig zijn.” (Jozua 1:8)

“Welzalig de man die … aan des Heren wet zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht” (Psalm 1:1,2)

+ Tot God bidden

De Bijbel spoort ons aan om te bidden.

“Volhardt in het gebed” (Kolossenzen 4:2)

“Weest volhardend … in het gebed” (Romeinen 12:12)

Bidden is spreken tot God. Het is gericht tot onze hemelse Vader (Mattheus 6:9). We mogen met vrijmoedigheid contact met Hem zoeken door het gebed (Hebreen 10:19, 4:16). Jij spreekt en God luistert.

Wat zeg je dan tegen God?

+ Je dankt Hem voor al je zegeningen

+ Je vraagt om hulp, om leiding

Het is verstandig om hardop te bidden. Ook als je alleen bent. Dat helpt bij de concentratie.

6. Stille tijd houden, het contact met God onderhouden

Het is belangrijk om als christen in dagelijks contact met God te blijven. Dat doe je door in de Bijbel te lezen en te bidden. Door het gebed spreek jij tot God. Door de Bijbellezing heen spreekt God tot jou.

De Bijbel is het voedsel voor ons geestelijk leven. Om gezond te blijven en te groeien moet je regelmatig eten. En gebed is zo belangrijk voor het praktisch christenleven dat je dit ook dagelijks moet doen.

+ Een vast moment van de dag

We moeten Bijbellezen en gebed een plaats geven in ons leven. Dat gaat het beste door een vast moment van de dag daarvoor te gebruiken.

+ Welk moment van de dag?

De ervaring heeft geleerd dat het begin van de dag meestal het beste moment is. Dan begin je de dag met God. Dan kun je voor die dag bidden. En aan het begin van de ochtend ben je meestal nog fit en helder. Maar als dat niet gaat, neem dan een ander moment.

+ Een rustige plek

Zoek een rustige plek op, waar je niet gestoord wordt en waar je alleen bent, waar je hardop kunt bidden.

+ De term ‘stille tijd’

De dagelijkse tijd voor Bijbellezing en gebed worden in evangelische kring vaak stille tijd genoemd. Je trekt je even terug uit de drukte van alle dag om in alle rust een stukje in je Bijbel te lezen en tot God te bidden. Vandaar de naam ‘stille tijd’.

+ Aanwijzingen voor het Bijbellezen in je stille tijd

-Lees een klein gedeelte per keer.

Een hoofdstuk of een gedeelte van een hoofdstuk. Het is de bedoeling dat je langzaam en aandachtig leest.

-Lees de Bijbel ordelijk door

Begin met het doorlezen van het Nieuwe Testament. Start met Mattheus 1:1 en lees dan verder tot je aan het einde van het boek Openbaring bent gekomen. En als je het Nieuwe Testament doorgelezen heb, ga dan verder met het Oude Testament. En begin dan weer opnieuw.

-Gebruik een Bijbel die groot genoeg is

Met letters die groot genoeg zijn om comfortabel te lezen.

Je kunt ook digitaal in de Bijbel lezen. Maar ik ontraad dit, omdat dit waarschijnlijk minder doordringt. Ik vermoed dat wat je leest beter doordringt als je achter een tafel of bureau in een grotere Bijbel leest. Dat is in ieder geval bij mij zo, maar dat moet ieder zelf uitzoeken.

-Leg er een boekenlegger in

Zodat je weet waar je gebleven bent. Dat helpt ook om de draad weer op te pakken als je een tijdje niet hebt gelezen. Je kunt ook elke dag ergens noteren, wat je die dag hebt gelezen. 

-Gebruik een nauwkeurige Bijbelvertaling

De Herziene Statenvertaling, de Statenvertaling en de NBG zijn nauwkeurig. De Nieuwe Bijbelvertaling niet, die is veel te vrij vertaald. Zie voor uitleg hierover de studie “Welke vertaling moet ik gebruiken?” Dat is één van de studies uit deze serie over de praktijk van het christenleven.

+Mogelijke problemen bij het Bijbellezen in je stille tijd

Het spreekt me niet aan

Als dat vaker het geval is, bidt dan vooraf dat God door het gedeelte tot je hart zal spreken. “Heer dit is uw woord, wilt U door dit gedeelte tot mij spreken.”

David bad: “Ontdek mijn ogen, opdat ik aanschouwe de wonderen uit uw wet.” (Psalm 119:18)

Het dringt niet door

Ik kan me niet concentreren, ik lees het door, maar als het uit is, weet ik niet wat ik gelezen heb. Het gaat langs me heen. Neem een potlood en zet tijdens het doorlezen een streep onder alles wat je opvalt. Bidt ook dat God door het gedeelte tot je zal spreken. En geef het niet op.

Je kunt ook aantekeningen opschrijven bij het doorlezen. Dat zal ook maken dat het beter tot je doordringt.

Ik snap het niet

Je leest een gedeelte en het meeste of een gedeelte ervan snap je niet. Dat is niet erg. Doe je voordeel met wat je wel snapt.God zal je daarmee zegenen. Het is als met vis eten, de graten laat je liggen en het vlees eet je op. De gedeelten die je niet kan eten zijn graten voor jou, die moet je voorlopig laten liggen. Als je langer christen bent, zul je steeds meer van de Bijbel gaan begrijpen. Dat groeit vanzelf.

+ Aanwijzingen voor het bidden tijdens je stille tijd

Bidden is spreken tot God. God ziet het hart aan, het komt niet aan op mooie woorden. Als jij bidt, belooft God te luisteren. Hij is de hoorder der gebeden. “Hoorder van het gebed, tot u komt al wat leeft” (Psalm 65:3)

Hoe God aan spreken?

Hemelse vader, Here, Here God.

“Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt …” (Mattheus 6:9)

Wat zeg je dan tegen God?

Bedank Hem voor al zijn zegeningen, voor al zijn weldaden, voor wat Hij voor je doet, voor wat Hij voor je gedaan heeft. Maak eens een lijstje met dingen waarvoor je dankbaar bent, schrijf het op, lees het voor je gaat bidden een keer door.

Bidt voor de dingen die je nodig hebt. Bidt om wijsheid, leiding. Bid om Gods zegen voor je werk en studie. Maak een gebedslijstje met dingen die je van God vraagt, schrijf ze op. En lees het een keer door voor je gaat bidden. Je mag al je wensen bij God bekend maken (Filippenzen 4:6). Bidt voor de dingen waar je bezorgd over bent. (Filippenzen 4:6,7, 1 Petrus 5:7). Je mag je hart uitstorten bij God. “… stort uw hart uit voor zijn aangezicht  …” (Psalm 62:9). Je mag ook voor anderen bidden. Dat God hen zegent. Je mag voor de onbekeerde mensen om je heen bidden, dat ze ook God zullen vinden.

Een oefening. Neem pen en papier en maak de twee lijstjes die hierboven zijn genoemd. Maak een lijst met zaken waar je God voor kan danken. Maak een lijstje met dingen die je aan God vraagt. Bewaar de lijstjes, werk ze af en toe bij.

Eerst danken

Het is verstandig om altijd als je gaat bidden eerst met dankzegging te beginnen. Dat richt je, je blik op God en op alles wat Hij gedaan heeft, voor je bidt voor je zorgen en wensen.

Bidt hardop

Dit is belangrijk want het zal je helpen om je te concentreren, om je gedachten erbij te houden.

Je gebed bereikt God

Of je nu wat voelt of niet. God heeft gezegd dat Hij naar ieder van zijn kinderen hoort. “want een ieder die bidt ontvangt” (Mattheus 7:8). Er staat een ieder, iedereen, dus ook jij.

God stelt je gebed op prijs

Je bent geroepen tot gemeenschap met Zijn Zoon. Gemeenschap wil zeggen: contact, omgang. God wil dat je bidt. “God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here” (1 Korinthe 1:9). Je bent welkom, je wordt verwacht, je mag komen met volle vrijmoedigheid (Hebreeën 10:19).

+ Het is zeer, zeer belangrijk dan je leert om stille tijd te houden

Deze Bijbelstudie over stille tijd is de belangrijkste Bijbelstudie in de hele serie over de praktijk van het christenleven. Want als je op dit punt faalt, dan zul je geestelijk nauwelijks groeien. Het is onmogelijk om een volwassen sterke christen te worden zonder dagelijks stille tijd te houden.

Door de dagelijkse Bijbellezing heen, zal God je aanspreken op de dingen die je op dat moment nodig hebt. De dingen die je moet leren, dingen die moeten veranderen of die je juist moet doen. God zal je door de Bijbel heen bemoedigen, versterken, corrigeren, uitdagen, wijsheid geven, leiding geven, troosten, onderwijzen. Je zult precies tegenkomen wat je op dat moment nodig hebt.

Er zit kracht in de Bijbel. “Het woord van God [de Bijbel] is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door …” (Hebreeën 4:12)

Als je in de Bijbel leest, dan kom je met die kracht in aanraking, dan gaat die kracht in je werken.

Neem je voor om stille tijd te gaan houden. Maak het tot prioriteit. Geef het niet op, als je stil bent gevallen, sta weer op. Bidt om wijsheid, hoe het in jouw omstandigheden vorm te geven en begin er weer mee. “Al ben ik gevallen, ik zal weder opstaan” (Micha 7:8)

De Bijbel is een bijzonder boek, hij is ingegeven door Gods Geest. De menselijke schrijvers zijn bij het schrijven van de Bijbelboeken op zo’n manier door Gods Geest geleid dat ze precies hebben neergeschreven wat God door hen heen wilde zeggen.

“Al de Schrift is door God ingegeven ….” (2 Timotheus 3:16. SV)

Als je door dagelijkse Bijbellezing “in het woord van God blijft” dan kan de Geest van God je door de Bijbel heen aanspreken en leiden. Als je de Bijbel ordelijk doorleest, kom je tegen wat je op dat moment nodig hebt.

De dagelijkse lezing van een gedeelte van de Bijbel is ook de enige manier om echt vertrouwd te raken met de Bijbel.

+ Strijd om je stille tijd

Omdat het zo belangrijk is dat we de gewoonte aanleren om dagelijks stille tijd te houden, is er veel strijd omheen. We moeten onze stille tijd verdedigen, het prioriteit geven en als het mislukt is, weer opstaan en er weer mee beginnen, wellicht is het verstandig om in de uitvoering wat aan te passen. Dit is een gevecht dat je niet mag verliezen. En als je het moeilijk vindt, zoek dan hulp bij een andere christen of andere christenen. Zodat ze je kunnen bemoedigen en je aansporen en voor je bidden en advies geven.

Bekend is dat het de gemiddelde mens ongeveer zes weken kost om een nieuwe gewoonte aan te leren. Leer de gewoonte aan om stille tijd te houden.

+ Als je uitgeput bent

Bijvoorbeeld door een ziekte die je uitput. Stop dan als het even kan niet met stille tijd houden. Je kunt het Bijbellezen en bidden in dat geval wel sterk inkorten. Lees tenminste een Bijbelvers en bidt een halve minuut. Ik heb zelf vanaf mijn geboorte ernstige gezondheidsproblemen die me sterk kunnen uitputten. Ik heb gemerkt dat God dat ene Bijbelvers en die paar seconden van gebed ook kan zegenen. God komt ons tegemoet in onze zwakheid. God ziet immers het hart aan.

+ Begin je stille tijd met bidden

Begin met het bidden en ga daarna lezen. 

+ Wat je nog meer kan doen in je stille tijd: zingen, memoriseren

Bij het houden van stille tijd gaat het om het Bijbellezen en het bidden, maar je kunt daarnaast ook een geestelijk lied zingen. Een lied dat in je opkomt. “ … psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Here van harte.” (Efeze 5:19). Zingt de Here.

Ook is het opbouwend om een moment te nemen voor het uit je hoofd leren van Bijbelteksten. Een om teksten die je al geleerd hebt te repeteren. Zie de Bijbelstudie over het memoriseren van Bijbelteksten (Uit de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven). Daar wordt ook besproken welke teksten je het beste kunt memoriseren en er wordt uitgelegd hoe je het kunt doen op een manier die voor iedere christen haalbaar is.

7. Aanvullende adviezen voor de stille tijd

In deze Bijbelstudie worden aanvullende adviezen gegeven over het Bijbellezen en het bidden tijdens je stille tijd.

+ Noties maken bij het Bijbellezen in je stille tijd

In de Bijbelstudie over stille tijd zijn adviezen gegeven voor het Bijbellezen tijdens je stille tijd. Lees per keer niet te veel, lees langzaam en nauwkeurig, lees ordelijk de Bijbel door. Waar ik het nu over wil hebben, is het maken van aantekeningen tijdens je Bijbellezing. Hieronder worden enkele manieren om dat te doen besproken. Voor ik daar op in ga wil ik er op wijzen dat het Bijbellezen tijdens je stille tijd geen Bijbelstudie moet worden. Het gaat er om dat je God de gelegenheid geeft om door het Bijbelgedeelte van die dag tot je te spreken.

Hoe kun je het maken van aantekeningen aanpakken?

Je kunt het op veel manieren doen. De ene manier kost meer energie, inspanning dan de andere. Waar het om gaat is dat aantekeningen maken een manier is om het Bijbelgedeelte dieper tot je door te laten dringen.

+ Onderstreep wat je opvalt

Als je het Bijbelgedeelte leest, onderstreep dan wat je opvalt. Of Schrijf in een schrift wat je opvalt. Dit is de eenvoudigste manier.

+ Als je het Bijbelgedeelte doorleest stel dan enkel vragen en schrijf de antwoorden op

Methode 1

-waar gaat het Bijbelgedeelte over

-wat zegt het over Jezus

-wat zegt het over God

-staat er een opdracht in

-staat er een waarschuwing in

-staat er een voorbeeld in (een slecht of een goed voorbeeld)

-staat er een belofte in die ook voor mij geldt

-staat er iets in wat ik kan toepassen in mijn eigen leven

Methode 2

Deze methode wordt wel hoofdstuksamenvatting genoemd. Neem een deel of een gedeelte van een hoofdstuk. Als je in een Bijbel kijkt, dan zie je dat ook hoofdstukken soms door de Bijbelvertalers onderverdeeld zijn. Lees het gedeelte door en beantwoord deze vragen:

-Waar gaat het gedeelte over. Wat gebeurt er?

-Is er een sleutelvers of een sleutelwoord

Het kunnen er ook meerdere zijn.

Een woord of vers dat de kern van de boodschap van het Schriftgedeelte weergeeft.

-Kun je een indeling maken van het Bijbelgedeelte

-Wat spreekt je aan in het Bijbelgedeelte

Als het mogelijk is, geef aan waarom dat zo is.

-Hoe kan ik het toepassen in mijn eigen leven

Een illustratie

1 Korinthiers 13

-Waat gaat het gedeelte over?

Over het belang van liefhebben

-Wat is het sleutelvers of woord?

Sleutelwoord is liefde.

“maar ik had de liefde niet, ik ware niets” (:2)

-Kun je een indeling maken van het gedeelte?

:1-3 / de noodzaak van liefhebben

:4-7 / een omschrijving van wat liefhebben inhoudt

:8-13 / liefde is het belangrijkste

-Wat spreek je aan?

Dat er staat dat zonder liefde alles wat we doen waardeloos is voor God.

-Hoe kan ik het toepassen in mijn eigen leven?

Op mezelf toezien dat ik in elke situatie op een liefdevolle manier reageer.

Het gaat er niet om dat je alles precies goed hebt, het is slechts een hulp om door te laten dringen wat er in het gedeelte staat.

Tot zover over het notities maken tijdens het Bijbellezen.

Het bidden tijdens het houden van stille tijd

Ook dat is in de voorgaande Bijbelstudie over het houden van Stille Tijd al besproken. Ter aanvulling een suggestie voor de start van de tijd van het gebed in je stille tijd. Daar zou je het bidden mee kunnen beginnen. Wat hieronder staat vervangt niet het bidden, het vervangt niet het vragen aan God om hulp, leiding, zegen, uitredding. 

Je zou het bidden kunnen beginnen met:

+ Dankzegging, aanbidding.

God danken voor je behoud, voor het zenden van zijn Zoon, voor al zijn weldaden.

+ Belijden van je afhankelijkheid.

Heer wilt u vandaag mijn kracht en leven zijn en me door deze dag heendragen.

+ Vragen om Gods plan voor deze dag

“Heer wat is Uw plan voor deze dag?”

+ Toetsen op zonden, los van u bezig zijn

Wilt U mij toetsen op zonde, waarschuwen als er iets mis is. Bewaar me voor mijn eigen plannen. Dat ik niet los van uw leiding bezig ben.

Als er onbeleden zonden zijn, belijdt ze dan (1 Johannes 1).

+ Gebed om reinigen, beheersen en weer vervullen met uw Geest

Heer wilt u mij reinigen en beheersen in alles wat ik ben en wilt u mij weer vervullen met uw Geest.

Daarna ga je verder met gebeden, verzoeken, je hart uitstorten, enzovoort.

Het kost even moeite om het aan te leren. Om het aan te leren: leg, als je gaat bidden in je stille tijd, een briefje voor je neer met daarop deze punten. Kijk dan af en toe, wat nu moet komen. Na enige tijd wordt het een gewoonte, gaat het vanzelf.

8. De noodzaak om in alles de wil van God te zoeken

Dit is de eerste van de serie Bijbelstudies over het vinden van Gods wil. Deze Bijbelstudie bespreekt waarom het noodzakelijk is voor een christen om in alles de wil van God te zoeken.

+ Leven naar Gods wil is de opdracht

We moeten als christen leven “naar Gods wil”.

“om niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God de tijd, die nog rest in het vlees, te leven.” (1 Petrus 4:2)

Daarom spoort Paulus ons aan om in alles Gods wil te zoeken. “… tracht te verstaan wat de wil des Heren is” (Efeze 5:17).

+ Leven naar Gods wil is alleen mogelijk als we die wil kennen

Als we de Bijbelse opdracht om naar de wil van God te leven uit willen voeren, moeten we natuurlijk wel eerst weten wat de wil van God is. Om naar de wil van God te kunnen leven, moeten wij de wil van God kennen. Daarom moeten we leren om in elke situatie de wil van God te zoeken.

Hoe we dat moeten doen, wordt in de volgende Bijbelstudies uitgelegd. Daar wordt besproken hoe God zijn wil aan ons bekend maakt, hoe God ons leidt. 

+ Als we op eigen inzicht steunen dan gaat het mis

Dat is nog een reden waarom we in elke situatie naar de wil van God moeten zoeken.

De Bijbel zegt dat we niet op eigen inzicht moeten steunen.

“steun op uw eigen inzicht niet”  (Spreuken 3:5)

Als we op ons eigen inzicht afgaan, dan gaat het fout. We moeten in alles telkens de Here raadplegen. Zijn wil zoeken, bidden om zijn inzicht en leiding. Een illustratie hiervan zien we in het leven van Jozua. (Jozua 9)

Het speelde zich af tijdens de verovering van het beloofde land. God had Israel verboden om een verbond te sluiten met de bewoners van het land. Een verbond met volken buiten het beloofde land mocht wel. De bewoners van een stad uit het land, verzonnen een list. Ze wisten dat ze niet tegen de Israëlieten op konden, daarom probeerden ze een verbond met hen te sluiten. Een verbond om elkaar wederzijds te steunen.

Zo’n verbond werd in die tijd gesloten onder aanroeping van beider goden. Die zouden er op toezien dat de partij die het verbond verbrak, gestraft zou worden. Daarom was een verbond in die tijd bindend, omdat geen van de partijen het verbond durfde te verbreken.

De Gibeonieten wisten dat de Israëlieten geen verbond met hen zouden sluiten, als ze wisten dat zij in het land woonden. Daarom verzonnen ze een list. Ze beweerden dat ze ver weg woonden. Ze zeiden dat ze van ver kwamen. Ze deden alsof ze een lange reis hadden gemaakt. Ze hadden versleten kleren aangedaan, die er slecht aan toe waren, zoals kleren er in die tijd uitzagen na het maken van een lange reis. En ze namen zeer oud brood mee, zoals het brood, dat je aan het begin van een lange reis mee had genomen, er aan het einde van de reis zou uitzien. Zo kwamen ze bij Jozua aan met het verzoek om een verbond met hen te sluiten. Jozua en het volk hoorden hun  leugen en ze keken naar de kleren en het brood. Alles leek in orde. De kleren waren inderdaad versleten en het brood was oud. Ze geloofden de Gibeonieten. Met als gevolg dat ze een verkeerd besluit namen en een verbond met hen sloten.

De Bijbel zegt zelf wat er fout ging. “Hierop namen de mannen van hun teerkost, maar zij raadpleegden de Here niet.”  (Jozua 9:14)

Jozua en zijn metgezellen maakten de fout om alleen af te gaan op hun eigen beoordeling van de situatie. Ze controleerden het verhaal van de Gibeonieten, het brood was oud, de kleren versleten. Ze vergaten echter om ook de Heer over de zaak te raadplegen.

De les voor ons is dat we wel ons verstand moeten gebruiken om na te gaan waar de omstandigheden op wijzen, maar we mogen daar niet alleen op steunen. We mogen er niet alleen op afgaan. We moeten het ook in gebed aan God voorleggen: “Wat vindt U hiervan? Wat moeten we doen? Hoe moeten we dit aanpakken”. We moeten Hem kennen in al onze wegen. We moeten Hem er in betrekken, het met Hem bespreken.

“Vertrouw op de Here met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw pad rechtmaken.” (Spreuken 3:5,6) 

Alles wat we doen, moeten we met de Heer bespre­ken Als we toch op ons eigen inzicht steunen, gaat het ook bij ons mis.

Zie het kontrast tussen Jozua in Jozua 9 en David in 1 Samuel 23:1-12. 

+ Alleen als we leven naar Gods wil, zal Gods zegen op onze activiteiten rusten

Het is Gods bedoeling dat we in alle goed werk vruchtdragen. Dat zal het geval zijn als we onder leiding van God bezig zijn. Als we in alle dingen Gods wil zoeken en doen.

“Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van zijn wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God.” (Kolossenzen 1:9,10)

De manier om “in alle goed werk vrucht te dragen” is te staan in de wil van God. Daarom bad Paulus voor de christenen te Kolosse dat ze met de juiste kennis van Gods wil vervuld mochten worden.

9.  God belooft ons leiding te geven

God heeft beloofd om ons te leiden, om ons in elke situatie zijn wil bekend te maken. Hij zal ons ook duidelijk maken wat we voor Hem mogen doen.

“De Here is mijn herder … Hij leidt mij in de rechte sporen om zijns naams wil” (Psalm 23:1,3)

“Wie is de man die de Here vreest? Hij onderwijst hem aangaande de weg die hij moet kiezen” (Psalm 25:12)

Een christen wordt door Gods Geest geleid. Dat is een feit. Daar gaat Paulus vanuit.

“Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods” (Romeinen 8:14)

De Heilige Geest is bij je bekering in je komen wonen om je te leiden, om je in elke situatie de weg te wijzen.

10.  Onze medewerking is nodig, actief de wil van God zoeken

God belooft ons te leiden, maar van onze kant moeten wij meewerken, we moeten actief naar Gods wil zoeken. Hoe doe je dat?

+ Er om bidden

God om wijsheid bidden, als je niet weet wat te doen.

God om leiding bidden. Wat nu Heer, wat moet ik doen, wat moet ik hier mee aan, wat moet ik hier van denken, wat wilt U dat ik doen zal, hoe moet ik dit aanpassen, wat hebt u voor met te doen. Wilt u me inzicht geven, wilt u me leiding geven.” Zo God telkens weer raadplegen (Spreuken 3:6, Jozua 9:14).

“Zend uw licht en uw waarheid, moge die mij geleiden …” (Psalm 43:3)

“Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan  allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden.” (Jakobus 1:5)

Epafras bad voor de christenen in Kolosse dat ze vast en zeker zouden staan bij alles wat God wil. “Epafras …altijd in zijn gebeden voor u worstelende, dat gij moogt staan, volmaakt en verzekerd bij alles wat God wil.” (Kolossenzen 4:12). Paulus bad een zelfde gebed voor hen. “… dat gij met de rechte kennis van zijn wil vervuld moog worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, …” (Kolossenzen 1:9). Dit kunnen we voor anderen bidden, maar ook voor onszelf.

+ Er om bidden met geloof

Er van uit gaan dat God elk gebed om leiding en wijsheid verhoort. Een gebed om leiding is een goed gebed, een gebed naar Gods wil, dat zeker verhoord zal worden. God heeft immers wijsheid en leiding beloofd.

“Maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof” (Romeinen 4:20)

“maar hij moet bidden in geloof” (Jakobus 1:6)

God heeft duidelijk gezegd dat hij wijsheid zal geven aan iedereen die er om bidt. “zij zal hem gegeven worden” (Jakobus 1:5)

Dan moet je er ook vanuit gaan dat God zal doen wat Hij heeft toegezegd: “Natuurlijk zal God dat doen”, “Ik ben benieuwd naar wat God me duidelijk gaat maken”.

+ Geduld is nodig

Blijf er om bidden, terwijl je uitziet naar het antwoord van God. We moeten wachten op Gods raad. Op Gods leiding.

“zij wachtten niet op zijn raad” (Psalm 106:13)

Dat wordt van het volk Israel gezegd. .

+ Niet steunen op eigen inzicht

“Steun op uw eigen inzicht niet” (Spreuken 3:5)

Wel je verstand gebruiken, maar daar niet alleen op afgaan (Jozua 9:14).

+ Weten hoe God leidt

God maakt zijn wil bekend op drie manieren. (1) Hij leidt ons door de Bijbel, (2) door Zijn besturing van de omstandigheden en (3) door de innerlijke leiding van Gods Geest. Meestal door een combinatie van alle drie tegelijk.

In de Bijbel staan veel voorschriften en principes. Die moeten we toepassen. De informatie die de Bijbel geeft, geeft vaak al veel inzicht in Gods wil. En God bestuurt de omstandigheden, Hij bepaalt wat er gebeurt, HIj opent en sluit deuren. En tenslotte is er ook de innerlijke leiding van Gods Geest. Gods Geest die je een innerlijke overtuiging geeft dat je iets niet of juist wel moet doen. Deze drie dingen zijn als het ware richtingwijzers, die een bepaalde weg aanwijzen. Richtingwijzers waar we naar moeten kijken bij het zoeken van de wil van God. Omdat het zo belangrijk is voor het christenleven om dit goed te begrijpen, wordt hoe God leidt in een aparte Bijbelstudie uitgebreid besproken (In de volgende Bijbelstudie in deze serie)

We moeten actief naar Gods wil zoeken door bewust naar deze drie richtingwijzers te kijken. Wat zegt de Bijbel over de situatie? Waar wijzen de omstandigheden op? Geeft Gods Geest vrede op een bepaalde weg? Als je zo biddende naar de richtingwijzers kijkt, zie dan wat voor inzicht en overtuiging in je hart groeit.

+ De voornaamste voorwaarde voor het vinden van Gods wil

God zal je leiden, maar je moet wel bereid zijn om zijn wil te doen, wat die wil ook is. Je mag best een eigen voorkeur hebben, je mag aan de Heer vragen dat het zo zal gaan als je graag wilt, maar uiteindelijk moet je het aan God overlaten en bereid zijn om het wel of niet te doen. Als je daartoe in je hart niet bereid bent, dan wordt het moeilijk om Gods wil te ontdekken.

De vraag is: Wil je het echt weten? Sta je er voor open? Wil je Gods wil doen, wat het ook is?

Het doen van de wil van God was geestelijk voedsel voor Jezus. Jezus zei: “Mijn spijze is de wil te doen desgenen, die Mij gezonden heeft en zijn werk te volbrengen.”(Johannes 4:34) Dit was de houding van de Here Jezus tegenover God de Vader: “Zie hier ben ik om uw wil te doen” (Hebreeën 10:7). 

Soms had Hij het moeilijk met een bepaald weg die God de Vader voor Hem had uitgestippeld. Maar Hij zei: “niet mijn wil, maar uw wil geschiede” (Mattheus 26:39; Johannes 18:11).

+ Begin met wat je al weet

Misschien is nog niet alles duidelijk en wacht je nog op inzicht en raad van God, maar je kunt alvast beginnen met doen van wat je al duidelijk is.

+ Het moet geleerd worden

Het zoeken en vinden van Gods wil in elke situatie moet geleerd worden. Er is oefening nodig en zeker in het begin hulp van oudere christenen.

+ Ook bij de uitvoering moet je telkens Gods wil zoeken

Stel dat het duidelijk is dat je les moet gaan geven op de zondagschool. Dat is het begin, de wil van God is duidelijk. Maar ook bij de uitvoering van die taak heb je telkens Gods wijsheid en leiding nodig. Hoe je het gaat aanpakken?

11.  Hoe God ons leidt. De drie richtingwijzers.

God maakt zijn wil langs drie wegen bekend. Hij doet dat (1) door de Bijbel, (2) door Zijn besturing van de omstandigheden en (3) door de innerlijke leiding van zijn Geest. Vaak door een combinatie van deze drie dingen tegelijk.

Je kunt deze drie dingen vergelijken met wegwijzers. Wegwijzers geven de goede richting aan. God geeft ons de richting aan door de Bijbel, door zijn besturing van de omstandigheden, door bijvoorbeeld open en gesloten deuren te geven, en door de innerlijke leiding van Zijn Geest. We zullen alle drie één voor één bespreken.

11.1. De Bijbel

Het eerste wat we moeten doen bij het zoeken naar Gods wil is in de Bijbel nagaan wat daar over die kwestie wordt geschreven.

“Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.” (Psalm 119:105)

“Het openen van Uw woorden verspreidt licht, het geeft de onverstandigen inzicht” (Psalm 119:130). Als je inzicht nodig hebt, open dat de Bijbel.

In de Bijbel lezen we wat God in allerlei situaties van ons vraagt. De Bijbel zegt bijvoorbeeld hoe we met onze ouders om moeten gaan, hoe met onze huwelijkspartner, hoe met ongelovigen, hoe met onze vijanden, hoe we onze kinderen moeten opvoeden, hoe we met ons geld om moeten gaan. Enzovoorts, enzovoorts. We moeten de Bijbel lezen en de richtlijnen toepassen.

Als we een gebod of aansporing in de Bijbel zien staan, dan is de wil van God op dat punt duidelijk. We moeten doen wat de Bijbel zegt. Zo was het in het Oude Testament: Dit wetboek mag niet wijken uit uw mond, maar overpeins het dag en nacht, opdat gij nauwgezet handelt overeenkomstig alles wat daarin geschreven is, want dan zult gij op uw wegen uw doel bereiken en zult gij voorspoedig zijn.” (Jozua 1:8). En zo is het ook voor de christenen: “En weest daders van het Woord” (Jakobus 1:22). Wij moeten daders van het woord zijn. Dat wil zeggen, we moeten doen wat er staat.

We moeten ons daarom telkens weer afvragen: Wat zegt de Bijbel over die of die kwestie? Staan er directe bevelen in de Bijbel die op deze situatie slaan? Zijn er algemene Bijbelse richtlijnen die van toe­passing zijn op deze zaak?

Als de Bijbel duidelijk is dan is Gods wil gevonden.

Een voorbeeld. Je overweegt met iemand te trouwen die geen gelovige is. Je kijkt naar wat de Bijbel daarover zegt. Dan ontdek je dat er staat dat we dit niet mogen doen (1 Korinthe 7:39; 2 Korinthe 6:14).

In veel gevallen kunnen we de richtlijnen en geboden van de Bijbel op deze manier toepassen. Maar er zijn ook vragen waar het iets ingewikkelder ligt. Niet alles staat in de Bijbel. We blijven bij het voorbeeld van de keuze van de huwelijkspartner. Er staat niet concreet in de Bijbel met welke persoon je moet trouwen. Je hebt wel een aantal algemene richtlijnen, zoals het gebod dat je niet met een ongelovige mag trouwen. Maar in de keuze van de huwelijkspartner moeten we steunen op de andere manieren waarop God leiding geeft. Zoals de innerlijke leiding van Gods Geest en Gods besturing van de omstandigheden. Geeft God vrede op een bepaalde keuze, als je er voor bidt? En hoe bestuurt God de omstandigheden. God moet de partner op je weg brengen. De ander moet ook willen. Passen je bij elkaar? En het is verstandig om andere christenen om raad te vragen.

11.2. God leidt ons door de innerlijke leiding van de Heilige Geest

De Bijbel spreekt over geleid worden door de Heilige Geest (Galaten 5:18; Romeinen 8:14).

Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods.

(Romeinen 8:14)

“als u …. door de Geest geleid wordt” (Galaten 5:18)

“zij dan, uitgezonden door de Heilige Geest …” (Handelingen 13:4)

God leidt ons niet alleen door de Bijbel, maar ook door zijn Geest die in ons woont. De Geest is in ons komen wonen om ons te leiden. Het is Zijn verantwoordelijkheid om ons te leiden. Het is onze verantwoordelijk om de leiding van de Geest te herkennen en te volgen.

+ Hoe leidt de Geest ons?

De innerlijke leiding van Gods Geest wordt door christenen op verschillende manieren beschreven. Als geleid worden door de vrede in je hart, door een blijvende innerlijke overtuiging of door een innerlijke drang of juist een weerhouding in je eigen geest. Deze uitdrukkingen komen eigenlijk op hetzelfde neer. Dat is ook logisch want ze proberen dezelfde geestelijke realiteit onder woorden te brengen. 

-Geeft de Geest van God vrede op een bepaalde weg?

“en de vrede van Christus … regere in uw harten” (Kolossenzen 3:15. NBG 51). “En laat de vrede van God heersen in uw harten” (HSV)

Letterlijk staat er;  laat de vrede scheidsre­chter zijn. Als je een zaak overdenkt en er met God over spreekt, dan moet je nagaan of de Heere vrede op een bepaalde weg geeft.

-Geeft de Geest van God een innerlijke overtuiging dat je een bepaald iets moet doen?

Neemt die overtuiging toe als je er over bidt? En vooral blijft die overtuiging? Onze eigen emoties komen en gaan, maar als een overtuiging van God is dan zal die blijven en juist toenemen.

-Geeft Gods Geest een innerlijke drang om iets te doen?

Geeft God een bepaalde drang, verlangen om iets te doen. En het omgekeerde kan ook het geval zijn. God kan een innerlijke waarschuwing geven om iets juist niet te doen. In de Engelstalige wereld spreken christenen wel van een ‘prompting’ of een ‘check’ in je eigen geest.

-Geeft God ergens geloof voor

Geeft God geloof en innerlijke kracht en vrijmoedigheid. Geeft God lust om te werken, er zin in om iets te doen. Een geestelijk verlangen. Zo geeft de Geest de richting aan die we moeten opgaan.

 De Geest geeft op deze manieren een innerlijk getuigenis op een bepaalde weg. “Die Geest getuigt met onze geest” (Romeinen 8:16). Dit doet de Geest aangaande het kind van God zijn, maar ook bij innerlijke leiding.         

-enkele voorbeelden van de inner­lijke leiding van Gods Geest.

