De zonde

Inleiding

 

Deze Bijbelstudie gaat over de zonde. In de vorige Bijbelstudie hebben we gezien hoe de zonde de wereld binnengekomen is. In deze Bijbelstudie zullen we nagaan wat zonde is. Ook zullen we bespreken hoe God op de zonde reageert. Tot slot staan we stil bij de gevolgen van de zondeval.

1. Wat is zonde?

Zonde is ongehoorzaamheid

Zonde is ongehoorzaamheid aan God. Dat zien we duidelijk bij de eerste zonde die in de Bijbel wordt beschreven (Gen. 2:17 en 3:6). God zei: “doe het niet”, maar Adam en Eva deden het toch.

Zonde is overtreding

“Er is één Wetgever, namelijk Hij Die kan zalig maken én te gronde richten…” (Jakobus 4:12)

God is onze Wetgever. God heeft als Schepper zijn wetten aan ons opgelegd. In de wet heeft God voorgeschreven hoe we ons moeten gedragen. Zonde is overtreding van Gods wet (Romeinen 4:25; Romeinen 5:16; Efeze 2:1; Jakobus 2:9).[1]

Gods gedragsregels zijn niet willekeurig, ze zijn een uitdrukking van Zijn karakter. Gods wetten laten ons zien wat Hij haat en wat Hij liefheeft. God wil dat wij zijn zoals Hij is. “Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is” (Mattheüs 5:48)

Zonde is liefdeloosheid

“Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Want dit: u zult geen overspel plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis geven, u zult niet begeren, en welk ander gebod er ook is, wordt in dit woord samengevat, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad. Daarom is de liefde de vervulling van de wet.” (Romeinen 13:8-10)

De liefde is de vervulling van de wet. Alle geboden kunnen samengevat worden in de opdracht om je naaste lief te hebben als jezelf. Als je lief hebt, vervul je automatisch Gods geboden. Als je niet lief hebt, breek je automatisch één of meerdere van Gods geboden. Gods geboden zijn dus een uitwerking van de opdracht om lief te hebben.

Heel Gods wet kan samengevat worden in twee geboden: “…U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerst en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.” (Mattheüs 22:37-40) Heel de wet draait om liefhebben. Het liefhebben van God en het liefhebben van je naaste. Daarom is elke houding, elke daad, elk woord, elke gedachte die tegen de liefde in gaat zondig.

Zonde is opstand

Zonde is opstand tegen God. Het is weigeren om je aan Gods wil te onderwerpen.

Wanneer we zondigen verwerpen we Gods gezag over ons leven. We zeggen diep in ons hart: “ik laat mij niet door God de wet voor schrijven, ik wil mijn eigen weg gaan.”

In Jesaja 53:6 wordt deze opstandige levenshouding kernachtig beschreven: “Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg…”

Zonde is ten diepste de keuze om je van God af te keren en je eigen weg te gaan.

De mens wil autonoom zijn, hij wil baas in eigen leven zijn. Hij wil niet onder God staan. En daarom verwerpt hij Gods heerschappij over zijn leven.

“De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde: Laten wij Hun banden verscheuren en Hun touwen van ons werpen!” (Psalm 2:2)

De geschiedenis van het volk Israël is een duidelijke illustratie van het feit dat zonde opstand tegen God is. God had het volk Israël uitverkoren om Zijn volk te zijn. En Hij had hen Zijn wetten gegeven. Maar het volk Israël was opstandig tegen God, ze wilden Hem niet dienen.  Ze weigerden om Zijn geboden te houden.

“Want het is een opstandig volk, het zijn leugenachtige kinderen, kinderen die niet willen luisteren naar de wet van de HEERE” (Jesaja 30:9)

“De hele dag heb Ik Mijn handen uitgespreid naar een opstandig volk, dat de weg gaat die niet goed is, naar hun eigen gedachten; een volk dat Mij voortdurend tot toorn verwekt…” (Jesaja 65:2,3)

2. Gods reactie op de zonde

De zonde doet wat met God. God haat de zonde, Hij heeft er een grote afkeer van. Daarom wekt de zonde Zijn toorn op. Maar de zonde doet God ook verdriet.

