Wat zijn engelen?

Inleiding

 Volgens de Bijbel is er naast de zichtbare wereld ook een onzichtbare wereld. God heeft beide geschapen.

  • “Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen.” (Kolossenzen 1:16)

In de Bijbel wordt over deze onzichtbare wereld gesproken als: “de hemel”, in het enkelvoud, maar soms wordt er ook gesproken over “de hemelen”, in het meervoud.[1] Af en toe wordt er ook gesproken over, “de hemelse gewesten”. Zie Efeze 1:3, 20; 3:10; 6:12. De onzichtbare wereld bestaat blijkbaar uit verschillende gebieden.[2]

In de onzichtbare wereld bevinden zich God en de engelen. De hemel is de woonplaats van de engelen. “…maar zij zijn als engelen van God in de hemel” (Mattheüs 22:30). “…ook de engelen in de hemel niet…” (Mattheüs 24:36).

In deze Bijbelstudie zullen we het hebben over de engelen. Wat zijn eigenlijk engelen?

1. Engelen zijn geesten

 In Hebreeën 1:14 wordt over de engelen gezegd:

“Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die de zaligheid zullen beërven”

Engelen zijn geesten, ze hebben geen lichaam zoals wij. Daarom kunnen wij engelen normaal gesproken niet waarnemen. Engelen kunnen zich echter wel zichtbaar maken aan ons.

In de Bijbel vinden we verschillende voorbeelden van engelen die aan mensen verschenen.[3]
2. Engelen zijn dienaren van God

  • “Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die de zaligheid zullen beërven” (Hebreeën 1:14)

Engelen zijn dienende geesten. Ze dienen God. Ze worden door God uitgezonden om allerlei opdrachten te vervullen. Engelen voltrekken bijvoorbeeld Gods oordelen, en brengen namens God boodschappen over aan de mens. In dit vers staat dat ze in opdracht van God ook ons ten dienste staan. Zie de volgende Bijbelstudie, die gaat over de activiteiten van de engelen.

 3. Engelen zijn schepselen van God

  •  “Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn…alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen.” (Kolossenzen 1:16)

Alle dingen zijn door God geschapen. Ook de engelen zijn door God geschapen. De engelen horen bij de onzichtbare dingen die God geschapen heeft.

  • Loof Hem, al Zijn engelen…Laten zij de Naam van de HEERE loven, want toen Hij het gebood, werden zij geschapen.” (Psalm 148:2,5).

 Zoals God de aarde, de dieren en de mens schiep door te spreken, heeft Hij ook de engelen geschapen door te spreken. God gebruikte bij de schepping van de engelen dezelfde methode. Hij sprak, Hij gebood, en de engelen waren er.

 De schepping van de engelen vond plaats voor de schepping van de mens en voor de schepping van de aarde. In Job 38 lezen we hoe de engelen toekeken toen God de wereld schiep.

  • “Waar waart gij, toen ik de aarde grondvestte?…wie heeft haar hoeksteen gelegd terwijl de morgensterren tezamen juichten, en al de zonen Gods jubelden” (Job 38:4,7 NBG)

De engelen worden in dit vers zonen van God en morgensterren genoemd. Toen God de aarde grondvestte keken ze al juichend toe.

4. Engelen hebben persoonlijkheid

 Engelen zijn personen, ze zijn geen robotten. Een engel is niet een ‘iets’ maar een iemand. De kenmerken van persoonlijkheid zijn: zelfbewustzijn, individualiteit, gevoelens, gedachten, en een eigen wil.

Uit de Bijbel blijkt dat de engelen al deze kenmerken van persoonlijkheid hebben.

Engelen hebben bijvoorbeeld gevoelens. In het Lukas evangelie lezen we dat engelen blij zijn wanneer een zondaar zich tot God bekeert. “Alzo is er, zeg ik u, blijdschap bij de engelen Gods over een zondaar, die zich bekeert” (Lukas 15:10 NBG)

In de Petrus brief lezen we dat engelen nieuwsgierig zijn. “…dingen waarin de engelen begerig zijn zich te verdiepen.” (1 Petrus 1:12)

De engelen hebben ook een eigen wil. Alle engelen hebben in het verleden voor of tegen God gekozen. Zie voor meer uitleg het volgende punt.