Over wijndrinken

Het eerste voorbeeld is van Watchman Nee. Hij vertelt in één van zijn boeken over een echtpaar dat hij op het platteland van China tot de Heere mocht leiden. Hun bekering was echt en er kwam een nieuwe vreugde in hun leven. ­Vrij snel daarna moest Watchman Nee weer verder. Er waren geen andere christenen in de omgeving, het echtpaar bleef geïsoleerd van andere christenen achter. Watchman Nee had hen uitgelegd dat bij hun bekering de Heilige Geest in hen was komen wonen en dat ze naar Hem moesten luiste­ren.

In de koude wintermaanden had de man de gewoonte om bij de maaltijden wijn te drinken en dan was hij geneigd te veel te drinken. Na het vertrek van Watchman Nee, kwam, met het koude weer, ook de wijn weer op tafel. Die dag boog de man, zoals hij nu gewoon was, het hoofd om de Here te danken voor de maaltijd, maar hij kon geen woorden vinden. Na nog enkele ver­geefse pogingen, wendde hij zich tot zijn vrouw. “Wat zou er toch zijn?” vroeg hij. “Waarom kunnen wij vandaag niet bidden? Haal de Bijbel eens om te zien, wat daarin staat over wijn drinken”. Watchman Nee had hun een Bijbel gegeven, maar hoewel de vrouw kon lezen, wist zij de weg nog niet te vinden in de Bijbel en ze doorzocht de Bijbel tevergeefs om het antwoord op hun vraag te vinden. Zij wisten niet, hoe zij het boek van God moesten raadplegen en zij konden zijn boodschapper onmogelijke bereiken, want die was mijlenver van hen verwijderd en het zou nog maanden duren, voor zij hem weer zagen. “Drink je wijn nu maar”, zei de vrouw, “dan vragen wij het de volgende keer wel aan broeder Nee”. Maar nog steeds was het de man onmogelijk de Here te danken voor de wijn. “Zet hem maar weg”, zei hij tenslotte; en toen zij dat gedaan had, vroegen zij een zegen over hun maaltijd.

Toen de man eindelijk eens naar Shanghai kon komen, vertelde hij Watchman Nee dit verhaal. Hij gebruikte een bekende Chinese uitdrukking. “Broeder Nee” zei hij, “De inwonende Heer wilde niet, dat ik die wijn dronk.”, “Heel goed, broeder”, zei Watchman Nee: “luister altijd naar de inwo­nende Heer”

Dit is een voorbeeld van hoe de Geest waarschuwt als je een verkeerde weg in wilt slaan, als iets niet deugt.

Nog een illustratie. Welk cadeau zal ik geven?

Omdat de zaak belangrijk is nog een voorbeeld. Een vriendin van mijn vrouw kreeg haar negende kindje. We mochten op kraambezoek komen en de vraag was welk cadeau geven we? Mijn vrouw bad erover en de gedachte kwam in haar op om haar vriendin zes boxpakjes te geven. Ik protesteerde: is dat niet wat overdre­ven? Ze heeft al acht kinderen, ze heeft vast nog wel een heel stel van die soort kleertjes van haar vorige kinderen. Kinderen groeien er zo uit en zulke kleren verslijten daarom niet snel. En het is een groot gezin, zulke gezin­nen krijgen altijd veel kleren van anderen die ze niet meer nodig hebben. Zo rede­neerde ik voort en uiteindelijk raakte mijn vrouw in de war en als compromis besloot ze slechts één boxpakje te geven.

Toen we de vriendin bezochten gaf mijn vrouw haar het cadeautje en toen de vriendin zag dat het een boxpakje was, zei ze heel enthousiast: “Wat fijn dat je dat geeft, ik ben er zo blij mee, want ik heb er niet één meer. Want in onze gemeente hebben we een jong meisje opgevangen dat ongehuwd zwanger was geraakt en omdat ze geen geld had, heb ik haar, toen ze de baby kreeg, al mijn boxpakjes gege­ven. De vriendin had zelf ook weinig geld, daarom kon ze niet zomaar nieuwe boxpakjes voor het meisje kopen. Het meisje had toch babykleertjes nodig en toen heeft de vriendin van mijn vrouw haar eigen babykleertjes gegeven, terwijl ze op dat moment al wist dat ze zelf weer zwanger was.

Mijn vrouw had de goede leiding ontvangen. Het idee was in haar opgekomen en Gods Geest had daar vrede op gegeven, Gods Geest had daar innerlijk getuigenis op gegeven. Dit was Gods weg om te voorzien in de babypakjes die deze zuster in haar onbaatzuchtig­heid had weggegeven. God had het in het hart van mijn vrouw gegeven om die zes pakjes te geven, maar ik had haar door mijn menselijk geredeneer in de war gebracht. Het was een goede les voor me, die ik niet meer ben vergeten. De volgende keer dat mijn vrouw weer iets deed, heb ik vertrouwd op de leiding die zij van God kreeg.  

Dit voorbeeld illustreert dat de Geest een idee of plan in ons naar boven kan laten komen. We weten dat het van Hem is omdat Gods Geest er getuigenis op geeft in onze eigen geest. En uiteraard moet zo’n plan wel in overeenstemming zijn met de Bijbel en moet God de deur openen.

Het bezoeken van een zieke

Corrie ten Boom vertelt ergens in één van haar boeken het volgen­de verhaal. Ze werkte als horlogemaakster samen met haar vader. Corrie had contact met een vrouw die christin was. Deze zuster in de Heer was psychisch ziek, ze werd verzorgd in een inrichting. Corrie vertelde dat af en toe tijdens de werkzaamheden haar vader zonder schijnbare aanleiding tegen haar zei: “Corrie stop maar met het werk en ga op bezoek bij die zieke zuster in de Heer”. Corrie zegt erbij dat dit niet werd bepaald door de drukte van het werk. Soms was het heel druk als haar vader dit zei. Telkens als Corrie dan bij die vrouw op bezoek kwam, bleek het erg nodig te zijn. In dit voorbeeld zien we dat Corrie en haar Vader niet bewust naar leiding zochten. Ze werden door God ingeschakeld om deze vrouw te hulp te komen. God nam het initiatief.

+ De Here zal u voortdurend leiden

Er staat in de Bijbel: “En de HEERE zal u voortdu­rend leiden” (Jesaja 58:11). Niet af en toe, maar voortdurend. Dat is een realiteit als de Heilige Geest in ons woont en als wij in gemeenschap met de Heere leven. Die leiding zal niet altijd bewust zijn, maar vaak is het wel bewust.

God kan je iets in het hart geven. Een plan, een gedachte. “Toen ga mijn God mij in het hart …”  (Nehemia 7:5 en 2:12). En we weten dat het van Hem is, omdat zijn Geest daar innerlijk getuigenis op geeft. Hetzelfde kan Hij doen met een verlangen. “Van Uwentwege zegt mijn hart: Zoekt mijn aangezicht. Ik zoek uw aangezicht, Here.” (Psalm 27:8.NBG). Hij kan je door Zijn Geest waarschuwen, Hij kan je oproepen tot gebed, enzovoorts.

+ Niet elke ingeving is van God

Een ingeving kan van Gods Geest zijn, maar ook uit ons eigen hart opkomen. Hij kan zelfs afkomstig zijn van boze geesten (Handelingen 5:3).

Hoe kun je onderscheid maken tussen de ingevingen van je eigen hart en de leiding van Gods Geest? Hoe onderscheid maken tussen leiding van God en misleiding door de boze.

-We moeten elke ingeving toetsen door gebed en aan het woord van God.

Je moet elke ingeving in gebed aan God voorleggen: “Is dit van U Heer, wat vindt U hiervan?”

We moeten ook nagaan of de ingeving niet in tegenspraak is met de Bijbel. De leiding van Gods Geest is nooit in tegenspraak met de Bijbel. En gaat het gepaard met vrede?

Als je er niet uitkomt, of als je het niet vertrouwt, dan moet je advies vragen aan andere geestelijk volwassen christenen.

+ Er is ook de toetsing achteraf

Nog een belangrijke toets is wat er gebeurt als je de innerlijke leiding hebt opgevolgd. Werd het gezegend? Werd het bevestigd in de praktijk? Door hier op te letten kun je leren van de fouten en de successen. En kun je leren om de leiding van Gods Geest te herkennen.

+ Nauw met elkaar verbonden

Uit het bovenstaande is wel duidelijk dat innerlijke leiding en gebed nauw met elkaar verbonden zijn. God geeft duidelijkheid als we het met Hem blijven bespreken. Als niet duidelijk is of iets uit onszelf is of uit God, dan moet je die vraag eenvoudigweg in gebed voor Gods aangezicht houden tot het duidelijk is.

+ De mogelijkheid van vergissen in de innerlijke leiding is realistisch

Zeker in het begin van je leven met Christus kan dit voorkomen. Je leert onderscheiden door oefening, dat kost tijd. De mogelijkheid van misleiding bevestigt dat het zeer belangrijk is dat we naar alle drie de richtingwijzers tegelijk kijken. Niet alleen op de innerlijke leiding afgaan, maar ook op de Bijbel en Gods leiding door zijn besturing van de omstandigheden.

11.3. God leidt ons door zijn besturing van de omstandigheden

God staat boven de omstandigheden. Hij stuurt en bepaalt wat er gebeurt.

Je moet je afvragen:

-Hoe is de situatie?

-Hoe ontwikkelt die zich?

-Waar wijzen de omstandigheden op?

-Wat zijn de mogelijkheden?

-Welke deur is open of juist gesloten?

-Wat is voor de hand liggend, logisch om te doen?

-Wat brengt God op mijn weg?

Een illustratie

Stel dat je te horen krijgt dat je ontslagen wordt. Dan gaat die deur dicht. Je bidt om wijsheid: “Heer wat heeft dit te betekenen, wilt U mij hierdoor iets duidelijk maken? Wat nu? Moet ik in een andere richting gaan? Ik heb werk nodig om in mijn onderhoud te voorzien, wilt U mij leiden in het zoeken van een nieuwe baan.” Je vraagt je af wat de mogelijkheden zijn. Welke deur is er open? Je hebt de algemene richtlijnen uit de Schrift. Het is Gods bedoeling dat je in eigen onderhoud voorziet, als je daartoe in staat bent. Je kunt daarom met vertrouwen om werk bidden. Normaal gesproken zal God daarin voorzien, tenzij God je op dit gebied enige tijd wil beproeven. Als je over mogelijkheden bidt, geeft God dan een innerlijke overtuiging, geeft God vrede over een bepaalde weg? Neem dan stappen en zie of God het bevestigt.

Nog een illustratie

In één van de boeken over George Müller staat een duidelijk voorbeeld van Gods leiding door de omstandigheden. De Here had George Müller samen met een andere broeder geleid om verschillende takken van geeste­lijk werk op te zetten, onder meer hebben ze een aantal scholen opgericht, waar de kinderen van arme ouders gratis onder­wijs kregen. Het werk werd ondersteund door giften van christenen. De scholen draaiden een aantal jaren, toen er opeens te weinig geld binnen­kwam. Er werd extra voor gebeden. Men onder­zocht het eigen hart. Is er misschien een reden in onszelf waarom God niet kan horen? Die vraag werd ook aan God voorgelegd. God liet hen niets zien. En toch kwam er nog steeds onvoldoende geld binnen. Daarop concludeerden ze dat het Gods wil was, om enkele scholen te sluiten en alleen zoveel scholen op te houden als er geld binnenkwam.

Nog een illustratie

Bij de evangelisatie moeten we ontdekken waar belangstelling is voor het evangelie. Als ergens openheid is voor het Woord, dan is daar de open deur. Dan is dat Gods leiding door de omstandigheden. Als God een deur opent, moeten we naar binnen gaan en onze aandacht en energie daar op richten. Zo leidt God door het sluiten en openen van deuren.

Nooit los van de Bijbel en de innerlijke leiding van Gods Geest

Het interpreteren van de omstandigheden moet nooit los van Gods richtlijnen in de Bijbel en los van innerlijke leiding gebeuren. Als een bepaald plan niet door kan gaan, betekent dat nog niet automa­tisch dat het niet goed is wat je wilde doen. Er is ook nog zoiets als de tegenwerking van de Satan[2].  Paulus vertelt daarover vanuit zijn eigen ervaring: “Wij, of liever ik, Paulus, heb namelijk een en andermaal tot u willen komen, maar de satan heeft het ons belet.” (1 Thess. 2:18). Als dat het geval is, moeten we de hindernis niet accepteren en daar in gebed tegen ingaan.  “nacht en dag bidden wij vurig dat God ons een weg bane”  (1 Thessaloncenzen. 3:10). En als we er zo in gebed tegenin gaan, zal de boze wijken (Jakobus 4:7, 1 Johannes 3:8).

Onderscheiden of het leiding van God is die een deur sluit of dat het tegenwerking van de satan is, kan alleen als je de omstandighe­den ook bekijkt in het licht van de innerlijke leiding van Gods Geest en van de richtlijnen uit Gods woord.

Als je er na gebed niet direct uitkomt, dan kun je altijd nog in geloof het volgende bidden: “Heer als het van u is, deze hindernis, dan aanvaard ik hem, maar als het van de vijand is, dan weersta ik hem in Jezus naam.” Je kunt ook advies vragen aan oudere geestelijk volwassen christenen.

11.4. Meestal door alle drie tegelijk

Als God ons ergens leiding over geeft, dat doet Hij dat meestal door een combinatie van alle drie de richtingwijzers. Het geeft zekerheid als alle drie de bakens dezelfde kant opwijzen. Dan is het duidelijk dat iets de wil van God is.

Laten we enkele illustraties van Gods leiding door alle drie de richtingwijzers tegelijk bekijken. Dan zien we hoe het ene baken het andere bevestigt.

De pasbekeerde man die gewoon was te veel te drinken.

Als illustratie wijs ik op het hierboven weergegeven verhaal van Watchman Nee over dat Chinese echtpaar. De Geest waarschuwde de man dat er iets mis was. Daarna deden ze het goede door in de Bijbel te kijken. Als ze de Bijbel hadden gekend, dan hadden ze daar kunnen lezen, dat we ons niet aan wijn moeten bedrinken (Efeze 5:18a) en dat we verzoeking moeten voorkomen (Matheus 18:9). Het woord van God bevestigde wat de Geest in hen zei. Dit werd later ook nog bevestigd door een raadgever.

Nog een illustratie. Al of niet Bijbelstudie geven.

Nog een illustratie hoe God meestal leidt door de combinatie van alle drie de richtingwijzers. Het gaat over de wijze waarop God een broeder er toe leidde om Bijbelstudie te gaan geven in een gemeente. De broeder wist dat God hem de gave had gegeven om de Bijbel uit te leggen. Dat had God in andere situaties bevestigd door zijn werk te zegenen. Hij had in de voorgaande jaren veel strijd gehad en vond het wel lekker rustig op de achtergrond. God dacht daar anders over. Hij maakte hem duidelijk dat hij weer actief moest worden.

Hoe deed God dat?

(1) Door het Woord van God. De broeder kende de Bijbel en hij wist dat het Gods bedoeling is dat je, je geestesgave inzet tot opbouw van de gemeente (1 Petrus 4:10, Mattheus 25:14-28). Dat is de normale situatie voor iedere christen, dus ook voor hem. Dit is de richtingwijzer van het Woord van God, dat zei dat hij iets moest gaan doen. Hij kende het woord en het verontrustte zijn geweten dat hij al jaren niets meer met zijn geestesgave deed. Maar hij dacht: Het is wel genoeg geweest, ik heb genoeg gedaan. En bovendien, wie zit er op mij te wachten?

(2) Tijdens zijn dagelijkse tijd van gebed kwam telkens de overtuiging in hem op dat hij iets met zijn geestesgaven op het terrein van onderwijs moest doen. Die overtuiging werd met het verstrijken van de tijd steeds sterker. Als hij bad kwam het automatisch telkens in hem op. Maar hij deed er niets mee. In feite was hij “in staking” en hij vond dat hij daar zelf heel goede redenen voor had. Nadat God hem zo enkele maanden tevergeefs had aangesproken, begon Gods Geest hem te waarschuwen. Met een gevoel van gevaar en de gedachte dat het geestelijk mis met hem kon gaan als hij God niet zou gehoorzamen. Die waarschuwing werd na enige tijd zo sterk dat hij tegen de Heere zei: “Goed dan Heere, ik ben bereid om iets te gaan doen, maar ik weet echt niet waar ik Bijbelstudie zou moeten geven”. En onbewust dacht hij: daar ben ik mooi onderuit gekomen, want wie zit er op mij te wachten.

(3) Een week nadat hij dit tegen God had gezegd, kwamen de oudsten van zijn gemeente vragen of hij Bijbelstudie wilde geven aan de mensen die tot geloof waren gekomen. Zo opende God zelf een deur. Dat was de derde richtingwijzer.

Alle drie de bakens wezen in dezelfde richting. Nadat hij begonnen was, bevestigde de Here het door het werk te zegenen. Mensen groeiden in hun wandel met God. En de Here bevestigde door de broeder telkens weer moed en geloof voor  het werk te geven. 

Nog een illustratie. Je school is klaar, wat nu? 

Stel dat je bijna klaar bent met je middelbare school en je vraagt je af wat je moet gaan doen. Welke baan, welke opleiding? Wat is Gods weg voor mij? In welke richting wijzen de drie bakens? (1) Wat zegt de Bijbel erover? God wil dat, als wij daartoe in staat zijn, ons eigen brood verdienen (2 Tessalonicenzen 3:10; Efeze 4:28) . Het is dus Gods wil dat je gaat werken of dat je, je daarop voorbe­reid. Dat is het eerste baken. (2) Kijk vervolgens naar welk beroep je ligt en wat de mogelijkheden zijn. Dat is het tweede baken. Waar wijzen de omstandigheden op. Welke deuren zijn er open. Als je er over bidt gaan dan deuren open of dicht? (3) Bidt er voor en kijk vervolgens of God op een bepaalde weg vrede geeft, dat is het derde baken. Vraag eventueel advies, enzovoorts.

11.5. Zekerheid als alle drie de richtingaanwijzers dezelfde richting aangeven.

Als alle drie de richtingaanwijzers dezelfde kant opwijzen dan geeft dat zekerheid in het verstaan van Gods wil. Als dat niet het geval is dan is het zaak om waakzaam te zijn.

Maar let op, als de Bijbel duidelijk is, dan is de wil van God al duidelijk.

11.6. De vragen die je moet stellen bij het zoeken van Gods wil

Dit zijn de vragen die je moet stellen bij het zoeken van Gods wil.

-Wat zegt de Bijbel dat ik in deze situatie moet doen?

-Welke algemene Bijbelse principes kan ik hier op toepassen?

-Waar wijzen de omstandigheden op?

-Is de deur open?

-Gaat de deur open of dicht als je er voor bidt?

-Wat zijn de mogelijkheden?

-Wat brengt God op mijn weg?

-Wat zegt het leven van God in je? Als je er over nadenkt en bidt.

-Geeft God vrede op een bepaalde weg als je er voor bidt, een blijvende overtuiging?

-Wat zeggen volwassen geestelijke medechristenen als je de zaak aan hen voorlegt?

Als je hen om advies vraagt.

11.7. De voor en tegens op een rij zetten

Bij belangrijke beslissingen kan het verhelderend zijn om de voor en tegens van een bepaald besluit op een rij te zetten, op papier te zetten. Dan kun je de verschillende argumenten toetsen aan de Bijbel.

11.8. De samenvatting

Hoe leidt God?

-door de Bijbel

-door de innerlijke leiding van de Geest

-door zijn besturing van de omstandigheden

De vragen die je moet stellen:

-wat zegt de Bijbel er over?

-waar geeft God vrede op?

-waar wijzen de omstandigheden op?

12. Bijzondere leiding

Naast de normale leiding van God, is er ook de bijzondere leiding van God. Wat is het verschil tussen de normale en de bijzondere leiding?

+ Wat is de normale leiding?

Dat is  in de vorige Bijbelstudie besproken. God stuurt ons dagelijks door de richtlijnen in de Bijbel, door de innerlijke leiding van Zijn Geest en door zijn besturing van de omstandigheden. Vaak door een combinatie van alle drie. Zo stuurt God ons voortdurend.

Vandaar dat ik dit de normale leiding heb genoemd.

(Voor meer uitleg, zie de Bijbelstudie: “Hoe God ons leidt. De drie richtingwijzers” uit de serie over de praktijk van het christenleven.)

+ Wat is bijzondere leiding?

Bij de bijzondere leiding van God gaat het om andere vormen van leiding. Niet in plaats van, maar naast de normale kanalen waardoor God leidt. Het is een extra.

Waaruit bestaat het?

God kan leiding geven door een visioen, een droom, een engel die een boodschap overbrengt, een directe boodschap in je denken, een profetie. Dit heb ik ‘bijzondere leiding’ genoemd omdat ze zelden voorkomen. Sommigen zelfs uiterst zeldzaam. Ik denk niet dat er veel christenen in je omgeving zijn die een visioen of een engelverschijning hebben meegemaakt.

God kan door een visioen, door een droom, door een engelverschijning, door een directe boodschap in je denken zijn wil bekend maken.

Om verwarring te voorkomen. Het ontvangen van directe boodschappen van God in je denken wordt in charismatische kring wel ‘een woord van kennis’ genoemd. Het is een boodschap die God direct in je denken tot je spreekt, een boodschap die je herkent als afkomstig van de Heer.

Een profetie is altijd een boodschap die de ene christen voor een andere christen krijgt. Iemand krijgt een boodschap voor een ander en hij geeft die boodschap door aan de persoon voor wie de boodschap is bedoeld. Een profetie kan bestemd zijn voor individuele mensen of voor groepen, bijvoorbeeld een gemeente.

+ Er niet op gericht, het niet zoeken, er wel voor openstaan, alles toetsen.

We moeten niet op zulke leiding gericht zijn of het zelf zoeken, maar er wel voor openstaan. We moeten de mogelijkheid open houden. En als er langs één van deze kanalen een boodschap komt, dan moet die boodschap getoetst worden. We moeten de inhoud toetsen aan de Bijbel, door gebed, aan de innerlijke leiding van Gods Geest en ook aan het oordeel van volwassen medechristenen.

We moeten nuchter zijn en er rekening mee houden dat er drie mogelijk bronnen van deze boodschappen zijn: (1) De Heilige Geest, (2) ons eigen hart en (3) boze geesten.

Je kunt ook zelf dromen dromen en denken dat ze een boodschap van God bevatten of er kan iets uit jezelf in je opkomen waarvan je denkt dat het een directe boodschap van God is. Ook demonen kunnen dromen geven, ze kunnen verschijnen als een engel des lichts (2 Korintiers 11:14) en plannen en boodschappen in het hart geven en directe “woorden”, directe boodschappen, tot je spreken in je innerlijk, in je denken. En de Bijbel spreekt over valse profeten. In de gemeente van Thyatira was zo iemand actief (Openbaring 2:20).

+ Er zijn geen profeten meer nodig

Wij hebben profetie niet meer nodig, zoals dat in het begin van de gemeente wel het geval was, want toen was het Nieuwe Testament er nog niet. Wij hebben nu het woord van God, de volledige Bijbel. De Bijbel doet voor ons, wat een profeet doet. De Bijbel doorgrondt, troost, overtuigt, corrigeert, geeft leiding en wijsheid, bemoedigt, wekt geloof, enzovoort. Daar hebben we geen profetische woorden voor nodig.

Als we persoonlijk met het Woord omgaan en onder de prediking blijven, dan valt voortdurend het licht van het woord van God op ons leven, terwijl de Heilige Geest het toepast op ons leven. De Bijbel is het instrument van de Geest, de Bijbel is het zwaard van de Geest (Efeze 6:17), de Geest werkt door het Woord heen. Er gaat kracht uit van de Bijbel. De Bijbel is levend, krachtig, scherp als een tweesnijdend zwaard en dringt door (Hebreen 4:12).

We hebben ook geen profetie nodig om persoonlijk leiding van God te ontvangen. Een van de zegeningen en de beloften van het nieuwe verbond is juist dat iedere christen rechtstreeks door God wordt onderwezen (Jeremia 31:34; Hebreeën 8:11). Het kenmerk van een kind van God is dat hij of zij persoonlijk door God wordt geleid[3] (Romeinen 8:14). Als de Israëlieten God wilden raadplegen, dan moesten ze dat doen via een profeet, zij hadden niet net als wij de Geest van God voortdurend in zich wonen (1 Samuel 9:9). Wij kunnen zelf rechtstreeks God raadplegen en God zal leiding geven.

+ Pas op voor kramp

Er zijn christenen die voortdurend op deze bijzondere wijze geleid willen worden. Daar zoeken ze naar, dat verwachten ze. Terwijl ze geen oog hebben voor de normale manier van leiding van God. Ze hebben de normale leiding vervangen door de bijzondere. Dat leidt tot kramp, tot verwarring. Je moet je richten op Gods normale leiding.

13. Leiding door een woord van de Heer, een tekst krijgen

Dit is nog een vorm van bijzondere leiding door de Heer. Dit komt veel vaker voor dan de andere vormen van bijzondere leiding die hierboven zijn besproken.

+  Wat is het?

Wat is een woord van de Heer ontvangen, een tekst van de Heer krijgen?

Met ‘een woord van de Heer krijgen’ wordt bedoeld dat Gods Geest een Bijbeltekst met kracht tot je laat komen. Een tekst met een boodschap die je op dat moment nodig hebt.

Het kan een tekst zijn die ook zonder de extra bekrachting door Gods Geest voor je van kracht zou zijn. Het enige bijzondere is in dat geval dat God je er door zijn Geest speciaal bij bepaalt. Misschien tijdens je dagelijkse Bijbellezing, tijdens je stille tijd. Misschien tijdens een preek. Of het kan zijn dat een tekst spontaan bij je opkomt, een tekst die je vroeger eens hebt gelezen of uit je hoofd geleerd. Of een medechristen citeert hem.

Een illustratie

Een broeder werd aangevallen door medechristenen. Hij werd onrechtvaardig behandeld, een gesprek was niet mogelijk. In deze situatie is er het reële gevaar van verbittering en wraakzucht. Dat kan je reactie gaan sturen. Er was bitterheid in zijn hart, maar op dat moment kwam de tekst “zij [de liefde] wordt niet verbitterd” in hem op (1 Korinthe 13:5). De Geest liet de tekst tot hem door dringen. Toen herkende hij zijn verbittering als zonde, hij beleed zijn bitterheid en zag af van wraak te nemen.

Die tekst had hij niet speciaal hoeven krijgen, die was ook zonder speciale bekrachtiging  toepasbaar op zijn situatie. Maar God vond het nodig om die tekst op dat moment met kracht onder zijn aandacht te brengen.

Maar het kan ook een tekst zijn die niet rechtstreeks op jou slaat als je de tekst in zijn verband leest, maar die Gods Geest wel op jou toepast.

Een illustratie

Een voorbeeld uit mijn eigen leven. Ik was lid van een gemeente waar ik door de leiding onterecht werd beschuldigd van onwil om te werken voor mijn onderhoud.

Ik had fysieke klachten, waaronder zware vermoeidheid, die werkten belemmerend. Ik wees daarop, maar de broeders namen dat niet serieus. “Iedereen is wel eens moe. Als je eenmaal begint, zul je merken dat het wel gaat.”

Het probleem was dat toen nog niet was ontdekt dat de zware vermoeidheid werd veroorzaakt door een ernstige vorm van voedselintolerantie en allergie. Die intolerantie en allergie heb ik van mijn jeugd af aan gehad, maar is in de loop der jaren steeds ernstiger geworden. Op dat moment was dit nog niet officieel vastgesteld. Er was in die tijd weinig kennis over dit soort zaken. Ik had de schijn tegen en werd niet geloofd. Mij werd onwil om mijn eigen brood te verdienen verweten. Daarom werd mij het deelnemen aan de uitleg van de Bijbel verboden. Het hielp niet, dat ik al aan het solliciteren was. De broeders droegen mij op om als teken van mijn goede wil enkele dagdelen te komen helpen in de werkplaats van een broeder met een eigen bedrijf. 

Wat moest ik doen? Weggaan uit die gemeente of me openlijk verzetten of blijven en mijn verdediging aan God overlaten. In plaats van op eigen inzicht en emotie af te gaan, vroeg ik aan de Heer wat te doen. Ik bleef die vraag enkele dagen met vertrouwen in gebed aan de Heer voorleggen, terwijl ik uitzag naar het antwoord. Juist op dat moment las ik in mijn stille tijd het verhaal van Hagar die vernederd werd door Sara. Hager vluchtte weg, maar ze werd door God teruggestuurd naar Sara. Met de woorden: “Keer naar uw meesteres terug en verneder u onder haar hand.” (Genesis 16:9. NBG 51). Dit was het woord dat God me gaf. De Geest van God gaf mij de innerlijke overtuiging dat ik hetzelfde moest doen als Hagar. Ik moest me vernederen voor de leidinggevende broeders, me niet verder verdedigen, niet verbitterd zijn en zoals zij opgedragen hadden niet meer deelnemen aan het Bijbelonderwijs. Ik ben ook begonnen met enkele dagdelen te werken in de werkplaats.

Dat was de leiding die ik via dit woord kreeg, het werd bevestigd in mijn innerlijk doordat ik er vrede op kreeg. Ik heb gedaan wat de Heer me liet zien en de Heer heeft de situatie na enige tijd opgelost. Het werken in de werkplaats bijvoorbeeld was al snel afgelopen, de broeder zag hoe slecht ik er na een korte fysieke inspanning uitzag en zei dat het te zwaar voor me was.

De tekst “Keer naar uw meesteres terug en verneder u onder haar hand” was speciaal voor mij, in die concrete situatie. Maar je kunt deze tekst niet zomaar op ieder toepassen die in zo’n situatie zit. Soms is het wel verstandig om te vertrekken. En wellicht moet je in sommige situaties jezelf wel verdedigen.

Nog een illustratie

Nog een voorbeeld van leiding door het ontvangen van een tekst. Een broeder bad om leiding bij het zoeken van een huis. Hem werd een huis aangeboden. Het leek geschikt, maar hij had er toch niet helemaal vrede op. Een van de manieren waarop God hem duidelijk maakte dat dit niet het goede huis was, was door de Bijbeltekst: dit is de plaats der ruste niet; doordat het land onrein is, brengt het verderf te weeg, ja een voortwoekerend verderf” (Micha 2:10). Maar deze tekst gaat strikt genomen niet eens over een woonhuis. Een tekst die je door bijzonder leiding van God krijgt, wordt door Gods Geest soms niet in overeenstemming met de context toegepast.

Toen de broeder de omgeving van het huis bekeek, zag hij daar een jong kind met een zeer onreine blik in de ogen: “doordat het land onrein is”. Ook door enkele andere aanwijzingen maakte God duidelijk dat dit niet het huis was dat Hij voor hem en zijn gezin bestemd had. De broeder had gebeden dat er een bepaald soort vloerbedekking in zou liggen die hij over zou kunnen nemen. Hij ontdekte dat de vorige bewoner één dag voordat hij te horen kreeg dat het huis aan hem was toegewezen, juist precies die soort vloerbedekking uit het huis had gehaald en aan een ander had gegeven. Deze vloerbedekking was pas nieuw gelegd. De broeder redeneerde: Als God gewild had dat ik dit huis nam, dan had hij het verwijderen van de vloerbedekking wel een dag langer tegen kunnen houden. God heeft dat niet gedaan, dat bevestigt dat dit niet het goede huis is. Ook hier zien we weer dat Gods leiding komt door een combinatie van de omstandigheden, innerlijke leiding en in dit geval ook door de bijzondere leiding door middel van een woord van de Heer, in de vorm van een Bijbeltekst. 

 Omdat het zo belangrijk is nog een illustratie

Een echtpaar dat ik ken, evangeliseert in landen waar evangelisatie verboden is, ze bidden bij moeilijke keuzes dat God hen zal leiden door het woord. En dan lezen ze in de Bijbel verder op de plaats waar ze met hun gezamenlijke Bijbellezing gebleven waren. Ze krijgen dan vaak antwoord door een tekst die in dat gedeelte staat. In context of uit context. Dit doen ze biddend en in geloof, in vertrouwen op God. Dat laatste is noodzakelijk, want zoiets kun je alleen in geloof doen en met de innerlijke bevestiging van Gods Geest in je eigen geest. Waarbij je ook rekening houdt met de omstandigheden en de algemeen geldige instructies in het woord van God.

+ Het kwetsbare van het ontvangen van een tekst

Het kwetsbare van het ontvangen van een tekst is dat het gemakkelijk is om je te vergissen. Speciaal als je nog bezig bent met het oefenen in het vinden van Gods wil voor elke situatie, als je nog weinig ervaring hebt.

In de veertig jaar sinds mijn bekering ben ik telkens weer christenen tegen gekomen die meenden dat ze een woord van de Heer voor iets hadden gekregen, een tekst die Gods Geest speciaal op hen toepaste. Maar uiteindelijk bleek dan na verloop van tijd dat het niet uit God was. Er gebeurde niet wat ze dachten dat hun beloofd was. De leiding die ze via het woord van de Heer meenden te hebben ontvangen bleek niet uit God te zijn.

Ik heb dit bijvoorbeeld keer op keer zien gebeuren rondom ziekte en genezing. De zieken wilden zo graag genezen worden. Het probleem is natuurlijk dat God ons nergens belooft dat hij ons in deze tijd altijd zal genezen, in de Bijbel konden ze geen grond vinden voor geloof voor genezing. Maar in hun zeer begrijpelijke verlangen naar genezing zochten ze naar ‘een woord van de Heer’. Een woord dat speciaal tot hen werd gesproken, een Bijbeltekst die God toepaste op hen. Daar hoopten ze op. En dan kwamen ze een tekst in de Bijbel tegen die over genezing ging en daar klemden ze zich, als een bijzonder woord van de Heer voor hen, aan vast. Ik heb veertig jaar geleden hetzelfde gedaan. Ook mij heeft God niet genezen van de chronische kwaal die ik vanaf mijn geboorte had. 

Maar het feit dat mensen zich vergissen, zich voor de gek houden, betekent niet dat God ons niet op deze manier kan leiden. Er zijn vele nuchtere volwassen christenen die ervan getuigen dat God hen op deze manier heeft geleid. Christenen die getuigen dat ze in sommige situaties leiding kregen door een woord van de Heer. Dat is bij mij ook een aantal keren gebeurd.

+ Er niet alleen op afgaan

Net als bij andere vormen van bijzondere leiding, moet ook een woord van de Heer getoetst worden door gebed, aan de Bijbel en aan Gods leiding in de omstandigheden. Zeker als het een woord is dat niet direct van toepassing is op allen die in jouw situatie verkeren.

+ Niet omwisselen

De fout die door sommigen christenen wordt gemaakt, is dat ze de bijzondere en de normale leiding omwisselen. Men denkt dan dat de bijzondere leiding van God de normale wijze is waarop God leidt. Het gevolg is dat die christenen in een kramp terecht komen. Ze zoeken op die wijze naar de wil van God, ze wachten op bijzonder leiding, maar het komt niet.