God haat de zonde

In de Hebreeënbrief lezen we over Jezus: “U hebt gerechtigheid lief en haat ongerechtigheid”. (Hebreeën 1:9)

Als je wilt weten hoe God is, moet je het leven van Jezus bestuderen. Jezus heeft ons laten zien hoe God is (Johannes 1:18). Zoals Jezus de zonde haatte, haat ook God de zonde.

God heeft een hartgrondige afkeer van de zonde. God walgt ervan. Dit is één van de lessen die we kunnen leren uit de geschiedenis van het volk Israël. God had een afkeer van het volk Israël, omdat ze iedere keer weer van zijn geboden afweken. God had hen hiervoor gewaarschuwd: “Als u dan hierom nog niet naar Mij luistert en u tegen Mij blijft ingaan, dan zal Ik met grimmigheid tegen u ingaan en zal Ik Zelf u vanwege uw zonden ook zeven keer erger straffen….en Mijn ziel zal van u walgen. “ (Leviticus 26:27-30)

De zonde is een gruwel voor God

“Deze zes haat de HEERE, ja, zeven zijn een gruwel voor Zijn ziel: hoogmoedige ogen, een valse tong, en handen die onschuldig bloed vergieten, een hart dat zondige plannen smeedt, voeten die zich haasten om naar het kwade te rennen, een valse getuige die leugens blaast, en die tussen broeders twisten teweegbrengt” (Spreuken 6:16-19)

Omdat God gruwt van de zonde kan Hij de zonde niet verdragen

“Gij die te rein van ogen zijt om het kwaad te zien, en die het onrecht niet kunt aanschouwen …” (Habakuk 1:13) NBG vertaling

 Gods toorn ontbrandt wanneer hij de zonde ziet

“Want de toorn van God wordt geopenbaard vanuit de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen…” (Romeinen 1:18)

Zonde wekt de toorn van God op.

Als mensen kunnen wij terecht en onterecht kwaad worden. God is nooit onterecht boos. Als God kwaad wordt dan is dat altijd volkomen terecht. Gods toorn wordt veroorzaakt door onze zonden. Door onze ondankbaarheid, liefdeloos­heid, gemeenheid, ontrouw, bedrog, enzovoort. God is daar verontwaardigd over.

“…want om deze dingen komt de toorn van God over de kinderen van de ongehoorzaamheid.” (Efeze 5:6)

“Door deze dingen komt de toorn van God over de ongehoorzamen.” (Kolossenzen 3:6)

In het Oude Testament komen we regelmatig de uitdrukking: “toen ontbrandde de toorn des Heren” tegen. Telkens als het volk Israël God krenkte door te zondigen ontbrande Gods toorn (Numeri 11:10,33 ; 12:9 ; 25:3,4  32:10,13,14;  Deuteronomium 7:4 ; 11:17 ; 29:27;  Jozua 7:1 ; 23:16 Richte­ren 2:14,20; 3:8).

Als God de zonde ziet dan ontbrandt zijn toorn. God en de zonde gaan niet samen. Zijn heiligheid verteert elke zondaar die in zijn nabijheid komt. “Toen zei ik: Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen en woon te midden van een volk met onreine lippen. Mijn ogen hebben namelijk de Koning, de HEERE van de legermachten gezien” (Jesaja 6:5) Hij is te rein van ogen om het kwaad te zien (Habakuk 1:13).

“…Onze God is een verterend vuur” (Hebreeën 12:29)

God is bedroefd over de zonde

“Zij daarentegen zijn ongehoorzaam geworden en hebben Zijn Heilige Geest bedroefd” (Jesaja 63:10)

Het volk Israël bedroefde de Heilige Geest door haar zonden.

Ook wij kunnen de Heilige Geest bedroeven door onze zonden. Nadat Paulus de Efeziers opgeroepen heeft om de zonde af te leggen zegt hij: “En bedroef de Heilige Geest van God niet…” (Efeze 4:30). Door de zonde in ons leven toe te laten bedroeven we Gods Geest.

3. De gevolgen van de zonde

De zonde is in de wereld gekomen door de ongehoorzaamheid van Adam en Eva. De zonde heeft grote gevolgen. We zullen stil staan bij de belangrijkste gevolgen.

