De vreze Gods


Inleiding

 In de Bijbel worden we vaak aangespoord om niet te vrezen. Maar toch is er een soort vrees die we wel behoren te hebben, dat is de vrees voor God.

“U moet de HEERE, uw God, vrezen, Hem dienen en bij Zijn Naam zweren” (Deuteronomium 6:13).

De slotsom van al wat door u gehoord is, is dit: Vrees God en houd u aan Zijn geboden” (Prediker 12:13).

“De vreze Gods staat hun niet voor ogen” (Romeinen 3:18).

En als u Hem als Vader aanroept Die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt wandelt dan in de vreze des Heeren, gedurende de tijd van uw vreemdelingschap” (1 Petrus 1:17).

1. Er is een verkeerde en een goede vrees voor God.

Als gelovigen hoeven wij er niet voor te vrezen dat God ons op de dag des oordeels zal afwijzen. We zijn immers nu al door God gerechtvaardigd. “Wij dan gerechtvaardigd uit het geloof hebben vrede met God” (Romeinen 5:1). Wie geloofd komt niet in het oordeel (Johannes 5:24). En als we zondigen dan is er het bloed van Jezus dat ons telkens weer reinigt (1 Johannes 1:7,9 en 2:1,2). Wij hebben niet de geest van slavernij ontvangen om opnieuw te vrezen, maar de Geest van de aanneming tot kinderen door welke wij roepen: Abba Vader (Romeinen 8:15).

Maar we behoren, als gelovigen, wel vrees te hebben voor Gods tuchtiging. We zijn kinderen van God geworden door het geloof (Galaten 3:26). God behandeld ons daarom ook als kinderen. Net zoals een aardse vader zijn kinderen wanneer ze ongehoorzaam en koppige zijn tuchtigd, tuchigd ook de hemelse Vader zijn kinderen. God doet dat uit liefde, om ons op het goede spoor te brengen.

“Want de Heere bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt. Als u bestraffing verdraagt, behandelt God u als kinderen. Want welk kind is er niet dat door zijn vader bestraft wordt?” (Hebreeën 12:6,7)

“Want zij hebben ons wel voor korte tijd naar het hun goeddacht bestraft, maar Hij doet dat tot ons nut, opdat wij deel krijgen aan Zijn heiligheid” (Hebreeën 12:10)

Als wij zondigen en ongehoorzaam zijn zal God ons eerst waarschuwen door zijn Woord en Geest. Maar als we koppig zijn dan zal Hij ons ook tuchtigen. Dat kan best ver gaan zoals blijkt uit de eerste brief aan de Korintiers. Een aantal van de Korintiers zondigden ernstig. Er waren partijschappen. Sommigen kwamen dronken aan het avondmaal.  Tijdens het liefdemaal deelden de rijken het eten dat ze meegenomen hadden niet met de armen.[1] De arme gemeent leden werden daardoor beschaamd. Door partijschappen te veroorzaken en door de armen te beschamen zondigden zij tegen de eenheid van het lichaam. Daarom werden zij door God getuchtigd met ziekte en dood (1 Korinthe 11:17-34). God zal ook ons tuchtigen als we volharden in ernstige zonden. Maar als wij onszelf oordelen, worden we niet door God getuchtigd. Jezelf oordelen doe je door je zonden te belijden en je er van af te keren. (1 Korinthe 11:31, 1 Johannes 1:7,9 en 2:1,2).

 

2. De betekenis van “de vreze Gods”

De vreze van God houdt in de eerste plaats in dat je vreest om tegen Gods geboden in te gaan. Want je weet dat dit niet zonder gevolgen zal blijven.

“Dwaal niet: God laat niet met zich spotten, want wat een mens zaait zal hij ook oogsten. Want wie in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf oogsten; maar wie in de Geest zaait, zal uit de Geest het eeuwige leven oogsten.” (Galaten 6:7,8)

 “van hen die beven voor het gebod van onze God(Ezra 10:3)

 En als u Hem als Vader aanroept Die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt wandelt dan in de vreze des Heeren, gedurende de tijd van uw vreemdelingschap” (1 Petrus 1:17).