We moeten ons als christenen niet afsluiten voor bijzondere leiding, maar we moeten ons er ook niet op richten. We moeten het niet zoeken. In plaats daarvan moeten we ons richten op het toepassen van de richtlijnen uit de Bijbel, op Gods leiding in de omstandigheden en op de innerlijke leiding van Gods Geest. En als we daarmee bezig zijn, dan zal God, als Hij dat nodig vindt, in sommige gevallen ook bijzondere leiding geven.

14. Gods leiding door het vragen van een teken

Soms kun en mag je God om een teken vragen. Als bevestiging of je iets wel of niet moet doen.

+ Een teken is meestal bedoeld als laatste bevestiging

Je hebt al, biddend om Gods leiding, naar de wil van God gezocht door Zijn woord te onderzoeken, door te letten op de innerlijke leiding van Gods Geest, door te letten op de leiding van God door zijn besturing van de omstandigheden en wellicht ook door advies te vragen. Daardoor heb je al een bepaalde indruk, maar vanwege het belang van de zaak wil je graag meer zekerheid. Dan kan het goed zijn om God om een bevestiging in de vorm van een teken te vragen.

+Enkele illustraties

Een illustratie uit de Bijbel: Gideon

In de Bijbel vinden we het bekende voorbeeld van Gideon die twee keer een teken vroeg. God droeg hem in een verschijning op om het volk te verlossen. Gideon wilde meer zekerheid dat het inderdaad God was die hem deze opdracht gaf. Als teken vroeg hij dat een vlies dat hij aan het begin van de nacht buiten legde de volgende ochtend droog zou zijn, terwijl alles er om heen nat was van de dauw. Om alle toeval uit te sluiten vroeg hij dat het de nacht daarop precies andersom zou zijn. (Richteren 6:36-40)

Amy Carmichael

Een voorbeeld uit het leven van de zendelinge Amy Carmichael, die op haar manier ook een soort ‘vlies’ uitlegde. Ze werkte reeds een aantal jaren met vrucht als zendelinge in Zuid-India. Op een dag kwam ze te weten dat een klein kind zou worden verkocht aan een Hindoetempel, waar het zou worden opgevoed en ingezet als tempelprostituee. Amy bad veel voor het kind en door een serie omstandigheden kreeg ze de kans om het kind los te kopen voor een groot bedrag. Wat moest ze nu doen?

Het was geen geringe zaak om de verantwoordelijkheid voor een klein kind op zich te nemen. En het geld voor het losgeld had ze ook niet. Terwijl ze er over bad, kreeg ze de innerlijke overtuiging dat ze het moest doen. Maar omdat het zo ingrijpend was, vroeg ze de Heer om een teken. Als zendelinge had Amy geen vast inkomen, maar ze vertrouwde erop dat God christenen in het hart zou geven om haar zoveel geld te geven als ze van dag tot dag nodig had. Nu moest ze een besluit nemen over het kind. Ze had al innerlijke leiding, maar ze aarzelde nog. Als teken vroeg ze daarop of God haar het grote bedrag dat nodig was om het kind los te kopen in één keer, door één gever,  wilde zenden. Precies dat bedrag, in één gift, niet meer en niet minder. Zo’n groot bedrag had ze nog nooit gehad. God wekte iemand op om dat bedrag te sturen. Amy kocht het kind vrij en dat was het begin van een door God zeer gezegend opvangwerk voor kinderen.

Wel of niet als zendelinge naar Afrika

Nog een voorbeeld. Een vriendin van mijn vrouw wist zich geroe­pen tot de zending. Als voorbereiding bezocht ze een Bijbelschool. Ze had in de voorgaande jaren gewerkt als verpleegster en door zuinig te leven, had ze genoeg gespaard om voor die drie jaren het schoolgeld en andere uitgaven te kunnen betalen. Na één jaar kreeg ze het op haar hart om de Heer om een bevestiging te vragen of ze de zending in moest gaan. Uiteindelijk heeft ze de Heer in geloof om het volgende teken gevraagd. Ze besloot om het geld voor de twee jaren die nog moesten komen weg te geven. Ze heeft het geld aan een zendingsorganisatie gegeven. Daarop wachtte ze af wat God zou doen. Ze had met de Heer afgesproken, dat ze door zou gaan met haar planning voor de zending als God nu in het geld zou gaan voorzien. Dat zou ze beschouwen als bevestiging voor haar roeping. Ze had niemand van haar vrienden en kennissen vertelt wat ze gedaan had. In de weken nadat ze het geld had weggeven, kreeg ze twee brieven van twee verschil­lende personen uit twee verschillende landen, die haar vertelden dat God het op hun hart had gelegd om haar die twee jaar finan­cieel te steunen. Het totale bedrag was voldoende om door die twee jaren heen te komen.

Wel of niet meedoen met een vakantiebijbelschool

Een derde voorbeeld. Een zuster vroeg zich af of ze mee kon doen met een vakantiebijbelclub die, die zomer in haar stad zou worden gehouden. Eigenlijk had ze er de tijd en de energie niet voor. Maar ze had een verlangen om mee te doen. Als ze mee zou doen dan zou ze graag een verhaal vertellen. Maar het voorbereiden van het vertellen van een verhaal kost tijd. Ze had in andere situaties al met zegen het verhaal van de goede herder verteld. Het vertellen van dat verhaal zou niet veel voorbereiding vragen. Ze besprak het met God en besloot toen om, net als Gideon, een soort vlies uit te leggen. Ze zou meedoen als dit verhaal op het programma stond en als de leiding het goed zou vinden dat zij het vertelde. Ze nam contact op met de leiding. Toen bleek dat het verhaal op het programma stond en de leiding vond het goed dat zij het vertelde. Toen ze het verhaal vertelde was er beslag op de kinderharten en ook de leiding was er door geraakt en opgebouwd.

+ God kan bevestigen door zijn leiding in de omstandigheden.

Leiding van God door de omstandigheden, zoals deuren die opengaan of juist dicht, ligt soms dicht tegen het vragen van een teken aan. “Heer als U wilt dat ik deze baan neem, wilt U dan maken dat ik aangenomen wordt?” Uiteraard moeten we in het zoeken van een baan niet alleen op de omstandigheden afgaan. Maar het is er zeker een belangrijk onderdeel van. In geloof een dergelijk gebed bidden, is vragen om Gods leiding door de omstandigheden. Maar het verschilt niet zoveel van het vragen van een teken.

+ Het vervangt niet het zoeken van Gods wil op de normale manier

God leidt ons voortdurend door zijn woord, door de innerlijke leiding van Zijn Geest en door zijn besturing van de omstandigheden. Het vragen om een teken kan dit niet vervangen, het kan het alleen aanvullen.

+ Het moet worden gedaan in geloof en overgave

Het vragen van een teken moet in geloof worden gedaan. En je moet bereid zijn om de uitslag te aanvaarden. Als het teken niet komt, dan doe je het niet. Dat kun je alleen in geloof doen en in oprechtheid. Daarom moet je alleen een teken vragen als je al Gods wil op de normale manier hebt gezocht. Toch wil God ons, in onze zwakheid, wel tegemoet komen als we oprecht zijn en nog jong in het geloof.

Een bekende Bijbelleraar vertelde mij het volgende verhaal. Hij was niet met de Bijbel opgegroeid. Toen hij tot geloof kwam, kende hij daarom de Bijbel niet goed. Na zijn bekering begon hij intensief de Bijbel te lezen en te bestuderen. Op dat moment zag hij in de etalage van een winkel een accordeon. Hij kreeg het verlangen om het instrument te kopen. Als hij accordeon zou leren spelen, kon hij het gebruiken om de samenzang van de christenen te begeleiden. Hij bad er voor, maar hij had nog niet veel ervaring in het vinden van Gods wil. Hij twijfelde. Daarop besloot hij de Here om een teken te vragen. Als het instrument minder dan een bepaald bedrag zou kosten, dan zou hij het kopen. Hij ging naar de winkel en ontdekte dat het net een fractie duurder was dan de grens die hij met de Heer had afgesproken. Toen kwam het op eerlijkheid aan. Hij kocht het instrument niet. Vele jaren daarna keek hij terug op die gebeurtenis en hij zei dat het op dat moment geestelijk schadelijk voor hem zou zijn geweest om zo’n instrument te kopen. Het oefenen zou veel van zijn tijd en energie in beslag hebben genomen, tijd die hij nu had gebruikt om door te gaan met zijn studie van de Bijbel.

+ Een moeilijk teken of een makkelijk teken

Hoe onwaarschijnlijker het teken is, des te meer zekerheid heb je dat het geen toeval was, maar God zelf.

15. Gods leiding door raadgevers

De Bijbel spreekt over raadgevers. Ook zij spelen een rol bij het vinden van Gods wil.

+ De Bijbel spoort aan om raadgevers te gebruiken

“Want met overleg moet gij de strijd voeren en de overwinning ligt in de veelheid van raadgevers” (Spreuken 24:6)

“Plannen mislukken bij gebrek aan overleg, maar door de veelheid van raadgevers komt iets tot stand.” (Spreuken 15:22).

Dat is zo in het natuurlijke leven en het is ook zo in het geestelijke leven.

+ Wat is een raadgever?

Een raadgever is iemand die je raad geeft, iemand die je adviseert, iemand die je coacht.

Bij voorkeur iemand die meer kennis en ervaring heeft op het gebied waar je raad nodig hebt.

+ Wat is geestelijk gezien een goede raadgever?

Een goede raadgever is een oudere en meer ervaren broeder of zuster. Iemand die meer kennis heeft van de Bijbel, zodat hij je kan helpen om te ontdekken wat de Bijbel zegt over de kwestie waar je raad over vraagt. Iemand die weet hoe God leidt. Iemand die met geloof mee kan bidden om Gods leiding. En Iemand waar je realiteit ziet in het geestelijk leven, iemand waar je vertrouwen in hebt.

Ik heb bijvoorbeeld veel vertrouwen in het advies van mijn vrouw. Dat is in de beginjaren van mijn huwelijk snel gegroeid, toen ik ontdekte hoe nauwkeurig zij vaak door de Heer werd geleid. 

Een voorbeeld uit de Bijbel van goede en slechte raadgevers vinden we in 1 Koningen 12:6-14. Het gaat om koning Rehabeam die advies vroeg aan twee verschillende groepen.

Het is belangrijk om de goede raadgevers te hebben. Christenen die weinig weten van de innerlijke leiding van Gods Geest kunnen je juist in de war maken als ze alles alleen rationeel benaderen. Zie de Bijbelstudie 11 uit de serie over de praktijk van het christenleven: “Hoe God leidt, de drie richtingwijzers”. Zie daar bij de bespreking van de innerlijke leiding door Gods Geest, het voorbeeld over het cadeau geven van de babykleertjes Mijn vrouw werd innerlijk door de Geest geleid om een vriendin zes boxpakjes te geven, ik verstoorde dat door mijn uitsluitend rationele benadering, ze raakte zo in de war dat ze er slechts één gaf. Terwijl achteraf bleek dat de vriendin door omstandigheden meerdere boxpakjes nodig had.

+ Raadgevers shoppen

Ik heb christenen gezien die net zo lang van de ene raadgever naar de andere gingen tot ze uiteindelijk een raadgever vonden die hen zei wat ze graag wilden horen.

Een illustratie

Een jonge vrouw was tot geloof gekomen. Ongeveer in die tijd, liet een jongen die ze al langer kende en graag mocht, haar weten dat hij graag een relatie met haar wilde. De zuster die haar begeleidde en Bijbelstudie gaf, wees haar op het woord van God en zei dat het niet mocht omdat de jongen de Heer niet kende.

Maar ze ging bij andere ‘christenen’ advies ‘shoppen’, terwijl het woord van God toch duidelijk is (2 Korintiers 6:14, 1 Korintiers 7:39). Het duurde niet lang tot ze ‘christenen’ tegenkwam die haar vertelden dat het best mogelijk is om verkering met een ongelovige te hebben en tegelijk christen te zijn. Dat ze het alle twee kon hebben: de Heer en zijn verlossing en een relatie met die ongelovige jongen. Daarop is ze een relatie met die jongen aangegaan. Ze is na enige tijd weer teruggegaan naar de wereld.

Je hebt adviseurs nodig die je de waarheid vertellen, die zeggen wat de Bijbel zegt, die de Schrift niet wegredeneren of verdraaien.

+ Twee uitersten die je moet vermijden

Je kunt te veel of juist te weinig op advies steunen. Je kunt te weinig of juist te veel gewicht aan het advies van menselijke raadgevers geven.

Advies mag niet in de plaats komen van je eigen leiding. Je moet uitgaan van je eigen leiding.

Je afvragen: Wat zegt de Bijbel, in welke richting wijzen de omstandigheden, waar geeft God vrede op. En bidden om leiding.

Een adviseur geeft meer inzicht, maar hij kan en mag niet de plaats van de Heilige Geest innemen. Hij kan helpen door aan te geven wat de Bijbel over de kwestie zegt. Hij kan helpen door zijn inzicht in de omstandigheden te delen. Hij kan mee bidden. Hij kan zeggen hoe hij het in zijn hart ervaart, als hij voor de kwestie bidt. Maar hij mag nooit zeggen wat je moet doen, tenzij hij dat doet op grond van het woord van God, tenzij hij kan zeggen: “Zo moet het, hier staat het in de Bijbel”. Een raadgever moet de grens weten en jij moet niet op de raadgever steunen.

+ Wanneer raad vragen?

Het is verstandig om raad te vragen als je ingrijpende keuzes moet maken. Dan zijn adviseurs een soort veiligheid, die je kunnen behoeden voor het maken van overhaaste en foute keuzen.

+ Een coach?

Een coach is iemand die je op regelmatige basis begeleidt in je geestelijk leven. Het is een enorme hulp als je zo iemand in je omgeving kan vinden. Ik had zulke mensen in het begin van mijn christelijk leven niet, ik was omringd door allemaal pasbekeerde christenen. Het gevolg was dat ik in die tijd met veel vallen en opstaan allerlei geestelijke lessen over hoe als christen te leven, heb geleerd. Ik heb later andere christenen gecoacht die daardoor veel sneller als ik vroeger had gedaan groeiden. Omdat ik ze in elk stadium het goede onderwijs kon geven en het goede Bijbelse advies. Ik kon hun met geestelijk inzicht uitleggen wat hen overkwam en hoe ze daar op moesten reageren. Ze leerden in enkele jaren, wat ik in twintig jaar had geleerd.

16. Leiding blijft een zaak van geloof

Het zoeken en volgen van Gods leiding blijft uiteindelijk toch een zaak van geloof.

+ Een stap in geloof doen

Soms is het zeer duidelijk wat God wil. Dat is zo als er een duidelijke opdracht in de Bijbel staat. Of als de leiding door de Bijbel, door de omstandigheden en door de innerlijke leiding van Gods Geest, allemaal in dezelfde richting wijzen. Maar er zijn situaties waarin je wel sterke aanwijzingen hebt, maar er blijft toch enige twijfel. Je hebt gebeden om meer licht, maar God heeft het niet gegeven. Dan is het tijd om een stap in geloof te doen.

Je weg in geloof op de Here wentelen

“Wentel uw weg op de Here

en vertrouw op Hem,

en Hij het maken” (Psalm 37:5)

“Heer ik ga het doen, wilt U het zegenen, wilt U het bevestigen. En als ik een fout maak, vangt U het dan maar op. Wilt U mijn pad recht maken.”

Een belofte met drie voorwaarden

“Vertrouw op de Here met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken.” (Spreuken 3:5,6)

Dit zijn de drie voorwaarden: (1) Vertrouw op de Here, (2) steun op uw eigen inzicht niet, (3) ken Hem in al uw wegen. Dit is de belofte: dan zal Ik uw paden recht maken.

Als wij die drie dingen doen, dan zal God ons pad recht maken.

-“Vertrouw op de Here”. Je vertrouwt er op dat God je naar zijn belofte zal leiden en dat Hij wel bij zal sturen als je, je vergist, dat Hij het wel op zal vangen als je een fout maakt in het zoeken van zijn leiding.

-“Steun op uw eigen inzicht niet”. Je bent niet op je eigen oordeel af gegaan. Je hebt oprecht naar Gods wil gezocht. Je hebt om Gods leiding gebeden. Je hebt gekeken naar de instructie uit de Bijbel, naar Gods besturing van de omstandigheden en naar de innerlijke leiding van Gods Geest.

-“Ken Hem in al uw wegen.” Je hebt alles met God besproken, je hebt Hem gekend in je wegen, je hebt alles met Hem overlegd.

Als je zo biddend naar Gods wil hebt gezocht en die drie dingen hebt gedaan, dan kun je de belofte claimen dat God je pad recht zal maken. Dat kun je er op rekenen dat God de stap die je in geloof doet, zal bevestigen als het zijn wil is, en mocht je, je toch vergist hebben, dan zal Hij het opvangen. 

+ Kijk of God het bevestigt

Als je leiding hebt gezocht en ontvangen, dan moet je op die leiding ingaan, er naar handelen. Als je een eerste stap doet, dan is het goed om te kijken wat er gebeurt. Kijken wat God doet. Bevestigt God de stap die je hebt gedaan? Bevestigt God de weg die je op bent gegaan? Bijvoorbeeld: Krijg je er kracht voor, innerlijk en fysiek. Merk je dat God meewerkt, dat God voorspoedig maakt? Is het effectief wat je doet? Hoe reageert het leven van de Heer in je, als je de situatie met de Heer bespreekt?

Ook in deze situatie moet je blijven kijken naar de drie richtingwijzers. Wat zegt het leven in je, als je de zaak in gebed aan God voorhoudt. Welke instructie heb je uit de Bijbel en bevestigt God in de omstandigheden door mee te werken, door je te zegenen, door je bijstand te geven, door je moed en innerlijke kracht te geven.

+ Niet bang zijn om een fout te maken

We moeten niet in kramp raken. God slaat je bij wijze van spreken ‘de kop niet af’ als je een fout maakt bij het zoeken van zijn leiding. God zal het wel opvangen en je bijsturen, als je in oprechtheid en onervarenheid een fout maakt.

“Wie in oprechtheid wandelt, gaat veilig” (Spreuken 10:9)

Als je eerlijk bent tegenover jezelf en tegenover God, dan kan God je corrigeren en bijsturen. Dat is je veiligheid. Niet dat jij perfect de wil van God kan vinden, maar de zekerheid dat God je wel bij zal sturen als je in onwetendheid een keer een fout maakt. Als je bereid bent om het wel of juist niet te doen, zoals de Heer het duidelijk maakt.

Een van mijn mentoren in het geloof noemde dit: “The law of uprightness of heart”.

Oprechtheid is geen garantie dat je geen fout zal maken in het zoeken van Gods leiding, het is wel de garantie dat God je in het geval van een fout wel bij zal sturen (Handelingen 16:6-10, Jesaja 30:21). Je kunt een auto alleen sturen als hij in beweging is. We moeten leiding van God zoeken en dan in geloof in actie komen.

+ De wil van God zoeken is geen techniek

Het gaat bij de leiding van God niet in de eerste plaats om het juist toepassen van de regels. Het vinden van Gods leiding is geen techniek, het speelt zich af binnen een relatie. Het is niet zo dat, als je als christen al die principes toepast, dat dan automatisch het goede resultaat er uit rolt. Leiding is in de eerste plaats een zaak van een relatie. God en jij hebben een bepaalde relatie. God heeft het beste met je voor en Hij wil je leiden. Jij hebt God lief en wil graag zijn wil doen. God houdt je in het oog, Hij zal met je communiceren, je dingen duidelijk maken. Hij reageert op wat je doet. Hij hoort naar je gebed. Hij ziet je hart, je intentie. Hij houdt rekening met het geestelijk niveau waar jij op dit moment bent. Hij zal bijsturen, nader onderwijzen, nog een keer communiceren, als dat nodig is.

God weet al zijn kinderen wel te leiden

Jezus is onze goede herder. Heb je ooit van een goede herder gehoord die zijn schapen niet wist te leiden? Als Jezus je herder is, dan komt het wel goed. Hij weet al zijn schapen wel te leiden.

Een voorbeeld, 1 Samuel 3:1-10.

God sprak Samuel aan, maar door onervarenheid herkende Samuel de stem van God niet. Toen dat gebeurde zei God niet: “Jammer dan, Samuel heeft zijn kans gehad.” God had geduld met Samuel, Hij sprak opnieuw. Maar ook daarna begreep Samuel niet dat het de stem van God was. Maar God gaf het niet op, Hij sprak gewoon opnieuw en deze keer begreep Samuel, door het advies van een oudere gelovige, dat het de Heer was. God kwam Samuel tegemoet in zijn onkunde. Dat zal God ook bij ons doen.

God houdt rekening met ons geestelijk niveau, met onze ervaring. Maar dat is niet alles, Ik heb gezien dat God bij zijn leiding ook rekening houdt met iemands persoonlijkheid. Ik zelf ben rationeel ingesteld, God leidt mij vaak via inzicht, via een geestelijk inzicht dat groeit, dat wordt bevestigd door het woord en innerlijke leiding. Mijn vrouw is er minder goed in om alles op een rijtje te krijgen, zij wordt vaker in de eerste plaats geleid door de innerlijke leiding van Gods Geest.

God houdt bij de manier waarop hij ons leidt ook rekening met de situatie waarin we verkeren en met onze bediening. Ik heb waargenomen dat mensen met de gave van persoonlijke evangelisatie vaak op bijzondere wijze worden geleid. Speciaal in situaties waarin het gevaarlijk is om het evangelie te brengen.

+ Je moet het leren, het kost tijd

Je leert door oefening de leiding van God te onderscheiden. Heb geduld met je zelf. Geestelijke groei kost tijd.

+ Als je door tijdsdruk moet beslissen

Er kunnen situaties zijn waarin je door tijdsdruk een keuze moet maken, terwijl je nog geen duidelijk inzicht in Gods wil heb. Je hebt wel gebeden, maar Gods wil is nog duidelijk. Wat in zo’n situatie te doen? Dit is wat Ron Dun deed in een dergelijk situatie. Hij claimde in geloof Jakobus 1:5. In Jakobus 1:5 belooft God aan iedere christen dat Hij een gebed om leiding zeker zal verhoren. In dat vertrouwen bad Dunn nog een keer om wijsheid. Nadat hij er voor gebeden had, ging hij er vanuit dat God zijn gebed had verhoord. Vervolgens deed hij in geloof wat hem op dat moment het beste leek. Zijn getuigenis was dat achteraf bleek dat hij in deze situaties altijd het juiste besluit had genomen. 

17. God heeft een plan met je leven

+ God bemoeit zich persoonlijk met jou.

Zijn oog is op je. “Mijn oog is op u” (Psalm 32:8)

Hij kent je bij je naam, je bent bij name geroepen. (Johannes 10:3)

Hij waakt over je. (Johannes 17:12)

Hij zorgt voor je. (1 Petrus 5:7)

Hij is bezig om je op te voeden. (Hebreeën 12:6,7)

Hij reageert op je. Op je gebed, op wat je doet, op wat er in je omgaat.

Hij communiceert met je, maakt je dingen duidelijk.

+ Hij leidt je

“De Here zal u voortdurend leiden” (Jesaja 58:11)

Iedere christen wordt “door de Geest geleid” (Romeinen 8:14)

Dat is het kenmerk van een kind van God zijn.

Zie de Bijbelstudies over leiding van God, speciaal “Hoe God ons leidt. De drie richtingwijzers”.

+ God heeft een plan met je leven

Hij heeft ons, op het moment dat we tot geloof kwamen, tot een nieuw schepping gemaakt (2 Korinthe 5:17). En God heeft dat gedaan opdat wij goede werken zouden doen die Hij tevoren gepland heeft.

“Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.” (Efeze 2:10)

God zal ons in zijn plan binnenleiden. Van onze kant moeten wij meewerken door in alle dingen zijn leiding te zoeken. 

Het begint met jezelf ten dienste van Jezus te stellen (2 Timotheus 2:15; Romeinen 12:1). “Wat heb U voor mij te doen?” Het begint met het gehoorzamen van Jezus in de dingen waar je al inzicht over hebt gekregen. En het houdt ook in dat je de leiding van God zoekt in alle beslissingen van je leven. Welke studie, welke baan, waar wonen, wie trouwen, welke gemeente, wat je gaat doen voor God, enzovoorts.

+ Hoe Gods plan ontdekken?

Je ontdekt Gods plan in de eerste plaat door te bidden:

“Heer leidt me binnen in uw volle plan met mijn leven”

“Wat nu Heer? Hoe verder?”

Meestal geeft God niet direct het volledige plan. Als we stap voor stap de leiding van God volgen, worden we er in binnengeleid.

Zoek wat je voor God kan doen. Bid om leiding, wees beschikbaar. Probeer verschillende dingen, zie of God het bevestigt. Zie uit de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven de Bijbelstudie “Hoe ontdek ik mijn geestesgaven?”

Je ontdekt je geestesgave onder meer door allerlei dingen eens te proberen. Dan merk je vanzelf of God het gebruikt.

18. De zin van je leven. Waarom God je heeft gemaakt? 

Waarom ben je er? Wat is de zin van je leven? Waarom heeft God je gemaakt?. Het antwoord op die vragen vinden we in de eerste twee hoofdstukken van het boek Genesis. Uit Genesis 1 en 2 blijkt dat God ons voor twee dingen heeft gemaakt: (1) om zijn medewerker te zijn en (2) als gezelschap voor Hemzelf.

+ Medewerker

God gaf Adam en Eva de opdracht om de hof van Eden te beheren (Genesis 2:15). Hij schiep de mens om te heersen over alle andere levende wezens (Genesis 1:26), om de aarde te besturen namens Hem.

Als christenen zijn wij ook medewerkers van God. God wil ons inschakelen bij het uitdragen van het evangelie en het opbouwen van zijn gemeente. “Gods medearbeiders zijn wij” (1 Korinthe 3:9). Iedereen bouwt mee (1 Korinthe 3:10). “door de dienst van al zijn geledingen, naar de kracht die elk lid op zijn wijze oefent” (Efeze 4:16)

+ Als gezelschap

God stelde prijs op contact met Adam en Eva. Hij bezocht hen regelmatig. Daarom herkenden ze het geluid van God die in de hof wandelde (Genesis 3:8, 9).

God had er plezier in om met Adam samen te werken. Dat zien we bijvoorbeeld in de geschiedenis van de naamgeving van de dieren. We lezen dat God de dieren bij Adam bracht om te zien hoe Adam ze zou noemen. God had de dieren zelf een naam kunnen geven, maar Hij had er een welgevallen in om dit Adam te laten doen.

“En de Here God formeerde uit de aardbodem al het gedierte des velds en al het gevogelte des hemels. Ook bracht Hij het tot de mens, om te zien hoe deze het noemen zou; en zoals de mens elk levend wezen noemen zou, zo zou het heten. En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds”  (Genesis 2:19,20).

-Alleen een persoon kan liefhebben

Een steen, een plant of een dier kunnen niet liefhebben. Met deze schepselen kon God geen relatie van persoon tot persoon hebben. Toch wilde God dat er schepselen zouden zijn, waar hij op persoonlijk niveau mee kan omgaan en communiceren. Daarom maakte Hij de mens. De mens is geschapen naar Gods beeld (Genesis 1:26). De mens lijkt op God, zowel God als de mens zijn personen. Een persoon is iemand met zelfbewustzijn, hij weet dat hij er is, en met gedachten, gevoelens en een eigen wil. God heeft dat allemaal en de mens ook, daarom kunnen God en de mens een persoonlijke relatie met elkaar hebben.

-God wil een groot gezin

“Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken.” (Hebreen 2:10)

Hij had één Zoon, maar Hij wilde een groot gezin, Hij wilde velen zonen. Dat was Gods doel, daar werkte Hij naar toe. “Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen” (Romeinen 8:29).

God wil ons, als mensen (als personen) opnemen in de liefdesgemeenschap die bestaat tussen de personen binnen de drie-eenheid. “”opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn” (Johannes 17:21).

Liefde kan alleen bestaan tussen personen, met een vrije wil. Liefde die gedwongen is, is geen liefde (2 Korinthe 9:7). Een robot kan niet liefhebben. Daarom geeft God mensen de keuze. Daarom respecteert hij de keuze van de mensen. Wij hebben lief omdat Hij ons eerst heeft liefgehad (1 Johannes 4:19). Onze liefde tot God is de spontane reactie op het zien van Gods liefde voor ons.

-Vriendschap met God

Dit is werkelijk bijna te mooi om waar te zijn. De grote Schepper van het ganse heelal wil vriendschappelijk met ons omgaan.

Gods vriendschap met Abraham.

“Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd.” (Jakobus 2:23). Zie ook Jesaja 41:8 en 2 Kronieken 20:7.

God deelt met Abraham wat Hij gaat doen, Hij betrekt Abraham in wat Hij doet. “En de Here dacht: Zou Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen? … daarop zeide de Here: Het geroep over Sodom en Gomorra is voorwaar groot, en haar zonde is voorwaar zeer zwaar …” (Genesis18:17,20)

-Jezus noemt de discipelen vrienden

“Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied.” (Johannes 15:14).

Ook Jezus deelt met hen, zoals je met vrienden deelt, zoals je tegenover vrienden open bent. Hij neemt ze in vertrouwen. “u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles, wat Ik van mijn Vader gehoord heb, u heb bekend gemaakt” (Johannes 15:15)

-Dit staat open voor ieder van ons

Dit voorrecht om een vriend van God, van Jezus te zijn, staat open voor iedere christen. Jezus heeft zelf aangegeven hoe we kunnen groeien in vriendschap met Hem.

“Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied.”

“Des Heren vertrouwelijke omgang is met wie Hem vrezen en zijn verbond maakt Hij hun bekend.” (Psalm 25:14)

Gods intieme omgang wordt geschonken aan wie Hem vreest. Aan wie rekening met Hem houdt, die zijn geboden onderhoudt, die gehoorzaam is.

Verschillende niveaus in het contact

Iedere christen heeft de Geest van het zoonschap ontvangen door welke Hij roept ABBA Vader (Romeinen 8:15).

Maar de Bijbel spreekt over vertrouwelijke omgang met God en over vriendschap met God. Dat gaat een stap verder. Dan krijg je een diepere openbaring van God zelf, dan gaat God zijn last met je delen, je betrekken bij wat Hij doet.

Jezus zei: “Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.” (Johannes 14:21)

-Je bent geroepen tot gemeenschap met Jezus

“God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here.” (1 Korinthe 1:9).

Dat is je roeping. Je wordt verwacht. Geroepen tot gemeenschap, tot omgang, tot contact met Jezus.

-De gemeenschap des Geestes

We ervaren de gemeenschap met God door zijn in ons wonende Geest. Vanaf het moment dat we tot geloof komen, komt de Heilige Geest in ons wonen (1 Korinthe 3:16, 6:19 en Romeinen 8:9). En Gods Geest bewerkt in ons vrede, blijdschap (Galaten 5:22). De Geest geeft innerlijke leiding. Vaak door de Bijbel heen. Tijdens je dagelijkse stille tijd, het lezen en het gebed. We moeten de Geest van God niet bedroeven door onbeleden zonde of door niet beschikbaar of ongehoorzaam te zijn, als God ons ergens op aanspreekt. 

De diepste gemeenschap met God beleven we als we delen in zijn bewogenheid voor het verlorene en in zijn ijver voor zijn eer. Als het zuchten van Gods Geest in ons, ook ons zuchten wordt (Romeinen 8:26). Paulus zei “de liefde van Christus dringt ons …” (2 Korinthe 5:14) en “Met een ijver Gods waak ik over u” (2 Korintiers 11:2) 

+ Een zinvol leven

God heeft ons geschapen om met Hem op te trekken en om Hem te dienen. Dat is de zin van het menselijk bestaan. Alleen als je dit uitvoert en ervaart heb je een werkelijk zinvol leven. Dan is er volheid van vreugde. Wel een leven van strijd, zolang we hier nog op aarde zijn, maar tegelijkertijd ook van vrede en vreugde door de kracht van de Heilige Geest. Je bent er voor God, als zijn gezelschap, als zijn medewerker. Wat ook je omstandigheden zijn. Je kunt in gemeenschap met God leven, bidden en Bijbellezen en voor God doen wat God op je weg brengt, al is het in je eigen ogen nog zo weinig.

Je leven is waardevol. God waardeert je. Je bent een vriend van God. God zal je inschakelen in zijn werk.

19. Gods programma voor je leven, Gods doelen in je leven

In een andere Bijbelstudie is besproken dat God voor het leven van iedere christen een eigen afzonderlijk plan heeft. Als wij Hem raadplegen en in alle dingen zijn wil zoeken, dan worden we daar stap voor stap in binnen geleid. Maar er zijn ook een aantal dingen die God in het leven van elke christen wil zien. Die voor elke christen gelden. Die worden in deze Bijbelstudie besproken.

+ God wil onze heiliging

“Want dit wil God: uw heiliging, …” (1 Tessalonicenzen 4:3)

Dit is Gods wil voor ons leven, heiliging.

“Voegt u, als gehoorzame kinderen, niet naar de begeerten uit de tijd uwer onwetendheid, maar gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt (zo) ook gijzelf heilig in al uw wandel; er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig.” (1 Petrus 1:14-16)

Wordt heilig in al uw wandel, op elk terrein van je leven

“Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods.” (2 Korintiers 7:1)

Onze heiligheid afmaken, volmaken, door ons te reinigen van alle bezoedeling.

-Er is groei in heiligheid

“Wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd”

(Openbaring 22:11)

-Wat houdt het in?

Wat is heiliging? Het is een veranderingsproces dat begint bij je bekering, het gaat je hele leven door. Heiliging bestaat uit twee delen: uit afleggen en uit aandoen. Het afleggen van zonden en zondige gewoonten en houdingen. En het aandoen van goede daden, gewoonten en houdingen. De Bijbel spreekt over het afleggen van de oude mens met zijn kwalijke praktijken en over het aandoen van de nieuwe mens (Efeze 4:20-24).

Laten we twee Bijbelgedeelten die over heiliging gaan bekijken: Efeze 4:17-5:21  en Kolossenzen 3:5-17.

-De opdracht is: legt af.

“dood dan de leden die op aarde zijn …” (Kolossenzen 3:5)

“maar thans moet gij ook dit alles wegdoen: …. (Kolossenzen 3:8)

“Legt dus af alle vuilheid en alle uitwas van boosheid.” (Jakobus 1:21)

“dag gij de oude mens aflegt” (Efeze 4:22)

Zonde is alles wat tegen Gods wil ingaat, alles wat kwaad is in Gods ogen. Dat kunnen daden zijn, woorden of gedachten of een houding. Er zijn ook zonden van nalatigheid, dan doe je iets niet, wat je wel had moeten doen.

-De opdracht is: doet aan

“doet aan …” (Kolossenzen 3:12)

“dat gij de nieuwe mens aandoet … “ (Efeze 4:24)

-Gods leiding in onze heiliging

Na onze bekering begint de verandering. Dan begint de opruiming, het afleggen en het aandoen, het uitwerken van het nieuwe leven. Je begint met het afleggen van de dingen die je onmiddellijk duidelijk zijn, bijvoorbeeld dat je als christen niet kunt stelen of grove schuine taal gebruiken.

