Jezus is God

 

Inleiding

Geloven dat Jezus God is, is van wezenlijk belang voor de verlossing. “Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt..” (Romeinen 10:9). Jezus als Heere, niet als een goed mens. Als we bekeringsverhalen in de Bijbel bestuderen, zullen we zien dat velen Jezus als hun Heere erkennen, Paulus in Handelingen 9:5, de man in Johannes 9:38. Het ontkennen van de Godheid van Jezus heeft tot gevolg dat de mensheid van een Zaligmaker wordt beroofd, en we zullen voor eeuwig verloren gaan. In deze Bijbelstudie behandelen we zes bewijzen voor de Godheid van Jezus.

Bewijzen voor de Godheid van Jezus

 

1. Jezus wordt God genoemd

 Johannes maakt aan het begin van zijn evangelie duidelijk dat Jezus God is.

“In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God….En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond…” (Johannes 1:1,14)

In de brieven van Paulus, Petrus en Johannes wordt Jezus God genoemd.

  • “Christus…Die God is, boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid. Amen!” (Romeinen 9:5)
  • “…de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus.” (Titus 2:13)
  • “…onze God en Zaligmaker, Jezus Christus” (2 Petrus 1:1)
  • “….Jezus Christus. Die is de waarachtige God en het eeuwige leven.” (1 Johannes 5:20)

 Thomas één van Jezus discipelen noemt Jezus God. Jezus aanvaardde zonder verwijt het getuigenis van Thomas.

“En Thomas antwoordde en zei tegen Hem: Mijn Heere en mijn God!” (Johannes 20:28).

Als Thomas het fout had, of zich verkeerd had uitgedrukt, of had overdreven, zou Jezus hem zeker terechtgewezen hebben. Als Jezus niet werkelijk God was zou Thomas ernstig gedwaald hebben. Maar Thomas sprak de waarheid, Jezus is de Heere God, de Enige, Die van eeuwigheid bestaat.

 

2. Jezus heeft namen die alleen God toekomen.

 

Sterke God, Eeuwige Vader

“Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven…En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst”. (Jesaja 9:5) Alleen de Heere God Zelf kon de vervulling van deze Namen zijn.

Sterke God. Degene over wie werd geprofeteerd dat Hij de Messias zou zijn, moest God Zelf zijn.

Eeuwige Vader. Jezus zei: “Ik en de Vader zijn één” (Johannes 10:30).

 

De eerste en de laatste

“Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, zijn Verlosser, de HEERE van de legermachten: Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste, en buiten Mij is er geen God.” (Jesaja 44:6)

 “En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste (Openbaring 22:12,13)

God noemt zichzelf in Jesaja, de Eerste en de Laatste. Buiten Hem is er geen andere God. Jezus noemt zichzelf in Openbaringen ook de Eerste en de Laatste.

 

Heere

“Gij noemt Mij Meester en Heere (Grieks: Kurios), en u zegt het terecht, want Ik ben het.” (Johannes 13:13)

 Alle Joden in de tijd van Jezus waren bekend met de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagint. Daarin wordt het Hebreeuwse woord Jahweh (God) zonder uitzondering vertaald met het woord Kurios (Here). Voor de Grieks-sprekende Joden stond het woord ‘Kurios’ in de Bijbel daarom gelijk aan het woord ‘God’. In het bovengenoemde vers van Johannes 13 beweert Jezus, dat Hij terecht dezelfde goddelijke Naam en Titel krijgt als de God van het Oude testament. In het Nieuwe Testament gebruiken de discipelen steeds weer het woord ‘Kurios’ om de grootheid van Jezus aan te duiden. In het Oude en Nieuwe Testament wordt dus geen onderscheid gemaakt tussen de naam van Jezus en de naam van God.[1]

 Ik ben

Zowel God als Christus zeiden dat hun eigen naam “IK BEN” is.

“En God zei tegen Mozes: IK BEN DIE IK BEN. Ook zei Hij:: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij naar u toe gezonden” (Exodus 3:14).

“Jezus zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, ben Ik” (Johannes 8:58).

De Joden begrepen de Heere heel goed en dachten dat Hij God lasterde omdat Hij Zichzelf God noemde. Direct probeerden ze Jezus te stenigen. Op deze bijzondere zonde stond de doodstraf door steniging (Leviticus 24:12-16). Maar Jezus had niet gezondigd want Hij was echt God. Hij was de grote IK BEN in eigen Persoon.

 

3. Jezus bezit eigenschappen die alleen God bezit

 

Lees de paragraaf over de grootheid van God uit Bijbelstudie twee nog eens aandachtig door voordat je dit argument bestudeerd.

 Hij is eeuwig

“En u, Bethlehem-Efratha..uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af” (Micha 5:1).

Alleen God is eeuwig. Jezus moet dus wel God zijn.

 

Alomtegenwoordig

  • “Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden.” (Mattheüs 18:20).

