Profetie

Inleiding


Profetie is het doorgeven van een boodschap van God. Een profeet ontvangt een boodschap van God en geeft die door aan de mensen voor wie die boodschap bestemd is. Een profeet kan daarom zeggen: “Zo zegt de Heere.” (1 Samuel 2:27; Richteren 6:8) Of: “dit zegt de Heilige Geest” (Handelingen 21:11; 1 Timotheüs 4:1). De woorden die hij spreekt zijn niet zijn eigen woorden, het zijn de woorden van God.

 

In het Nieuwe Testament kun je onderscheid maken tussen twee verschillende vormen van profetie. Profetie als openbaring en profetie als leiding. In het eerste geval gaat het om een boodschap die gericht is aan heel de kerk. Een boodschap voor deze tijd, de tijd van de gemeente. Deze vorm van profetie komt tegenwoordig niet meer voor.[1] Het Nieuwe Testament is compleet en we hebben geen nieuwe openbaringen meer te verwachten voor deze tijd. In het tweede geval gaat het om persoonlijke leiding. Het gaat om een boodschap die zeer concreet en persoonlijk is, en daarom alleen van toepassing is op één bepaalde persoon of groep personen.

Profetie als openbaring

Met de komst van een nieuwe tijd, de tijd van de Gemeente, was er nieuwe openbaring nodig. De gelovigen hadden instructie nodig hoe ze moesten leven en wat ze mochten geloven. Deze nieuwe openbaring werd door Jezus zelf aangekondigd (Johannes 14:25,26; 16:12,13). In de eerste plaats werd deze nieuwe openbaring aan de gemeente overgebracht door de apostelen. Daarnaast schakelde God in die tijd ook profeten in om Zijn woorden voor deze tijd aan de gemeente door te geven. [2]

De eerste christenen leefden bij het onderwijs van de apostelen (Handelingen 2:42; Filippenzen 4:9). De apostelen hadden de belofte van Jezus dat de Heilige Geest hen in de volle waarheid zou leiden (Johannes 14:25,26; 16:12,13). Hun onderwijs was dus gezaghebbend. Aan dit onderwijs zoals ze dat van de apostelen zelf gehoord hadden (of zoals dat aan hen overgeleverd was door anderen die door de apostelen onderwezen waren) hadden de christenen zich te houden (2 Thessalonicenzen 3:14; Romeinen 16:17,18).[3] De apostelen spraken namens God, hun geboden waren de geboden van Jezus zelf (1 Korinthe 14:37)!

God heeft er voor gezorgd dat het onderwijs van de apostelen voor ons bewaard gebleven is in het Nieuwe Testament. Wij hoeven de Woorden van God niet meer te horen van een apostel of een profeet, zoals de christenen in de eerste eeuw na Christus. In plaats daarvan kunnen we het Nieuwe Testament erbij pakken en daar de Woorden van God lezen. De Bijbel is alles wat we nodig hebben om zalig te worden en volmaakt te zijn in Christus (2 Timotheüs 3:14-17).

“Want ik getuig aan ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort; Als iemand iets aan deze dingen toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek geschreven zijn. En als iemand afdoet van de woorden van het boek van deze profetie, zal God zijn deel afdoen van het boek des levens, en van de heilige stad, van de dingen die in dit boek geschreven zijn.” (Openbaringen 22:18,19)

Het boek Openbaringen is het laatste boek van de Bijbel. Met het boek Openbaringen was het Nieuwe Testament compleet. De Heilige Geest had, zoals Jezus had beloofd de discipelen in de volle waarheid geleid (Johannes 14:25,26; 16:12,13). En met het laatste boek van het Nieuwe Testament stond deze volle waarheid nu ook op papier. Het is niet toevallig dat juist in dit boek, het laatste boek van Gods openbaring aan de mens, gewaarschuwd wordt om iets toe te voegen of iets af te doen. De openbaring is compleet, verder hebben we geen openbaring meer te verwachten, wee hem, die er iets aan durft toe te voegen of af te doen!