God zal je daarna steeds meer dingen laten zien die veranderd moeten worden, Hij zal je bij het ene na het andere bepalen. Dat zal gebeuren als je in contact met God blijft, als je stille tijd houdt, als je dagelijks in de Bijbel leest en bidt. En als je gemeentesamenkomsten bezoekt, als je omgaat met andere christenen.

Als ik terugkijk dan ben ik onmiddellijk gestopt met café bezoek en overmatig drankgebruik in de weekeinden, ik begon rekening te houden met de mensen om me heen, ging naar de gemeentesamenkomsten. Daarna begon God me telkens weer iets te laten zien, meestal door de Bijbel. De Bijbel vergelijkt zichzelf met een spiegel (Jakobus 1:23). Als je er in kijkt dan zie je jezelf met Gods ogen. Een van de dingen waar God me op wees is dat ik dingen beloofde, die ik niet nakwam. “Ik bezoek je nog wel een keer, terwijl je het niet echt van plan was.” De Bijbel zegt dat je belofte moet nakomen. Beter niet beloven, dan niet nakomen. 

-Je staat er niet alleen voor. Reken op de bijstand van Gods Geest

Rekenen op de bijstand van Gods Geest bij het afleggen en aandoen, Hij geeft leiding en kracht. Het afleggen van sommigen zonden kan een gevecht zijn, een worsteling, met vallen en opstaan. Zie in de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christen leven de Bijbelstudie over “strijd met zondige begeerten.” Zie de Bijbelstudie over “wandelen door de Geest”.

God aanvaardt je zoals je bent, maar Hij gaat je veranderen, zodat je wordt zoals Hij je hebben wilt.

+ Veranderen naar het beeld van Christus

“Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen …” (Romeinen 8:29)

Dit is ook een onderdeel van Gods programma voor het leven van iedere christen. Het is Gods bedoeling dat je verandert naar het beeld van Jezus. Dat je op Jezus gaat lijken. Dat het karakter van Jezus in je groeit. Daar werkt God naar toe in je leven en je moet er zelf ook aan meewerken door ernst te maken met je heiliging.

Dit wil God in je uit gaan werken.

“maar de vrucht van de Geest is …” (Galaten 5:22)

God bestuurt je leven, Hij bepaalt wat er met je gebeurt. Alles wat God toelaat in je leven moet medewerken ten goede, moet medewerken aan je verandering naar het beeld van Christus. (Romeinen 8:28,29)

+ Goede werken doen

Dit is nog iets wat God wil zien in ons leven, goede werken. Het is iets waar wij aan moeten werken, waar we oog voor moeten hebben. God wil dat we vooraan staan in het doen van goede werken.

“Dit is een getrouw woord en ik wil, dat gij op dit punt een krachtig getuigenis geeft, opdat zij, die hun vertrouwen op God gebouwd hebben, ervoor zorgen vooraan te staan in goede werken. Die zijn schoon en voor de mensen nuttig; .. ” (Titus 3:8)

“ … Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken” (Titus 2:13,14)

Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken. (Mattheus 5:16)

Wat verstaat de Bijbel onder een goed werk?

-Het is alles wat je uit liefde voor een ander doet.

“Laten wij dus, daar wij de gelegenheid hebben, doen wat goed is voor allen, maar inzonderheid voor onze geloofsgenoten.” (Galaten 6:10)

-Maar goede werken doen is ook simpelweg getrouw doen wat God je in allerlei situaties heeft opgedragen. Bijvoorbeeld een vrouw die haar man verzorgt en haar kinderen opvoedt

Een illustratie

“Wie een dief was, stele niet meer, maar spanne zich liever in om met zijn handen goed werk te verrichten, opdat hij iets kan mededelen aan de behoeftige.” (Efeze 4:28)

Je inspannen met je handen om goed werk te verrichten en geld te verdienen opdat je mensen die dat zelf niet kunnen, kan helpen met levensonderhoud. Dat is een goed werk, dat is onbaatzuchtig je naaste dienen.

Nog een illustratie

“En er was te Joppe een discipelin, genaamd Tabita, hetgeen, vertaald, betekent Dorkas. Deze was overvloedig in goede werken en aalmoezen, die zij gaf.” (Handelingen 9:36).

“Toen hij [Petrus] daar aangekomen was, bracht men hem naar de bovenzaal en al de weduwen kwamen bij hem staan, en lieten hem onder tranen al de lijfrokken en mantels zien, die Dorkas, toen zij nog bij hen was, gemaakt had.” (Handelingen 9:39)

Nog een illustratie

“ … inzake goede werken moet van haar getuigd kunnen worden, dat zij kinderen grootgebracht heeft, gastvrijheid bewezen, de voeten der heiligen gewassen, verdrukten ondersteund en alle goed werk behartigd heeft.” (1 Timotheus 5:10)

+ God verheerlijken door je leven

Dit is ook een belangrijk doel in het leven van een christen. God verheerlijken door je leven is zo leven dat de mensen respect voor God krijgen, zodat ze onder de indruk zijn van de God die jij dient en belijdt.

Een sieraad zijn voor de leer, voor het evangelie

“Om de leer van God, onze Heiland, in alles tot sieraad te strekken” (Titus 2:10)

 “Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.” (Mattheus 5:16).

Kom er voor uit de je christen bent, belijdt Hem, doe goede werken en als de mensen om je heen het zien, zullen ze respect hebben voor God.

We worden opgeroepen om de Here waardig te wandelen. Om ons te gedragen zoals een christen zich behoort te gedragen. “Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt” (Efeze 4:1). Niet alleen je eigen reputatie staat op het spel, maar ook die van Jezus. Want zijn naam is over je uitgeroepen. 

+ Een getuigenis zijn

Het is Gods bedoeling dat we door ons veranderde leven een getuigenis zijn. Paulus gebruikt het beeld van lichtende sterren die schijnen in het nachtelijk duister.

“Doet alles zonder morren of bedenkingen, opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld, …” (Filippenzen 2:14,15)

“gij geheel anders” (Efeze 4:20)

+ Je inzetten voor de zaak van Christus

Het is Gods bedoeling dat je, je inzet voor de zaak van Christus. Het gaat vooral om twee zaken: het uitdragen van het evangelie en de opbouw van de gemeente.

-De grote opdracht, evangelisatie, zending

Meewerken aan de grote opdracht om aan alle mensen het evangelie te verkondigen. Aan de opdracht om alle volken tot discipelen van Jezus te maken, ze te dopen en ze te leren om de geboden van Jezus te onderhouden.

Dit zei Jezus tegen zijn discipelen, vlak voordat Hij terug ging naar de hemel:

“En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping.” (Marcus 16:15)

“Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.” (Mattheus 28:19,20)

-meewerken aan de opbouw van de gemeente.

De gemeente is het geestelijke lichaam van Christus. Het is Gods bedoeling dat je meewerkt aan de groei van de gemeente. “En aan Hem [aan Jezus] ontleent het gehele lichaam [dat is zijn gemeente] als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde.” (Efeze 4:16)

Elk lid draagt bij aan de groei, ieder op zijn wijze.

20. God verheerlijken 

+ Wat is het?

God verheerlijken door je leven, wat is het, wat houdt het in? Het is zo leven dat de mensen en de engelen die toekijken er respect door krijgen voor God. Omdat iets van de grootheid en het volmaakte karakter van God in je zichtbaar wordt.

“Of gij dus eet of drinkt, of wat ook doet, doet het alles ter ere Gods.” (1 Korinthe 10:31)

+ Hoe kunnen wij God verheerlijken?

-door Hem te erkennen

We verheerlijken God door Hem te erkennen als God.

“Erkent, dat de Here God is; Hij heeft ons gemaakt, en Hem behoren wij toe” (Psalm 100:13)

De bijbel zegt dat de zondige mens weigert om God te erkennen (Romeinen 1:28). Hij weet wel dat God er is, maar hij ontkent Gods bestaan (Romeinen 1:21). Hij wil niet dat God bestaat, want als God er is dan moet je als schepsel rekening met Hem houden. Ze willen doorgaan met hun zondige leven. Daarom duwen ze de waarheid dat God er is weg (Romeinen 1:18).

En tegen die stroom van mensen die God verwerpen, gaan wij in. Wij gaan aan de kant van God staan, wij erkennen God en aanbidden God. We roepen God aan.

We verheerlijken God door Zijn recht op ons leven te erkennen, we onderwerpen ons aan Hem. Wij verheerlijken God door ons aan Hem te onderwerpen. En we verheerlijken God door onze dankbaarheid jegens God te uiten.

-door Hem te belijden voor de mensen

We verheerlijken God als we Hem belijden voor mensen en engelen. Belijden is er voor uitkomen dat je christen bent, het niet verbergen. 

“Ik [Jezus]zeg u: Een ieder, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook de Zoon des mensen belijden voor de engelen Gods; maar wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal verloochend worden voor de engelen Gods.” (Lucas 12:8,9)

We zijn een schouwspel voor de engelen. Ze kijken toe. (1 Korintiers 4:9, Lucas 15:10)

We belijden dat Jezus Heer is.

“Daarom heeft God Hem [Jezus] ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader” (Filippenzen 2:9-11)

“Laten wij dan door Hem Gode voortdurend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht onzer lippen, die zijn naam belijden.” (Hebreen 13:15)

We belijden Hem in de doop, met onze mond en door ons geheiligde leven.

We belijden dat Jezus Christus Heer is: “tot eer van God de Vader” (Filippenzen 2:11)

-door Hem te vertrouwen

We kunnen God verheerlijken door Hem te vertrouwen. Door er van uit te gaan dat

God een man van zijn woord is. Betrouwbaar, eerlijk, rechtvaardig.

God vertrouwen is eigenlijk zeggen dat God betrouwbaar is, zeggen dat Hij waarachtig is.

Als je hem niet gelooft, maak je Hem tot een leugenaar. “Wie God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt” (1 Johannes 5:10) Als je God niet gelooft dan zeg je eigenlijk dat God onbetrouwbaar is. En andersom als je God wel gelooft dan maakt je Hem tot een waarachtig persoon, dan eer je Hem, dan verheerlijk je Hem.

-door tegen alles in aan God vast te houden

We kunnen God verheerlijken door tegen alles in vast te houden aan God en Hem te blijven belijden.

God laat beproevingen toe in ons leven. Zie uit de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven de Bijbelstudie over “Moeiten, tegenslagen en lijden in het leven van een christen”. We kunnen God verheerlijken door in de beproeving op Hem te blijven vertrouwen, door aan Hem vast te blijven houden

Een illustratie uit de Bijbel is het verhaal van Job. Zie de eerste twee hoofdstukken van het boek Job.

Job bleef ondanks alles op God vertrouwen. Dat God rechtvaardig was, dat God wist wat Hij deed. Hij zei: “Wil Hij mij doden, ik blijf op Hem hopen” (Job 13:15). Hij bleef God belijden voor de mensen en voor de engelen. Voor de heilige engelen en de gevallen engelen.

Abraham verheerlijkte God ook door God te vertrouwen. God had hem de belofte gegeven dat Hij een zoon zou krijgen. Maar de tijd ging voorbij, zijn vrouw kon geen kinderen meer krijgen, het leek verloren. Maar Abraham bleef op God vertrouwen. Zo eerde hij God. Zo gaf Hij gaf Gode eer.

“En hij [Abraham] heeft tegen hoop op hoop geloofd, dat hij een vader van vele volken zou worden, volgens hetgeen gezegd was: Zo zal uw nageslacht zijn. En zonder te verflauwen in het geloof heeft hij opgemerkt, dat zijn eigen lichaam verstorven was, daar hij ongeveer honderd jaar oud was, en dat Sara’s moederschoot was gestorven; maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn geloof en gaf Gode eer, in de volle zekerheid, dat Hij bij machte was hetgeen Hij beloofd had ook te volbrengen.” (Romeinen 4:18-20)

Paulus en Silas verheerlijkten God toen ze in de gevangenis om middernacht baden en Gods lof zongen. Daarmee beleden ze hun vertrouwen op God, hun geloof dat God op de troon zit, dat Hij boven hun omstandigheden stond. (Handelingen 16:25)

-door hem waardig te wandelen,

We verheerlijken God door zo te leven zoals een christen behoort te leven. Heilig en in liefde. Dan zijn we een sieraad voor de naam van de Heer.

“… vermaan ik u … te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt …” (Efeze 4:1)

“opdat de tegenstander tot zijn beschaming niets ongunstigs van ons hebbe te zeggen” (Titus 2:8)

“om de leer van God, onze Heiland, in alles tot sieraad te strekken” (Titus 2:10b).

We moeten ‘een goede wandel’ leiden onder de heidenen. (1 Petrus 2:12, 3:16)

God ontvangt eer door ons leven of wordt er door onteerd. Als ze ons zien dan moeten de omstanders erkennen; “Nou als dat christen zijn is, dan heb ik daar respect voor, daar zit wat in.” of ze zeggen: “Als dat nou christenen zijn.”

-door goede werken te doen

“Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.” (Mattheus 5:16)

We verheerlijken God door goede werken te doen. Goede werken zijn werken die uit onbaatzuchtige liefde voor een ander worden gedaan.

Een voorbeeld is Tabitha uit Handelingen 9:36-39.

Zij maakte kleding voor mensen zonder geld.

“En er was te Joppe een discipelin, genaamd Tabita, hetgeen, vertaald, betekent Dorkas. Deze was overvloedig in goede werken en aalmoezen, die zij gaf.” (Handelingen 9:36)

“En al de weduwen kwamen bij hem staan, en lieten hem onder tranen al de lijfrokken en mantels zien, die Dorkas, toen zij nog bij hen was, gemaakt had.” (Handelingen 9:39).

Wat een mooi mens!

Het bezoeken van de zieken is ook een goed werk.

Het gebeurde recent in de baptistengemeente. Een oudere broeder werd erg ziek en het einde was nabij, het duurde nog een half jaar voor hij stierf, al die tijd werd hij verzorgd in het ziekenhuis. Velen uit de gemeente bleven hem trouw bezoeken, dat viel het personeel en de behandelende arts op. Ze zeiden er wat van, ze verwonderden zich er over.

Hier op Walcheren was er al een soort voedselbank voordat de echte voedselbanken ontstonden, broeders van één van de pinkstergemeenten haalden brood dat over was op bij de broodfabriek en verdeelden dat onder de armen.

-door zijn karakter te weerspiegelen

We verheerlijken God door zijn karakter te weerspielen. Door te zijn, zoals Hij is.

Rechtvaardig, heilig, liefdevol.

-door het werk te volbrengen wat God je geeft

“Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.” (Johannes 17:4)

Zo, door dat te doen, verheerlijkte Jezus God de Vader. En daarin moeten wij Jezus navolgen.

We verheerlijken God door het werk te volbrengen dat Hij ons geeft. Het werk waar Hij ons inleidt. (Zie uit de serie over de praktijk van het christenleven de Bijbelstudie over Gods leiding: “Hoe God leidt, de drie richtingwijzers”)

Dat geldt voor je gewone werk dat je doet als een dienst aan God, maar ook voor wat je doet in het werk van de Heer.

-door het evangelie te verkondigen

We verheerlijken Jezus door het evangelie te verkondigen. Door de grote daden van God te verkondigen in de Schepping en in zijn Zoon, de menswording van Jezus, zijn dood, zijn opstanding, zijn hemelvaart en zijn aanstaande wederkomst.

“Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht” (1 Petrus 2:9)

-We verheerlijken God door deel te nemen aan het avondmaal

Want door deel te nemen aan het avondmaal verkondigen wij zonder woorden de dood van Christus. Het volbrachte werk van Christus.

“Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.” (1 Korinthe 11:26)

-Door God lief te hebben boven alles

Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.” (Mattheus 10:37-39)

 Als het aankomt op trouw, op wie je zult behagen.

Door God meer lief te hebben dan je eigen leven.

Dit zei de apostel Paulus, dit was zijn verlangen, daar leefde hij voor.

“…naar mijn vurig verlangen en hopen, dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal staan, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals steeds, ook nú Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn dood” (Filippenzen 1:20)

-Door God te vereren met je rijkdom

“Vereer de Here met uw rijkdom en met de eerstelingen van al uw inkomsten, …” (Spreuken 3:9)

-Door God in alles te behagen

“Hem in alles te behagen” (Kolossenzen 1:10)

Vreugde bereiden. God die blij over je is.

Het voorbeeld van evangelist Bakth Singh. Hij begon en sloot elke dag af met gebed. In de ochtend vroeg hij: “Wat hebt u voor mij te doen” en aan het einde van de dag vroeg hij: “Bent u tevreden over mijn dag?”

+ Wij verheerlijken God, maar God verheerlijkt zichzelf ook in ons.

Hij verheerlijkt zijn genade in ons. Hij demonstreert in ons de grootheid van zijn genade.

Dat hij zondige mensen roept, behoudt en verandert tot heilige mensen. Niet omdat ze dat verdienen, maar uit zijn onverdiende goedheid. En in de mensen die ondanks al Gods roepen, Hem blijven afwijzen, zal God door hen te straffen, zijn rechtvaardigheid tonen en grootmaken.

“In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.” (Efeze 1:5,6)

God weet van te voren wie er uit eigen beweging voor Hem zullen kiezen. Die mensen heeft hij bestemd tot het ontvangen van allerlei zegeningen, waaronder de aanneming tot zonen.

In het collectief van de gemeente toont hij zijn veelkleurige wijsheid.

“… opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, …” (Efeze 3:10)

21. Gehoorzaamheid

Gehoorzaamheid en geloof in Jezus gaan samen.

De Bijbel spreekt over de “gehoorzaamheid des geloofs” (Romeinen 1:5)

+ Als je een christen bent, dan moet je Jezus gehoorzamen

Jezus heeft gezegd: “Wat noemt gij Mij Here, Here, en doet niet wat Ik zeg?” (Lucas 6:46)

Als je Jezus erkent als Heer, dan moet je ook doen wat Hij zegt.

Een christen belijdt Jezus als zijn Heer en Meester (Johannes 13:13). Maar als hij dat doet, dan moet hij ook naar zijn belijdenis handelen, dan moet Hij ook Jezus behandelen als zijn Heer en Hem gehoorzamen. Jezus accepteert niet dat je hem Heer noemt, terwijl je tegelijkertijd Hem niet in alles gehoorzaamt.

We moeten Jezus heiligen als Heer in ons hart. Als meester, gebieder, heer.

“Maar heiligt de Christus in uw harten als Here, ….” (1 Petrus 3:15)

We moeten Jezus als onze Heer en Meester erkennen. En ons onder Hem stellen.

Hem de Koning van ons hart maken. “Heer U bent mijn meester, U hebt het voor het zeggen in mijn leven. Ik ben uw dienstknecht.” 

Op het moment dat je Jezus aannam heb je troonsafstand gedaan. Je ging zelf van de troon van je leven af, om plaats te maken voor Jezus. Op dat moment werd Jezus de baas (Heer) in je leven.

“Hij is de Koning van mijn hart,
mijn Jezus, mijn Jezus.
Hij is de Koning van mijn hart.
Jezus, Jezus, Jezus, Jezus.
Hij is de Koning van mijn hart”

 “ … als gehoorzame kinderen …” (1 Petrus 1:14)

Als gehoorzame kinderen. Zo moeten we ons tegenover God opstellen.

Jezus verwacht dat we zijn geboden bewaren.

Gehoorzaamheid is de echte test of je Jezus liefhebt.

Hij heeft gezegd: “Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft, …” (Johannes 14:21) en “Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied” (Johannes 15:14)

+ Gehoorzaamheid in de praktijk

Het is duidelijk dat Jezus gehoorzaamheid van ons vraagt, maar wat betekent dat in de praktijk? Hoe voeren we dat uit. Hoe passen we dat toe?

-Door te doen wat er in de Bijbel staat

We moeten doen wat ons in de Bijbel wordt opgedragen.

“En weest daders des woords en niet alleen hoorders: dan zoudt gij uzelf misleiden” (Jakobus 1:22).

Dader van het woord zijn. Dat wil zeggen: doen wat er staat.

-Door de geboden van Jezus te bewaren

We moeten leren onderhouden alles wat Jezus ons geboden heeft.

“en leert hen onderhouden al wat ik u geboden heb” (Mattheus 28:19)

Let op het woordje al. Niet sommige van de geboden van Jezus, maar alle.

Zie ook Johannes 14:21.

De geboden van Jezus vinden we in de vier evangeliën. Maar ook de apostelen hebben de geboden van Jezus doorgegeven. Hun onderwijs vinden we in de brieven van het Nieuwe Testament. Dat is het gedeelte van de Bijbel dat rechtstreeks aan de christenen is geschreven. We moeten die brieven doorlezen en dan kijken wat ons er in wordt opgedragen en gaan doen wat er staat.

Een oefening.

Neem een Schriftgedeelte of een brief, lees de brief door en noteer alle opdrachten, alle gebiedende wijzen. Drie vragen stellen: Wat staat er, wat betekent het en hoe kan ik het toepassen?

-De leiding van God volgen

Jezus gehoorzamen betekent ook dat we Gods leiding volgen. God leidt ieder van zijn kinderen persoonlijk. Dat doet Hij door een combinatie van de principes uit de Bijbel, Zijn besturing van de omstandigheden, bijvoorbeeld door deuren te open of te sluiten, en de innerlijke leiding van Gods Geest. (Zie in de serie over de praktijk van het christenleven de Bijbelstudies over Gods leiding. Speciaal “Hoe God ons leidt, de drie richtingwijzers”)

“Indien gij u … door de Geest laat leiden …” (Galaten 5:18)

Als God je duidelijk maakt dat je iets moet doen, dan kun je daar niet onderuit, dan moet je gehoorzamen. Dan moet je er op ingaan. Een voorbeeld: God had Paulus opgedragen om het evangelie te verkondigen. Het evangelie niet verkondigen was geen optie voor Paulus. Hij kon niet zelf besluiten of hij wel of niet, of misschien maar half, zou gehoorzamen. Hij zei: “Wee mij, indien ik het evangelie niet verkondig” (1 Korintiers 9:16). Jona kon ook niet zelf kiezen of hij al of niet Gods opdracht om Nineve het oordeel aan te kondigen, zou uitvoeren.  Zie het boek Jona. De opdracht (Jona 1:1,2 ), de weigering van Jona om te gehoorzamen en zijn vlucht (Jona 1:3), Gods tuchtiging (Jona 1:4-16), Gods verlossing (Jona 1:17-2:10), de herhaling van de opdracht (Jona 3:1,2), de gehoorzaamheid van Jona (Jona 3:3,4).

+ Gehoorzaamheid kan je wat kosten

Soms gaat gehoorzaamheid tegen je eigen gevoel in.

Een illustratie: Als ik ongeduldig geweest ben tegenover mijn vrouw, als ik tegen haar ben uitgevallen, dan heb ik door dat te doen tegen God en tegen haar gezondigd. Die zonde moet ik aan God belijden, maar ook aan mijn vrouw. Mijn natuurlijke mens heeft weinig zin om naar mijn vrouw te gaan, toe te geven dat ik driftig en onredelijk ben geweest en haar vragen om mij te vergeven. En toch moet je het doen, omdat Gods woord dat eist.

Nog een illustratie: God kan je vragen om in de gemeente te dienen als oudste (ouderling). Hij kan je leiding geven om dat te doen. Dienen als oudste betekent dat je offers moet brengen, het gaat je tijd en energie kosten. Er speelt altijd van alles, daar moet je, je als oudste mee bemoeien. Je haalt je een heleboel moeite op de hals. Maar als God je er toe roept, dan moet je tegen jezelf ingaan en dit juk op je nemen.

We moeten Christus belijden, we moeten er voor uitkomen dat we christen zijn. Daar is moed voor nodig, want het kan vervolging en verwijdering veroorzaken. Het veroorzaakt geestelijke strijd.

Een illustratie: In mijn jeugd heb ik een half jaar als hulppostbode gewerkt. In een gesprek met enkele collega’s werden er enkele negatieve dingen over het geloof en over dominees gezegd. Ik heb toen gezegd dat ik christen was en dat ik theologie ging studeren. Dat ging als een lopend vuurtje door het bedrijf heen. Het gevolg was isolatie. In de kantine kwam niemand meer aan mijn tafeltje zitten. De oudere postbodes hielpen de jongere hulpkrachten bij de start van de werkdag met het op volgorde leggen van hun wijk. Dat deden ze vanaf dat moment niet meer bij mij. Wat er ook gebeurde, is dat een broeder in de Heer uit het kantoor naar mij toe kwam, mij met een grote glimlach begroette en een hand gaf, er was ook een ander hulppostbode die juist vragen over het geloof begon te stellen. 

Nog een illustratie. Mijn oude voorganger had voordat hij op latere leeftijd naar de Bijbelschool ging, in het bedrijfsleven gewerkt. Hij was de expediteur van een bedrijf. Op een bepaald moment kreeg hij opdracht om oneerlijk te zijn, om te liegen. Hij moest bij klanten aangeven dat de transportkosten een stuk hoger waren, dan ze in werkelijkheid waren. Dat kon hij als christen niet doen. Maar als hij weigerde zou hem dat zijn baan kunnen kosten, en hij had net met een hypotheek een huis gekocht. Hij was verantwoordelijk voor zijn vrouw en kinderen. Hij is naar de directeur gegaan en heeft gezegd dat hij dit niet kon doen. In dit geval liep het goed af, hij werd niet ontslagen.

+ Jezus gehoorzamen vereist zelfverloochening, dagelijks je kruis opnemen

“Hij [Jezus] zeide tot allen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij.”

Jezus volgen, Jezus gehoorzamen vereist dat we onszelf verloochenen. Jezelf verloochen is tegen jezelf ingaan, tegen je eigen gevoel, tegen je eigen belang. Dagelijks je kruis opnemen. Het lijden aanvaarden.

+ Wie ga je gehoorzamen? Jezus of de mensen?

“Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig” (Mattheus 10:37,38)

Als de wil en de verwachting van mensen in je omgeving ingaat tegen de wil van de Heer, tegen de leiding van God. 

+ Voor gehoorzamen is vaak geloof nodig

Vertrouwen op God geeft de moed en de kracht om God te gehoorzamen. Het vertrouwen dat God je niet zal begeven en verlaten, wat ook de gevolgen van je gehoorzaamheid zijn. God zal het opvangen.

Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, weest tevreden met wat gij hebt. Want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten. Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Here is mij een helper, ik zal niet vrezen, wat zou mij een mens doen” (Hebreeën 13:5,6) “Maar zoekt eerst zijn koninkrijk en zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden” (Mattheus 6:33). Als wij voor God leven, dan zal God voor ons zorgen. “Hij zorgt voor u” (1 Petrus 5:7).

Abraham als illustratie

“Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, in gehoorzaamheid getrokken naar een plaats, die hij ter erfenis zou ontvangen, en hij vertrok, zonder te weten waar hij komen zou.” (Hebreeën 11:8)

Dat was wat. God droeg Abraham op om uit zijn vaderland weg te trekken en hij moest gaan zonder te weten waar God hem naar toe zou leiden. Dat was een waagstuk. Dat leek onvoorzichtig en onverantwoord, zo al je zekerheden en je veilige omgeving opgeven.

Maar dat is het niet als je, zoals Abraham, op God vertrouwt. Hij ging onder leiding van God, Hij wist dat God wel voor hem zou zorgen, hem beschermen en hem leiden. En we weten uit de rest van de Bijbel dat God dat inderdaad ook gedaan heeft.

+ God accepteert geen ongehoorzaamheid

Denk aan Jona. Hij kreeg opdracht, leiding om iets te doen en hij weigerde dat. God accepteerde dat niet. Hij werd getuchtigd tot hij tot inkeer kwam. Lees het boek Jona.

Als je ongehoorzaam bent en doorgaat met zondigen, terwijl je weet dat het zonde is, dan zal God je tuchtigen (Hebreeën 12:4-11).

+ Wat Hij u ook zegt doet dat

Dat is wat de moeder van Maria zei tegen de bedienden bij een trouwfeest. Het is ook toepasbaar op ons. Wat Jezus je ook zegt, doet dat. Gehoorzaam. Doe wat er in de Bijbel staat, volg zijn leiding.

“Wat Hij u ook zegt, doet dat” (Johannes 2:5)

Geen ‘ja maar’, geen excuses, geen uitstel, geen uitvluchten, geen halve gehoorzaamheid. Wat Hij u zegt, doet dat.

+ De zegen van gehoorzaamheid

Gehoorzaamheid brengt vriendschap met Jezus.

“Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied.” (Johannes 15:14)

Gods vertrouwelijke omgang is met wie Hem vrezen, met wie Hem gehoorzamen (Psalm 25:14).

Jezus zal zich dieper aan je openbaren, bekendmaken. “en Ik zal Hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren” (Johannes 14:21)

Als je diepe gemeenschap met God wil hebben, dan moet je gehoorzamen, het kruis op je nemen. Je leven verliezen. “en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.” (Mattheus 10:37-39)

22. De oproep tot toewijding

De Bijbel spreekt over toewijding. Over de eenvoudige toewijding aan Christus. (2 Korintiers 11:3). Over de onverdeelde toewijding aan Christus (1 Korinthiers 7:35).

+ Wat wordt met toewijding bedoeld?

Het is Gods bedoeling dat wij toegewijde christenen zijn. Toegewijd aan Christus. Gefocust op Hem. Dat we ernst maken met onze dienst aan Hem. Dat we Hem dienen met volle inzet, met ons gehele hart.

God is een beloner voor wie hem ernstig zoekt (Hebreeën 11:6)

“Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.” (Mattheus 22:37)

Niet met heel je hart, maar met je gehele hart.

-We moeten voor Christus leven en niet voor jezelf

Toewijding aan Christus houdt in dat je voor Hem leeft en niet voor jezelf, niet voor je eigen plezier, niet om jezelf te behagen, maar om Jezus te behagen. Je bent er voor Jezus en niet voor jezelf.

“En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt.” (2 Korintiers 5:15)

-We moeten ons inzetten voor de zaak van Christus

Toegewijd aan Christus zijn, betekent dat je jezelf inzet voor het werk van Christus, voor het uitdragen van het evangelie, voor de opbouw van de gemeente, voor het doen van goede werken in de naam van Jezus. Daar heb je een hart voor, daar heb je alles voor over, daar breng je offers voor, daar ben je op gericht.

“want allen zoeken zij hun eigen belang, niet de zaak van Christus Jezus.” (Filippenzen 2:21)

Wat zoek je? Je eigen belang of de zaak van Christus?

+ Het moment van toewijding, jezelf ter beschikking van Jezus stellen

Je moet als christen de keuze maken om jezelf onvoorwaardelijk ter beschikking van Jezus te stellen. De keuze maken om voor Hem te leven en niet voor je eigen plezier. Dat besluit moet je nemen. Dat moet je een keer tegen Jezus zeggen: “Heer voortaan wil ik voor U leven. Ik stel me ter beschikking van U. Wat U me opdraagt zal ik doen, waar U mij zendt daar zal ik heengaan. Zegt U het maar. Zie hier ben ik om uw wil te doen. Wat nu Heer?”

 “Maak er ernst mede u wèl beproefd ten dienste van God te stellen …” (2 Timotheus 2:15)

“Spreek Heer want uw knecht hoort” (1 Samuel 3:9)

Het gaat om volledige en onvoorwaardelijke toewijding. Zoals de Israëlieten dat deden met Jozua, zo moeten wij dat doen met Jezus. Zij zeiden tegen Jozua: “Al wat gij ons bevolen hebt, zullen wij doen en overal, waarheen gij ons zenden zult, zullen wij gaan” (Jozua 1:16). Let op het het “al” en het “overal”. Zij hielden geen slag om de arm.

+ Het beeld dat Paulus voor toewijding gebruikt. Een levend offer zijn.

Een offer is iets wat je aan God offert, het is iets wat je aan God afstaat. Bij het volk Israel ging het vaak om een dier. Paulus zegt: God wil geen dier, God wil jouwzelf, je lichaam. Hij wil geen dier dat gedood wordt als offer, God wil een mens die leeft voor Hem. Hij wil een levend offer. Iemand die toegewijd is aan zijn Zoon en aan zijn dienst.

“Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst.” (Romeinen 12:1)

+ De basis voor onze toewijding

Het is niet meer dan redelijk dat we ons aan Christus toewijden. Wij zijn immers het eigendom van Christus. Hij heeft ons gekocht met zijn bloed. Je bent niet van jezelf.

“weet u niet dat u niet van uzelf bent? U bent gekocht en betaald.” (1 Korinthiers 6:19,20)

“wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die u van de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbare bloed van Christus, …” (1 Petrus 1:18,19) 

Onszelf  als een leven offer ter beschikking van God stellen is onze redelijke eredienst

“dit is uw redelijke eredienst” (Romeinen 12:1)

+ De drijfveer achter je toewijding

De kracht achter onze toewijding aan Christus is onze dankbaarheid en wederliefde tegenover God en Jezus.

dankbaarheid

God heeft om ons te redden zijn Zoon overgegeven, ingezet. Zoveel had God voor ons over. Zover ging de liefde van God voor ons. Hij heeft om ons te kunnen redden zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard (Romeinen 8:32).

Jezus heeft om ons te kunnen redden de hemel verlaten. Hij is mens geworden en Hij is de moeilijke weg van het kruis gegaan. Het ging Hem niet gemakkelijk af. Denk aan Jezus in de hof van Getsemane, toen hij vlak voor het kruis stond. Hij werd angstig en zijn zweet werd tot bloed. “En Hij [Jezus] nam Petrus en Jakobus en Johannes mede. En Hij begon zeer ontsteld en beangst te worden” (Marcus 14:33)

“En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen.” (Lucas 22:44)

En toch is hij uit liefde, vrijwillig de weg naar het kruis gegaan. Om ons te kunnen redden. Hij heeft als een goede herder zijn leven gegeven voor zijn schapen: “om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem” (Jesaja 53:5)

En bedenk voor wie Jezus dat heeft gedaan. Voor zondaren. Mensen vol van zichzelf, hoogmoedig, egoïstisch, slaven van zondige begeerten. Wat een wonder dat Jezus zich over ons ontfermt heeft, dat Hij ons opgezocht heeft en geroepen, dat Hij daar mee door is gegaan tot we er op in gingen. Hoe zijn we op het nippertje ontsnapt aan het oordeel der hel, aan de eeuwige straf.

wederliefde

“Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad” (1 Johannes 4:19)

Onze liefde voor God is wederliefde, het is ons antwoord op zijn grote liefde jegens ons.

Dat is de kracht achter onze toewijding. Daar doet Paulus ook een beroep op, als hij ons oproept om ons als een levend offer aan Christus te wijden.

“Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst.” (Romeinen 12:1) In het bekende lied “When I survey the wondrous cross” heeft Isaac Watts het zo onder woorden gebracht: “A love so amazing, so divine, demands my soul, my life, my all”

Dorst naar God

Er is nog een derde drijfveer waarom we ons aan God toewijden. Dat is de drijfveer van het verlangen naar God, van de dorst naar God. In de gemeenschap met God is de ware vreugde en de ware vrede. Als we dat geproefd hebben, dan willen we niet meer zonder. En de weg tot die diepe gemeenschap met God, is de weg van toewijding.

“indien gij geproefd hebt, dat de Here goedertieren is” ( 1 Petrus 2:3)

Je hebt geproefd dat de Here goed is. Je hebt het beleefd, ervaren.