Alomtegenwoordigheid is een eigenschap van God de Almachtig alleen. Engelen of mensen zijn dat niet. Jezus belooft op elke plaats op hetzelfde moment aanwezig te zijn. Dit kan Hij alleen beloven als Hij God is.

 

Almachtig

  • “Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde” (Mattheüs 28:18).

Dit overstijgt de kracht van mensen, geesten, engelen, demonen of buitengewone mensen. Ook almacht is een eigenschap die alleen de Heere God Almachtig bezit.

 

Onveranderlijk

  • “Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid” (Hebreeën 13:8).

Wie kan zeggen dat hij onveranderlijk is dan God alleen?

 

4. Jezus doet dingen die alleen God doet.

 

Jezus heeft de wereld geschapen

“Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen. En Hij is voor alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem.” (Kolossenzen 1:15-17)

Wie dit vers letterlijk neemt kan niet ontkennen dat Jezus waarlijk God is.

-Alle dingen zijn door Hem geschapen.

Volgens dit bijbelvers heeft Jezus alle dingen geschapen. Wie is het die alle dingen geschapen heeft? Dat is God (Genesis 1 en 2)! Dus moet Jezus God zijn.

-Alle dingen zijn voor Hem geschapen.

Er staat ook dat alle dingen voor Hem geschapen zijn. De schepping is er voor Jezus. Ook dat kan alleen maar van God gezegd worden (Openbaring 4:11).

-Hij is voor alle dingen

Jezus was er al voor alles wat geschapen is. Jezus is dus ongeschapen, eeuwig. Er is er maar één die ongeschapen is en dat is God.

 

Jezus houdt de wereld in stand

“Hij, die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen.” (Hebreeën 1:3)

Dit Bijbelvers zegt dat Jezus alle dingen draagt door Zijn krachtig woord. De schepping blijft bestaan omdat Jezus haar in stand houdt. Van wie kan dat gezegd worden? Dat kan alleen van God gezegd worden. Jezus is dus God

 

5. Teksten over God worden op Jezus toegepast

Teksten uit het Oude Testament die over de ene waarachtige God gaan worden in het Nieuwe Testament op Jezus toegepast. Een heel duidelijk voorbeeld vinden we in Hebreeën 1:10-12. In dit Bijbelgedeelte wordt Psalm 102:26 geciteerd. Deze Psalm gaat overduidelijk over God. De schrijver van de Hebreeënbrief past deze tekst echter toe op Jezus.

“En: In het begin hebt U, Heere, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen. Die zullen vergaan, maar U blijft altijd. En ze zullen alle verslijten als een gewaad, en als een mantel zult u ze oprollen en ze zullen verwisseld worden; maar u bent Dezelfde en Uw jaren zullen niet ophouden.”

Een ander voorbeeld vinden we in 1 Petrus 2:7. Daar lezen we:

“Voor u dan ,die gelooft, is Hij kostbaar; maar voor de ongehoorzamen geldt: De steen die de bouwers verworpen hebben die is de hoeksteen geworden en een steen des aanstoots en een struikelblok”

Petrus zegt hier dat Jezus voor de Joden een steen des aanstoots en een struikelblok geworden is.  In Jesaja 8:13-15 wordt dit van God gezegd. Opnieuw een bewijs dat Jezus God is.

 

6. Jezus wordt als God vereerd

“Omwille van Mij, omwille van Mij doe Ik het, want hoe zou Mijn Naam ontheiligd worden! Ik zal Mijn eer aan geen ander geven. Luister naar Mij, Jakob, Israël Mijn geroepene: Ik ben Dezelfde, Ik ben de Eerste, ook ben Ik de Laatste. Ook heeft Mij hand de aarde gegrondvest, en Mijn rechterhand heeft de hemel uitgespannen. Roep Ik ze, dan staan ze er tezamen.” (Jesaja 48:11-13)

“Ik ben de HEERE – dat is Mijn Naam; Mijn eer zal Ik aan geen ander geven, evenmin Mijn lof aan de afgodsbeelden.” (Jesaja 42:8)

Jezus staat mensen toe Hem als God te aanbidden

God deelt zijn eer met niemand. En toch zien we in het Nieuwe Testament dat Jezus als God vereerd wordt. Jezus ontvangt dezelfde eer als de Vader.

Een paar voorbeelden:

-In Johannes negen lezen we dat de blinde man die Jezus genezen had Hem als God aanbad.

“Jezus hoorde dat zij hem uit de synagoge geworpen hadden, en toen Hij hem gevonden had, zei Hij tegen hem: Gelooft u in de Zoon van God? Hij antwoordde en zei: Wie is Hij, Heere, zodat ik in Hem kan geloven? En Jezus zei tegen hem: Die u gezien hebt én Die met u spreekt, Die is het. En hij zei: Ik geloof, Heere! En hij aanbad Hem.” (Johannes 9:35-38)

-In Lucas vijf lezen we hoe Petrus Jezus aanbad nadat Hij het wonder van de visvangst verricht had.