De schepping is door God vervloekt

“Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door Hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe. En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wij zelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam” (Romeinen 8:20-23)

God heeft de schepping aan de zinloosheid onderworpen. Het leven is vol moeite, zorg en lijden. God heeft dit gedaan vanwege de zonde. Toen Adam en Eva zondigden heeft God de schepping vervloekt (Genesis 3:14-19). Voor die tijd was de schepping volmaakt. Vanaf dat moment is de schepping onderworpen aan het verderf. De situatie is echter niet hopeloos. Als Jezus terugkomt zal de schepping van de vloek bevrijd worden.

De dood is in de wereld gekomen

“Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben.” (Romeinen 5:12)

“Want het loon van de zonde is de dood…” (Rom. 6:23)

De val van Adam betekende de val van de hele mensheid. Sinds Adam wordt ieder mens geboren als zondaar. “Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen.” (Psalm 51:7) Wat David hier over zichzelf zegt, geldt voor ieder mens. Ieder mens wordt in ongerechtigheid geboren. Ons hart is geneigd tot alle kwaad. Daarom is geen mens zonder zonde. “Want allen hebben gezondigd…” (Romeinen 3:23). “…er is immers geen mens die niet zondigt…” (1 Koningen 8:46)

Als gevolg van Adams val kwam ook de dood in de wereld.[2] Want zonde brengt dood: “het loon van de zonde is de dood.” Aan dit loon valt niet te ontsnappen. Sinds Adam, sterft ieder mens. Dat is ons lot, God heeft dat zo beschikt. Daarom zegt de schrijver van de Hebreeënbrief: “…zoals het voor de mensen beschikt is dat zij eenmaal moeten  sterven…” (Hebreeën 9:27).

Gods toorn rust op ons

“Want de toorn van God wordt geopenbaard vanuit de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen…” (Romeinen 1:18)

Toen we Jezus nog niet kenden rustte Gods toorn op ons vanwege onze zonden. Volgens de Bijbel waren we toen “…kinderen des toorns…” (Efeze 2:3). Vanaf het moment dat we in Jezus geloven rust Gods toorn niet meer op ons. Voor ons geldt wat in 1 Thessalonicenzen 5:9 staat:  “God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus Christus”. Als we echter weigeren om Jezus aan te nemen blijft Gods toorn op ons. “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem” (Johannes 3:36).

We staan schuldig tegenover God en hebben straf verdiend

Overtreding van de wet maakt schuldig. En wie schuldig is heeft straf verdiend. Zo is het ook bij God. Wanneer wij Gods geboden overtreden zijn wij schuldig en hebben we straf verdiend. Gods straf voor de zonde is de hel.

“Want wie de hele wet in acht neemt maar op één punt struikelt, die is schuldig geworden aan alle geboden….” (Jakobus 2:10)

Elke overtreding maakt ons schuldig. God wil dat wij Hem in alles gehoorzamen. Het is voor God niet genoeg wanneer wij slechts de meeste van zijn geboden, maar niet alle geboden, houden. Het overtreden van één gebod is in Gods ogen gelijk aan overtreding van alle geboden. Dat komt omdat elke overtreding van Gods geboden, een openbaring is van hetzelfde opstandige hart. Gods toorn wordt opgewekt door deze opstandigheid. Elke keer wanneer wij één van zijn geboden overtreden verwerpen we God. Welk gebod het ook is.

 “Wij weten nu dat alles wat de wet zegt, zij dat spreekt tot hen die onder de wet zijn, opdat elke mond gestopt wordt en de hele wereld doemwaardig wordt voor God. Daarom zal uit werken van de wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd worden. Door de wet is immers kennis van zonde.” (Romeinen 3:19,20)

Wet doet zonde kennen. Wanneer we Gods wet overpeinzen zullen we steeds meer tot het inzicht komen dat we schuldig staan tegenover God. En dat Gods oordeel volledig terecht is. We zijn het waard om verdoemd te worden. Juist daarom is het zo’n wonder dat God ons gered heeft door de dood van Zijn Zoon.

De mens is een slaaf geworden van de zonde

“Jezus antwoordde hun : Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ieder die de zonde doet, is een slaaf van de zonde” (Johannes 8:34)

Een ander gevolg van de zonde is slavernij. Door de val van Adam zijn we in de greep gekomen van de zonde. Toen Adam zondigde knapte er iets in zijn innerlijk. Vanaf dat moment kreeg de zonde Adam in zijn greep. Dat geldt ook voor ons, zijn nageslacht.