Je weet van de vrede die alle verstand te boven gaat (Filippenzen 4:7) en van Gods onuitsprekelijke vreugde (1 Petrus 1:8), die God door de Heilige Geest in ons werkt, als we Hem met een toegewijd hart volgen.

“Want uw goedertierenheid is beter dan het leven” (Psalm 63:4)

Gods goedertierenheid beleven, in de gemeenschap met Hemzelf door de Heilige Geest, is beter dan alles wat het natuurlijke leven als vreugde kan geven.

+ We krijgen maar één keer de kans

Het aardse leven is zo voorbij en dan volgt de eeuwigheid. We krijgen maar één keer de kans om ons kruis voor Jezus te dragen (Lucas 9:23) en Hem zo te eren en zo onze liefde en dankbaarheid te tonen.

+ Pas op voor afgoden in je leven

Een afgod is natuurlijk eerst een valse heidense God, die wordt vereerd in beelden. Maar er is nog een tweede betekenis. Een afgod is alles wat in ons leven de plaats van God inneemt. Dat kan van alles zijn. Je geld, je vrouw, je kinderen, je bedrijf, je reputatie, je bediening, je hobby, enzovoort.

Waar leef je op? Waar draait je leven om? Wat houdt je bezig? Waar verlang je naar? Waar leef je voor? “gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben” (Exodus 20:3)

Om over na te denken.

“Wie heb ik nevens U in de hemel? Nevens U begeer ik niets op de aarde!” (Psalm 73:25)

Nevens begeer ik niets op aarde. Als je het vergelijkt met de gemeenschap met God, dan valt al het andere weg, in het niet. Is dat zo bij ons? Is dat zo bij mij?

+ Je afkeren van de wereld

Jezelf aan Jezus toewijden is je tegelijkertijd ook je afkeren van de wereld. Dat gaat samen en is onvermijdelijk. Je afkeren van de ‘schoonschijn’ en van de leegheid van deze wereld. Van een leven zonder God.

Laten wij enkele gedeelten van liederen bekijken, die dit treffend onder woorden brengen.

Het eerste lied

“Neem de wereld, geef mij Jezus” (Johannes de Heer 458)

Dit is het eerste couplet.

Neem de wereld, geef mij Jezus,
wereldvreugd’ gaat ras voorbij,
maar de liefde van mijn Heiland
blijft voor eeuwig rijk en vrij.
O, de hoogte, lengte, diepte
van zijn liefde, zonder peil,
o, de volheid van verlossing,
onderpand van ’t eeuwig heil
.

Het tweede lied

“I have decided tot follow Jesus”

 Let op de woorden “The world behind me, the cross before me”.

Dit zijn de coupletten.

I have decided to follow Jesus

I have decided to follow Jesus

I have dediced to follow Jesus

No turning back, no turning back

Though no one joins me, still I will follow

though no one joins me, still I will follow

though no one joins me, still I will follow

no turning back, no turning back

The world behind me, the cross before me

the world behind me, the cross before me

the world behind me, the cross before me

no turning back, no turning back

Het derde lied

“Jezus Gij mijn kracht en leven”

In het lied staat dit gebed: “Maak een eeuw’ge scheiding nu tussen mij en deze wereld”

Dit is het eerste couplet.

Jezus, Gij mijn kracht en leven,

maak een eeuw’ge scheiding nu,

tussen mij en deze wereld.

‘k Wens te zijn geheel voor U,

‘k wens te zijn geheel voor U.

+ Rededication

Er moet een moment in ons leven komen, waarin we het besluit nemen om voor Jezus alleen te leven. Maar ook nadat je dit hebt gedaan, kun je met het verstrijken van de tijd in je toewijding en ijver verslappen. Dan is het nodig om je toewijding te vernieuwen, te herhalen.

23. Jezus Heer maken van heel je leven

“Maar heiligt de Christus in uw harten als Here, ….” (1 Petrus 3:15)

Jezus Heer maken van heel je leven betekent dat je Hem de zeggenschap geeft op alle terreinen van je leven. Het houdt in dat je op elk terrein van je leven naar de wil van God zoekt.

+ Dit zijn de meeste van de belangrijkste terreinen van ons leven:

-je toekomst

-je gezondheid

-je baan

-je opleiding

-je tijd

-je geld

-je seksualiteit

-trouwen of niet trouwen

-kinderen krijgen

-je kinderen

-je vrienden, vriendschappen

-de relatie met je familie

-je hobby’s, je vrije tijd

-je kijkgewoonten, media, tv, enzovoort

-je reputatie

-je bediening in het werk van God

-je gemeente

+ Alles voor Hem openleggen

Jezus Heer maken van heel je leven, betekent in de praktijk dat je al deze terreinen voor Hem openlegt. Dat je Jezus er in binnen laat. Dat je ze met Hem bespreekt. Het betekent dat je aan Jezus vraagt: “Wat moet ik hiermee, hoe moet ik dit aanpakken. Wilt U hier uw licht op laten vallen. Wat zegt uw Woord hierover, wat vindt U hiervan, kan ik dat doen, moet ik dat doen? Hebt u hierover iets te zeggen, zo ja, wilt U het me dan duidelijk maken. Ik wil naar u luisteren.” Zo moeten we in gebed alles bij God brengen. En als God licht geeft, als God zijn wil duidelijk maakt, dan ook gehoorzamen.

“onderwerpt u … aan God” (Jakobus 4:7)

+ Jezus wil alle sleutels van ons levenshuis

Jezus wil toegang tot alle terreinen van je leven. Je kunt je leven vergelijken met een huis. In een huis zijn meerdere vertrekken. Die vertrekken hebben allemaal een eigen sleutel. De vraag is of Jezus de sleutels van alle vertrekken van ons levenshuis heeft. Is er iets waar Hij geen toegang heeft, waar je Hem buiten houdt? Je moet hem de volledige sleutelbos geven. Is Jezus de Heer van je seksleven, van je geld?

+ Lordship prayer

Dit is een hulp om Jezus Heer te maken van je hele leven. Het wordt in het Engels wel het “lordshipprayer” genoemd. Maar bedenk, je hoeft dit helemaal niet precies op deze manier te doen, als je Jezus maar de leiding geeft in heel je leven. Het wordt slechts als een mogelijkheid gegeven.

Bij het Lordship prayer breng je één voor één een terrein van je leven in gebed bij de Heer. “Heer, hier is mijn geld. U bent ook de Heer over mijn geld. U hebt er de zeggenschap over. Ik doe er afstand van. Het is van u. Zegt u maar wat er mee moet gebeuren.”

“Heer, hier is mijn tijd. U bent de Heer over mijn tijd. U hebt er de zeggenschap over. Ik doe er afstand van. Het is van u.”

Enzovoort.

24. Overgave

We moeten ons als christenen overgeven aan God. Maar wat wordt daar mee bedoeld?

+ Wat is overgave?

-Het is je zelfbeschikkingsrecht opgeven

Het is tegen God zeggen: “Doet U met mij wat goed is in uw ogen”.

Niet mijn plannen, maar uw plannen.

“terwijl Hij aan ons doe, wat in zijn ogen welbehagelijk is door Jezus Christus”

(Hebreeën 13:21)

“De Here doe aan ons wat goed is in zijn ogen.” (1 Kronieken 19:13)

Je erkent Gods recht op je leven. Je erkent dat God het recht heeft om over je te beslissen, om je leven te bepalen. Je geeft het stuur uit handen. Regelt U het maar.

-Het is bereid zijn

Heer ik ben bereid om alles te zijn en alles te doen wat U beslist.

Om iets wel te doen of niet te doen.

Om iets wel te zijn of niet te zijn.

Om iets wel te beleven of niet te beleven.

Heer ik ben bereid om ziek te zijn of gezond te zijn, arm of rijk, geëerd of veracht, getrouwd of ongetrouwd, wat U doet is welgedaan. “Gods weg is volmaakt” (Psalm 18:31)

– Het is ‘ja’ zeggen tegen Gods plannen

Overgave is ‘ja’ zeggen tegen al Gods plannen met je leven.

Tegen wat God met je van plan is. Zelfs als je het niet begrijpt. Ook al heb je er gevoelsmatig moeite mee.

Ja Vader: “Wat U doet is welgedaan.”

Uw plan is het beste.

Ik kies voor uw plan.

-Ik kies voor wat U voor mij uitkiest

Het is tegen God zeggen: “Wat U ook voor me uitkiest, ik ga er mee akkoord, ik kies voor wat U voor mij uitkiest.”

+ Hoe kun je dat opbrengen?

Hoe kun je dat opbrengen, om zo de regie over je eigen leven los te laten en in de hand van een ander leggen? Om zo het stuur van je eigen leven los te laten.

Dat kan alleen als je de ander vertrouwt. Dat kan alleen omdat je God kent. Je weet dat God het beste met je voor heeft. Je weet dat God alles onder controle heeft wat er in je leven gebeurt. Je weet dat Gods plannen volmaakt zijn.

 “Gods weg is volmaakt” (Psalm 18:31). Wat God doet, is welgedaan. Gods weg is de beste, de beste altijd.

En je weet dat het niet te moeilijk wordt. Want als God iets moeilijks van ons vraagt, dan zal Hij ook de kracht geven die daarvoor nodig is.

“Hij geeft dan ook des te grotere genade” (Jakobus 4:6). Het gaat gelijk op. Hoe zwaarder de weg, des te groter zal Gods genade zijn.

“Mijn genade (hulp en bijstand) is u genoeg” (2 Korintiers 12:9). Gods hulp en bijstand zijn genoeg, voldoende, voor elke situatie, voor elke taak.

“opdat Hij u geve … met kracht gesterkt te worden door zijn Geest in de inwendige mens” (Efeze 3:16). Dat zal God doen, sterken, door zijn Geest, in de innerlijke mens zodat je tegen alles bestand bent.

Je weet dat God het beste met je voor heeft. (Romeinen 8:31,32; Jeremia 29:11)

Overgave is je toevertrouwen aan de liefdevolle en almachtige Vader. Aan de getrouwe schepper. “Steeds uw zielen aan de getrouwe schepper overgevende.” (1 Petrus 4:19)

+ Het maakt aan wie je jezelf overgeeft

Overgave is een bekende term uit de tweede wereldoorlog. De geallieerden eisten van Duitsland de volkomen overgave. Als de ene militair zich overgeeft aan de andere, dan verliest hij daarmee alle controle over zijn eigen lot. Toen Duitsland aan het verliezen was, probeerden Duitse soldaten zich over te geven aan de Amerikanen en Engelsen en niet aan de Russen. Ze wisten dat de geallieerden fatsoenlijk waren en geen beesten zoals zijzelf en de Russen. Het maakt uit aan wie je jezelf overgeeft. Het is veilig om je over te geven aan God.

+ Worsteling om tot overgave te komen

Het kan zijn dat je een worsteling hebt met Gods weg en Gods wil op een bepaald punt.

Een worsteling met een bepaalde weg. De worsteling om iets los te laten. Iets wat tegen je eigen verlangens ingaat, iets waar je bang voor bent.

-Een illustratie uit het leven van Jezus

Jezus zag op tegen de gevangenneming en de kruisiging. Vlak voordat het zou gebeuren, was Hij in de hof van Getsemané. Daar begon Hij bedroefd en beangst te worden. Zie hoe Hij daar mee omging. Zie wat Hij bad. Let op zijn houding van overgave.

“En Hij ging een weinig verder en Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en bad, zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.” (Mattheus 26:39)

Hij bad dat het anders mocht gaan, maar hij bad dat wel in overgave aan de Vader.

We weten dat God de beker niet voorbij kon laten gaan, maar we weten ook hoe God hem versterkte op deze moeilijke weg. “En Hem verscheen een engel om Hem kracht te geven” (Lucas 22:43)

Toen de Vader opnieuw bij Jezus had bevestigd dat Hij de weg van het kruis moest gaan, zei Jezus: “De beker, die de Vader mij gegeven heeft, zou Ik die niet drinken?” (Johannes 18:11).

Het was geen blind noodlot, het was geen pech, wat er met Jezus gebeurde. Het was onderdeel van Gods plan om de mensheid te verlossen. Wat God in ons leven toelaat, is ook geen pech of blind noodlot, het is onderdeel van Gods plan met ons leven.

Als God iets moeilijks van ons vraagt, zal Hij de kracht daarvoor geven en zal Hij eerst ons hart vrijmaken.

+ In principe alles loslaten

Bereid zijn om alles wat de Heer je gegeven heeft, ook weer los te laten, als de Heer dat zo leidt. Het terug geven aan God.

-Het voorbeeld van Job

Toen de Here, om redenen die Job niet begreep, bijna alles in zijn leven wegnam, was dit zijn houding: “De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam des Heren zij geloofd” (Job 1:21).

-Nog een illustratie, Abraham die Izaak moest teruggeven

 Genesis 22:1-18, Hebreeën 11:17-19

God vroeg hem om zijn zoon te offeren. Uiteraard deed God dat uiteindelijk niet, God kan niets onheiligs doen. God vroeg om Izaak, de zoon der belofte, waar Abraham al die jaren op had gewacht, de zoon die hij door een wonder van God toch nog had gekregen. En Abraham vertrouwde God, hij was bereid om te gehoorzamen.

Hoe zit het met onze Izaak?

Leggen wij alles op het altaar?

-Nog een illustratie

 “gij hebt … de roof van uw bezit blijmoedig aanvaard, want gij wist, dat gijzelf een beter en blijvend bezit hebt” (Hebreeën 10:34)

De christenen aan wie de brief aan de Hebreeën is geschreven hadden met blijdschap de roof van hun bezittingen aanvaard. Omwille van het geloof werden ze vervolgd, maar dat hadden ze over voor de Heer.

Stel je voor, alles wat je bezit wordt je afgepakt. Deze christenen hadden het blijmoedig aanvaard.

-Alles op onze open hand houden,

We mogen dankbaar zijn voor wat God geeft en daar van genieten, maar we moeten ons er niet aan vastklemmen, we moeten het als het ware op onze open handpalm houden. Dan zal het ook minder pijn doen als God, in zijn wijs beleid, iets van ons wegneemt.

-Afstand doen van alles wat we hebben

Jezus volgen vraagt dat we alles loslaten, teruggeven aan God.

“Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet van al wat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn” (Lucas 14:33). Zie het gehele Bijbelgedeelte: Lucas 14:25-33.

Maar wat je niet loslaat zijn de beloften uit Gods woord.

Je mag God met eerbied aan zijn woord houden. Zie uit de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven de Bijbelstudie: “God met eerbied aan zijn woord houden”.

+ Als je de kracht van God in je leven wilt zien

Je zo onvoorwaardelijk aan God overgeven, zal de kracht van Gods Geest in je leven brengen. De vervulling met Gods Geest.

25. Wat gebeurt er als een christen zondigt

Voor we antwoord geven op die vraag, moeten we eerst stilstaan bij het feit dat een christen kan zondigen.

+ Een christen kan zondigen

Iedere christen struikelt regelmatig.

“Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet.” (1 Johannes 1:8)

“Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet.” (1 Johannes 1:10)

+ Een christen kan niet in zonde blijven leven

God zegt:

– Zullen wij bij de zonde blijven?

  Volstrekt niet.  (Rom. 6:1,2)

– Zondigt niet meer.  (Joh. 8:11)

– Leg dan af. (1 Petrus 2:1)

– Legt af. (Efeze 4:17 t/m 5:5)

– Dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. (1 Joh. 2:1)

– Legt dus af alle vuilheid en alle uitwas van boosheid. (Jakobus 1:210

Echter!

Je kunt als christen wel een worsteling met bepaalde zonden hebben. Je wilt het niet, maar je doet het toch. Je vecht er tegen, maar het is je soms de baas.  (Romeinen 7:14-26, speciaal :15 en :19). De Bijbel spreekt over de worsteling met de zonde (Hebr. 12:4).

Zie uit de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven de Bijbelstudies over “worsteling met de zonde” en over “Hoe te leven uit de kracht van God”

Je kunt wel struikelen, en de Bijbel zegt ook dat dit geregeld zal gebeuren (1 Johannes 1:8,10), Maar je kunt er niet in blijven leven[4]. Je moet er tegen strijden, de zonde verwerpen, als je gestruikeld bent de zonde belijden. Opstaan en weer verder gaan.

+ Wat gebeurt er als je als christen zondigt?

Dan gebeuren er vier dingen.    

(1)  De gemeenschap met God wordt verstoord

Er komt verwijdering tussen jou en God.  Die zonde staat tussen jou en God in. Jesaja 59:1,2

Je wordt beschuldigd door je geweten. Gods Geest is bedroefd (Efeze 4:30). Je verliest de volheid van Gods Geest, je raakt je vrede en blijdschap kwijt.

Hoe reageert God als je zondigt?

Wordt Hij direct kwaad? Nee, Hij reageert met droefheid, met verdriet, met pijn in het hart.  “bedroeft” (Efeze 4:30)

(2)  Gods Geest begint je aan te spreken op die zonde

Gods Geest waarschuwt je, Hij begint je te overtuigen van zonde op dat punt (Johannes 16:8). Dat doet Gods Geest met de bedoeling om je tot belijdenis van die bepaalde zonde te brengen. Dat je de zonde als zonde erkent, het tegenover God belijdt en je er van afkeert en er tegen strijdt.

God laat een gelovige niet zomaar afdwalen en Hij laat je ook niet zomaar doorgaan met zondigen. Hij stuurde Nathan naar David. (2 Sam. 11:1 t/m 12:13). Hij stuurde zijn profeten naar Israel, die het terugriepen “vroeg en laat” (2 Kron. 36:15). Adam en Eva liepen weg voor God, toen ze gezondigd hadden, maar God ging achter hen aan. Hij sprak hen aan: “Adam waar ben je . .. wat heb je gedaan?” (Gen. 3:8-10). God heeft zijn Geest in onze harten uitgestort om ons te waar­schuwen en te overtuigen van zonde wanneer dat nodig is.

(3) God roept je terug

– “Komt toch”  (Jesaja 1:18).

– “Keer weder … Ik zal u niet donker aanzien … alleen erken uw ongerechtigheid” ( Jeremia 3:12,13 )

God roept de zondaar terug naar Hemzelf. Als je gezondigd hebt, moet je niet weglopen van God, maar juist naar Hem toe gaan. Want bij Hem is vergeving. (Psalm 130:4)

(4)  Als we koppig zijn kan God ons tuchtigen

“Heden indien gij zijn stem hoort, verhardt uw harten niet”

 (Hebreeën. 3:7,8,15 en 4:7)

Als God ons ergens telkens weer op aanspreekt en we gaan daar niet op in, we duwen het weg, we blijven het goedpraten of ontken­nen, dan zal God ons tuchtigen. Dat zal Hij doen als we niet naar het waarschuwen van zijn Geest luisteren.

Dat staat bijvoorbeeld in Hebreeën 12:4-11.

– “de tuchtiging des Heren”  (:5)

– “als gij door Hem bestraft wordt” (:5)

– “wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here” (:6)

– “Hij kastijdt iedere zoon” (:6)

– “opdat wij deel verkrijgen aan zijn heiligheid” (:10)

Hier is sprake van tuchtiging, tuchtigen, bestraffen. Daar hebben wij als christenen nog steeds mee te maken. Het gaat hier echter niet om vergelding, maar om correctie.

Met straf als vergelding hebben wij niets meer te maken. De Here Jezus heeft die straf gedragen, zodat wij die niet meer hoeven dragen. De straf was op Hem (Jesaja 53:5). Hij heeft betaald, zodat wij niet meer hoeven te betalen. Hij doet ons niet meer naar onze zonden en vergeldt ons niet meer naar onze ongerechtigheden (Psalm 103:10).

We hebben nog wel te maken met straf als correctie. Zie bv. Hebr. 12:5. Er is ver­schil tussen straf als vergelding en als correctie. Bij straf als vergel­ding krijg je loon naar werken, dan krijg je wat je ver­dient. Daar gaat het om recht. Bij straf als correctie gaat het niet om vergelding, het gaat daar niet om recht, de bedoeling is opvoedkundig, pedagogisch. De strafmaat wordt niet bepaald door de ernst van de overtreding, de strafmaat wordt bepaald door de vraag hoeveel en hoe moet ik straffen om hem of haar tot inkeer te brengen.

“opdat wij deel krijgen aan zijn heiligheid”  Hebr. 12:10

Daar is het God om te doen. Daarom tuchtigt Hij, indien nodig, elk van zijn kinderen.

Als we koppig zijn zal God ons ‘op onze vingers tikken’. Dat kan ver gaan.

Zie 1 Korintiers 11:17-34.

“onder het oordeel des Heren, worden wij getuchtigd” (:32)

“daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen” (:30)

“opdat wij niet met de wereld zouden veroordeeld worden” (:32)

“indien wij echter onszelf beoordeelden, zouden wij niet in het oordeel komen” (:31)

Het gaat hier om tuchtiging (1 Korintiers 11:32), om straf als correctie.

Het gaat hier om christenen, die ernstige zonden bedreven, terwijl ze toch deelnamen aan het avondmaal.

-Er was ernstige verdeeldheid en er waren twisten in de gemeente. (partijschappen , 1 Kor. 11:17,18 en twisten 1 Kor. 1:11-12; 3:3-4).

-De rijken beschaamden de armen door bij de gemeentelijke liefdemaaltijden[5] voor de ogen van de armen hun eigen meegebrachte eten op te eten zonder de armen hierin te laten delen. Het gevolg was dat de één hongerig was en de ander dronken (1 Kor. 11:21,22).

-Individualisme bij de liefdemaaltijd, men wachtte niet op elkaar (1 Kor. 11:21 en :33).

-Dro­n­kenschap aan het avondmaal, in de gemeente (1 Kor. 11:21b).

Door zo te handelen onderscheidden de christenen het lichaam van Christus niet. Er is maar één lichaam van Christus, waar wij allen deel van uitmaken. Partijschap gaat daar tegenin. Als leden van dat ene lichaam, moeten de leden voor elkaar zorgen (1 Kor. 12:25). Alleen voor jezelf zorgen en de ander hongerig laten, gaat tegen het wezen van het lichaam van Christus, tegen het wezen van de gemeente van Jezus Christus, in. Hetzelfde geldt voor individualisme. Op die manier aan het avondmaal gaan kan niet, het avondmaal dat spreekt immers van het voor ons verbroken lichaam van Christus. Door zo, met deze zonden, deel te nemen aan het avondmaal, wordt het avondmaal en de gedachtenis van de Here Jezus onteerd. De genoemde zonden zullen de tuchtiging van de Heer oproepen, als men er in volhardt. Volharden in dergelijke zonden en tegelijkertijd aan het avondmaal gaan, zal zeker de tuchtiging des Heren oproepen.

God tuchtigt ook hier weer niet als vergelding. Hij doet het, opdat die christenen: “niet met de wereld veroordeeld zouden worden”. (1 Kor. 11:32)

“tot verderf van hun vlees, opdat hun geest behouden worde in de dag des Heren” (1 Kor. 5:5b) Zover kan Gods tuchtiging gaan.

De manier om de tuchtiging van God te ontlopen of te stoppen, is om “onszelf te oordelen” (1 Kor. 11:31,28). We moeten de zonde in ons leven serieus nemen, deze onder ogen zien, de zonde belijden en ons daarvan afwen­den.

-“wees niet als een muildier” Psalm 32:8,9

-“laat u terechtbrengen”  2 Kor. 13:11

-“door hen die erdoor geoefend worden” (Hebreen 12:11)

Sommigen worden wel getuchtigd, maar laten er zich niet door oefenen.

Hoe zit het met ons?

-God laat niet met zich spotten.

“Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. Want wie op (de akker van) zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op (de akker van) de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten” (Galaten 6:7).

Als wij welbewust, ondanks Gods waarschuwingen, tegen de geboden van de Heer ingaan, zullen we God “tegenkomen”. Want God laat niet met zich spotten.

Zie verder de studie over de Vreze des Heren (http://www.honderdbijbelstudies.nl/de-leer-over-god/de-vreze-gods/ ).

De vreze des Heren is letterlijk de Here vrezen, het is vrezen om te blijven zondigen. Het is het vrezen voor de tuchtiging van God.

+  Zonde verbreekt onze band met God niet

Op het moment dat wij ons geloof op de Here Jezus stelden, werden we wedergeboren. We werden kinderen van God (Gal. 3:26). De vader-kind relatie tussen ons en God blijft intact, ook als we gezondigd hebben. De relatie wordt wel verstoord, maar wordt niet verbroken.

We hoeven de liefde van God niet te verdienen. God hield al van ons toen wij nog onbekeerde mensen waren, toen wij nog zondaren en vijanden van Hem waren. Toen al, ondanks ons gedrag op dat moment, heeft hij zijn liefde jegens ons bewezen (Romeinen 5:8).

God heeft ons aanvaard, zoals we zijn (Romeinen 15:7, “zoals ook Christus ons aanvaard heeft”). En Hij werkt eraan om ons te maken zoals Hij ons hebben wil (Hebr. 12:4-11, speciaal :10).

God reageert zoals een aardse vader reageert op een kind dat in de fout gaat[6]. Hij heeft er verdriet over. Hij waarschuwt het kind en als het kind koppig is zal Hij het tuchtigen, maar dat alles met de bedoeling om het terug te brengen op het goede pad. De enige zorg van de vader is: ”Hoe krijg ik hem of haar weer op het rechte pad.”

Hebreeën 12:4-11 staat in het kader van de vader-kind relatie. We zijn door het geloof kinderen van God geworden (Gal. 3:26). En God behandelt ons als zonen (Hebr. 12:7). Daarom tuchtigt Hij ons.

God is niet een God met een grote stok die klaar staat om ons te slaan op het moment dat we het geringste foutje maken.

“Gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoon­schap, door welke wij roepen: Abba Vader” (Romeinen 8:15). Dit wordt gezegd over de zonen Gods, over de christenen.

Jij bent niet Gods slaaf en God is niet jouw slavendrijver. God is je hemelse vader. God is je “Abba”, dat is je “papa”. Abba is het meest intieme woord dat je tegen je vader kan zeggen. Dat kan alleen een kind tegen zijn vader zeggen.

God begrijpt je strijd met de zonde. Van Jezus staat geschreven: “Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar één die in alle opzichten op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, doch zonder  te zondigen”  (Hebreen. 4:15).

+ De relatie wordt hersteld door het belijden van onze zonden

“Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.” (1 Johannes 1:9)

We moeten onze zonden belijden tegenover God. Belijden is tegen God erkennen dat je op dat punt gezondigd hebt. Erkennen dat je fout was. En als jij belijdt, dan zal God je vergeven en reinigen.

Zie, uit de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven, de Bijbelstudie over het belijden uit je zonden: “Wat je moet doen als je gezondigd hebt”.

25. Wat moet je doen als je gezondigd hebt?

Je bent christen, je bent een kind van God, maar je bent gestruikeld, je hebt een zonde gedaan. Het is tot je doorgedrongen dat je gezondigd hebt. Je weet dat je fout zit. Je hebt iets gedaan wat kwaad is in Gods ogen. Het contact met God is verstoord, je hebt een schuldig geweten. Wat moet je doen? Hoe kan het contact met God weer volledig hersteld worden? Hoe kun je, je schuldige geweten kwijt raken?

+ Je moet weten dat Jezus al voor die zonde heeft betaald

Het eerste dat je moet weten is dat Jezus ook voor die zonde is gestorven.

“Als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden, en niet alleen voor de onze, maar voor die der gehele wereld”    (1 Joh. 2:1,2)

Hij is ook een verzoening voor die ene zonde die je net gedaan hebt.

Jezus is onze voorspraak, onze advocaat in de hemel. Hij verdedigt ons tegen alle aanklachten. Als we in de hemel aangeklaagd worden “christen die en die heeft deze zonde begaan”, dan zegt Jezus: “Het klopt dat hij of zij die zonde gedaan heeft, maar Ik heb al voor die zonde betaald. Ik eis daarom vrijspraak”.

Jezus heeft aan het kruis betaald voor al onze zonden. Niet één zonde uitgezonderd. Er is volledig betaald. De Here Jezus zei, toen Hij aan het kruis hing,: “Het is vol­brach­t” (Johannes 19:30). In het Grieks staat daar “tetelestai” dat betekent: “Er is volledig betaald”.

“In Hem hebben wij de verlossing, dat is de vergeving der  zonden”  (Efeze 1:7 ; Kolossenzen. 1:13,14)

“De zonden zijn u vergeven om zijns naams wil.”  (1 Johannes. 2:12)

“en het bloed van Jezus reinigt ons van alle zonde” (1 Johannes 1:7)

+  We moeten onze zonden belijden

Dat is het belangrijkste dat we moeten doen, als tot ons doordringt dat we gezondigd hebben. We moeten direct met die zonde naar God toegaan en die zonde tegenover Hem belijden. En als wij de zonde belijden, zal God ons vergeven en reinigen.

“Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven, en ons reinigen van alle ongerechtigheid.”

(1 Johannes 1:9)

Wat is belijden?

Het is tegenover God erkennen dat je gezondigd hebt. Dat je gedaan hebt wat kwaad is in Gods ogen. “Tegen U … heb ik gezondigd, en gedaan, wat kwaad is in Uw ogen” (Psalm 51:6).

“Heer ik heb ‘dit’ gedaan, ik heb gezondigd, ik heb gedaan wat kwaad is in uw ogen, wil mij weer vergeven en reinigen.”

Je moet concreet zijn, niet vaag. Stel dat je onredelijk en driftig geweest bent tegenover je vrouw. Dan dat ook zo belijden. “Vergeef Mij Heer, want ik ben zojuist driftig geweest tegenover mijn vrouw.”  

Uiteraard doe je dat met de intentie om die zonde na te laten en er tegen te strijden.

+ We moeten in de vergeving gaan staan

-danken voor de vergeving

Als wij iets belijden, dan vergeeft God. Dat zegt de Bijbel, dat staat zwart op wit in het woord van God. “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden vergeven, en ons reinigen van alle ongerechtigheid.” (1 Johannes 1:9)

Als jij dit doet, dan doet God dat. Als jij belijdt, dan vergeeft God.

Als jij een zonde belijdt, dan weet je dat God je vergeven heeft. Niet omdat je het voelt, maar omdat je gelooft wat er in Gods Woord staat. Jij hebt beleden, dus heeft God je vergeven.

Je moet in geloof op het woord van God gaan staan. Dat kun je doen door te danken.

“Dank u wel Here Jezus dat U ook voor deze zonde bent gestorven. Dank U dat U me hebt vergeven.”

-Laat je niet aanklagen, nadat je beleden hebt

Als er na belijdenis nog steeds schuldgevoelens zijn, dan zijn het leugenachtige gevoelens. God zegt in zijn woord dat Hij je na je belijdenis vergeven heeft, dat Hij je gereinigd heeft. Maar je gevoel zegt het tegenovergestelde. Dan moet je God geloven en niet je gevoel. Die gevoelens moet je verwerpen: “Heer ik verwerp die gevoelens, het zijn leugens, ik geloof uw woord. Dank U dat Jezus ook voor deze zonde is gestorven en dank U dat U mij vergeven hebt”. Zo moeten we weerstand bieden aan de leugen.

Het kan zijn dat je een worsteling hebt met een bepaalde zonde. Je vecht er tegen, maar je struikelt af en toe. Dan kun je ontmoedigd raken en ook het idée krijgen dat God het nu wel beu is, dat God je niet meer vergeeft of dat God je niet meer van harte vergeeft. Dat is een leugen. Als jij belijdt, dan vergeeft God. Er staat in 1 Johannes 1:7 dat het bloed van Jezus ons reinigt van alle zonde. Van alle, dus ook van die ene zonde waarin je zo net gestruikeld bent, dus ook van die ene zonde waarin je geregeld struikelt.

-Volle vrijmoedigheid om tot God te gaan

“Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus …” (Hebreeën 10:19)

We mogen in geloof en door gebed het aangezicht van God zoeken en zo op die manier het heiligdom van God binnen gaan. En hier, in Hebreeën 10:19, staat dat wij dat kunnen doen met “volle vrijmoedigheid”.

Hoe kan dat? Je hebt deze dag misschien gezondigd, je bent teleurgesteld in je zelf, ontmoedigd. Je schrikt van de oude mens in je, van de zondige hartstochten die soms opwellen. En je vraagt je af. Hoe kan ik met al deze zwakheid en al het struikelen tot de heilige God naderen? Je durft niet goed meer. Je kunt niet geloven dat je welkom bent.

Juist omdat je bekeerd bent, juist omdat je de zonde serieus neemt, juist omdat je tegen de zonde strijdt, kan het besef van zonde zo ontzettend sterk worden dat het onze vrijmoedigheid om tot God te naderen wegneemt.

Maar dan begrijp je niet goed wat de kracht van het bloed van Jezus is. Dan begrijp je niet goed dat je altijd tot God nadert “door het bloed van Jezus” (Hebreeën 10:19).

In Exodus 12:1-13 lezen we hoe het bloed van het paaslam vergoten werd in Egypte. God kwam om het land Egypte te oordelen (Exodus 11:4,5). De Israëlieten konden aan dat oordeel ontsnappen door het bloed van een lam op de buitenkant van de deurposten en de bovendorpel te strijken. Dit lam was een voorafschaduwing van Jezus, het ware lam van God (Johannes 1:29, 1 Korinthe 5:7). Jezus die door zijn vergoten bloed aan het kruis het oordeel van God over onze zonden heeft afgewend. Wij schuilen achter het bloed van Jezus, net zoals de Israëlieten schuilden achter het bloed van een lam.

God ging voorbij met zijn oordeel als Hij het bloed zag.

“En het bloed zal u dienen als een teken aan de huizen, waar gij zijt, en wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik u voorbij. Aldus zal er geen verdervende plaag onder u zijn, wanneer Ik het land Egypte sla.” (Exodus 11:13) God ziet het bloed van Jezus en daarom gaat zijn oordeel ons voorbij. God veroordeelt ons niet.

Wij naderen altijd tot God op grond van het vaste feit dat het bloed van Jezus is gestort en dat God het bloed ziet en ons daarom niet meer veroordeelt.

Of je een goede dag hebt gehad of een slechte dag. Of je gestruikeld bent en die dag gezondigd hebt of niet. Het maakt niet uit. Ook al ben je die dag zevenmaal gestruikeld en heb je zeven maal je zonden beleden (1 Johannes 1:9). Je bent de ene dag niet meer welkom dan de andere dag. Je vrijmoedigheid rust niet op je eigen wandel, maar op het bloed van Jezus. God ziet het bloed en gaat voorbij aan je zonden.

+  Dan moeten we onszelf weer onder Gods heerschappij stellen

Nadat we onze zonde beleden hebben en gedankt hebben voor de vergeving, moeten we opstaan en verder gaan met God dienen.

“Heer ik stel me weer onder Uw heerschappij, ik wil naar U luisteren en het goede doen.”

+ Het gaat bij het belijden van de zonden van een christen niet om het behoud

Het gaat niet om het behoud, maar om het herstel van de verstoorde relatie met God.

De zonden van een christen zijn vergeven. God rekent ze niet meer toe. Hij zal ons niet meer straffen. “de zonden zijn u vergeven” (1 Johannes 2:12) en “in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, dat is de vergeving van de overtredingen … (Efeze 1:7).

