De diakenen

Inleiding

De plaatselijke gemeenten in het Nieuwe Testament kenden naast ouderlingen ook diakenen.

Zo lezen we aan het begin van de Filippenzenbrief: “Paulus en Timotheüs, dienstknechten van Jezus Christus, aan al de heiligen in Christus Jezus die in Filippi zijn, met de opzieners [ouderlingen] en diakenen: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 1:1,2)

 In de vorige studie stonden we stil bij de ouderlingen, in deze studie zullen we nagaan wat de Bijbel over de diakenen zegt.

 1. De aanstelling van de eerste diakenen

In Handelingen 6 lezen we hoe er diakenen aangesteld werden in de gemeente te Jeruzalem. Dit is de eerste keer in de Bijbel dat we diakenen tegen komen.

  • “In die dagen toen het aantal discipelen steeds toenam, ontstond er gemor van de Griekssprekenden tegen de Hebreeën, omdat hun weduwen bij het dagelijkse dienstbetoon over het hoofd gezien werden. En de twaalf riepen de menigte van de discipelen bij zich en zeiden: Het is niet behoorlijk dat wij nalaten het Woord van God te verkondigen om de tafels te dienen. Zie daarom uit, broeders naar zeven mannen uit uw midden, van wie men een goed getuigenis geeft, vol van de Heilige Geest en van wijsheid, die wij voor deze noodzakelijke taak zullen aanstellen. Wij echter zullen volharden in het gebed en in de bediening van het Woord. En dit woord behaagde heel de menigte en zij kozen Stefanas, een man vol van geloof en van de Heilige Geest, Filippus, Prochorus, Nicanor, Timon, Parmenas en Nicolaüs, een proseliet uit Antiochië. Zij leidden hen vóór de apostelen, en die legden hun, nadat zij gebeden hadden, de handen op.” (Handelingen 6:1-6)

 De zorg voor de arme gemeenteleden is een belangrijke taak van de gemeente. Dit was al zo bij de eerste gemeente te Jeruzalem. Sinds die tijd is het altijd een belangrijk onderdeel gebleven van het gemeenteleven. Vooral weduwen hadden het in de tijd van de Bijbel zwaar. Ze konden in de maatschappij van die tijd moeilijk in hun eigen onderhoud voorzien. De gemeente te Jeruzalem ondersteunde hen door het uitdelen van voedsel. De weduwen konden elke dag langs komen voor een maaltijd. Dat liep op een gegeven moment niet meer goed. De Griekssprekende weduwen werden bij het uitdelen van voedsel achtergesteld bij de Hebreeuws sprekende weduwen. De apostelen konden zich niet met de oplossing van dit probleem bezig houden. Wanneer zij hun tijd en energie in deze zaak zouden steken, zou dat ten koste gaan van hun belangrijkste taak, de verkondiging van het evangelie. “Het is niet behoorlijk dat wij nalaten het Woord van God te verkondigen om de tafels te dienen”, “Wij echter zullen volharden in het gebed en in de bediening van het Woord”. Daarom stelden zij de gemeente voor om dienaars, helpers, aan te stellen. Mensen die zich speciaal zouden richten op de uitdeling van voedsel aan de weduwen. De apostelen droegen de gemeente op om zeven mannen uit te zoeken die zich op de uitvoering van deze taak zouden richten: “Zie daarom uit, broeders naar zeven mannen uit uw midden, van wie men een goed getuigenis geeft, vol van de Heilige Geest en van wijsheid, die wij voor deze noodzakelijke taak zullen aanstellen”.  Het mochten niet zomaar willekeurige mensen zijn, ze moesten, “een goed getuigenis”, hebben. Er moest van hen getuigd kunnen worden dat ze vol waren van Gods Geest en van wijsheid. De gemeente koos vervolgens zeven mannen uit die aan deze vereisten voldeden. De keuze van de gemeente werd door de apostelen bevestigd: “Zij leidden hen vóór de apostelen, en die legden hun, nadat zij gebeden hadden, de handen op”

 2. De taak van de diakenen

Het woord diaken is afgeleid van het Griekse woord, “diakonos”. “Diakonos”, is Grieks voor dienaar. Een diaken is een dienaar van de gemeente. Een diaken is iemand die aangesteld is om in opdracht van de gemeente praktische zaken, zoals de armenzorg te regelen. In Handelingen 6:1-6 gaat het om de verzorging van de weduwen die de gemeente onderhield. Ook om andere praktische zaken te regelen kunnen diakenen aangesteld worden.