“Toen Simon Petrus dat zag, viel hij neer voor de knieën van Jezus en zei: Heere, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens. Want grote verbazing had hem en allen die met hem waren, bevangen, over de vangst van de vissen, die zij gedaan hadden.” (Lukas 5:8,9)

In Johannes twintig lezen we hoe Thomas Jezus na zijn opstanding aanbid.

“En Thomas antwoorde en zei tegen Hem: Mijn Heere en mijn God!” (Johannes 20:28).

-Aan het eind van Mattheüs hoofdstuk achtentwintig wordt beschreven hoe de discipelen na Zijn opstanding Jezus aanbaden.

“En de elf discipelen zijn naar Galilea gegaan, naar de berg waar Jezus hen ontboden had. En toen zij Hem zagen, aanbaden zij Hem.” (Mattheüs 28:16,17)

Jezus laat dit elke keer toe. Hij doet nooit moeite om de mensen hier van af te houden. Dat kan alleen maar verklaard worden doordat Jezus werkelijk God is. Want Jezus wist dat het een zeer ernstige zonde is om iemand anders dan God te aanbidden (Deuteronomium 6:13; Mattheus 4:8-10). Om die reden weerhielden Paulus en Barnabas de mensen van Lystra ervan om offers aan hen te brengen (Handelingen 14:13-15) en houdt de engel op Padmos Johannes tegen om Hem te aanbidden (Openbaringen 19:10).

Jezus werd niet alleen hier op aarde aanbeden Hij zal ook in de hemel aanbeden worden.

“En elk schepsel dat in de hemel, op de aarde, onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Aan Hem Die op de troon zit, en aan het Lam zij de dankzegging, de eer, de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. En de vier dieren zeiden: Amen. En de vierentwintig ouderlingen wierpen zich neer en aanbaden Hem Die leeft in alle eeuwigheid.” (Openbaringen 5:13,14)

Jezus wordt hier samen met God de Vader aanbeden! De Vader en de Zoon ontvangen hier dezelfde eer. Deze tekst is een zeer sterk en overtuigend bewijs voor de Godheid van Jezus.

De Vader wil dat wij Jezus Zijn Zoon eren zoals wij Hem eren.

Dat Jezus aanbidding toestond is geen vergissing. Het is uitdrukkelijk de wil van de Vader dat de Zoon aanbeden wordt.

“Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft heel het oordeel aan de Zoon gegeven, opdat allen de Zoon eren zoals zij de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet, Die Hem gezonden heeft.” (Johannes 5:22,23)

“Daarom heeft God Hem ook boven mate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.” (Filppenzen 2:9-11)

God de Vader draagt ons op om Jezus Zijn Zoon te eren zoals wij Hem eren. Niet alleen mensen moeten Jezus aanbidden ook engelen:

“En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene in de wereld brengt zegt Hij: En laten alle engelen van God Hem aanbidden.” (Hebreeën 1:6)

Tot besluit:

“Wat de Geest van heiliging betreft, is Hij met kracht bewezen te zijn de Zoon van God, door Zijn opstanding uit de doden..” (Romeinen 1:4).

Dit vers verklaart dat in het bijzonder de opstanding Jezus duidelijk maakt dat Hij de Zoon van God is. Als Jezus niet echt God de Zoon was, en daarom een leugenaar, een oplichter of alleen een buitengewoon mens, dan zou God Hem in het graf hebben gelaten tot op de oordeelsdag en Hem naar de hel hebben gestuurd.

Volgens Romeinen 6:4 was het de Vader Zelf Die Jezus uit de dood opwekte. God de Vader zegt door de opstanding van Jezus op overtuigende wijze tegen de wereld dat Christus God is.[2]

Toetsvragen

  1. Waarom is de leer van de Godheid van Christus zo belangrijk?
  2. Citeer een aantal teksten waarin Jezus God genoemd wordt.
  3. Noem een aantal namen van Jezus die bewijzen dat Hij God is.
  4. Hoe bewijst Kolossenzen 1:15-17 dat Jezus God is?
  5. Welk Bijbelgedeelte zegt dat Jezus eeuwig is?
  6. Bewijs dat Jezus vijf eigenschappen van God bezit.
  7. Waarom bewijst de aanbidding die Jezus ontvangt dat Hij God is?
  8. Wil de Vader dat wij de Zoon eren zoals wij Hem eren? Leg uit
  9. Kun je nog een aantal andere argumenten voor de Godheid van Jezus bedenken?
  10. Hoe bevestigde de Vader dat Jezus God is?

[1] Citaat uit: “Jezus, Schepper of schepsel?”  van: Ben Hobrink pagina: 33

[2] Zie ook bijbelstudie 15 over de opstanding van Jezus.