Wij worden behouden door het geloof, op het moment dat we in Jezus geloven ontvangen we de vergeving voor al onze zonden (Handelingen 26:18). De zonden die we vroeger gedaan hebben en de zonden waarin we nog zullen struikelen. Jezus heeft ze allemaal in Zijn lichaam op het kruis gebracht (1 Petrus 2:24). Dat is zo en dat blijft zo. Maar zonden die wij als christen doen, verstoren wel de gemeenschap met God. Wij voelen ons er schuldig door en ze bedroeven Gods Geest. Door de zonden waarin we struikelen te belijden, herstellen we de volle ongehinderde gemeenschap met God.

De volgende gebeurtenis is een illustratie van wat hierboven is gezegd.

Jezus wilde de voeten van Petrus wassen. Petrus zei: was me helemaal. Jezus antwoordde: dat is niet nodig. Wat is de betekenis hiervan? Het is niet nodig dat een christen helemaal gewassen wordt. Dat is al gebeurd bij je bekering. Maar het is wel nodig dat telkens weer je voeten worden gewassen. Dat je de zonden waarin je struikelt belijdt, zodat het bloed van Jezus je weer schoon wast van de verontreiniging (1 Johannes 1:7,9). Wat Jezus tot Petrus zei, komt op het volgende neer. “Je bent al wedergeboren, je zonden zijn vergeven, je bent schoongewassen door mijn bloed. Maar je leeft in deze wereld, je struikelt af en toe, je voeten worden vuil en daarom heb je toch nodig dat ik regelmatig je voeten was.”

“Jezus antwoordde hem [Petrus]: Indien Ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij. Simon Petrus zeide tot Hem: Here, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd! Jezus zeide tot hem: Wie gebaad heeft, behoeft zich [alleen de voeten] te laten wassen, want hij is geheel rein; en gijlieden zijt rein, …” (Johannes 13:8-10)

Je hoeft je niet te kwellen met de vraag of je al je zonden wel beleden hebt. Het gaat er om dat je de zonden waarvan je, je bewust was, hebt beleden. Dan wordt de volle gemeenschap met God hersteld. Maar we moeten niet vergeten dat we behouden worden door het geloof in Jezus, niet door werken, ook niet door het nauwkeurig belijden van alle zonden. Wie in Jezus gelooft ontvangt de vergeving der zonden. Elke christen heeft de vergeving der zonden. Die hoeft hij niet meer te krijgen of te verdienen, die heeft hij al en die kan hij ook niet meer kwijtraken. (1 Johannes 2:12, Efeze 1:7, Handelingen 26:18, Kolossenzen 1:14)

+ Nog enkele belangrijke opmerkingen over Gods vergeving

-God vergeeft en vergeet

God belooft dat Hij onze zonden niet meer zal gedenken.

“en hun zonden en ongerechtigheden zal Ik niet meer gedenken” (Hebreen 10:17)

Let op het woord ‘gedenken’. Als je, je zonde hebt beleden, zal God er zelfs niet meer aan denken. God zegt: “zand er over”. Je begint weer met een schone lei. Alsof je nooit gezondigd had. Je bent weer schoon, witter dan sneeuw (1 Johannes 1:7, Psalm 51:9)

 God doet onze zonden van ons weg zover het oosten is van het westen.

   (Psalm 103:12)

 God vaagt onze zonden weg. (Jesaja 44:22)

 Hij werpt ze in de diepte der zee. (Micha 7:19)

Onze zonden zijn in de diepte der zee geworpen en God heeft er een bordje “verboden te vissen” bij gezet.

-God vergeeft ook zelf zeven maal zeventig keer

God vraag de christenen om elkaar onderling zeven maal zeventig keren te vergeven. Dus telkens weer. Maar dat doet Hijzelf ook. Hij vergeeft ook telkens weer, zeven maal zeventig.

“Ziet toe op uzelf! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en indien hij berouw heeft, vergeef hem. En zelfs indien hij zevenmaal per dag tegen u zondigt en zevenmaal tot u terugkomt en zegt: Ik heb berouw, zult gij het hem vergeven.” (Lucas 17:3,4)

Als een broeder tegen ons zondigt en hij komt met belijdenis: “Ik heb berouw, ik ben verkeerd geweest, ik had het niet moeten doen”, dan moeten we hem vergeven, al komt hij zevenmaal per dag. Al struikelen wij ook zeven keer op een dag, als wij onze zonde belijden, dan zal God ons ook vergeven. Keer op keer.

In Mattheus 18:21,22 gaat het zelfs over zeven maal zeventig maal. Zeven staat hier weer voor volheid, voor altijd.

+ Wacht niet met belijden

Doe het onmiddellijk, op het moment dat tot je doordringt dat je gezondigd hebt, belijdt dan je zonde. Dan is die zonde die tussen jou en God instond direct weggenomen.

+ Soms moet je ook tegenover een mens belijden

Bijvoorbeeld als je gestolen hebt, dan moet je het belijden tegenover God, maar ook tegenover de mens van wie je gestolen hebt en het gestolene terugbrengen of vergoeden. Of als ik onredelijk en ongeduldig geweest ben tegenover mijn vrouw, dat moet ik dat ook tegen haar belijden en om vergeving vragen. Dat soort zonden moet je niet alleen tegenover God belijden, maar ook tegenover de mensen die je benadeeld hebt.

Pas op, dat je hierin niet doorslaat.

Het gaat alleen om serieuze dingen. Zaken waardoor je anderen ernstig hebt benadeeld of gekwetst of beschadigd.  Ik ken een zuster die hier zo in doorsloeg dat ze een potlood ging terugbrengen naar de school waar ze tien jaar daarvoor als onderwijzeres had gewerkt, ze had het toen gedachteloos meegenomen.

Maar de ander was toch ook fout

Als mede door jou toedoen een relatie verstoort is, dan moet je jouw aandeel toegeven en belijden. Ook als jij maar 10 procent schuld hebt en de ander negentig procent. Je moet jouw verantwoordelijkheid nemen. Ongeacht wat de ander doen, ongeacht hoe hij of zij er op reageert, ongeacht of de anderen hun aandeel erkennen of niet. Het gaat er om dat jij een onergerlijk geweten tegenover God hebt. Het gaat er om dat jij recht komt te staan in die zaak.

Voer geen verzachtende omstandigheden aan

Als je tegenover een ander een zonde belijdt dan moet je geen verzachtende omstandigheden of excuses gebruiken. Je moet ze niet noemen. Zeg alleen: “Sorry, ik heb dit of dat gezegd of gedaan, ik was fout, wil je me vergeven.”

Stel je bent ongeduldig en onredelijk geweest, je bent in je drift uitgevallen en te scherp geweest. Je weet van jezelf dat dit mede kwam omdat je zeer moe was, omdat je uitgeput en half overspannen was, maar dat is geen excuus, ook dan heb je niet onredelijk en ongeduldig te zijn. Dus voer het niet aan. Vraag geen begrip. Als je dat doet, dan denkt de ander dat je het goedpraat wat je hebt gedaan, dat je niet serieus neemt wat je hebt gedaan.

Wees nuchter,  je weet niet hoe de ander zal reageren

Het kan zijn dat de ander je belijdenis aangrijpt om je nog eens goed te zeggen hoe fout je bent geweest. Het kan zijn dat de ander je weigert te vergeven. Maar dan sta je zelf vrij tegenover God en in je geweten. “Houd zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen” (Romeinen 12:18).

+ Laat je niet opjagen en aanklagen door de satan

Pas op voor beschuldiging over zaken die volgens de Bijbel geen zonde zijn. Alleen wat duidelijk tegen de Bijbel ingaat is zonde. Je moet de Bijbeltekst aan kunnen wijzen: “hier staat het”.

+ Witter dan sneeuw

In Gods ogen ben je volledig schoon. Gereinigd door het bloed van Jezus (1 Johannes 1:7)

“Komt toch en laat ons tezamen richten, zegt de Here ; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.” (Jesaja 1:18)

“en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams” (Openbaring 7:14)

Als je struikelt dan kun je door te belijden je door zonde bezoedelde kleding weer wit wassen.

+ Tenslotte nog dit

Twee teksten.

“Verblijdt u niet over mij mijn vijandin, al ben ik gevallen, ik zal weder opstaan”(Micha 7:8)

Hang die tekst op, op een plaats waar je oog er telkens op zal vallen. “Ik zal weder opstaan”.  Na zondigen weer opstaan, belijden, danken voor de vergeving, het bij God laten en verder gaan.

“En nu wat aarzelt gij nog ?… Sta op … laat uw zonden afwassen …” (Handelingen 22:16 )

26. Schrikken van jezelf

Schrikken als je iets van de oude mens in jezelf tegenkomt.

+ Er is nog steeds een oude mens in ons

Ook in de christen is er nog steeds een oude mens. Bijbelse namen voor de oude mens zijn:  “de zonde die in mij woont” (Romeinen 7:17,20 ) en “het vlees” (Galaten 5:24, Romeinen 7:14,18, Galaten 5:16,17,19).

De zonde die in je woont, gaat dieper dan de zonden die je doet, het gaat om de zonde die in je aanwezig is, die in je woont. Het is je zondige natuur die geneigd is tot alle kwaad, waar zondige begeerten uit naar boven komen (Mattheus 15:19). De andere naam is het vlees. Het gaat niet om het fysieke lichaam, maar om de oude mens, om de zondige natuur die je in de richting van de zonde trekt, de zondige natuur waar zondige begeerten en hartstochten uit voortkomen (Galaten 5:24, Romeinen 7:14, Galaten 5:16,17,19,24).

+ Ontdekt worden aan je zelf, aan je boze hart

Als je met de Bijbel omgaat en serieus God gaat zoeken en dienen, dan zul je, je oude mens geregeld tegenkomen. Dan kun je schrikken van jezelf. Egoïsme, hebzucht, ondankbaarheid, hoogmoed, onreinheid, bitterheid, jaloezie, wraakzucht, liefdeloosheid, drift, enzovoort. Er is geen zondige neiging die niet in onze oude mens tenminste latent aanwezig is.

Dit is pijnlijk om te ervaren, om onder ogen te zien. Bijna niet te verdragen, te verwerken. Paulus wist hoe slecht hij in zichzelf was. “Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont.” (Romeinen 7:18)

“ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde” (Romeinen 7:14)

+ Het goede nieuws

Die verdorven oude mens in ons is al door God geoordeeld in het kruis van Christus.

Juridisch in Gods ogen.

“God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees …” (Romeinen 8:3)

God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden … de zonde (dat is de zondige natuur) veroordeeld in het vlees, in het lichaam van Jezus.

“Dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.” (Romeinen 6:6.7)

“daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat één voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven.” (2 Korintiers 5:15)

We zijn in Christus een nieuwe schepping, Christus zelf woont in ons (Galaten 2:20). Het oude is voorbijgegaan en het nieuwe is gekomen.

“Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.” (2 Korinthe 5:17)

We moeten dit uitwerken door de uitingen van de oude mens af te leggen en de nieuwe mens aan te doen.

“Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen, gelijk dit de waarheid is in Jezus, dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar (de wil van) God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.” (Efeze 4:21-24)

Naast de pijnlijke waarheid over de verdorven oude mens, is er de Bijbelse waarheid dat die oude mens door God al geoordeeld is. We zijn rechtens vrij. We zijn rechtens vrij van de heerschappij van de zondige mens over ons. We zijn bezig om hem af te leggen en straks bij de wederkomst van Christus, bij de opstanding, raken we de aanwezigheid van de zondige natuur volledig kwijt.

Het nieuwe leven, de nieuwe mens, is door de Heilige Geest ook in je aanwezig. Dat leven geeft allerlei heilige begeerten en verlangens. Dat leven duwt en stuwt je de goede kant op. Die realiteit mag je ook ervaren.

+ Een burgeroorlog in jezelf

De begeerten van het vlees tegenover de begeerten van de Geest. Die twee gaan tegen elkaar in.

“Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees. Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees – want deze staan tegenover elkander – zodat gij niet doet wat gij maar wenst.” (Galaten 5:16,17)

+ Je hoeft niet langer het begeren van het vlees te volgen

“Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees”

Galaten 5:16).

Wandelen door de Geest is de innerlijke leiding van Gods Geest volgen die aangeeft wat zondig is en wat niet, die je telkens de weg wijst. En wandelen door de Geest is er op rekenen dat Gods Geest afrekent met de zondige begeerten in je. Daar een beroep op doen, en daar door het geloof in gaan staan. 

Zie in de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven de Bijbelstudie over de worsteling met de zonde. Zie ook de Bijbelstudie over wandelen in de Geest.

“Geliefden, ik vermaan u als bijwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen uw ziel” (1 Petrus 2:11)

27. Een gerust geweten, geen besef van kwaad

Een gerust geweten, geen besef van kwaad. Het is Gods bedoeling dat wij dat hebben. Hoe kunnen we dat bereiken? Hoe kunnen we die toestand bereiken en er in blijven?

+ Je moet in de vergeving gaan staan

Als je beleden hebt, dan danken voor de vergeving. Als er daarna nog schuldgevoelens over de zonde die je hebt beleden, blijven, dan die gevoelens verwerpen. Je moet in geloof op het woord van God gaan staan. Je hebt beleden, dus heeft God je vergeven (1 Johannes 1:9). Dat is een feit, dat is de waarheid, wat je gevoel ook zegt.

+ Je moet niet in jezelf naar zonden gaan speuren

“Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen? Ik, de Here, doorgrond het hart en toets de nieren …” (Jeremia 17:9,10)

De Bijbel zegt dat het hart van de mens arglistig is en dat niemand het kan kennen. Niemand kan tot de bodem toe in het hart van een mens kijken, ook je eigen hart niet. Niemand kan volledig doorgronden wat onze motieven zijn. Dat kan alleen God. Daarom moeten we niet aan zelfontleding doen, aan introspectie. In plaats daarvan moeten we ons laten doorlichten door Gods Geest.

+ Wel jezelf laten doorlichten

Jezelf laten doorlichten door Gods Geest doe je door het gebed uit Psalm 139:23 na te bidden.

“Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart,

Toets mij en ken mijn gedachten;

Zie of bij mij een heilloze weg is,

En leidt mij op de eeuwige weg.” (Psalm 139:23,24)

Dit gebed is een Bijbels gebed, een goed gebed, een gebed naar Gods wil dat God zeker zal verhoren (1 Johannes 5:14,15).

“Heer dat er niets uw Geest zal bedroeven.”

 “Bescherm me tegen mijn eigen arglistige hart”

+ Als God niets laat zien, dan is er ook niets.

Als je het gebed uit Psalm 139 gebeden hebt en God laat niets duidelijk zien, dan is er niets. Bedenkt, als God spreekt, dan spreekt hij duidelijk. God is echt wel in staat om met ons te communiceren, zeker als wij er voor open staan, als we bereid zijn om alles onder ogen te zien. Hij zal het ons duidelijk maken als er iets niet in orde is. Doet God dat niet, dan is er niets en dan hoeven wij ook niet verder te zoeken.

“Ja, ook mijzelf beoordeel ik niet. Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd; Hij, die mij beoordeelt is de Here.” (1 Korinthe 4:3,4)

+ Vage schuldgevoelens zijn niet uit God, reken er mee af

Als Gods Geest je ergens op wijst, dan is het duidelijk, dan weet je wat er wordt bedoeld. God communiceert altijd duidelijk. Vage schuldgevoelens zijn niet uit God, zo werkt God niet.

Je moet afrekenen met vage schuldgevoelens. Breng ze in gebed, vraag God of Hij het duidelijk wil maken als er iets aan de hand is. Als God dat in antwoord op dit gebed niet doet, dan zijn die gevoelens niet uit God. Dan komen de schuldgevoelens uit je eigen hart of ze zijn afkomstig van de satan, van boze geesten. Verwerp dan die schuldgevoelens. Biedt weerstand. Ga staan in geloof: “Ik heb gebeden, God heeft me niets laten zien, dus is er niets.”

+ Als wij in het licht wandelen, zal God het wel laten zien als er iets mis is

Hoe doe je dat “in het licht wandelen”?

Er zijn volgens de Bijbel drie bronnen van geestelijk licht:

-God zelf is licht. “God is licht” (1 Johannes 1:5)

-De Bijbel verspreidt licht. “Het openen van uw woord verspreidt licht” (Psalm 119:130)

-Je medechristenen verspreiden licht. Die zijn ‘licht in de Here’. (Efeziers 5:8)

Het licht van God ontdekt aan de zonde, aan heilloze wegen. Door de omgang met de Bijbel, door de gemeenschap met God in het gebed en door de gemeenschap met medechristenen, zal God zijn licht op ons leven laten vallen. De Geest van God zal door dit alles heen werken en ons indien nodig overtuigen van zonde. Dit wordt wel het ontdekkende licht van de Heilige Geest genoemd.

“dan wordt hij door allen weerlegd, wordt hij door allen doorgrond, het verborgene van zijn hart komt aan het licht”(1 Korinthiers 14:24,25)

Gods licht zal je beschermen tegen je eigen arglistige hart. We moeten in Gods licht blijven, dan zal de Geest ons aanspreken als er iets mis is. In de lichtkring van Gods licht is het veilig. We moeten het licht van God steeds weer opzoeken.

Loop je weg van Gods licht of zoek je het op?

“Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn werken blijke, dat zij in God verricht zijn.” (Johannes 3:20.21)

Om over na te denken.

De Bijbel zal ons weg houden van de zonde of de zonde zal ons weghouden van de Bijbel.

27. Wat is bidden?

Bidden is spreken tot God. Je richt je tot God. Jij spreekt en God luistert naar je. Hij reageert op wat je zegt.

God is de hoorder van het gebed. 

“Hoorder van het gebed, tot U komt al wat leeft.” (Psalm 65:3)

+ Wat zeg je dan?

Waaruit bestaat gebed? Het bestaat uit:

-Dankzegging. Je dankt God voor alles wat Hij voor je heeft gedaan en doet. (Kolossenzen 2:7)

-Vragen, dingen vragen die je nodig hebt.

Gebed om voedsel, kleding, onderdak, wijsheid, leiding, uitredding, bescherming, Gods zegen op je werk. Alles wat je nodig hebt. (Mattheus 7:7)

-Je mag ook je wensen bij God bekend maken. (Filippenzen 4:6)

-Je mag ook je hart uitstorten, alles vertellen aan God, je vreugde en verdriet (Psalm 62:9)

God is immers je hemelse vader.

+ Hoe spreek je God aan?

Jezus zei: “Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt …” (Mattheus 6:9). Jezus leert hier zijn discipelen om God aan te spreken als de hemelse Vader.

Er staan meerder gebeden in de Bijbel. Die zijn gericht tot God, tot de Here, tot de Here God. Er wordt niet gebeden tot de Heilige Geest.

+ Hardop bidden

Je kunt in stilte bidden of hardop. Bij hardop bidden kun je veel gemakkelijker concentreren. In de Bijbel is gebed veelal hardop. Zoek een rustige plek op, waar je alleen bent, dan kun je hardop bidden.

+ Gezamelijk bidden

In de Bijbel zien we de christenen vaak gezamenlijk bidden. Dan bidt de een na de ander hardop. Zo’n bijeenkomst speciaal voor gebed wordt wel een bidstond genoemd.

Een illustratie

“velen vergaderd in gebed” (Handelingen 12:12)

Er werd voortdurend voor Petrus gebeden (Handelingen 12:5).

De een na de ander bad voor Petrus.

+ Bidden voor anderen

Je kunt voor de noden en voor het werk van andere christenen bidden.

Je kunt andere christenen te hulp komen door gebed.

“terwijl ook gij ons te hulp komt met uw voorbede” (2 Korintiers 1:11)

Bidden voor anderen wordt voorbede genoemd.

Een voorbeeld

Epafras bad voor de gemeente in Kolosse.

“Epafras laat u groeten, die een der uwen is, een dienstknecht van Christus Jezus, altijd in zijn gebeden voor u worstelende, dat gij moogt staan, volmaakt en verzekerd bij alles wat God wil. Want ik kan van hem getuigen, dat hij zich veel moeite heeft gegeven voor u …” (Kolossenzen 4:12,13)

Epafras bad dat de christenen te Kolossen in alles de wil van God zouden verstaan en dat ze ook naar de wil van God zouden handelen.

Nog een voorbeeld

Gebed voor de bekering van mensen. Paulus die bad voor zijn landgenoten.

“Mijn gebed over hun behoud gaat uit tot God” (Romeinen 10:1)

Nog een voorbeeld

Johannes die bad voor een medegelovige.

“Geliefde, ik bid, dat het u in alles wèl ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wèl gaat” (3 Johannes :2)

28. Waarom bidden?

Waarom is het zo belangrijk dat wij als christen bidden?

+ Het wordt ons opgedragen

Keer op keer worden we in de Bijbel opgeroepen om te bidden. Met grote nadruk, met klem.

“en hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen” (Lucas 18:1)

“En bidt daar bij met aanhoudend bidden en smeken, bij elke gelegenheid ….” (Efeze 6:18)

“Volhardt in het gebed …” (Kolossenzen 4:2)

“Weest … volhardend in het gebed ..” (Romeinen 12:12)

“Bidt zonder ophouden … want dat is de wil Gods in Christus Jezus ten opzichte van u” (1 Tessalonicenzen 5:16-18)

Jezus wil dat wij bidden. De apostel Paulus spoort er telkens toe aan. Het is Gods wil dat we bidden. Dat is op zich al genoeg reden voor ons om te bidden.

+ Gij hebt niet omdat gij niet bidt

“Gij hebt niets, omdat gij niet bidt” (Jakobus 4:2)

God wil ons zegenen en wil voorzien in alles wat we nodig hebben, maar Hij wil wel gebeden zijn. God heeft er voor gekozen om ons te zegenen in antwoord op het gebed. Zo heeft God het besloten. Als we er niet om bidden, dan hebben wij niets. “Gij hebt niets, omdat gij niet bidt”

“Doe uw mond wijd open en ik zal hem vullen” (Psalm 81:11)

Let op het beeld dat God hier gebruikt. Het beeld van vogels die hun jongen te eten geven. Een van de ouders komt aan met voedsel, maar de jonge vogel moet wel zijn bek wijd open doen, zodat ze het eten er in kan doen. We moeten in gebed onze mond wijd open doen, niet zomaar open doen, maar wijd open doen.

 “En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan door niets uitvaren, tenzij door gebed.” (Marcus 9:29) “tenzij door gebed” Niets helpt, alleen gebed zal succes brengen.

+ Gebed is de voornaamste wijze waarop je andere mensen te hulp kunt komen

We kunnen andere mensen te hulp komen door voor hen te bidden. Je staat nooit machteloos, je kan altijd God voor hen bidden. Je kan geloof voor hen hebben en voor hen op Gods beloften pleiten. 

“terwijl ook gij ons te hulp komt met uw voorbede” (2 Korintiers 1:11)

Een illustratie

Het succes van evangelisten, voorgangers, zendelingen hangt in grote mate van onze voorbede af. Daarom vroeg Paulus keer op keer om gebed voor hemzelf.

“En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen; ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken … Dan zal ik daartoe vrijmoedig kunnen optreden, zoals ik behoor te spreken.” (Efeze 6:18-20)

Hij vroeg dat ze voor hem zouden bidden dat God hem voor elke keer een boodschap zou geven om uit te spreken. Hij vroeg gebed om vrijmoedighed, om onbevreesd het evangelie uit te kunnen dragen.

Let op het woordje ‘kunnen’ in  vers 20. “Dan zal ik daartoe vrijmoedig kunnen optreden, zoals ik behoor te spreken.” Als de christenen voor hem zouden bidden, dan, in dat geval, zou hij het kunnen. Dan zou hij in de verkondiging van het evangelie kunnen optreden zoals het behoort.

Zie de klem waarmee Paulus om voorbede vroeg:

“Broeders bidt [ook] voor ons.” (1 Tessalonicenzen 5:25)

“Maar, [broeders,] ik vermaan u bij onze Here Jezus Christus en bij de liefde des Geestes, om samen met mij te worstelen in den gebede voor mij tot God, opdat ik behoed worde voor de weerspannigen in Judea, en dat mijn dienstbetoon voor Jeruzalem gunstig worde opgenomen door de heiligen, …” (Romeinen 15:30,31)

Paulus was van plan om naar Jeruzalem te gaan. Er was niet alleen bij de ongelovige Joden weerstand tegen zijn boodschap, er was ook verzet binnen de kring van de gemeente. Hij vroeg gebed om bescherming tegen hen. En hij ging de opbrengst van een collecte naar hen brengen. Hij vroeg ook om gebed dat dit goed opgenomen zou worden.

Als de apostel Paulus al voorbede nodig had voor zijn werk voor God, hoeveel te meer geldt dat voor de voorgangers, de zendelingen en de evangelisten die wij kennen. Voor wie bidt jij, wie staat er op je gebedslijst?

+ Omdat het gebed veel vermag

Het gebed beweegt de hand die de wereld beweegt. Door het gebed ben je verbonden met de troon van God. De almachtige God komt in actie in antwoord op ons gebed.

“Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt” (Jakobus 5:16)

God verleent kracht aan het gebed. Daarom volhardt in het gebed. Alle dingen zijn mogelijk bij God (Marcus 10:27), Hij kan boven bidden en beseffen verhoren (Efeze 3:20). En God laat geen bidder staan (Mattheus 7:8). Je bidden is niet tevergeefs.

+ Zo kun je in geestelijke strijd op de bres staan

Gebed is noodzakelijk en zeer belangrijk, want door het gebed kun je in de geestelijke strijd overwinnen.

Paulus wilde de christenen in Thessalonica weer bezoeken. Hij werd tegengehouden en hij onderkende dat dit kwam door tegenwerking van de satan. Daar legde Paulus zich niet bij neer. Hij ging er tegenin door gebed. Door het gebed riep hij Gods ingrijpen in. En als God ingrijpt dan moet de satan wijken. De satan is geen partij voor de almachtige God.

“Wij, of liever: ik, Paulus, heb namelijk een en andermaal tot u willen komen, doch de satan heeft het ons belet.” (1 Tessalonicenzen 2:18)

“Nacht en dag bidden wij vurig, dat wij uw aangezicht mogen zien en voltooien wat nog aan uw geloof ontbreekt. Hij, onze God en Vader, en onze Here Jezus, bane ons de weg tot u …” (1 Thessalonicenzen 3:10,11)

Als wij in gebed weerstand bieden aan de tegenwerking van de boze, dan zal de satan van ons wijken. “Biedt weerstand aan de duivel en Hij zal van u vlieden” (Jakobus 4:7).

Zo simpel is het. De uitkomst is helemaal niet onzeker, er staat “en Hij zal van u vlieden”. Hij zal van ons vluchten. Daar zorgen God en Jezus voor.

+ Gebed is de manier om in contact met God te blijven, om met God samen te werken

Het is de manier waarop wij met God kunnen samenwerken. Door dagelijks te bidden blijven we in contact met God. (Zie in de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven de Bijbelstudie over het houden van stille tijd.) Dan ontvangen we leiding.

29. Hoe bidden?

In deze Bijbelstudie gaat het om het gebed voor noden. Gebed om de dingen die je nodig hebt, zoals Gods hulp en leiding. Hoe moeten we dat doen?

+ Bidden in de naam van Jezus

De Bijbel zegt dat we moeten bidden in Jezus naam.

“Indien gij Mij iets vraagt in mijn naam, Ik zal het doen.” (Johannes 14:13)

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in mijn naam. Tot nog toe hebt gij niet om iets gebeden in mijn naam; bidt en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij.” (Johannes 16:23,24)

Tot God de Vader bidden in Jezus naam. Wat betekent dat?

Het houdt in dat je nadert tot God op grond van het offer dat de Here Jezus heeft gebracht.

Je pleit op de verdienste van Jezus en niet op je eigen verdienste.

God verhoort onze gebeden ‘om Jezus wil’.

Omwille van Hem. Omdat Hij het voor ons verdiend heeft. Omdat we bij Hem horen. Omdat wij bidden in Jezus naam.

“Want hoevele beloften Gods er ook zijn, In Hem is het: Ja …” (2 Korintiers 1:20)

“Immers uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen zelfs genade op genade” (Johannes 1:16). Je ontvangt de ene onverdiende goedheid na de andere onverdiende goedheid van God, omwille van Jezus, uit zijn volheid. Dat is zo met de vergeving der zonden, die is “om zijns naams wil” (1 Johannes 2:12). En dat is ook zo bij elke gebedsverhoring.

Als je tot God bidt in Jezus naam, zal God je gebeden verhoren.

“ …en wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde.” (Johannes 14:13)

+ Met geloof bidden

“Maar hij moet bidden in geloof” (Jakobus 1:6)

We moeten met geloof bidden.

Wat houdt het in?

Wat is bidden in geloof of met geloof? Het is bidden met het vertrouwen dat God datgene wat je vraagt ook zal schenken.

Wanneer kun je dat geloof hebben?

Geloof is altijd ergens op gebaseerd, geloof moet een fundament hebben, een grond. Je kunt met geloof bidden als je om iets bidt “naar Gods wil”. Als je om iets bidt dat God ook wil. Als je om iets bidt waar God achter kan staan. Dan weet je zeker dat God dat gebed zal verhoren. Als God iets belooft in de Bijbel, dan weten je dat Hij dat wil geven, dan kun je daar met geloof voor bidden.

Een illustratie

God belooft uitdrukkelijk dat hij ieder die om wijsheid bidt ook wijsheid zal geven.

Er staat in Jakobus 1:5: “Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden.”

Omdat God deze belofte heeft gegeven, hebben we de zekerheid dat Hij wijsheid zal geven, het zal komen. God komt immers altijd zijn beloften na, dus ook deze. Als we om wijsheid bidden, dan zal God het ons geven. Dat weten we.

Zekerheid indien wij iets bidden naar Gods wil

“En dit is de vrijmoedigheid, die wij tegenover Hem hebben, dat Hij, indien wij iets bidden naar zijn wil, ons verhoort. En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, weten wij, dat wij de beden verkregen hebben, die wij van Hem hebben gebeden.” (1 Johannes 5:14,15)

Als je iets bidt naar Gods wil, dan weet je dat, dat gebed, verhoord is.

Soms heb je geen inzicht in Gods wil. In dat geval mag je nog steeds je wensen bij God bekend maken (Filippenzen 4:6). Je weet dan alleen niet zeker of God dat gebed zal verhoren.

Dan niet twijfelen

Als God iets beloofd heeft in de Bijbel dan mogen we daar niet aan twijfelen. Als we om iets vragen wat beloofd is, dan moeten we er vanuit gaan dat God dat gebed zal horen. Als we iets bidden in overeenstemming met zijn wil, weten we immers dat we dat gebed verkregen hebben. “ …. Indien wij iets bidden naar Zijn wil ….weten wij dat wij de beden verkregen hebben, die wij hebben gebeden”. (1 Johannes 5:14,15). Dan wachten we in rustig vertrouwen af.

God heeft wijsheid beloofd aan ieder die er om bidt, dat staat in Jakobus 1:5. Maar achter dat vers staat wel “Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende …” (Jakobus 1:6)

Nog enkele aspecten van bidden in geloof

-Bidden met geloof is ook bidden met verwachting

Als je bidt moet je uitzien naar wat God gaat doen in antwoord op je gebed.

“Here , des morgens hoort Gij mijn stem, des morgens leg ik het U voor, en zie uit.” (Psalm 5:4). Je legt het aan God voor in gebed en dan zie je uit naar wat Hij er mee gaat doen.

Elia bad om regen. Hij bad en dan ging hij kijken of de regen er al aan kwam (1 Koningen 18:42-44).

-Bidden met geloof is bidden met de zekerheid dat God ook jouw gebed serieus neemt.

Je weet zeker dat God je gebed serieus neemt want dat staat in de Bijbel “… een ieder die bidt ontvangt” (Mattheus 7:8). Een ieder, dus ook jij. God hoort naar het gebed van al zijn kinderen. God laat geen bidder staan. God doet iets me je gebed. Hij zal erop reageren. Dat geldt voor iedere christen, beginnend of geestelijk volwassen, jong of oud, zwak of sterk.

+ Met volharding bidden

“Volhardt in het gebed” (Kolossenzen 4:2)

“weest … volhardend in het gebed (Romeinen 12:12)

We moeten volharden in het gebed. We moeten niet stoppen met bidden. Volharden betekent ook dat we doorgaan met bidden tot God het beloofde heeft gegeven.

De ene keer doet God onmiddellijk wat we vragen. De andere keer moeten we er een tijd voor bidden. In dat laatste geval moeten we het blijven vragen totdat het gekomen is. Zo heeft God verkozen om te werken. Hij doet dat om ons geloof op de proef te stellen.

Als je een duidelijke grond in de Bijbel hebt, als je een belofte hebt, dan moet je niet ophouden met voor die zaak te bidden. Je moet er regelmatig om blijven vragen. Net zolang tot het beloofde is gekomen. Maar ook als je niet direct een belofte hebt, dan mag je telkens weer je wens bij God bekend maken. God er aan herinneren.

Een illustratie

God heeft beloofd om voor je te zorgen (1 Petrus 5:7). Hij wil ook dat we, indien we daartoe in staat zijn, werken voor ons eigen levensonderhoud (2 Tessalonicenzen 3:10). Je kunt werken en je verlangt er naar om te doen wat God wil. Maar om Gods wil hier uit te voeren heb je wel een baan nodig. Als dat het geval is dan kun je met vertrouwen om een baan bidden. Dan moet je daar niet één keer om bidden, je moet er mee doorgaan tot je een baan hebt gekregen, tot God een deur opent. Terwijl je intussen Gods leiding zoekt. (Zie in de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven de Bijbelstudies over Gods leiding. Speciaal: “Hoe God leidt. De drie richtingwijzers”). Je moet er regelmatig voor bidden. In je dagelijkse stille tijd of wanneer het op je drukt.  

Nog een illustratie

Je bidt om de bekering van je familieleden. God verlangt naar hun behoud, God wil hen een kans geven, dat weet je (2 Petrus 3:9). Als jij voor hen gaat bidden, gaat God hen roepen, hen bij Hemzelf bepalen, hen laten schrikken, vast laten lopen, op de deur van hun hart kloppen, hen overtuigen van zonde en van de waarheid (Johannes 16:8). God gaat hen kans op kans geven. Maar jij moet er regelmatig voor blijven bidden.

Jezus gebruikte een voorbeeld om zijn discipelen duidelijk te maken dat ze voor sommige zaken met volharding moesten bidden.

“Hij [Jezus] sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen. En Hij zeide: Er was in een stad een rechter, die zich om God niet bekommerde en zich aan geen mens stoorde. En er was een weduwe in die stad, die telkens tot hem kwam en zeide: Verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij. En een tijdlang wilde hij niet, maar daarna sprak hij bij zichzelf: Al bekommer ik mij niet om God en al stoor ik mij aan geen mens, toch zal ik, omdat deze weduwe het mij moeilijk maakt, haar recht verschaffen; anders komt zij mij ten slotte nog in het gezicht slaan. En de Here zeide: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen.” (Lucas 18:1-8)

Net als deze weduwe moeten ook wij telkens tot God gaan, voor dezelfde zaak, net zolang tot God in actie komt. “Er was een weduwe die telkens tot hem kwam …”

Zoals deze weduwe de rechter vasthield, zo mogen wij ook met eerbied God vasthouden.

