Wat gebeurt er met je als je sterft

Inleiding

  •  En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn.” (Lucas 23:43)
  • “… heen te gaanen bij Christus te zijn, … is verreweg het beste “ (Filippenzen. 1:23)

 We weten uit de Bijbel dat met de dood niet alles afgelopen is. Een mens is meer dan alleen zijn lichaam. Hij heeft een uiterlijke en een innerlijke mens (2 Korintiers 4:16). De mens heeft naast een lichaam ook een ziel[1].

Dood gaan is volgens de Bijbel niet ophouden met bestaan, het is scheiding. Op het moment van de dood wordt ons lichaam gescheiden van onze ziel. Het lichaam vergaat en de ziel gaat de onzichtbare wereld in.

  • “En het gebeurde, toen haar ziel het lichaam verliet, want zij stierf, dat zij hem de naam Ben-oni gaf.” (Genesis 35:18).

 De zielen van de overleden gelovigen blijven tot aan de opstanding bij Jezus in het paradijs. De zielen van de ongelovigen verblijven tot aan het laatste oordeel in het dodenrijk.

1. Wanneer een Christen sterft gaat hij naar het paradijs

  • “En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn.” (Lukas 23:43)

Als een christen sterft, gaat hij direct naar Jezus toe in het paradijs. Net als de moordenaar die naast Jezus aan het kruis hing.

Paulus verlangende hier naar. Want het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst …ik heb de begeerte om heen te gaan en bij Christus te zijn, want dat is verreweg het beste, maar in het vlees te blijven is noodzakelijker voor u.” (Filippenzen 1:21-24) Paulus wist dat hij, als hij zou sterven, bij Jezus zou zijn. Het leven bij Jezus in het paradijs is vele malen beter dan het leven hier op aarde.

Naast Jezus zijn ook alle andere overleden gelovigen in het paradijs. Ook de overleden gelovigen uit het oude testament.[2]

Sterven betekent voor een Christen je intrek nemen bij Jezus.

  • “Wij hebben dus altijd goede moed en weten dat wij, zolang wij in het lichaam inwonen, uitwonend zijn van de Heere, want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwing. Maar wij hebben goede moed en wij hebben er meer behagen in om uit het lichaam uit te wonen en bij de Heere in te wonen.” (2 Korintiërs 5:6-8)

Het moet geweldig zijn om na onze dood bij Jezus in het paradijs te zijn.[3] Het paradijs is echter nog niet onze definitieve eindbestemming. Het paradijs is de plaats waar wij wachten op het moment van de opstanding[4]. Bij de opstanding zal onze ziel weer verenigd worden met ons lichaam. Vervolgens zullen we de eeuwigheid doorbrengen met Jezus op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

 2. Wanneer een ongelovige sterft gaat hij naar het dodenrijk

 Op het moment dat een ongelovige sterft gaat hij naar het dodenrijk. Zie de geschiedenis van de rijke man en de arme Lazarus.

  • “Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen gedragen werd in Abrahams Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot. En hij riep en zeide: Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus, opdat hij de top van zijn vinger in water dope en mijn tong verkoele, want ik lijd pijn in deze vlam. Maar Abraham zeide: Kind, herinner u, hoe gij het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn. En bij dit alles, er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die vanhier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden kunnen komen.” (Lucas 16:22-27. NBG)

 De plaats waar de ongelovigen naar toe gaan na hun dood is een plaats van pijniging. De rijke man lijdt in het dodenrijk onder pijnigingen. “En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen” [5]Terwijl het paradijs, waar de gelovigen naar toegaan, een plaats van vertroosting is: “nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn.”

Voor de pijn die de ongelovigen in deze plaats lijden is geen verlichting. Het verzoek van de rijke man wordt door Abraham niet ingewilligd. Ook kan niemand aan deze plaats van pijniging ontsnappen. Er is een onoverbrugbare kloof. “En bovendien is er tussen ons en u een grote kloof aangebracht, zodat zij die van hier naar u zouden willen gaan, dat niet kunnen en ook zij niet die vandaar naar ons zouden willen gaan…”

De toestand van de zielen in het dodenrijk is een toestand van bewustzijn. De rijke man lijdt pijn. Ook is hij in staat om met Abraham te communiceren.

Deze plaats is nog niet de hel. Het dodenrijk, lijkt wel heel veel op de hel. Net als de hel is het dodenrijk een plaats van pijniging. Voor een bespreking van de hel, zie Bijbelstudie 78.

Net zoals het paradijs nog niet de eindbestemming is voor de gelovigen. Is het dodenrijk ook nog niet de eindbestemming van de ongelovigen. De definitieve bestemming van de ongelovigen is de hel. In het boek Openbaring wordt de hel omschreven als een poel van vuur. (Openbaring 20:14,15)

3. Wat er verder gaat gebeuren

 Als we sterven nemen we onze intrek bij de Heere in het paradijs. Daar wachten we op het moment van de opstanding. (1 Tessalonicenzen 4:16). Intussen rusten we uit van de aardse strijd (Openbaring 14:13).