Profetie als openbaring voor deze tijd hebben we dus niet meer te verwachten. In de eerste plaats, omdat God ons ernstig waarschuwt om aan Zijn openbaring, zoals we die hebben in de Bijbel, iets toe te voegen of af te doen (Openbaringen 22:18,19). En in de tweede plaats omdat zulke openbaring volstrekt overbodig is. We hebben heel de waarheid al in de geschriften van het Nieuwe Testament (Johannes 16:13)! De Bijbel is alles wat we nodig hebben om zalig te worden en volmaakt te zijn in Christus (2 Timotheüs 3:14-17). Wat hebben we verder dan nog nodig?

Toch zijn er telkens weer mensen die beweren (nieuwe) openbaringen te hebben voor deze tijd. Veel sekten zijn gebaseerd op de uitspraken van zulke valse profeten. De mormonen houden zich niet alleen aan het Nieuwe Testament, maar ook aan het boek van Mormon en de openbaringen van Josef Smith. De zevendedags adventisten houden zich naast de Bijbel aan de woorden van Ellen. G White. Ellen G. White voegde met haar profetieën toe aan het woord van God.[4]

De laatste tijd verschijnen regelmatig boeken over de hemel (soms zelfs over de hel).  Mensen beweren een visioen gehad te hebben van de hemel. In deze boeken worden allerlei details verteld over de hemel, die we niet in de Bijbel terug vinden. Deze mensen moeten goed beseffen wat ze doen. God waarschuwt ons zeer nadrukkelijk om niets toe te voegen aan zijn woord!

“Ieder woord van God is gelouterd, Hij is een schild voor hen die tot Hem de toevlucht nemen. Voeg niets toe aan Zijn woorden, anders zal Hij u straffen omdat u een leugenaar zou blijken te zijn.” (Spreuken 30:5,6)

Profetie als leiding

Naast profetie als openbaring komen we in de Bijbel ook enkele voorbeelden tegen van profetie als leiding. We vinden twee voorbeelden in het boek Handelingen (Handelingen 11:28-30; Handelingen 21:10,11). En een voorbeeld in de Timotheüsbrieven (1 Timotheüs 1:18; 4:14).

De twee voorbeelden uit het boek Handelingen zijn profetieën van de profeet Agabus. In het eerste geval profeteert Agabus dat er een hongersnood zal komen in Judea (Handelingen 11:28-30). De broeders zamelen vervolgens geld in om de gelovigen in Judea financieel te ondersteunen. De tweede profetie van Agabus, die we in het boek Handelingen tegen komen, gaat over Paulus (Handelingen 21:10,11).  Agabus profeteert dat Paulus gevangen genomen zal worden in Jeruzalem. Het derde voorbeeld, van deze vorm van profetie, vinden we in 1 Timotheüs 1:18 en 4:14. In deze verzen lezen we dat er profetieën uitgesproken zijn over Timotheüs. Deze profetieën hadden te maken met het werk dat Timotheüs voor God zou doen. Deze profetieën gaven dus richting aan het leven van Timotheüs, ze maakten hem duidelijk wat Gods wil was voor zijn leven, hoe God wilde dat Timotheüs Hem zou dienen.

In alle drie de gevallen gaat het om een boodschap die zeer concreet en persoonlijk is en daarom alleen van toepassing is op één bepaalde persoon of groep personen. Het zijn geen openbaringen voor deze tijd, de tijd van de gemeente.

Deze vorm van profetie kan tegenwoordig nog steeds voorkomen. Het is echter niet waarschijnlijk dat dit voortdurend zal gebeuren. We hebben namelijk de leiding van de Heilige Geest. Eigenlijk hebben we dit soort profetieën dus niet nodig. Toch kan God deze profetieën wel geven. God geeft ze dan als bevestiging, in bijzondere situaties, omdat wij extra zekerheid nodig hebben over Zijn leiding. Denk maar aan de profetie van Agabus over Paulus. De Heilige Geest had Paulus zelf al herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat Hij gevangen genomen zou worden (Handelingen 20:22,23). Als extra bevestiging gaf God ook deze profetie doormiddel van Agabus. Zo bereidde God Paulus voor op wat ging gebeuren.