Dat engelen individuen zijn blijkt ook uit het feit dat ze namen hebben. Van twee engelen kennen we de naam. In het boek Daniël komen we de engel Michaël tegen (Daniël 10:13; 12:1). En in het Lukas evangelie lezen we over de engel Gabriël (Lukas 1:19).

 5. Er zijn twee groepen engelen

 Net zoals alles wat God geschapen heeft goed was, waren ook de engelen toen zij geschapen werden zeer goed (Genesis 1:31). Op een gegeven moment heeft er verschrikkelijke ramp in de engelenwereld plaatsgevonden. Onder leiding van de satan is een groot deel van de engelen in opstand gekomen tegen God[4]. Vanaf dat moment waren er twee groepen engelen. Een groep engelen die samen met de satan in opstand gekomen is tegen God, dat zijn de gevallen engelen. En een groep die God trouw is gebleven, de heilige engelen.

Deze opstand van de engelen heeft plaatsgevonden voor de zondeval. In Genesis 3 komen we de satan voor het eerst in de Bijbel tegen als gevallen engel. We lezen daar dat hij doormiddel van de slang er in slaagt om Eva te verleiden. Hij krijgt haar zover dat ze, tegen Gods gebod in, van de boom der kennis van goed en kwaad eet.

De engelen die God trouw zijn gebleven worden in de Bijbel aangeduid als “engelen van God” (Genesis 32:1; Hebreeën 1:6; Handelingen 27:23), “heilige engelen” (Marcus 8:38; Hndelingen 10:22; Openbaringen 14:10), “engelen van de Heere” (Jesaja 37:36; Matheus 1:20; Handelingen 5:19), “uitverkoren engelen” (1 Timotheus 5:21) of als “Zijn engelen” (Psalm 91:11; Daniel 3:28; Marcus 13:27). Vaak wordt simpelweg over een engel gesproken en blijkt uit het Bijbelgedeelte dat het om een engel van God gaat. Over de engelen van de satan wordt enkele malen gesproken als, “de duivel en zijn engelen” (Mattheus 25:41), “een engel van satan” (2 Korinthe 12:7 ) en, “de draak en zijn engelen” (Openbaring 12:7,9). Meestal worden zij echter aangeduid als boze geesten, demonen, duivelen of onreine geesten[5].

 6. Nog een aantal feiten over engelen

 -Engelen sterven niet

  • “maar zij die het waard geacht zijn die toekomstige wereld te verkrijgen, en de opstanding uit de doden… kunnen niet meer sterven, omdat zij gelijk zijn aan de engelen.” (Lukas 20:35,36)

Hier zegt Jezus dat wij, na de opstanding uit de dood, niet meer sterven. In dat opzicht zullen we vanaf de opstanding gelijk zijn aan de engelen, want die sterven ook niet.

-Engelen planten zich niet voort

  • “Want in de opstanding nemen ze niet ten huwelijk en worden ze niet ten huwelijk gegeven, maar ze zijn als engelen van God in de hemel.” (Mattheüs 22:30)

Het huwelijk hoort volgens Jezus bij de tijdelijke dingen. Wanneer we uit de dood zijn opgestaan zullen we niet meer huwen of ten huwelijk genomen worden. We zullen in dat opzicht gelijk zijn aan de engelen, want ook de engelen kennen het huwelijk niet.

Engelen planten zich niet voort. Omdat de engelen ook niet sterven, blijft het aantal engelen altijd gelijk. Er is geen toename of afname van het aantal engelen.