Na de opstanding zullen onze werken beoordeeld worden. We zullen verantwoording af moeten leggen voor ons leven op aarde. Voor al het goede dat we gedaan hebben zullen we loon ontvangen.[6]

Vervolgens zullen we samen met Jezus naar de aarde terugkeren om met Hem duizend jaar lang als koningen over deze aarde te heersen (2 Timotheus 2:12; Openbaring 5:10; 20:6; 22:5). Daarna zullen we voor eeuwig met Jezus leven op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.[7]

De ongelovigen wachten in het dodenrijk op de dag van het oordeel. Vlak voor het laatste oordeel zullen ze uit de dood opstaan.[8] Nadat ze veroordeeld zijn zullen ze in de poel van vuur worden geworpen (Openbaring 20:11-15)

Toetsvragen

1. Leg uit dat sterven niet ophouden met bestaan is.
2. Waar gaat een christen naartoe als hij sterft?
3. Wat vond Paulus volgens Filippenzen 2:21-24 verreweg het beste?
4. Wie zijn er allemaal in het paradijs?
5. Leg uit dat het paradijs niet onze definitieve eindbestemming is.
6. Waar gaat een ongelovige naartoe als hij sterft?
7. Hoe wordt deze plaats in Lucas 16:22-27 omschreven?
8. Wat is volgens Lucas 16:25 het verschil tussen het lot van de ongelovigen en het lot van de gelovigen na hun dood?
9. Leg uit dat het dodenrijk niet de definitieve eindbestemming is van de ongelovigen.
10. In welk opzicht lijkt het dodenrijk op de hel?
[1]In de Bijbel wordt voor de innerlijke mens ook vaak het woord geest gebruikt. De woorden ziel en geest hebben in de Bijbel vaak dezelfde betekenis. Maar in het Nieuwe Testament, vooral in de brieven van Paulus, wordt er een duidelijk onderscheid gemaakt tussen ziel en geest. Zie 1 Thessalonicenzen 5:23 en Hebreeën 4:12. Voor meer uitleg, zie punt 6 van Bijbelstudie 29 over de mens.

[2] Zie het verhaal over de rijke man en de arme Lazarus in Lukas 16:22-27. Lazarus is in het paradijs, waar ook Abraham is.

[3] Sommige mensen beweren dat de zielen van de gelovigen tot het moment van de opstanding in een staat van bewusteloosheid verkeren. Deze opvatting wordt de zieleslaap genoemd. Deze opvatting is niet te vereniging met de uitspraken van Paulus. Een staat van zieleslaap zou Paulus nooit, “verre weg het beste”, genoemd hebben. En als dat hem te wachten stond na zijn dood zou hij nooit gezegd hebben: “wij hebben er meer behagen in om uit het lichaam uit te wonen”. Dat deze opvatting niet klopt, blijkt ook uit de volgende Bijbelgedeelten: Openbaring 6:9-11, 7:9-17. Johannes ziet hier de gelovigen die uit de grote verdrukking komen. Ze hebben hun opstandingslichaam nog niet ontvangen. En toch verkeren ze duidelijk in bewuste toestand. Ook de ongelovigen verkeren na hun dood in bewuste toestand, zoals blijkt uit Lucas 16:19-31. De leer van de zieleslaap wordt gebaseerd op teksten zoals Johannes 11:11 en 1 Thessalonicenzen 4:15. Deze teksten bezien de dood vanuit aards perspectief. Wat wij vanuit ons aardse perspectief waarnemen, nadat iemand gestorven is, is een bewegingsloos lichaam. We weten echter dat dit lichaam eens weer met de ziel verenigd zal worden, en zo tot leven zal komen. Net zoals we op het moment dat we uit de slaap ontwaken weer, “tot leven komen”. Uit deze teksten kunnen we dus niets concluderen over de staat van onze ziel na de dood. Aanhangers van de zieleslaap zijn verder van mening dat de ziel zonder het lichaam niet kan functioneren. Dat klopt niet. Engelen zijn geestelijke wezens, ze hebben geen lichaam. Toch zijn ze prima in staat om zonder lichaam te functioneren.

[4] Zie Bijbelstudie 72 over de opstanding.

[5] We hebben gekozen voor de NBG-vertaling omdat de HSV het Griekse woord Hades vertaald met hel. Wij zijn van mening dat dit woord beter vertaald kan worden met dodenrijk. Voor de hel wordt in het Nieuwe Testament in het Grieks het woord “Gehenna” gebruikt.

[6] Dit oordeel gaat niet over de vraag of we al of niet behouden zijn, het gaat over beloning. (1 Korintiërs 3:12-14). Zie Bijbelstudie 77over de drie Bijbelse oordelen.

[7] Voor een bespreking van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, zie Bijbelstudie 79.

[8] Zie Bijbelstudie 76 over het laatste oordeel.