Profetische element in de prediking

God geeft in deze tijd geen nieuwe openbaringen meer. De Bijbel is compleet en daarom hebben we (deze vorm van) profetie niet meer nodig. Wat we wel nodig hebben zijn mensen die onder leiding van God een boodschap doorgeven vanuit het Woord. Een boodschap die we juist op dat moment nodig hebben. God weet waar we geestelijk staan. Wat er aan de hand is in ons leven. Welke dingen goed gaan, waar we ons van moeten bekeren. Of we ontmoedigd zijn of misschien verslapt in ons geloof. Als wij op zondag moeten voorgaan in de samenkomst, Bijbelstudie moeten geven of een pastoraal gesprek met iemand moeten voeren, hebben we leiding van God nodig. We moeten bidden om een boodschap. Welke waarheden uit Gods Woord moeten we benadrukken? Moeten we onze toehoorders bemoedigen of juist vermanen? We moeten er naar streven om het juiste woord op het juiste moment te hebben, een boodschap van God, vanuit Zijn Woord voor iedere persoon en iedere situatie.

Het effect van zulke prediking zal zijn, dat de hoorders bemoedigd, vermaand, terechtgewezen, doorgrond, versterkt, vertroost, enzovoort, worden.[5] Omdat Gods Geest leidt welke boodschap doorgegeven moet worden uit Zijn Woord zal Gods Woord heel in het bijzonder de levens van de mensen raken.

 “Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart. En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem, maar alles ligt naakt en ontbloot voor de ogen van Hem aan Wie wij rekenschap hebben af te leggen.” (Hebreeën 4:12,13)

Er is echter een duidelijk verschil met de vormen van profetie die hierboven besproken zijn. We ontvangen namelijk niet rechtstreeks een Woord van God, in plaats daarvan ontvangen we een boodschap vanuit Gods Woord. Wij kunnen dus niet optreden met hetzelfde gezag als een profeet. We kunnen niet zeggen: “zo zegt de Heere”. Of:  “dit zegt de Geest”. We kunnen echter wel zeggen: “dit zegt het Woord van God”.  Het gezag waarmee we spreken is dus niet rechtstreeks, het is het gezag van het Woord van God dat wij uitleggen.
Valse profeten

Er is naast ware profetie ook valse profetie en er zijn naast ware profeten ook valse profeten (Jeremia 14:14, 23:16; Mattheüs 24:11; Handelingen 13:6-12; 1 Johannes 4:1; Openbaring 2:20). Dit was zo onder het volk Israël, het is ook zo binnen de gemeente van Jezus Christus (zie bijvoorbeeld Openbaring 2:20). Bij de gemeente ligt de nadruk echter meer op valse leraars in plaats van valse profetie (2 Petrus 2:1)[6]. Voor de gemeente is dat het grootste gevaar (Handelingen. 20:28-31; Efeze 4:14; 1 Timotheüs 4:1; Galaten 1:7 en 2:3-5; 1 Korinthe 15:12; Judas :3,4.).

Hoe kun je ware en valse profeten van elkaar onderscheiden?

In het Oude Testament worden twee criteria gegeven waaraan de Israëlieten de profeten moesten toetsen:

1. Komen de voorspelling die hij doet uit? (Deuteronomium 18:21-22)

Als niet uitkwam wat een profeet had voorzegd, dan wist je dat je met een valse profeet te doen had. Als wel uitkwam, wat de profeet had voorzegd, dan wist je nog niet zeker of het een ware profeet was, omdat nog aan een tweede criterium voldaan moest worden.

Een ware profeet moest een 100 % score hebben in zijn voorzeggin­gen. Anders moest hij, ontmaskerd als een valse profeet, geste­nigd worden (Deuteronomium 18:20).

