Geloofszekerheid

Inleiding

Is het mogelijk om zeker te zijn van je behoud? En hoe krijg je die zekerheid dan? Dat zijn de vragen die in deze bijbelstudie worden besproken.

1. God wil dat we zekerheid hebben

Om te beginnen is het Gods wil dat jij zekerheid hebt. God zegt dit duidelijk in zijn Woord.

“Deze dingen heb ik geschreven aan u die gelooft in de Naam van de Zoon van God, opdat u weet dat u het eeuwig leven hebt…” (1 Johannes 5:13)

Als je deze zekerheid niet hebt, dan is dat in strijd met Gods wil.

2. Hoe krijg je zekerheid?

Zekerheid krijg je door te zien op Gods beloften. Als God iets belooft dan meent Hij dat ook. God liegt niet.

“God is geen man, dat Hij liegen zou, of een mensenkind, dat Hij ergens berouw over hebben zou. Zou Hij iets zeggen en het dan niet doen? Zou Hij spreken en het niet gestand doen?” (Numeri 23:19)

Dit geldt voor al Gods beloften. Ook Gods belofte om jouw te redden, wanneer je op Hem vertrouwt.

“Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Johannes 3:16)

Wanneer jij je vertrouwen op Jezus stelt zul je niet verloren gaan. Deze belofte geldt ook voor jou, want er staat nadrukkelijk dat een ieder die in Hem gelooft eeuwig leven zal ontvangen. Een ieder, dat betekent niemand uitgezonderd.

Laten we nog een andere belofte bekijken.

“Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden…” (Johannes 1:12)

In Bijbelstudie 35 hebben we gezien hoe je Jezus aan kunt nemen. Wanneer jij dat gedaan hebt ben je een kind van God. Er kan geen twijfel over bestaan, want God liegt niet. Hij zegt hier in dit vers dat jij zijn kind bent, omdat je Hem aangenomen hebt.

Tot slot nog een geweldige belofte.

“Want de Schrift zegt: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden….Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen. Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden” (Romeinen 10;11-13)

Wil jij zalig worden? Dan is er maar één ding dat je moet doen: roep God aan! Zeg het tegen Jezus: “Heer ik verlang er naar om zalig te worden! Red mij van de eeuwige straf!” Het maakt niet uit wie je bent, want God zegt dat ieder die roept zalig zal worden. Het maakt ook niet uit hoe hard of hoe lang je tot Hem roept. Want God hoort het en vanaf dat moment ben je gered.

 

3. Waarom twijfelen mensen aan hun behoud?

Als je ziet op Gods beloften zul je zekerheid hebben. Als je daarentegen ziet op je zelf zal je zekerheid verdwijnen. Vaak maken christenen één van de volgende twee fouten:

Ze kijken naar hun leven.

Ben ik wel heilig genoeg? Ben ik ijverig bezig om God te dienen?

Ze kijken naar hun ervaringen.

Heb ik wel genoeg zondebesef?  Heb ik oprecht berouw? Ben ik door mijn zonde tot wanhoop gedreven?

Onze zekerheid is echter niet gebaseerd op onszelf. Niet op onze werken of op ons gevoel, maar op Gods beloften.

Als je geplaagd wordt door onzekerheid is het belangrijk dat je vast leert houden aan Gods beloften. Zoek een aantal duidelijke beloften op en schrijf die op kaartjes. Steek ze in je binnenzak. Neem, iedere keer als er weer twijfel komt, het stapeltje teksten en lees het hardop door. Dank God vervolgens voor deze beloften en verwerp je twijfels.

Een voorbeeld

“Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven…” (Johannes 3:36).

Gebed: ” Ik geloof in de Zoon, dus heb ik eeuwig leven. Dank u Heer dat ik eeuwig leven heb. Ik verwerp deze twijfels, want volgens uw woord heb ik eeuwig leven.”

Dit zal zeker werken. In de eerste plaats omdat God niet wil dat wij voortdurend geplaagd worden door twijfels. Als God het niet wil, zal Hij ons dan in onze twijfels laten verdrinken? Natuurlijk niet! In de tweede plaats omdat ons geloof versterkt wordt door Gods woord.  “Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God” (Romeinen 10:17). Iedere keer als je het woord van God hoort versterkt dat je geloof. En iedere keer als je geloof versterkt wordt verzwakt de twijfel. Geloof is namelijk: “een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet” (Hebreeën 11:1).

4. Het gevaar van een dood geloof

 “Want zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder de werken dood” (Jakobus 2:26)
“Zo is ook het geloof als het geen werken heeft, in zichzelf dood” (Jakobus 2:17)

De Bijbel spreekt in Jakobus twee keer over dood geloof. Een dood geloof is een geloof dat je niet kan redden.