-Er zijn geen vrouwelijke engelen

De Bijbel kent geen vrouwelijke engelen. In de Bijbel worden verschillende verschijningen van engelen beschreven. Het uiterlijk van de engelen wordt niet altijd beschreven. Wanneer dat wel gebeurt, wordt vermeld dat ze in mannelijke gedaante verschijnen. Ze worden soms beschreven als mannen in witte blinkende kleren. In deze gedaante verschenen ze bijvoorbeeld bij het graf van Jezus vlak na de opstanding. “En toen ze naar binnen gegaan waren, vonden zij het lichaam van de Heere Jezus niet. En het gebeurde toen ze daarover in twijfel waren, zie, twee mannen stonden bij hen in blinkende gewaden.” (Lukas 24:3,4)

Wanneer de Bijbel over een engel spreekt, wordt deze altijd aangeduid als een “hij”. De Bijbel spreekt nooit over een engel als een “zij”. Zie bijvoorbeeld Zacharia 1:19 en Handelingen 12:7-9.

Wanneer een engel zich als een vrouw voordoet, kan het dus niet om een engel van God gaan. Het moet in dat geval om een verschijning van een gevallen engel gaan.

-Er zijn heel veel engelen

  • “En ik zag, en hoorde een geluid van vele engelen rondom de troon…En hun aantal bedroeg tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen.” (Openbaring 5:11)
  • “Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen” (Hebreeën 12:22)

 Hoeveel engelen er precies zijn zegt de Bijbel niet. Wat de Bijbel wel zegt, is dat het er heel veel zijn. In Openbaringen 5:11 wordt bijvoorbeeld gesproken over miljoenen (duizenden duizendtallen) en zelfs over honderden miljoenen (tienduizenden tienduizendtallen) engelen.

-Er is organisatie in de engelenwereld

De engelenwereld kent een hiërarchische organisatie. De ene engel staat hoger in rang dan de andere engel. De Bijbel spreekt bijvoorbeeld over aartsengelen. Aartsengel betekent hoofd van de engelen. De Bijbel noemt één aartsengel bij naam, de aartsengel Michaël (Judas :9; Daniel 10:13; 12:1; Openbaring 12:7,8).

Michaël is niet de enige aartsengel, want in Daniël 10:13 wordt hij “één van de voornaamste vorsten” genoemd. Er zijn blijkbaar nog meer aartsengelen. Als aartsengel voert de engel Michaël het bevel over een aantal andere engelen. In Openbaring 12:7 wordt over, “Michaël en zijn engelen “, gesproken.

Er is ook taakverdeling in de engelenwereld. In Daniël 12:1 lezen we: “In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, hij die uw volksgenoten bijstaat. Het zal een benauwde tijd zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk is geweest tot op die tijd. In die tijd zal uw volk ontkomen: ieder die gevonden wordt, opgeschreven in het boek.” De engel Michaël zal in de eindtijd de taak krijgen om het volk Israël te beschermen. Zo zal God andere engelen ongetwijfeld weer andere taken laten vervullen. [6]

Uit een aantal Bijbelgedeelten kunnen we dus iets afleiden over de organisatie die bestaat in de engelenwereld. Maar hoe de engelenwereld nu precies georganiseerd is weten we niet. De Bijbel licht slechts een tipje van de sluier op.

-Beschermengelen?

De Rooms-katholieke kerk leert dat iedere gelovige een beschermengel heeft. Deze leer klopt niet. Om deze leer te bewijzen verwijst de Rooms-katholieke Kerk naar Mattheus 18:10. Daar zegt Jezus dat er engelen zijn die speciaal over kinderen waken. De Rooms-katholieke kerk leest meer in dit vers dan er staat. Er staat in dit vers niet dat elk kind een eigen engel heeft. Er staat alleen dat er een groep engelen is die speciaal waakt over kinderen. Ook staat er niet dat deze engelen de rest van hun leven bij hen blijven.

Toetsvragen

1. Noem twee dingen die we uit Hebreeën 1:14 kunnen leren over de engelen.
2. Leg uit waarom wij engelen normaalgesproken niet waar kunnen nemen.
3. Leg uit dat engelen geen robotten zijn.
4. Wanneer zijn de engelen geschapen?
5. Welke twee groepen engelen zijn er?
6. Waarom zijn er gevallen engelen?
7. Geef een andere naam voor de gevallen engelen?
8. In welk opzicht zullen wij na de opstanding op de engelen lijken?
9. Hoeveel engelen zijn er?
10. Komen er vrouwelijke engelen in de Bijbel voor?