Diakenen worden aangesteld om de oudsten te ontlasten. Ze nemen praktische taken van de oudsten over. Zodat de ouderlingen zich op hun hoofdtaak kunnen concentreren: het toezicht houden op en het leiden van de gemeente. Zie voor een uitgebreide beschrijving van de taak van de oudsten, Bijbelstudie 53 over de ouderlingen.

Net als de rest van de gemeente staan de diakenen onder het geestelijk toezicht van de oudsten. Een diaken is geen onderdeel van de leiding van de gemeente.

3. De vereisten voor een diaken

De vereisten voor een diaken worden opgesomd in 1 Timotheus 3:8-13.

De eisen die aan een diaken worden gesteld, komen voor een groot deel overeen met de eisen die aan een ouderling worden gesteld. Zie punt 5 van de vorige Bijbelstudie over de ouderlingen.

Een diaken moet net als een ouderling onberispelijk zijn. Er mag niets op zijn gedrag aan te merken zijn. “De diakenen moeten evenzo eerbaar zijn, niet met twee monden spreken, niet verzot zijn op veel wijn, niet uit zijn op oneerlijke winst, en het geheimenis van het geloof vasthouden in een zuiver geweten.” (1 Timotheus 3:8,9).

Ook voor een diaken geldt dat hij eerst op de proef gesteld moet worden. Alleen zij die zich in de gemeente bewezen hebben, mogen aangesteld worden. “Ook zij moeten eerst beproefd worden; daarna mogen zij dienen, als zij onberispelijk zijn…” (1 Timotheus 3:10). En net als bij een oudste worden er ook strengen eisen gesteld aan het gezin van de diaken: “De vrouwen [van de diakenen] moeten evenzo eerbaar zijn, geen kwaadspreeksters, beheerst, trouw in alles. De diakenen moeten mannen van één vrouw zijn, die goed leiding geven aan hun kinderen en aan hun eigen huis.” (1 Timotheus 3:11,12)

 Er is één opvallend verschil met de vereisten voor een oudste. Een diaken hoeft niet bekwaam te zijn om de gemeente te onderwijzen en om valse leer te weerleggen. [1]  Dat is begrijpelijk, want dit hoort niet bij de taak van een diaken.

4. De wijze van aanstelling

De aanstelling van diakenen kan het best gedaan worden door de gemeente zelf, zoals dat in Handelingen 6:1-6 gebeurde. Nadat de apostelen hadden uitgelegd aan welke vereisten een diaken moest voldoen, koos de gemeente te Jeruzalem zelf zeven mannen uit.

5. Het gevolg van het goed uitvoeren van de taak van diaken

  •  “Want zij die hun dienst goed verricht hebben, maken dat zij hoog staan aan geschreven en veel vrijmoedigheid verkrijgen in het geloof in Christus Jezus.” (1 Timotheus 3:13)

Toetsvragen

1. Wat is de betekenis van het woord diaken?
2. Waarom worden er in een gemeente diakenen aangesteld?
3. Hoe werd de aanstelling van diakenen in Handelingen 6 aangepakt?
4. Noem de overeenkomsten tussen de vereisten die gesteld worden aan ouderlingen en de vereisten die gesteld worden aan diakenen
5. Welk opvallend verschil is er tussen de vereisten voor een ouderling en de vereisten voor een diaken? Verklaar dit verschil.
[1] Zie punt vijf van de vorige bijbelstudie over de ouderlingen.