2. Leert hij afval van God? (Deuteronomium 13:1-5)

Hij moest ook geen afval van de Heere leren. Riep de profeet niet op tot dingen die tegen het geschreven Woord van God (de wet, de tien geboden) ingingen? Als hij dat deed dan was het duidelijk dat het een valse profeet was, ook als was uitgekomen wat hij voorzegd had. Zo’n valse profeet moest sterven (Deuteronomium 13:5).

Dit zijn de twee criteria die het Oude Testament geeft. Jezus geeft in het Nieuwe Testament nog een criterium.

3. Leeft hij in ernstige zonde?

Valse profeten kun je ook herkennen aan hun werken (Mattheüs 7:15-23). Wanneer een profeet een werker der ongerechtigheid is, is hij geen profeet van God.

God heeft het woord van Zijn profeten vaak bevestigd door tekenen en wonderen (Exodus 4:1-9; Exodus 19:9; Psalm 105:26,27; 1 Koningen 13:1-6; 1 Koningen 22:17-35; Ezechiel 2:5; 33:33). Door via de profeten tekenen en wonderen te verrichten  (bijvoorbeeld door de voorzeggin­gen van de profeten uit te laten komen) bevestigde God dat de profeten werkelijk namens Hem spraken (Deuteronomium 18:21,22).[7] Om die reden waren veel mensen er van overtuigd dat Jezus een profeet moest zijn (Mattheüs 16:13-16; Johannes 4:16-19). Zij hadden gelijk, want Jezus was inderdaad een profeet. Maar Jezus was daarnaast veel meer dan een profeet, Hij was de Christus. De Zoon van God die gekomen was om te sterven voor hun zonden.

Toetsen profetie
Net als andere geestesuitingen kan profetie uit drie bronnen voortkomen: uit de Heilige Geest, uit het eigen hart of uit demonische bron[8]. Daarom moet iedere profeet en elke profe­tie getoetst worden (1 Thessalonicenzen 5:20,21). In de vorige paragraaf zijn drie criteria genoemd waaraan een profeet getoetst moet worden: 1. Komen de voorspellingen die de profeet doet uit? 2. Leert de profeet afval van God? Dat wil zeggen, leert hij dingen die duidelijk tegen Gods Woord in gaan. 3. Leeft hij in zonde? Als de profeet aan één of meerdere van deze criteria voldoet moet hij verworpen worden als een valse profeet.[9]

In pinkstergemeenten en charismatische kerken wordt veel geprofeteerd. Of deze profetieën van God zijn, is twijfelachtig. Van veel van deze profetieën moet gezegd worden dat ze niet uit God zijn. De profetieën die in deze kringen uitgesproken worden komen meestal op het volgende neer:

1. Toekomstvoorspellingen

Wat de toekomstvoorspellingen betreft moet geconstateerd worden dat deze vrijwel nooit uit komen. Of ze liggen zo voor de hand en zijn zo vaag dat iedereen de voorspelling had kunnen doen. Profetieën als: “de Heer heeft tegen mij gezegd dat er deze week een bom af zal gaan in Irak”. Trouwens, als een concrete voorspelling dan toch een keer uitkomt zegt dat niet zo veel. Een profeet moet iedere keer raak profeteren. Als hij er meestal naast zit en heel soms een keer raak schiet is hij volgens de Bijbel een valse profeet (Deuteronomium 18:21,22). Het komt ook voor dat de voorspelling volkomen zinloos is. Het gaat dan om profetieën in de trant van : “de Heer heeft mij laten zien dat er een vliegtuig gekaapt wordt.” Wat schieten wij daar als christenen mee op? We weten dan dat er een vliegtuig gekaapt wordt, maar is dat dan opbouwend voor ons geloof? Of wat voor effect zou dat moeten hebben op ons leven en gedrag? Laten we ons gezond verstand blijven gebruiken! Dit soort profetieën zijn niets anders dan (zelf)bedrog.