Volharden is er mee doorgaan, het niet opgeven. Het is doorgaan tot het doel bereikt is. Je moet het niet zomaar opgeven, zeker niet als je een belofte hebt.

+ Bidden met reine handen

“Ik wil dan, dat de mannen op iedere plaats bidden met opheffing van heilige handen, zonder toorn en twist.” (1 Timotheus 2:8)

Onze gebeden kunnen verhinderd worden. Als er zonde is in ons leven.

Een illustratie uit de Bijbel.

“Desgelijks gij, mannen, leeft verstandig met uw vrouwen, als met brozer vaatwerk, en bewijst haar eer, daar zij ook mede-erfgenamen zijn van de genade des levens, opdat uw gebeden niet belemmerd worden.” (1 Petrus 3:7)

Als een man niet goed met zijn vrouw omgaat, als hij haar niet met respect behandelt, dan zal dat zijn gebeden hinderen. Dan verhoort God hem niet.

We moeten op onszelf toezien dat er geen zonde in ons leven is. Het gaat hier om zonden waar we ons van bewust zijn. Als er zonde is, moeten wij die zonde verwerpen, er tegen strijden en die zonde tegenover God belijden, en waar nodig ook belijden tegen de mensen die je beschadigd of benadeeld hebt. Zie in de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven de Bijbelstudie: “Wat moet een christen doen als hij gezondigd heeft?”

Let op. Je hoeft niet in je zelf naar zonde te gaan speuren. Gods Geest zal ons wel wijzen op wat veranderd moet worden, als we in dagelijks contact met God blijven door gebed en Bijbellezen.

Je kunt wel geregeld bidden: “Heer als er iets is wat de verhoring van mijn gebeden verhindert, wilt U het me dan laten zien.”

Dat is een goed gebed, een gebed dat God zeker zal horen. Als je dit gebeden hebt en God maakt je niets duidelijk, dan is er niets. Want als er wel iets was geweest, dan had God het duidelijk gemaakt.

Laat je niet kwellen door onbestemde schuldgevoelens. Alsof je niet goed genoeg bent, alsof je niet geestelijk genoeg bent, alsof je een te zwak christen bent. Alsof dat gebedsverhoring in de weg zou staan. Laat je niet ontmoedigen als je met vallen en opstaan vecht tegen sommige zonden. God verhoort onze gebeden om Jezus wil, en niet omdat wij het in onszelf waard zijn of verdiend hebben.

+ Mooie woorden zijn niet nodig

God ziet het hart aan.

“Het komt immers niet aan op wat de mens ziet; de mens toch ziet aan wat voor ogen is, maar de Here ziet het hart aan.”  (1 Samuel 16:7)

God weet wat je wil zeggen. God kijkt door de woorden heen. Hij ziet het hart aan. Hij begrijpt wat je wil zeggen, Hij ziet de intentie. Mooie woorden en prachtige gebeden zijn niet nodig. Gebed is eenvoudigweg tot God spreken.

Ook veelheid van woorden is niet nodig om God te overtuigen (Mattheus 6:7). Je mag er in alle eenvoud om vragen en dan kun je met vertrouwen uitzien naar wat God gaat doen in antwoord op je gebed.

+ Bidt zonder ophouden?

“bidt zonder ophouden” (1 Tessalonicenzen 5:17)

Hoe kan dat? Je kunt toch niet de hele dag door bidden?

Het betekent dat je regelmatig bidt. Zoals Daniel deed. “en driemaal daags boog hij zich neder op zijn knieën en bad en loofde zijn God, juist zoals hij dat tevoren placht te doen.” (Daniel 6:11)

Maar het gaat verder. Als je regelmatig bidt, op vaste tijden, en als je voorbede doet, dan zul je merken dat na enige tijd je vanzelf ook op andere momenten van de dag spontaan gaat bidden. Gebed wordt iets natuurlijks, net zo natuurlijks als je vanzelf adem haalt. Je gaat vanzelf in allerlei situaties bidden. Speciaal als er iets is, wat op je drukt. Dan ga je “dag en nacht” roepen, zuchten tot God.

“nacht en dag bidden wij vurig” (1 Tessalonicenzen 3:10, Lucas 18:7)

Dit zal groeien in ons leven, als we gedisciplineerd dagelijks gaan bidden en voorbede gaan doen.

+ Nog enkele praktische opmerkingen over hoe te bidden

Nu volgen een aantal praktische adviezen. Ze worden niet voorgeschreven in de Bijbel, dit

in tegenstelling tot wat hierboven is besproken.

-Bidt hardop

Dit blijf ik zeggen. Je moet jezelf er aan wennen om hardop te bidden.

Dat helpt bij de concentratie. Maar het is geen wet van Meden en Perzen. Als je het prettiger vindt om stil te bidden en je kunt je concentratie bewaren, dan kun je dat ook doen.

-Start met dankzegging

Begin elke tijd van gebed met dankzegging. Dat richt je op God, dat versterkt je geloof, dat geef blijdschap als je dankend al je zegeningen doorneemt. Danken en kleingeloof gaan niet samen.

-Pak het ordelijk en gedisciplineerd aan

Gebed is een onderdeel van je dagelijkse stille tijd. Houdt gedisciplineerd stille tijd. (Zie in de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenzijn de Bijbelstudie over stille tijd)

Gebruik een gebedslijst. Maak een lijstje met onderwerpen waar je voor wilt bidden. Je zorgen, je wensen, gebed om leiding, gebeden voor anderen. (Zie de Bijbelstudie over stille tijd)

Je kunt ook gebedsnotities maken. Gebeden opschrijven, beloften waarop je bij een specifiek gebed op kan pleiten.

Je kunt de voorbede eventueel scheiden van je dagelijkse stille tijd. In je stille tijd kun je dan bidden voor de dingen die spontaan in je opkomen. In je tijd van gebed en voorbede bidt je, je gebedslijst door.

+ Bidt niet alleen, bidt ook met anderen

Met je huwelijkspartner.

Bezoek een gebedskring, een gebedsbijeenkomst van je gemeente.

Bidt op de gemeenschapskring van je gemeente.

Bidt met je kinderen.

Bidt met je gezin.

Doe dat op regelmatige basis, als vast moment in de routine. Dat zal je ondersteunen om ook in je persoonlijk leven te blijven bidden.

Het is voor de meesten van ons een hele stap om in het bijzijn van anderen te bidden. Maar daar moet je doorheen. Je gebed hoeft niet perfect te zijn, het kan kort zijn, mooie woorden en lange gebeden zijn niet nodig. Mij hielp het om min of meer “te vergeten” dat anderen er bij waren, ik bad zoals ik thuis gewend was om te bidden.

30. Zeker zijn van de verhoring van een bepaald gebed

We mogen al onze wensen bekend maken bij God (Filippenzen 4:6). We mogen alles aan Hem vragen. Maar God geeft niet altijd wat we vragen. Toch kunnen we in sommige gevallen wel vooraf weten dat een gebed dat we bidden zal worden verhoord. Dat is zo als we om iets bidden dat naar de wil van God is.

+ Bidden naar de wil van God

“En dit is de vrijmoedigheid, die wij tegenover Hem hebben, dat Hij, indien wij iets bidden naar zijn wil, ons verhoort. En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, weten wij, dat wij de beden verkregen hebben, die wij van Hem hebben gebeden.” (1 Johannes 5:14,15)

Hier staat het “indien wij iets bidden naar zijn wil … weten wij, dat wij de beden verkregen hebben, die wij van Hem hebben gebeden”

Iets bidden naar Gods wil, betekent dat wij om iets bidden dat God ook wil, dat we om iets bidden waar God achterstaat. Bijvoorbeeld, als God iets heeft beloofd, dan weten we dat Hij het ook wil geven, want Hij doet altijd wat Hij heeft beloofd. Als je in gebed om de beloofde zaak bidt, dan weet je zeker dat God dat gebed zal verhoren.

Het komt er dus op aan dat we ontdekken of iets wat we vragen naar Gods wil is. Als dat het geval is, dan weten we dat het gebed verhoord zal worden. 

+ Wanneer is het zeker?

-Als God het heeft toegezegd

Er staan allerlei beloften in de Bijbel. God heeft beloofd om allerlei dingen voor de gelovigen te doen. Als je bidt op grond van zo’n belofte, dan zal God zeker antwoorden en het gebed verhoren.

Nog een keer deze illustratie

God heeft beloofd dat Hij wijsheid geeft aan iedereen die Hem daarom vraagt.

“Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden.” (Jakobus 1:5)

Als je om wijsheid bidt dan is het zeker dat je het ook zal ontvangen.

Nog een illustratie

God zegt dat Hij een helper is voor de gelovigen. Daarom kun je er op rekenen dat God je zal helpen als je het nodig hebt.“Want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten. Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Here is mij een helper.” (Hebreeën 13:5,6). En daarom kun je met vertrouwen om hulp bidden.

Als je om hulp bidt, zal God je helpen, dat is zeker. Hij zal ons in geen enkel geval begeven en verlaten, hij zal niet stoppen met ons te helpen (Hebreeën 13:5,6). Op grond van deze Bijbeltekst weet je wel dat God zal helpen, maar je weet niet wanneer en hoe God dat gaat doen. Hij kan het probleem wegnemen of Hij kan je er doorheen dragen.

Zie de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven, de Bijbelstudie met een lijst van beloften.

-Als het om een reële nood gaat

Als je het werkelijk nodig hebt, dan zal God voorzien.

In de Bijbel staat: “Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u” (1 Petrus 5:7). Er staat “Hij zorgt voor u”. Dat is een feit, dat verklaart God, dat doet Hij voor iedere christen. Omdat dit zo is, kun je er op rekenen dat Hij ook voor jou zal zorgen, dat Hij je zal geven wat je nodig hebt.

Er is een verschil tussen een verlangen en een nood. Tussen een ‘want” en een “need”. Een nood is iets wat je echt nodig hebt, bijvoorbeeld brood. Bij een nood zal God zeker antwoorden en ingrijpen.

“Hoeveel te meer zal uw vader in de hemelen het goede geven aan hen die hem daarom vragen.” (Mattheus 7:11). Let op het verband waarin dit staat vers staat, Mattheus 7: 7-11. Jezus gebruikt het beeld van een kind dat honger heeft en dat zijn aardse vader om brood vraagt.

-Als het nodig is om een taak die God je heeft gegeven uit te voeren

Met een opdracht geeft God ook altijd de hulp en bijstand die je nodig hebt om die opdracht uit te kunnen voeren. Gods genade (hulp en bijstand) is genoeg voor elke situatie en voor elke taak (1 Korinthiers 12:9). “Hij geeft dan ook des te grotere genade” (Jakobus 4:6). Hoe moeilijker de opdracht, des te meer genade geeft God, dat gaat gelijk op. Daarom kon Paulus ook zeggen: “Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft.” (Filippenzen 4:13)

Je kunt daarom met geloof bidden om alles wat nodig is om een taak die God je heeft gegeven uit te voeren. Je kunt er om bidden in de zekerheid dat God het zal doen.

Een Illustratie. Je kinderen opvoeden.

Voor deze taak heb je geen speciale leiding nodig. “En gij, vaders, verbittert uw kinderen niet, maar voedt hen op in de tucht en in de terechtwijzing des Heren.” (Efeze 6:4) De Bijbel is duidelijk. Je moet je kinderen opvoeden in de tucht en de terechtwijzing des Heren. Je moet ze onderwijzen in de dingen van God, je moet ze disciplineren, enzovoort. Die taak is je door God gegeven, door God opgelegd.

Voor de uitvoering is wijsheid nodig en Gods zegen op wat je doet. Het is zeker dat God je de wijsheid, de leiding, de kracht en alle andere genade die je hier voor nodig hebt, zal geven als je er om bidt.

Illustratie.  Je werk doen, je baan.

Het is Gods bedoeling dat wij, als we daartoe in staat zijn, ons eigen inkomen verdienen. Het is Gods bedoeling dat we een baan hebben (2 Tessalonicenzen 3:10, Efeze 4:28). God zal met de opdracht om ons eigen inkomen te verdienen ook de genade geven om die opdracht uit te voeren. Hij zal ons bijstaan in de uitvoering daarvan. Je doet je werkt niet voor jezelf, maar voor God, als een dienst aan Hem. Het is zeker dat God je zal bijstaan. Hij zal je kracht geven, wijsheid, je verdedigen, je voorspoedig maken, of wat je ook maar nodig hebt om je werk goed te doen. Hetzelfde geldt natuurlijk voor het huishouden. Dit werk is ook een dienst aan God.

Nog een Illustratie. Les geven op de zondagschool.

Je hebt Gods leiding gezocht, wat kan ik voor God doen. Je hebt gebeden om leiding, er is iets op je weg gebracht, je hebt vrede over een bepaalde weg, enzovoort. (Zie in de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven de Bijbelstudie over Gods leiding: “Hoe God leidt, de drie richtingwijzers.”)

God leidt je bijvoorbeeld om les te geven op de zondagschool. Als God je die leiding geeft, dan is het zeker dat God je daarbij ook wil helpen. Daar kun en moet je met geloof voor bidden. Je kunt met geloof, deze en soortgelijke gebeden bidden. Hoe het aan te pakken, wat door te geven, gebed om een boodschap voor de kinderen, hoe met de kinderen om te gaan, gebed dat de kinderen geestelijk opgebouwd worden, gebed om rust en bescherming, dat de les beschermd wordt tegen verstoring, dat de kinderen die er moeten zijn ook aanwezig zullen zijn, dat God de harten wil openen voor de boodschap. Enzovoort.

Je hebt leiding van God gezocht. Je hebt om leiding gebeden: moet ik het doen? Je hebt naar de drie bakens gekeken. Je hebt een stap in geloof gedaan. Je vertrouwt er op, ik ben in de wil van God. Dan kun met geloof bidden om Gods hulp, zegen, wijsheid. Als je in de wil van God bezig bent, dan weet je zeker dat God je gebeden voor het werk zal verhoren.

+ Dan wel met geloof bidden

Als God iets duidelijk beloofd heeft, dan mogen we er niet aan twijfelen.

“Maar hij moet bidden in geloof” (Jakobus 1:6)

“Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden. Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende, want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt.” (Jakobus 1:5.6)

“ .. u geschiede naar uw geloof” (Mattheus 8:13)

Het geloof zegt: “God heeft het beloofd, natuurlijk zal God dat doen”. En “Ik ben benieuwd hoe God dit gaat oplossen, ik ben benieuwd naar wat God gaat doen.”

+ Wel volharden

Je moet wel volharden in het gebed, je moet doorgaan met bidden tot het beloofde is verkregen. God er aan herinneren. Er om vragen in de rustige zekerheid dat het komt op Gods tijd.

+ Onverhoorde gebeden

Hierboven is besproken in welke gevallen we geloof kunnen hebben. In andere gevallen mogen we wel onze wensen bekend maken, maar het is niet zeker wat God zal doen. Dat betekent dat God sommige van onze gebeden niet zal verhoren.

Neem bijvoorbeeld gebeden voor genezing. God heeft nooit beloofd dat hij ons, christenen, tijdens ons aardse leven van elke ziekte zal genezen. De verlossing van ons lichaam is nog toekomstig (Romeinen 8:23, Filippenzen 3:20,21). God zal niet elke zieke christen genezen, maar als Hij niet geneest dan geeft hij wel kracht om de ziekte te dragen (2 Korinthiers 12:9). En we weten dat God alle dingen, dus ook deze ziekte, laat medewerken ten goede (Romeinen 8:28). Het zal meewerken aan onze verandering naar het beeld van Christus (Romeinen 8:29). Het zal God verheerlijken, denk aan Job. (Zie in de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven de Bijbelstudie over “Moeiten, tegenslagen en lijden in het leven van de Christen” en de Bijbelstudie “Alles werkt mede ten goede”.)

Maar als we voor iets bidden wat God duidelijk beloofd heeft, iets dat naar Gods wil is, dan moeten we geen ‘nee’ accepteren en moeten volharden in het gebed. Het kan zijn dat God ons geloof beproeft. Controleer nog eens de gronden voor je overtuiging dat die zaak waarvoor je bidt naar de wil van God is. Verootmoedig je voor God. “Wat is er aan de hand?” Maar als God geen nader inzicht of leiding geeft, moet je doorgaan met bidden.

+ Je afvragen: kan ik hier geloof voor hebben?

Je kunt je vooraf afvragen, kan ik hier geloof voor hebben? Als je dingen bidt voor jezelf, voor de mensen om je heen, voor anderen, voor het werk van God.

Let wel, dit hoef je, je niet af te vragen. Je mag immers al je wensen bij God bekend maken, of je nu inzicht in Gods wil hebt of niet (Filippenzen 4:6). Maar het is nuttig om je af te vragen: Wat kan ik bidden, waar kan ik geloof voor hebben? Bijvoorbeeld nagaan of God die zaak beloofd. Als je daar inzicht in hebt, dan kun je in dat geval met geloof bidden. 

31. Zeker zijn dat God een bepaald gebed verhoort – deel II, een aanvulling

In de vorige Bijbelstudie zijn de drie voornaamste redenen waarom we er zeker van kunnen zijn dat God een bepaald gebed zal verhoren, besproken. (1) Als God iets in de Bijbel beloofd heeft, (2) als het om een reële nood gaat en (3) als het nodig is om een taak die God je geeft uit te voeren. Maar dat is nog niet het volledige Bijbelse verhaal. Er valt nog meer over te zeggen. Er zijn nog enkele aanwijzingen die ondersteunen dat iets wat we bidden, naar Gods wil is. We zullen ze hieronder doornemen.

+ Als God het ons zelf heeft leren bidden

Als God in de Bijbel ons iets zelf heeft leren bidden, dan is het logisch dat zo’n gebed een gebed naar Gods wil is. Een gebed dat zeker verhoord zal worden.

Een voorbeeld van zulke gebeden, zijn de gebeden van het ‘onze vader’. In het onze Vader staan een aantal gebeden die Jezus ons zelf heeft leren bidden. De discipelen vroegen Jezus: “Heer leer ons bidden?” En toen gaf Jezus hun dit voorbeeldgebed. Zo moet je bidden, voor deze zaken moet je bidden.

“En het geschiedde, terwijl Hij ergens in gebed was, dat een van zijn discipelen, toen Hij ophield, tot Hem zeide: Here, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft. Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zegt: Vader, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; geef ons elke dag ons dagelijks brood; en vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven een ieder, die ons iets schuldig is; en leid ons niet in verzoeking.” (Lucas 11:1-3). Zie ook Mattheus 6:9-13.

Welke gebeden leert Jezus zijn discipelen bidden?

-Uw naam worde geheiligd. Dat U erkent en geëerd zal worden.

-Uw koninkrijk kome. Dat komt als Jezus wederkomt, het breidt uit als Uw gemeente opgebouwd wordt.

-Geef ons elke dag ons dagelijks brood. Gebed om eten, om alles wat je nodig hebt in dit leven.

-Vergeef ons onze zonden. Als je gestruikeld bent, dan je zonde belijden (1 Johannes 1:9).

-Leid ons niet in verzoeking. Bescherm ons tegen de verzoekingen tot zonde.

-Verlos ons voor de boze. Bescherming tegen de boze machten (Mattheus 6:13).

+ Als het een Bijbels gebed is, een gebed dat in de Bijbel wordt gebeden

In de bijbel staan vele gebeden. Die gebeden kunnen we voor onszelf en voor anderen nabidden. Als we in dezelfde situatie verkeren.

We moeten wel oog houden voor het verschil tussen het volk Israel en de gemeente. Sommige beloften voor Israel zijn niet geldig voor de gemeente. Israel stond onder het verbond met Mozes. Een onderdeel van dat verbond is de vloek en de zegen. Als het volk de wet van Mozes zou houden, dan zou het gezegend worden met allerlei aardse zegeningen. En andersom, als het volk de wet van Mozes niet zou onderhouden, zou het getroffen worden door allerlei rampen. (Leviticus 26, Deuteronomium 28).

Die beloften en bedreigingen gelden niet voor de gemeente, voor de christenen. Wij staan niet onder het verbond met Mozes. Wij zijn gezegend met hemelse zegeningen, geestelijke zegeningen (Efeziers 1:3). En hier beneden is er geen materiële voorspoed beloofd, zoals bij het volk Israel het geval was, maar juist verdrukking en lijden (Romeinen 8:18, 2 Korintiers 4:16,18, ).

Zie uit de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christen leven de Bijbelstudies “Vervolgd worden, hoort bij het normale christenleven”, “Moeiten, tegenslagen en lijden in het leven van een christen” en “Geestelijke strijd, de vier vijanden van de christen.”

Illustratie

 “Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, toets mij en ken mijn gedachten; zie, of bij mij een heilloze weg is, en leid mij op de eeuwige weg”  (Psalm 39:23,24)

Dit is een gebed dat we met vertrouwen na kunnen bidden. God wil ook dat wij rein voor zijn aangezicht leven. Daar wil Hij ons zeker bij helpen, door voor ons te doen wat David hier bidt.

illustratie

De gebeden die Paulus bidt voor andere christenen, voor gemeenten.

Lees de brieven van Paulus door en noteer wat hij bidt voor de christenen, voor de gemeenten.

Als wij dat nabidden voor andere christenen, zal dat gebed zeker verhoord worden.

Dit bidt hij bijvoorbeeld voor de christenen te Kolosse:

“Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van zijn wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God. Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de macht zijner heerlijkheid tot alle volharding en geduld,…” (Kolossenzen 1:9-11). Epafras bad hetzelfde gebed voor hen (Kolossenzen 4:12).

illustratie

De gebeden die Paulus voor zichzelf vraagt.

-Hij vraagt gebed om een boodschap van de Heer, voor elke situatie. Om “het woord bij het openen van zijn mond”. (Efeze 6:19)

-Hij vraagt gebed voor vrijmoedigheid. (Efeze 6:19)

-Hij vraagt gebed om open deuren, gelegenheden om het evangelie te kunnen brengen, om open harten. (Kolossenzen 4:3)

-Hij vraagt gebed om bescherming. (Romeinen 15:30,31)

-Hij vraagt gebed dat zijn dienst aan God, goed wordt begrepen. (Romeinen 15:30,31)

Deze dingen kunnen wij met geloof bidden voor de christenen die wij kennen, die geroepen zijn om te prediken en te onderwijzen, voor de voorganger, voor evangelisten, voor zendelingen, voor ieder die het woord moet doorgeven. Voor de zondagsschoolonderwijzers, voor de vader die zijn kinderen moet onderwijzen in het woord van God.

En we kunnen het ook met geloof voor onszelf bidden, als wij zelf het woord van God moeten onderwijzen, doorgeven.

+ Dan is er ook de innerlijke leiding van Gods Geest in het gebed

Door de innerlijke leiding kan God ons ook duidelijk maken dat een bepaald gebed naar zijn wil is. Het gaat om de leiding van God in ons innerlijk, in onze eigen geest. Dat kan verschillende vormen hebben.

-Gods Geest die in ons innerlijk getuigenis geeft dat een bepaald gebed zal worden verhoord. Die ergens geloof voor geeft, die ergens vrede op geeft, die de overtuiging in ons werkt dat het gebed is verhoord. Dat kan bij het begin zijn, nog voor je er voor bidt, of als je begint te bidden, dat kan ook komen als je er een tijd voor hebt gebeden. Dan is de last weg en is er rustig vertrouwen dat het gebed is verhoord.

-Gods Geest die ons een sterke drang, een gebedslast geeft, om voor een bepaalde zaak te bidden. Dat is ook een sterke aanwijzing dat God achter dat gebed staat. Zeker als het niet direct om je eigen nood of die van je naasten gaat. Want als het om je eigen nood gaat en die van je naasten gaat, is het natuurlijk dat je tot God blijft roepen (1 Petrus 5:7). Het gaat om een last voor anderen, voor het werk van God, die blijft, die je uitdrijft tot gebed. Als God ons ergens een gebedslast voor geeft, een drang om er voor te bidden, dan is dat een aanwijzing dat God iets wil gaan doen. Het is Gods bedoeling om je in te schakelen, om door je gebed mee te werken. Als God ons door zijn Geest opwekt om te bidden, dan is het zeker dat Hij er iets mee zal doen.

Deze aanwijzing wordt nog versterkt als meerdere christenen tegelijk dezelfde innerlijke leiding en gebedslast krijgen. Dat wordt bedoeld met ‘eenparig begeren’ (verlangen) uit Mattheus 18:19 “Wederom, [voorwaar] Ik zeg u, dat, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van mijn Vader, die in de hemelen is.”

Je moet geestelijk volwassen zijn om dit goed te kunnen onderscheiden. Komt het uit je eigen hart, of is het door Gods Geest? Dat leer je onderscheiden door ervaring, door oefening. Jonge christenen moeten hier niet door ontmoedigd worden. Er zijn genoeg andere aanwijzingen waarop ze de zekerheid dat een bepaald gebed naar Gods wil is, kunnen baseren. En als ze getrouw doorgaan met God te dienen, met te bidden, dan zal God hen ook in deze dingen binnenleiden. 

+ Als de eer van God op het spel staat

Als er een situatie ontstaat waarin de eer van God op het spel staat. Als het gaat om de vraag wie de ware God is,  wie de levende God is, wie de sterkste is. Dan kun je verwachten dat God in zal grijpen.

Een Illustratie. Elia op de karmel.

“Antwoord mij, Here, antwoord mij, opdat dit volk wete, dat Gij, Here, God zijt, en dat Gij hun hart weer terugneigt.” (1 Koningen 18:37)

Wie is de ware God, de God van Israel of de Baal.

+ Als je ziet wat er ten diepste aan de hand is

Het gaat om geestelijk inzicht. Als je geestelijk inzicht hebt in een situatie, dan onderken je wat God verlangt in die situatie. Vanuit dit inzicht kun je dan bidden naar Gods wil.

Geestelijk inzicht, wat houdt het in, wat is het?

-je onderkent wat er ten diepste aan de hand is

-je weet wat God verlangt, wat Gods wil is

-je ziet in welke richting God al aan het werk is

Illustratie

David die Goliath verslaat. Zie 1 Samuel 17.

De broers van David zagen slechts het leger van Israel staan tegenover het leger van de Filistijnen. Ze zagen slechts de kampvechter Goliath die de Israëlieten kwam uitdagen en bespotten.

David zag wat er ten diepste aan de hand was. Hij zag de geestelijke dimensie. Hier stonden de demonen, die achter de goden van de Filistijnen zaten, tegenover de God van Israel. Gods naam was verbonden met Israel, Gods reputatie was verbonden met Israel. David wist dat God dit niet zou nemen, Hij wist dat God aan deze bespotting een einde wilde maken. Hij zag dat hier openlijk God werd uitgedaagd. Daarom had hij het geloof dat God hem zou helpen.

“Toen zeide David tot de mannen die bij hem stonden: … Wie toch is deze onbesneden Filistijn, dat hij de slagorden van de levende God tart? (1 Samuel 17:26)

“Zowel leeuw als beer heeft uw knecht verslagen. En deze onbesneden Filistijn zal het vergaan als één van dezen, omdat hij de slagorden van de levende God getart heeft” (1 Samuel 17:36).

“En de Filistijn vervloekte David bij zijn goden.” (1 Samuel 17:43)

“Maar David zeide tot de Filistijn: Gij treedt mij tegemoet met zwaard en speer en werpspies, maar ik treed u tegemoet in de naam van de Here der heerscharen, de God der slagorden van Israël, die gij getart hebt. Deze dag zal de Here u in mijn macht overleveren en ik zal u verslaan en u het hoofd afhouwen; op deze dag zal ik de lijken van het leger der Filistijnen aan het gevogelte des hemels en aan het gedierte des velds geven, opdat de gehele aarde wete, dat Israël een God heeft, en deze gehele menigte wete, dat de Here niet verlost door zwaard en speer. Want de strijd is des Heren en Hij geeft u in onze macht.” (1 Samuel 17:45-47)

+ Als je bidt met een ongelovige

Als je bidt met en voor een ongelovige, voor een zoekend mens, dan is er hoop dat God iets zal doen. God wil zichzelf openbaren, bekend maken, aan ieder mens. Hij wil ieder mens een kans geven. Hij wil ieder duidelijk maken dat Hij een realiteit is, dat het evangelie waar is.

Het gaat om een eerlijke zoeker of twijfelaar. Het is te verwachten dat God hen zal tegemoet treden en iets van zijn realiteit zal laten voelen.

Daarom kun je verwachten dat God zich aan hen zal openbaren. Misschien op een andere manier als je vraagt, maar wellicht door het gevraagde te geven. Uiteraard moet je dit doen in overleg met de Heer.

+ Samenvatting

Je kunt met geloof bidden als je een grond hebt voor je geloof. Als je onderkent dat God achter een bepaald gebed staat. Voor we voor iets bidden, kunnen we ons afvragen, heb ik aanwijzingen dat God dit gebed zal verhoren. Maar nogmaals, dat betekent niet dat je niet met vrijmoedigheid zou mogen bidden om zaken, waar je niet van weet of God daar achter staat. Dan laat je het aan God over. Aan de hemelse Vader, die je liefheeft en die het beste met je voor heeft.

32. Beloften van gebedsverhoring

In deze Bijbelstudie zullen we enkele beloften van gebedsverhoring doornemen

+ Een ieder die bidt ontvangt

Mattheus 7:8.

“want een ieder, die bidt, ontvangt”

Een ieder, dus ook jij. Hier staat dat God hoort naar het gebed van al zijn kinderen, niemand uitgezonderd. God laat geen bidder staan.

Je bidt niet tevergeefs.

“bidt en u zal gegeven worden” (Mattheus 7:7)

+ Indien wij iets bidden naar Gods wil

“Indien wij iets bidden naar Gods wil … weten wij dat wij de bede verkregen hebben die wij van hem hebben gebeden” (1 Johannes 5:14,15)

Als je weet dat iets wat je vraagt overeenkomt met Gods wil, dan is het zeker dat je gebed wordt verhoord.

+ Wat gij ook vraagt

“En wat gij ook vraagt in mijn naam, ik zal het doen, …” (Johannes 14:13)

God lijkt hier een blanco cheque te geven. “Vraag wat je maar wilt en Ik zal het doen”.

Maar dat is een misverstand. Hoe je het wel moet verstaan wordt uitgelegd in Johannes 15:8.

“Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt en het zal u geworden.” (Johannes 15:7)

Opnieuw het “vraagt wat gij maar wilt”, maar er staat wel een “indien” bij. Je mag vragen wat je maar wilt en je zult het ontvangen, indien je in Christus blijft en indien zijn woorden in je blijven.

In Christus blijven dat betekent dat je in contact met Jezus blijft door gebed en Bijbellezen. Het betekent ook dat je God gehoorzaamt voor zover je licht hebt ontvangen. In het woord van Christus blijven, betekent dat je denken en innerlijk veranderd wordt door de Bijbel. Als je aan deze beide ‘indiens’ voldoet, dan wordt je door Gods Geest geleid en door het woord van God gestuurd in je denken en in je verlangens en je wensen. Zo werkt God heilige en goede verlangens in ons op. En als we die verlangens in gebed brengen, dan worden ze zeker verhoord.

Een voorbeeld

Je leest in de Bijbel over het gebedsleven van de Apostel Paulus en over het gebedsleven van Epafras. “Epafras altijd in zijn gebeden voor u worstelende dat gij moogt staan vast en zeker bij alles wat God wil.” (Kolossenzen 4:12)

Je weet dat Gods woord ons keer op keer oproept tot gebed en voorbede. Dan kan de wens bij je opkomen: “Kon ik maar bidden als hen, kon ik maar bidden als Paulus en Epafras”. Die wens is door Gods Geest en door het woord van God in je opgekomen, als je bidt “Heer leer mij bidden zoals Paulus en Epafras” wordt dat zeker verhoord.

Nog een voorbeeld

Je weet dat God bewogen is over onbekeerde mensen en dat Hij hen een kans wil geven om voor Hem te kiezen. Gods Geest in je getuigt daarvan als je contact met God hebt door gebed. Gods woord zegt het (2 Petrus 3:9). De Heilige Geest is speciaal gekomen om de wereld, om alle mensen, te overtuigen van zonde, van hun nood, van de waarheid (Johannes 16:8). Als je vanuit die bewogenheid en zorg voor de mensen om je heen gaat bidden, dat ze bekeerd mogen worden, dan zal God zeker in actie komen, dan zal hij die mensen gaan overtuigen, roepen, schudden, bij hemzelf bepalen, dan zal hij die mensen kans op kans gaan geven.

+ Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan wordt verleend

“Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt” (Jakobus 5:16)

Eén man die bidt is genoeg. De tekst spreekt over het gebed van ‘een rechtvaardige’. Als illustratie wordt Elia gebruikt. En er wordt benadrukt dat Elia niet geestelijker was dan ons, hij was een man van gelijke bewegingen als wij dat zijn (Jakobus 5:17). Aan zijn gebed werd door God kracht verleend, God zal ook aan ons gebed kracht verlenen. Er gebeurt iets als je bidt, want God zal er kracht aan verlenen. Als je bidt naar de wil van God (1 Johannes 5:14,15). Als je bidt om iets waar God achter staat, wat Hij beloofd heeft.

+ God geeft het goede

“… hoeveel te meer zal uw vader in de hemelen het goede geven aan hen die hem daarom vragen”(Mattheus 7:11)

Als we onze hemelse vader om het goede vragen, dan zal Hij het geven. Want als aardse vaders al het goede geven aan hun kinderen, hoeveel te meer zal de hemelse Vader dat met zijn kinderen doen.

Let op het verband waarin het vers staat. Mattheus 7:7-11. In vers 7 en 8 staat dat God naar al zijn kinderen hoort. In vers 9, 10 wordt een illustratie geven. Een kind dat honger heeft en daarom om brood en vis vraagt aan zijn aardse vader. Jezus wijst er op dat zelfs zwakke en zondige vaders hun kinderen voedsel geven als ze hongerig zijn. In vers 11 geeft Jezus de toepassing van de illustratie. Als zondige aardse vaders dit al doen, hoeveel te meer zal de volmaakte hemelse Vader dit dan wel niet doen. God zal ook ons het goede geven.

Wat is het goede?

In de illustratie gaat het om voedsel. Maar een vader zal ook zorgen voor alle andere dingen die zijn kind nodig heeft.

Wat is voor ons het goede? Hoe bepaald je dat?

-Is het goed voor ons fysieke en maatschappelijk welzijn?

-Is het goed voor ons geestelijk leven?

Goed is wat meewerkt aan het bereiken van Gods doel met ons leven. Dat we veranderen naar het beeld van zijn Zoon, dat we geestelijk groeien, dat we vrucht dragen in geestelijk werk.

Heeft Job het goede gekregen?

Ja, maar uiteindelijk ging het God wel om zijn getuigenis tegenover de boze machten en om geestelijke groei en verdieping bij Job (Job 1:9, Job 42:5,6 en :10-16)

God zal in elke situatie doen wat goed is voor onze geestelijke groei en voor zijn getuigenis op aarde.