[1] Zie bijvoorbeeld Deuteronomium 4:39; 26:15; Psalm 123:1; Mattheus 6:9; Handelingen 3:21;7:56; 2 Korinthe 5:1,2; Galaten 1:8; Efeze 6:9; Kolossenzen 4:1; Hebreeën 9:24; Openbring 12:12. Met de hemel of de hemelen wordt niet altijd de onzichtbare wereld waar God en de engelen zijn aangeduid. Vaak wordt hiermee de lucht bedoeld, de plaats waar de wolken zijn en de vogels vliegen. En de ruimte, waar de sterren zijn. Zie bijvoorbeeld Genesis 4:17; 8:2; 15:5; Deuteronomium 28:12,23; Psalm 147:8; Spreuken 30:19; Jesaja 47:13; 55:10; Mattheus 24:29; Handelingen 1:10; 14:17 Hoe de woorden, ‘hemel’, en, ‘hemelen’, gebruikt worden moet opgemaakt worden uit de context.

[2] Er zijn in ieder geval drie verschillende hemelse streken, want in 2 Korinthe 12:2-4 lezen we over de derde hemel. Deze derde hemel is het paradijs. In het paradijs is Jezus op dit moment, ook bevinden zich daar de overleden gelovigen (Lucas 22:42,43). Zie  Bijbelstudie 73 over wat er gebeurt nadat je sterft.

[3] Zie bijvoorbeeld Jozua 5:13-15; Daniel 9:20-23; Lukas 1:11-13 en Handelingen 5:19,20. Engelen hebben de macht om zich zichtbaar te maken aan mensen. De vraag is of zij dit zomaar onbeperkt kunnen doen. Deze vraag is speciaal van belang in verband met de gevallen engelen. Kunnen die zich zomaar aan mensen vertonen? De Bijbel zegt hier niet veel over. Uit de pastorale praktijk blijkt dat gevallen engelen vooral verschijnen aan mensen die zich met het occulte bezig houden. Mensen die bijvoorbeeld een seance bijwonen, of een medium raadplegen. Dat geldt ook voor christenen die zich met occulte dingen inlaten. God laat de gevallen engelen blijkbaar niet toe om zomaar aan iedereen te verschijnen. Dat geldt voor de mensen in het algemeen, maar in het bijzonder voor christenen. Al Gods kinderen staan onder Zijn bescherming. God zal niet zomaar toe laten dat gevallen engelen ons lastig vallen door aan ons te verschijnen. Als God het toe laat, dan doet hij dat om ons daardoor op de proef te stellen, of om ons daardoor een belangrijke les te leren. Om die reden is het belangrijk om elke engelverschijning te toetsen aan Gods Woord. De gevallen engelen zijn in staat om zich voor te doen als engelen van God (2 Korinthe 11:14). Ook voor engelverschijningen geldt daarom wat in 1 Johannes 4:1 staat. “Geliefden, gelooft niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn…” De voornaamste manier om engelverschijningen te toetsen is door na te gaan of hun boodschap overeenkomt met de Bijbel. Als een engel Gods woord verdraaid, of zelfs een vals evangelie brengt, is hij niet door God gezonden (Galaten 1:8).

[4] Zie Bijbelstudie 61B over de val van de satan.

[5] Zie Bijbelstudie 62 over de boze geesten, de demonen.

[6] Ook de gevallen engelen kennen hiërarchie en taakverdeling.  De vorst van het koninkrijk Perzië, waar in Daniel 10:13 over gesproken wordt, is een gevallen engel. Deze gevallen engel oefenende grote invloed uit op het Perzische rijk. Waarschijnlijk is deze engel een voorname engel onder de gevallen engelen. Net zoals de engel Michael een vooraanstaande engel is onder de heilige engelen. In Daniël 10:20,21 komen we nog een gevallen engel tegen die macht uitoefent over een koninkrijk, deze engel wordt in dit vers de vorst van Griekenland genoemd.