God is een redelijke Vader, een liefdevolle Vader, maar Hij heeft zijn grenzen. Als je die overschrijdt, en je laat je niet terechtwijzen, dan krijg je met Hem te maken. Dan zal Hij tuchtigen.

De vreze des Heeren houdt verder in dat je ontzag hebt voor God en dat je Hem met eerbied benadert.

Eerbied en ontzag omdat God heilig is. De heiligheid van God maakt dat we Hem vrezen.

“Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Immers, U alleen bent heilig” (Openbaring 15:4).

“Laten wij … aan de genade vasthouden en daardoor God vereren op een Hem welgevallige wijze met ontzag en eerbied. Want onze God is een verterend vuur” (Hebreeen 13:28,29)

Eerbied en ontzag omdat God groot is. De grootheid van God maakt dat we Hem vrezen.

“Nu dan, Israël, wat vraagt de HEERE, uw God, van u dan de HEERE, uw God, te vrezen..Want de HEERE, uw God, is de God der goden en de HEERE der heren; die grote, machtige en ontzagwekkende God” (Deuteronomium 10:12-17).

 

3. De vreze Gods leert ons een voorzichtig leven te leiden:

 

“..laten we onszelf reinigen van alle bezoedeling van vlees en geest, en de heiliging volbrengen in het vrezen van God” (2 Korinthe 7:1).

Deze godvruchtige vrees is een krachtige motivatie in ons leven.

“Wees niet bevreesd, want God is gekomen om u op de proef te stellen en opdat de vreze voor Hem u voor ogen staat, opdat u niet zondigt” (Exodus 20:20).

4. De uitwerking van de Vreze des Heren

 

  1. Het brengt zegen voort. “Welzalig is de man die de HEERE vreest” (Psalm 112:1).
  2. Het geeft vertrouwen. “In de vreze des HEEREN is een sterk vertrouwen” (Spreuken 14:26).
  1. Het geeft een afkeer van het kwaad. “en door de vreze des “HEEREN keert men  zich af van het kwade” (Spreuken 16:6). Tegenwoordig zijn er weinig mensen die God vrezen en er is een overvloed aan kwaad.
  1. Het komt in de plaats van mensenvrees.”en waar zij voor bevreesd zijn, daarvoor mag u niet bevreesd zijn en niet schrikken. De HEERE van de legermachten, Hem moet u heilig achten” (Jesaja 8:12,13).
  1. Het maakt ons welgevallig voor God. “maar in ieder volk is degene die Hem vreest en gerechtigheid doet, Hem welgevallig” (Handelingen 10:35) (Matteüs 10:28) .

 

5. Beloften voor wie God vrezen

  1. “De HEERE is goedgezind voor wie Hem vrezen en op Zijn goedertierenheid
    hopen”
    (Psalm 147:11).
  2. “Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, zo ontfermt de HEERE Zich over
    wie Hem vrezen”
    (Psalm 103:13).
  3. “Hij vervult het verlangen van wie Hem vrezen, Hij hoort hun hulpgeroep en verlost
    hen”
    (Psalm 145:19).
  4. “De vreze des HEEREN vermeerdert de dagen” (Spreuken 10:27).

 

Tot besluit

Laten we bidden of God ons wil leren Hem te vrezen.

“Leer mij, HEERE, Uw weg, ik zal in Uw waarheid wandelen, maak mijn hart één om Uw Naam te vrezen” (Psalm 86:11).

 

Toetsvragen

  1. Definieer “de vreze Gods”.
  2. Wat heeft tuchtiging te maken met het vrezen van God?
  3. Waartoe worden wij opgeroepen in Prediker 12:13?
  4. Wat is het gevolg van een wandel in de vreze des Heeren?
  5. Geef uit beide Testamenten twee Bijbelteksten die bewijzen dat we God moeten  vrezen.
  1. Geef drie redenen waarom wij God moeten vrezen.
  2. Wat was het gevolg van het “beven voor de woorden des Heeren”?, Ezra 9:4
  3. Waarom is de vreze Gods noodzakelijk?
  4. Welke beloften geeft God aan hen die in de vreze des Heeren wandelen?
  5. Welke les leren we uit 1 Petrus 1:14-17?

 

[1] In de vroege gemeente werd het avondmaal gevierd als afsluiting van een gezamenlijke maaltijd.