+ Boven bidden en beseffen

“Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen” (Efeze 3:20)

God kan en wil verhoren boven bidden en beseffen. Meer dan je vraagt en op verrassende manieren.

33. Heer leer mij bidden?

Bidden is heel eenvoudig. Het is tot God spreken. Maar er zijn ook veel dingen die we stap

voor stap over het bidden moeten leren. Hoe kunnen we beter leren bidden?

+ Je leert bidden door het te doen

Begin er mee. Begin tot God te spreken. Dank Hem voor je behoud, voor het zenden van Zijn Zoon. Dank hem voor andere zegeningen. En bid om wijsheid, Gods leiding, zegen, hulp, net wat je nodig hebt. Ga naar een rustige plek, waar je alleen bent, en bidt hardop.

+ Reken op de hulp van de Heilige Geest

 “En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.” (Romeinen 8:26).

Erken tegenover God dat je het zelf niet kan en reken op de hulp van de Heilige Geest

“Heer. U zegt dat ik moet bidden, ik kan het zelf niet goed, maar ik ga het toch doen, want ik reken er op dat de Heilige Geest me te hulp zal komen.”

Heer vervul me met de Geest van de genade en de gebeden.

“Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden …” (Zacharia 12:10)

+ Begin dan in geloof

Bidt God om de hulp van de Heilige Geest. Om de geest van de genade en de gebeden. Dat deze je te hulp komt. En begin dan in geloof. Begin dan in het vertrouwen dat God je zal zegenen. In het vertrouwen dat God Geest je te hulp zal komen.

+ Het komt niet op mooie woorden aan

God ziet het hart aan. Je intentie.

Je hoeft niet “mooi” te bidden.

“… de mens toch ziet aan wat voor ogen is, maar de Here ziet het hart aan.” (1 Samuel 16:7)

+ Je weet niet wat te bidden, je bent zo uitgebeden

Wat kun je daar aan doen?

Begin altijd met danken. Dank God voor de vergeving van je zonden, voor het eeuwige leven en voor al zijn andere zegeningen waar je dankbaar voor bent. Ga eens zitten en schrijf alles op waar je God voor kan danken. Maak een danklijstje. Bewaar dat, vul het aan als er nieuwe dingen bijkomen. Als je het moeilijk vindt om te danken. Lees dan voor je begint dit lijstje door.

Maak ook een lijstje met dingen waar je voor kunt bidden. Je zorgen, je wensen. Schrijf ze op. En bidt één voor één voor deze dingen. Lees het lijstje door voor je gaat bidden. Of bidt de lijst door. Kijk op de lijst, bidt voor het eerste onderwerp. Kijk dan weer, en bidt voor het tweede onderwerp, enzovoort.

Werk het gebedslijstje af en toe bij. Voeg dingen toe, haal er dingen af.

+ Ik voel zo weinig als ik bid

Je klacht kan zijn: Ik merk zo weinig van God als ik bid. Net alsof ik in het luchtledige praat.

Dat kan gebeuren, zeker in begin van je christenleven. Als je wandel met God nog niet zo stabiel is. Als je nog niet geleerd hebt om door het geloof te wandelen.

Wat moet je daar mee? Het antwoord is dat je door het geloof moet wandelen. Als jij tot God bidt, moet je er van uitgaan dat  er contact met God is, dat God luistert, dat God iets met je gebed zal doen. Dat weet je, niet omdat je het voelt, maar omdat de Bijbel het zegt.

“Nadert tot God, en Hij zal tot u naderen.” (Jakobus 4:8)

Hier staat het. Als jij in gebed tot God nadert, dan zal God tot jou naderen. Dat is zo of je het nu voelt of niet.

Je bent geroepen tot gemeenschap met de Zoon. Je bent uitgenodigd. Je komt op grond van Gods uitnodiging. Dan kun je God bereiken. “God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here.” (1 Korintiers 1:9)

Je moet in het geloof volhouden en dan zal de ervaring er bij komen. Als je stille tijd blijft houden, als je God gehoorzaamt naar het licht dat je hebt gekregen. Je gevoel wordt bovendien door allerlei andere dingen beïnvloed, bijvoorbeeld je gezondheid.

+ Je leert bidden door het voorbeeld van andere christenen

Bezoek een gebedsbijeenkomst, waar alle aanwezingen om de beurt bidden. Zo leer je bidden door het gebed van de andere christenen te horen.

Ik had het grote voorrecht om direct na mijn bekering meegenomen te worden naar een gebedskring in de plaatselijke baptistengemeente. Het ging om een groep van ongeveer tien christenen. Ze kwamen elke week maandagavond bij elkaar. Daar werd ernstig gebeden, daar werden harten uitgestort voor de Heer.

+ Je mag er ook om bidden: leer mij bidden

”Heer leer mij bidden.” Dat vroegen de discipelen aan Jezus. Toen gaf hij instructie over gebed.

“En het geschiedde, terwijl Hij ergens in gebed was, dat een van zijn discipelen, toen Hij ophield, tot Hem zeide: Here, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft. Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zegt: Vader, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; geef ons elke dag ons dagelijks brood; en vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven een ieder, die ons iets schuldig is; en leid ons niet in verzoeking.” (Lucas (11:1-4)

We lezen in de Bijbel over mannen en vrouwen die baden. Zoals Paulus en Epafras.

“Epafras … altijd in zijn gebeden voor u worstelende, dat gij moogt staan, volmaakt en verzekerd bij alles wat God wil.” (Kolossenzen 4:12)

“ …immers, in al mijn gebeden bid ik [Paulus] telkens voor u allen met blijdschap,” (Filippenzen 1:4).

“Ik [Paulus] breng dank aan God, …, dat ik u onophoudelijk mag gedenken in mijn gebeden, nacht en dag.” (2 Timotheus 1:3)

We kunnen bidden dat God ons leert bidden zoals Paulus en Epafras. “Heer leer me bidden als Paulus en als Epafras”. Dat is een goed gebed, daar kan God achter staan, daarom kun je daar met geloof voor bidden. Zet het op je gebedslijst en blijf dat bidden todat God het verhoort en uitwerkt in je leven.

+ Nood leert bidden

Als er nood in je leven is, al er benauwdheid is, een nood die op je drukt, dan drijft dat uit tot gebed. Dat gaat vanzelf.

Een illustratie

Een broeder vertelde mij dat zijn vrouw ziek werd door het coronavirus. Ze moest opgenomen worden in het ziekenhuis, ze kwam terecht op de intensive care afdeling. Deze broeder had geen moeite met bidden, hij bleef spontaan voortdurend, telkens weer, tot God roepen. Na vijf dagen kon ze de IC afdeling verlaten en enkele dagen daarna kon ze naar huis.

Nog een illustratie

In de tijd van Jezus en de apostel Paulus waren er geen sociale voorzieningen. Als je niet in je eigen onderhoud kon voorzien, dan verhongerde je. Vooral weduwen en wezen hadden het zwaar, om in leven te blijven. De nood drong de weduwen tot ernstig gebed. “Een ware weduwe dan, die alleen staat, heeft haar hoop op God gevestigd en volhardt in haar smekingen en gebeden dag en nacht” (1 Timotheus 5:5)

Nog een illustratie

Hanna de moeder van Samuel. 1 Samuel 1:12,15,16.

Ze leed onder haar kinderloosheid en de spot van Pennina. Ze stortte haar hart uit voor het aangezicht van God.

+ Strijd leert bidden

Als jij iets voor God gaat doen, dan komt er geestelijke strijd, dan komt er tegenwerking van de wereld en van de satan. Die tegenstand zal je tot gebed drijven. Wil je een man of vrouw van gebed worden?  Ga dan iets voor God doen. Zoek Gods leiding. Wat brengt God op je weg. (Zie in de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven de Bijbelstudies over het vinden van Gods wil.)

34. God met eerbied aan zijn woord houden

In het gebed mogen we God met eerbied aan zijn woord houden, aan zijn beloften.

+ Belofte maakt schuld

Als je een belofte doet, dan moet je die belofte ook nakomen. Belofte maakt schuld. Als je iets belooft, dan ben je schuldig om die belofte na te komen. Dat eist de rechtvaardigheid. Beloven en niet doen is onrechtvaardig, oneerlijk. 

+ God heeft zich gebonden aan zijn beloften, aan zijn woord.

God heeft zich gebonden aan zijn beloften

“… de belofte waar God zich aan Abraham verbonden had …” (Handelingen 7:17)

Als God iets belooft, dan komt Hij zijn belofte na. Waarom doet God dat? Omdat Hij rechtvaardig is. “Gij hebt uw woorden gestand gedaan, want gij zijt rechtvaardig” (Nehemia 9:8)  

God kan niet anders, Hij kan niet onrechtvaardig zijn, Hij kan niet tegen zichzelf ingaan, Hij kan zichzelf niet verloochenen (2 Timotheus 2:13).

+ God met eerbied aan zijn woord houden

We kunnen in gebed God vragen om zijn beloften te vervullen, om zijn beloften na te komen, uit te voeren.

“en nu, Here, … doe zoals Gij gesproken hebt”    (1 Kron. 17:23)

“antwoord mij naar uw belofte”

(Psalm 119:41,58,76,116,154,170)

+ Claimen is meer dan simpelweg vragen.

Claimen is opvragen wat je is toegezegd. Het is beloofd en daarom heb je er een claim op. Als iemand een belofte heeft gedaan, dan kun je hem daar op aanspreken: “Je hebt het beloofd, je moet het doen.” Zo is het met God ook. Zo moeten wij met eerbied God aan zijn belofte houden.

Sommige dingen zijn je recht van Godswege. Je recht omdat het je beloofd is. Andere dingen zijn je geboorterecht als christen.

Een illustratie

“Elk wapen dat tegen u gesmeed wordt, zal niets uitrichten, en elke tong die zich voor het gericht tegen u keert, zult gij in het ongelijk stellen. Dit is het deel van de knechten des Heren en hun recht van Mijnentwege, luidt het woord des Heren.” (Jesaja 54:17)

Claimen is opeisen waar je recht op hebt, wat je is toegezegd.

“Verschaf mij recht”  (Lucas 18:3)

“Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen? (Lucas 18:7)

+ In geloof de beloften claimen

Je vraagt In geloof de beloften op. In het vertrouwen dat het zal komen. In de zekerheid dat God zijn woord gestand zal doen. Daar ga je vanuit. Daar reken je op. Je weet dat God je niet af kan wijzen. Hij kan niet onrechtvaardig zijn, Hij kan niet zeggen en vervolgens niet doen (Numeri 23:19). Je gebed kan niet afgewezen worden.

“… waarbij het onmogelijk is dat God liegen zou …” (Hebreeën 6:18)

“En de schrift kan niet gebroken worden”  (Johannes 10:35)

De schrift kan niet onvervuld blijven. Het kan niet.

+ God niet loslaten

God aan zijn belofte houden.

God niet laten gaan.

Geen ‘nee’ accepteren.

“Heer, hier staat het, U moet het doen”

Jezus gebruikte in verband met het gebed het beeld van een weduwe die om recht vraagt bij de rechter. De rechter had daar geen zin in, maar de weduwe bleef komen en haar recht opeisen, totdat de rechter toegaf.

“Hij [Jezus]sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen. En Hij zeide: Er was in een stad een rechter, die zich om God niet bekommerde en zich aan geen mens stoorde. En er was een weduwe in die stad, die telkens tot hem kwam en zeide: Verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij. En een tijdlang wilde hij niet, maar daarna sprak hij bij zichzelf: Al bekommer ik mij niet om God en al stoor ik mij aan geen mens, toch zal ik, omdat deze weduwe het mij moeilijk maakt, haar recht verschaffen; anders komt zij mij ten slotte nog in het gezicht slaan. En de Here zeide: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen.” (Lukas 18:1-8)

In mijn jeugd heb ik een oudere dienstknecht van God dit gebed horen bidden: “Dank u Heer dat er iemand in dit universum is die integer is. Heer  ik weet dat U geen leugenaar bent, U hebt het gezegd, U moet het doen.” 

+ Dit is niet oneerbiedig

Dit strijdt niet met de eerbied en het ontzag waar God altijd recht op heeft. Er is een soort heilige onbeschaamdheid die God aan zijn woord houdt. Het is een uiting van geloof, van vertrouwen in God. Geloof dat God eert.

“om zijn onbeschaamdheid” (Lucas 11:8)

Een van de discipelen had Jezus gevraagd: “Heer leer ons bidden” (Lucas 11:1). Als eerste gaf Jezus hun het voorbeeld gebed van het ‘onze Vader’ (Lucas 11:2-4). En daarna vertelde Hij een gelijkenis die ook bedoeld is als antwoord op de vraag om te leren bidden. De gelijkenis gaat over een man die bij een vriend om brood gaat vragen (Lucas 11:5-8). Die vriend wilde niet, het kwam hem niet uit, maar de man gaf niet op, hij bleef kloppen, vragen. Uiteindelijk gaf de vriend toe. Jezus zegt dat we met dezelfde “onbeschaamdheid” moeten doorgaan met bidden, met vragen om wat God ons heeft toegezegd. Of waar we op grond van onze relatie met God recht op hebben.

+ Neem een belofte en blijf die in gebed claimen totdat het beloofde is gekomen

We mogen een belofte nemen die van toepassing is op onszelf, op anderen, op een situatie.  En dan moeten we in geloof die belofte blijven claimen totdat het beloofde is gekomen. “Take a promise and keep on claiming it till you receive it”

Een illustratie

 “Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden …” (Johannes 7:38,39)

-Dit is de belofte, stromen van levend water uit je binnenste. Stromen van levend water, dat is een beeld van het werk van de Heilige Geest door je heen. De Geest die door je heen anderen bereikt, zegent, opbouwt, overtuigt van de waarheid, trekt, verkwikt, vertroost, onderwijst.

-Er staat een voorwaarde bij. De belofte is voor “Wie in Mij gelooft”.  Deze belofte is gegeven aan iedereen die in Jezus gelooft.

-Ik geloof in Jezus, dus is de belofte ook geldig voor mij.

Neem deze belofte en vraag in geloof om de vervulling daarvan. Je bidt met vrijmoedigheid en geloof: “Heer wilt u deze stromen uit mijn leven laten komen”.  In de zekerheid dat het komt, want God doet altijd wat Hij heeft beloofd, dus zal Hij ook deze belofte vervullen.

En als je zo begint met bidden, moet je geen ‘nee’ accepteren, dan moet je God hier met eerbied aan blijven houden. “Antwoord mij, naar uw belofte, naar uw woord”. Dan moet je blijven bidden totdat je het beleeft.

In antwoord op dit gebed zal God aan het werk gaan in je leven. Het zal wellicht tijd kosten. Het is één van de beloften die je door geloof en geduld moet beërven (Hebreeën 6:12). Wellicht is het ook nodig om te bidden: “Heer wilt u alles wegsnoeien uit mijn leven, wat de stromen in de weg staat.” Maar de stromen zullen komen.

35. Er is ook zoiets als smeken in het gebed

“En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken ….” (Efeze 6:18)

“ … maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking, met dankzegging, bekend worden bij God” (Filippenzen 4:6)

Smeken is het tegenovergestelde van claimen. Bij smeken heb je geen belofte, dan heb je geen duidelijk inzicht in de wil van God. Je kunt alleen een beroep doen op Gods genade, op Gods goedheid en welwillendheid. Een beroep op zijn ontferming. “Wees mij genadig, o God, naar uw goedertierenheid …” (Psalm 51:3)

“wees mij genadig”

Dit zinnetje komen we keer op keer in de psalmen tegen.

“Wees mij genadig, o God, wees mij genadig, want bij U schuilt mijn ziel; ja, in de schaduw van uw vleugelen zal ik schuilen, totdat het onheil voorbij is.” (Psalm 57:2)

“Wees mij genadig, o Here, want tot U roep ik de ganse dag.” (Psalm 86:3)

Zie ook: Psalm 4:2, 6:3, 9:14, 25:16, 26:11, 27:7, 31:10, 42:5, 51:3, 56:2, 86:16, 119:58, 119:132

Het is een gebed om ontferming, om genade, om Gods onverdiende goedheid.

Vaak zien we in de gebeden van de Bijbel, zowel het pleiten op Gods beloften, als het smeken. Een voorbeeld is de voorbede van Daniel voor Jeruzalem, voor het volk Israel. Jerzualem was verwoest, de tempel was verwoest, het volk was in ballingschap. Daniel bad om herstel.

Daniel 9:1-19.

Kijk, hoe Daniel in zijn gebed bij God pleitte, welke argumenten hij gebruikte bij zijn gebed om het herstel van Jeruzalem. En zie, hoe hij tegelijkertijd smeekte.

“Nu dan, hoor, o onze God, naar het gebed van uw knecht en naar zijn smeking en doe uw aangezicht lichten over uw verwoest heiligdom, – om des Heren wil. Neig, mijn God, uw oor en hoor; open uw ogen en zie onze verwoestingen en de stad waarover uw naam is uitgeroepen; want niet op grond van onze gerechtigheden storten wij onze smeekbeden voor U uit, maar op grond van uw grote barmhartigheden. O Here, hoor! o Here, vergeef! O Here, merk op! Treed handelend op; toef niet om uwszelfswil, mijn God, want uw naam is uitgeroepen over uw stad en over uw volk” (Daniel 9:17-19)

Daniel had een belofte waarop hij pleitte. God had door de profeet Jeremia de belofte gegeven dat de ballingschap maar 70 jaar zou duren. Daniel kende die belofte en omdat de zeventig jaar voorbijgegaan waren, hield hij God nu aan deze belofte (Daniel 9:2).

En hij pleitte op de eer van God. Gods naam, Gods reputatie, was met Jeruzalem en het volk Israel verbonden. Gods naam was over Jeruzalem uitgeroepen. Alle volken in de omtrek wisten van de God van Israel. Maar nu was Jeruzalem verwoest en Gods tempel verbrand. De omringende volken concludeerden daaruit dat de God van Israel een zwakke God moest zijn, anders zou Jeruzalem niet verwoest zijn. God had Israel zelf overgeven aan de vijand, omwille van haar zonden. Maar dat hadden de omringende volken niet door. Zij dachten dat de goden van Babel sterker waren dan de God van Israel. Tenslotte hadden de Babyloniers Jeruzalem veroverd en Gods tempel verbrand.

Daniel bad: “Toef niet om uwszelfswil, mijn God, want uw naam is uitgeroepen over uw stad en over uw volk” (Daniel 9:19). Daniel zei tegen God: “Heer herstel uw reputatie door Jeruzalem te herbouwen. Deze toestand kunt u omwille van uw eigen reputatie niet laten blijven bestaan.”

Maar daarnaast smeekte Daniel ook. “want niet op grond van onze gerechtigheden storten wij onze smeekbeden voor U uit, maar op grond van uw grote barmhartigheden. O Here, hoor! o Here, vergeef! O Here, merk op!” (Daniel 9:18,19).

+ Vurig gebed

Dat is bidden met aandrang, met smeking.

“En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de geest, …” (Efeze 6:18)

Ik heb in de kring van mijn reformatorische broeders daar een treffende uitdrukking voor gehoord. Zij hadden het over “op de Here aanlopen in gebed”. Zie psalm 34:6 in de HSV of de SV.

Dat deed de vriend die brood nodig had (Lucas 11:5-8), dat deed de weduwe die om recht kwam (Lucas 18:1-6).

Paulus wilde naar Tessalonica gaan om de gemeente daar te versterken. De satan had dat verhinderd (1 Tessalonicenzen 2:18). Paulus legde zich daar niet bij neer, hij ging er tegenin door vurig gebed. Hij bad dat God hem een weg zou banen.

“Nacht en dag bidden wij vurig, dat wij uw aangezicht mogen zien en voltooien wat nog aan uw geloof ontbreekt.” (1 Tessalonicenzen 3:10).

Als de nood groot is, als die nood tot je doordringt, dan ga je vanzelf vurig bidden. Kijk hoe Nehemia reageerde op de nood van Jeruzalem. Hij kon het niet verdragen. Het dreef hem uit tot gebed voor Jeruzalem.

“En ik [Nehemia] vroeg hen naar de Joden, de ontkomenen, die uit de gevangenschap waren overgebleven en ook naar Jeruzalem. Zij zeiden tot mij: De overgeblevenen, die daar in het gewest uit de gevangenschap zijn overgebleven, verkeren in grote rampspoed en smaad, en de muur van Jeruzalem is afgebroken, en zijn poorten zijn met vuur verbrand. Zodra ik deze woorden hoorde, zette ik mij neder, weende en bedreef rouw, dagen lang. Ook vastte en bad ik voor het aangezicht van de God des hemels en zeide: Ach, Here, God des hemels, grote en geduchte God, die het verbond en de goedertierenheid gestand doet jegens hen die U liefhebben en uw geboden onderhouden, 6laat toch uw oor opmerkzaam en uw ogen geopend zijn, om te horen naar het gebed van uw knecht, dat ik thans dag en nacht voor de Israëlieten, uw knechten, tot U opzend …” (Nehemia 1:1-6)

God die zich laat verbidden. (Ezra 8:23)

“Zo zegt de Here Here: Ook dit zal Ik Mij door het huis Israëls laten afsmeken om hun te doen …” (Ezechiël 36:37)

36.  Gods leiding in het gebed

Ook in ons bidden is het verstandig om de leiding van God zoeken. Speciaal in de voorbede voor andere mensen en in ons gebed voor Gods werk. Er zijn zoveel dingen waar het goed voor zou zijn als je er voor bad, maar je kunt niet voor alles bidden. Hoe vind je hierin Gods leiding?

+ Geen kramp

Als we over deze vraag nadenken kunnen we gemakkelijk in een kramp raken. Daarom moeten we niet vergeten dat we bij ons vragen aan God geen fouten kunnen maken! We mogen immers al onze wensen bekend maken (Filippenzen 4:6). Je mag door gebed al je bekommernis in gebed op Hem werpen (1 Petrus 5:7). We worden zelfs opgeroepen om ons hart uit te storten voor God (Psalm 62:9).

+ God kan leiding geven in het gebed

In een andere Bijbelstudie is besproken hoe God ons leidt. Hij leidt ons: (1) door de instructie uit de Bijbel, (2) door Zijn besturing van onze omstandigheden en (3) door de innerlijke leiding van Gods Geest. Meestal door een combinatie van deze drie.

(Zie in de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven de Bijbelstudie: “Hoe God ons leidt, de drie richtingwijzers”).

Ook bij het zoeken van Gods leiding in het gebed, in de voorbede, leidt God ons door die drie richtingwijzers. We kunnen naar deze drie richtingwijzers kijken. Terwijl we tegelijkertijd God ook bidden om leiding in het gebed. “Heer waarvoor moet ik bidden? Wilt U mij er bij bepalen. Wilt U mij leiden in de gebeden, in de voorbede. Moet ik hier, voor deze zaak, voor deze persoon, geregeld voorbede doen?”

+ De richtlijnen in de Bijbel

De Bijbel geeft aanwijzingen waar we voor moeten bidden, uiteraard bidden voor onze eigen noden, het eigen gezin, de mensen om ons heen (Mattheus 6:10-13). Maar daarnaast staan er ook aanwijzingen in voor de voorbede. Hieronder worden enkele voorbeelden gegeven

-Voorbede voor evangelisten, voorgangers, zendelingen, zondagsschoolonderwijzers

Voor Iedereen die het woord van God verkondigt, leert.

Paulus vraagt om voorbede.

“En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen; ook voor mij [Paulus], dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken, waarvoor ik een gezant ben in ketenen. Dan zal ik daartoe vrijmoedig kunnen optreden, zoals ik behoor te spreken. (Efeze 6:18-20)

“Broeders, bidt [ook] voor ons.” (1 Tessalonicenzen 5:25)

Als Paulus de voorbede van zijn medechristenen nodig had, bij zijn werk als evangelist, gemeentestichter, leraar, dan  geldt dat zeker ook voor de christenen die nu dit werk doen.

-Voor gemeenten

Neem als voorbeeld de gebeden van Paulus en Epafras voor de gemeente, voor de christenen, te Kolosse.

-Voor de medechristenen

Lees de brieven van Paulus door en noteer wat Hij voor de christenen bidt. Als de christenen in de tijd van Paulus gebed nodig hadden, dan geldt dat ook voor de christenen die nu leven, voor de christenen om ons heen.

-De gevangenen, vervolgde christenen

De opdracht is om de gevangenen te gedenken. Een van de manieren waarop we hen te hulp kunnen komen is door onze voorbede.

Open Doors heeft een gebedskalender.

“terwijl ook gij ons te hulp komt met uw voorbede” (2 Korinthiers 1:11)

-De onbekeerde mensen om je heen

God verlangt naar hun behoud, de Geest van God is gekomen om hen te overtuigen (Johannes 16:8). Wij moeten voor hen bidden. Paulus bad voor zijn landgenoten

“Broeders, de begeerte mijns harten en mijn gebed over hun behoud gaan tot God uit.” (Romeinen 10:1)

-arbeiders in geestelijk werk

Er zijn geestelijke arbeiders nodig in de gemeente en in zending en evangelisatie.

Bidt de Here van de oogst om arbeiders.

“Toen Hij [Jezus] de scharen zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, daar zij voortgejaagd en afgemat waren, als schapen die geen herder hebben. Toen zeide Hij tot zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Bidt daarom de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders uitzende in zijn oogst.”

-De overheid, de overheidspersonen

Bekering van hooggeplaatste mensen. Een goede overheid. Zodat we als christenen een stil gerust leven kunnen leiden.

“Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid. Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen.”

(1 Timotheus 2:1-3)

-Voor Gods zegen op geestelijk werk

Evangelisatie activiteit, kinderclub, gemeentesamenkomst op zondag, wekelijkse vergadering van de oudsten/ouderlingen, enzovoort.

+ Je hebt meer nodig dan alleen de richtlijnen uit de Bijbel

Je hebt vaak nog extra leiding nodig, naast de algemene richtlijnen uit de Bijbel. Uit de Bijbel is bijvoorbeeld duidelijk dat het onze taak is om te bidden voor voorgangers, evangelisten en zendelingen, voor ieder die het woord uitdraagt. Maar de vraag is: voor wie van hen? Welke gemeente, welke gevangenen, welke zendeling, welke van de onbekeerde mensen om je heen, enzovoort. Daar komen we uit door ook naar de andere twee richtingwijzers te kijken. Naar Gods leiding door zijn besturing van de omstandigheden en naar Gods leiding door zijn Geest. 

+ Gods besturing van de omstandigheden

Je moet kijken wat  God op je weg brengt.  Waar brengt Hij je mee in contact. Je bent al lid van een gemeente, daar zijn mensen die het woord brengen, die de gemeente leiden, daar wordt geëvangeliseerd, wellicht zijn er contacten met zendelingen. Dat is een goede start.

+ De innerlijke leiding van Gods Geest

Dan is er ook nog de innerlijke leiding van Gods Geest. Zie, in de serie Bijbelstudies over de praktijk van het christenleven, in de Bijbelstudie over leiding “Hoe God ons leidt, de drie richtingwijzers” het gedeelte over de innerlijke leiding van Gods Geest.

We hebben de instructie in de Bijbel, de aanwijzingen waarvoor te bidden. Er is Gods besturing van de omstandigheden, wat God op je weg brengt. En dan is er als derde nog de innerlijke leiding van Gods Geest. Hoe reageert Gods Geest in je als je voor iemand gaat bidden, geeft God daar vrede op, geloof, woorden om te bidden, misschien zelfs een gebedslast.

-Een drang

Geeft God een drang om ergens voor te bidden

Dringt de Geest je daartoe?

-Geeft Gods geest getuigenis

Ervaar je Gods bijstand als je voor de zaak bidt.

Maar pas op, dit is niet noodzakelijk, dit is slechts een extra.

-Een gebedslast

De drang om te bidden kan sterk zijn. Zeker als het om een noodsituatie gaat of een geestelijke strijd. Dan zucht de Geest als het ware door je heen. In en door je gebeden. Of Hij zucht wellicht zelfs alleen door het opheffen van je hart, je hart dat zucht naar God voor de situatie.

“En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen” (Romeinen 8:26)

Wat is een gebedslast?

Een gebedslast is een sterke aandrang om te bidden. De situatie, de nood drukt op je. Je kunt alleen rust krijgen als je op de Here aanloopt in gebed. Als je bidt “met aanhoudend bidden en smeken, bij elke gelegenheid, in de Geest …” (Efeze 6:18).

Een gebedslast afwentelen

Je blijft bidden tot de last van je af is, tot je de gebedslast afgewenteld hebt. Dat hoeft niet per se achter elkaar te zijn. Maar gedurende de dag bidt je er geregeld voor. Tot je een positie van rustig vertrouwen hebt bereikt. Je hebt de zaak in handen van God gelegd, God heeft de last van je hart genomen, je weet dat Hij zal ingrijpen: je “hart is gerust, vol vertrouwen op de Here” (Psalm 112:7b, Micha 7:7).

Je wentelt de last af, maar je merkt dat de last weer terugkomt, dan bid je opnieuw tot de last is afgewenteld.

Een last voor jezelf en een last voor anderen, voor het werk van God

Het is natuurlijk dat wij “luide tot de Here roepen” als we zelf, of onze naasten, of ons werk in grote benauwdheid verkeren. Denk aan de broeder wiens vrouw met corona werd opgenomen in het ziekenhuis, ze kwam op de intensive care terecht, hij riep dag en nacht tot God. Maar zulk een zielsbenauwdheid kan Gods Geest, zo’n last, kan Gods Geest je ook voor andere mensen en situaties op het hart leggen. Denk aan Nehemia. Hij had een goed leven in Babel, maar de situatie van zijn landgenoten die in het land Israel waren achter gebleven ging hem ter harte. Hij informeerde ernaar, hij toonde belangstelling, zorg en liefde. De nood raakte hem en zette hem aan tot bidden en smeken. Er kwam een last van Gods Geest op hem. De ellende van de overgebleven landgenoten en de smaad op de naam van zijn God waren onverdraaglijk voor hem. Het deed hem op de Here aanlopen in gebed.

God kan je een last geven

Een oproep tot gebed, tot op de bres staan.

Als God je een drang geeft om voor iets te bidden, dan moet je er wel op ingaan, zorgen dat het niet weggeduwd wordt, maar er ruimte voor maken.

God zoekt naar iemand die op de bres wil staan, naar iemand die Hij hiervoor kan inschakelen.

“Ik heb onder hen gezocht naar iemand, die een muur zou kunnen optrekken en voor mijn aangezicht op de bres zou kunnen staan ten behoeve van het land, zodat Ik het niet zou verwoesten, maar Ik heb hem niet gevonden.” (Ezechiël 22:30)

Je kunt het zelf niet opwekken

Je kunt jezelf er wel voor open stellen. Nehemia had bijvoorbeeld een hart voor zijn volk en voor het getuigenis van God. En hij was zelf iemand die met God wandelde, gebed was natuurlijk voor hem. Een gebedslast komt vanzelf. God zal het op je hart leggen, je oproepen tot gebed, een drang geven. Intussen moet je gewoon trouw en met vertrouwen blijven bidden voor wat God op je weg brengt, voor wat op je gebedslijst staat. Dit is de normale gang van zaken. God verhoort je gebeden, niet omdat je er vaak voor bidt of omdat je er met aandrang voor bidt. God verhoort je gebeden omdat Hij het heeft toegezegd. Omdat je er met geloof om vraagt. Omdat je bidt in de naam van Jezus, als kind van God. God laat geen bidder staan, “want een ieder die bidt ontvangt” (Mattheus 7:7,8).

Samen bidden, met dezelfde last

Bidden met dezelfde last, met het zelfde geloof voor een bepaalde zaak. Dat is de uitleg van het woord “eenparig” in Mattheus 18:19. “Wederom, [voorwaar] Ik zeg u, dat, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van mijn Vader, die in de hemelen is.”

Je kunt de last van een ander aanvoelen, overnemen. En er samen voor bidden. Gods Geest kan dezelfde last op het hart leggen.

Zie welk een geweldige belofte er verbonden is aan het eenparige gebed. Aan het bidden met dezelfde last, met het zelfde geloof voor de situatie. “Het zal hun ten deel vallen van mijn Vader, die in de hemelen is.”


[1] Dit is een mooie uitvoering: https://www.youtube.com/watch?v=TeijGkFPfMA

[2] Er zijn bepaalde dingen die er op wijzen dat een hindernis door de boze is veroorzaakt. (1) Is het tijdstip verdacht. Komt de hindernis precies op het moment dat je iets gaat doen dat geestelijk belangrijk is. De buurmeisjes van mijn dochter kwamen tot geloof. Vlak daarna begonnen de ouders over een verhuizing. Door gebed is dat weerstaan. (2) Is het te veel toeval wat er gebeurt. Een geestelijke zoekende man die ik bijbelstudie zou geven moest telkens overwerken door allerlei oorzaken, precies op het moment dat we afgesproken hadden. Dat gebeurde een aantal keren achter elkaar, dat kon geen toeval meer zijn. Ernstig gebed maakte daar een einde aan. Nog een voorbeeld: Ik zou bijbelstudie geven over een belangrijk onderwerp. Vlak voordat de bijbelstudie begon belden alle deelnemers af omdat ze om de een of andere reden verhinderd waren om te komen. Dat was ook te veel toeval. Als zo iets gebeurt dan weet je dat de oorzaak geestelijk is. Door gebed ging het de volgende keer wel goed. (3) Verhindert het je om iets te doen of af te maken waar God je duidelijk in geleid heeft. (4) Wat zegt de Geest in je als je er over bidt? Wat voor indruk krijg je? Zendeling James Fraser bad als hij het niet zeker wist dit gebed: “Heere als deze hindernis van u is dan aanvaard ik hem, maar als hij van de vijand is dan weiger ik hem te aanvaarden en weersta ik hem in Jezus naam”

[3] Als dit niet of nauwelijks functioneert bij een christen, dan is er iets mis met het geestelijk leven. Zonde, gebrek aan toewijding en gehoorzaamheid, verwaarlozen van de Bijbel en van gebed, en kleingeloof kunnen de oorzaak zijn.

[4] In 1 Johannes 3:6 staat “Een ieder, die in Hem blijft, zondigt niet; een ieder, die zondigt, heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend.” Dat betekent niet dat een christen niet meer kan zondigen of niet meer zondigt. Want in dezelfde brief heeft Johannes juist geschreven dat geen enkele christen zonder zonde is (1 Johannes 1:8,10). En opnieuw in dezelfde brief heeft Johannes gezegd wat een christen moet doen als hij struikelt en zondigt (1 Johannes 1:9 en 1 Johannes 2:1,2).

    [5] De eerste christenen waren gewend om liefdemaaltijden te houden. Dat was een echte maaltijd. Aan het einde van die maaltijd werd dan het avondmaal gehouden. De normale gang van zaken was dat de rijken eten meebrachten en het dan met ieder deelden.

      “liefdemaaltijden” / Judas :12a

[6]“God doesn’t only love us, when we are zooming along some great  spiritual plain. He loves us still after we said something totally stupid, after we sinned. His love is still there cal­ling us back, drawing us back.” (George Verwer)