Om uit te leggen wat het verschil tussen dood en levend geloof is, gebruikt Jakobus in zijn brief (Jakobus 2:14-26) een aantal voorbeelden. We zullen er twee bekijken. Eerst een voorbeeld van een dood geloof. En vervolgens een voorbeeld van een levend geloof. Door deze voorbeelden nauwkeurig te bestuderen zullen we zien wat het verschil is tussen dood en levend geloof.

Voorbeeld 1: het geloof van de demonen

“Maar nu zal iemand zeggen: U hebt geloof en ik heb werken. Laat mij dan uw geloof zien uit uw werken en ik zal u uit mijn werken mijn geloof laten zien. U gelooft dat God één is, en daar doet u goed aan. Maar ook de demonen geloven dit, en zij sidderen. Maar wilt u weten, o nietig mens, dat het geloof zonder de werken dood is?” (Jakobus 2:18-20)

Ook de demonen geloven in God. Hun geloof heeft echter geen enkele uitwerking op hun leven. Het leidt niet tot werken van gehoorzaamheid. Ook al erkennen de gevallen engelen het bestaan van God, ze onderwerpen zich niet aan God. De demonen trekken zich niets van God aan en gaan als dit even kan hun eigen weg.

Voorbeeld 2: het geloof van Rachab

“En is Rachab, de hoer, niet op dezelfde manier uit werken gerechtvaardigd toen zij de boden heeft ontvangen en langs een andere weg heeft laten weggaan? ” (Jakobus 2:25)

Rachab had een levend geloof. Ze geloofde dat de God van Israël de levende God was. En dat Hij Zijn volk uit het land Egypte geleid had. Ook geloofde ze dat God Zijn volk het land Kanaän zou geven (Jozua 2:8-13). Door dit geloof liet ze zich leiden. Het had uitwerking op haar leven. Toen de twaalf verspieders bij haar langs kwamen verstopte zij hen voor de soldaten die hen zochten. Vervolgens zorgde zij ervoor dat de verspieders ongemerkt uit de stad konden ontsnappen. Uit de daden van Rachab bleek haar geloof in de God van Israël. Ze had de verspieders ook kunnen verjagen of aangeven.

Waar het dus op aankomt is de uitwerking die het geloof op je leven heeft. Als je werkelijk gelooft, leidt dat tot gehoorzaamheid. Want dan neem je Gods Woord en dus ook Zijn geboden serieus. Wanneer het geloof op geen enkele wijze je leven beïnvloed heb je een dood geloof. Wanneer iemand beweert christen te zijn, maar leeft als een heiden, dan liegt hij. Jezus zegt dat er zulke mensen zullen zijn wanneer Hij terugkomt. “Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, die in de hemelen is. Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij,u die de wetteloosheid werkt!” (Mattheus 7:21-23) Deze mensen denken dus op de goede weg te zijn, maar in werkelijkheid wandelen ze op de weg naar het verderf. Jezus heeft het hier over mensen die heel vroom en religieus zijn. Ze denken zelfs dat ze bezig zijn om God te dienen. Maar ondertussen trekken zij zich niets aan van Zijn geboden. Ze zijn wetteloos, ze leven in ongerechtigheid, net als de ongelovigen.

Een dood geloof heeft dus te maken met het ontbreken van gehoorzaamheid. Wie zich in het geheel niets aantrekt van Gods Woord is geen kind van God. Uit de uitleg die Jakobus over dood geloof geeft blijkt dat het niets te maken heeft met gevoel of ervaring. Als je nooit gehuild hebt om je zonden is dat geen aanwijzing dat je een dood geloof hebt. Tranen zijn geen tekenen van een levend geloof. Daden van gehoorzaamheid wel (Jakobus 2:18).

Tot slot een waarschuwing. Werken zijn het bewijs van het geloof. Verder hebben werken echter geen betekenis voor ons behoud. Door onze werken kunnen wij het behoud niet verdienen (Efeze 2:8,9; Titus 3:4,5). Een totaal gebrek aan werken laat echter wel zien dat we geen geloof hebben en dus niet behouden zijn.

Toetsvragen

  1. Welke les kunnen we leren uit 1 Johannes 5:13?
  2. Hoe krijg je zekerheid?
  3. Noem drie teksten waaruit blijkt dat God belooft om ons te redden wanneer wij op Hem vertrouwen.
  4. Hoe komt het dat christenen geen zekerheid hebben?
  5. Heb je dit zelf ook meegemaakt? Hoe ging je daarmee om?
  6. Welke les kun je in dit verband leren uit Jakobus 4:7?
  7. Hoe zou je deze les uit Jakobus 4:7 in praktijk kunnen brengen?
  8. Leg uit wat wel en wat niet bedoeld wordt met een dood geloof.
  9. Welke voorbeelden gebruikt Jakobus in Jakobus 2:14-25 om dit uit te leggen?
  10. Kunnen we ons behoud verdienen? Geef twee teksten.