 Door deze slavernij zijn we niet meer in staat om God te gehoorzamen. Paulus beschrijft onze ellendige toestand in Romeinen 7:14-26.

Het geweldige nieuws is echter dat Jezus ons van deze slavernij heeft bevrijd (Romeinen 7:24-25; Romeinen 6:1-14). Op het moment dat we tot geloof komen is de macht van de zonde gebroken.[3]

De relatie tussen God en de mens is ernstig verstoord
Door de zonde is onze relatie met God ernstig verstoord:

– De zonde staat tussen God en de mens in (Jesaja 59:2).

-Gods toorn rust op ons (Romeinen 1:18; Efeze 2:3)

– We zijn vervreemd van het leven van God (Efeze 4:18, Kolossenzen 1:21).

God is een vreemde, een onbekende, voor ons geworden.

– Er is vijandschap (Kolossenzen. 1:21) tussen God en ons.

Dat blijkt van onze kant uit het feit dat wij ons vijandig gedragen tegenover God:   “zoals bleek uit uw slechte daden”.

– We zijn bang voor God (Genesis. 3:10).

De mens verbergt zich, loopt weg van God.

– De mensen verdringen de kennis van God (Romeinen 1:18).

Ze duwen het weg.

– Er is niemand die God ernstig zoekt (Romeinen 3:11).

Gelukkig heeft God zelf het initiatief genomen om de relatie te herstellen. Hij heeft het probleem van de zonde, dat tussen ons en Hem instaat, opgelost, door de dood van Jezus.[4]

 

De relaties tussen mensen onderling zijn verstoord

Door de zonde zijn ook de relaties tussen de mensen onderling verstoord.

Dat zien we gelijk na de zondeval al. Adam probeert de schuld af te schuiven op Eva (Genesis 3:12). Ook schaamden Adam en Eva zich vanaf dat moment voor elkaar. (Gen. 3:7). In Genesis vier lezen we vervolgens hoe Kaïn zijn broer Abel doodslaat (Genesis 4:8). Sinds de zondeval is de harmonie tussen de mensen weg.

De mens is in de macht van de satan

Door de zonde is de mens in de macht van de satan gekomen. Op het moment dat we ons bekeren worden we uit de macht van de satan bevrijd (Handelingen 26:18; Kolossenzen 1:13). [5]


Toetsvragen

  1. Geef vier omschrijvingen van zonde. Geef bij elke omschrijving een tekst.
  2. Waarom is liefde de vervulling van de wet?
  3. Waarom is zonde opstand tegen God?
  4. Hoe reageert God op de zonde? Noem drie verschillende reacties. Geeft bij elke reactie een tekst.
  5. Leg aan de hand van de geschiedenis van het volk Israël uit hoe God op de zonde reageert.
  6. Noem acht gevolgen van de zonde. Geeft bij elk gevolg een tekst.
  7. Leg Jakobus 2:10 uit.
  8. Leg aan de hand van Romeinen 7:14-26 uit wat het inhoud om een slaaf van de zonde te zijn.
  9. Leg uit waarom wij ons als christenen hier niet bij neer hoeven te leggen.
  10. Waaraan zien we dat onze relatie met God verstoord is? Noem vijf dingen.

 

[1] In de Bijbel wordt het woord overtreding regelmatig in één adem genoemd met het woord zonde (Genesis 31:36; Exodus 34:7; Job 13:23; Psalm 25:7; Psalm 59:4; Ezechiël 33:10 ).

[2] De Bijbel spreekt op drie verschillende wijzen over de dood. De Bijbel spreekt over de geestelijke dood, de lichamelijke dood en  de eeuwige dood.  Dit is in het vorige hoofdstuk besproken, bij de gevolgen van de zondeval.

[3] In  Bijbelstudie 33 “Bevrijding van de macht van de zonde” zullen we hier verder over nadenken.

[4] Zie verder punt drie van Bijbelstudie 13 “De betekenis van de dood van Jezus”

[5] Zie verder punt vier van bijbelstudie 14 “Wat de dood van Jezus bewerkt heeft.”.