2. Openbaringen, dromen en visioenen over de eindtijd, de hemel, de hel, het laatste oordeel enzovoort.

Deze profetieën kunnen niet van God zijn. God heeft namelijk zeer nadrukkelijk gezegd dat wij niet mogen toevoegen of afdoen van Zijn Woord (Openbaringen 22:19). Dit soort dromen en visioenen voegen altijd weer bepaalde details toe aan wat God in Zijn Woord verkondigt. Wanneer we iemand tegen komen die dit soort profetieën uitspreekt dan kunnen we er zeker van zijn dat we te maken hebben met een valse profeet.

 3. Woord van de Heer ter bemoediging, vermaning of terechtwijzing, gericht aan een bepaalde persoon of aan een hele gemeente.

Meestal gaat het om een aantal Bijbelse gedachten die ter bemoediging, vermaning of terechtwijzing aan een bepaalde persoon of een hele gemeente doorgegeven worden. Deze vorm van profetie is overbodig. Waarom zou God ons als bemoediging of vermaning een rechtstreeks woord van een profeet geven, als wij Zijn Woord hebben? Deze profetieën zijn niet alleen overbodig ze zijn ook schadelijk. Door dit soort profetieën wordt het gezag van Gods Woord ondermijnd. Mensen raken gericht op profetieën, visioenen, enzovoort. In plaats daarvan zouden ze gericht moeten zijn op Gods Woord.

 4.Leiding van God voor een bepaald persoon of voor een gemeente

Zoals we hiervoor besproken hebben, kunnen dit soort profetieën van God zijn. In het Nieuwe Testament vinden we een aantal voorbeelden van dit soort profetieën. We moeten echter wel waakzaam zijn. Om te beginnen moeten we na gaan wie de profetie uitspreekt. Is de man of vrouw, die deze profetie uitspreekt, te vertrouwen?[10] Verder moet deze profetie bevestigd worden door de leiding van de Heilige Geest. Denk maar aan de profetie die Agabus over Paulus uitsprak. De Heilige Geest had Paulus zelf al herhaaldelijk laten zien wat er met hem ging gebeuren (Handelingen 20:22,23). De profetie van Agabus was een bevestiging van deze innerlijke leiding.

5. Openbaringen over iemands persoonlijk leven.

In charismatische kringen komt het wel eens voor dat iemand dingen over je verteld die hij niet uit zichzelf had kunnen weten. Bijvoorbeeld verborgen zonden, of traumatische ervaringen die je meegemaakt hebt. Dit wordt dan voorgesteld als een woord van de Heer. Hier moeten we erg mee oppassen. Ook in de New Age beweging komt dit verschijnsel voor. In dat geval zijn het echter demonen, die iemand anders, verborgen dingen over jouw leven openbaren. Het hoeft dus niet van God te zijn. Ook in dit geval moet je nagaan of de man of vrouw die de profetie uitspreekt wel te vertrouwen is (zie voetnoot 22). Verder kunnen wij ons afvragen of God in deze tijd, dit soort profetieën geeft. God openbaart ons, onze zonden doormiddel van zijn Woord en zijn Geest. Daarnaast hebben wij als christenen de plicht om onze broeders en zusters terecht te wijzen wanneer wij hen zien zondigen (Galaten 6:1). Dat is de normale weg, de manier waarop God in deze tijd mensen op hun zonden wijst.

 Als iemand uit pinkster- of charismatische achtergrond een profetie uitspreekt moeten we erg op onze hoede zijn. De kans dat het om valse profetie gaat is groot. Als we de profetieën die in deze kringen uitgesproken worden toetsen, blijkt keer op keer weer dat er sprake is van dwaasheid en (zelf)bedrog. Het kan echter ook ernstiger zijn. Het komt ook voor dat profetieën door de boze geïnspireerd zijn. Als je zulke profetie hoort, kan daardoor je gemeenschap met God verstoord worden. Dat zal zeker gebeuren als je deze profetieën serieus neemt. Er kan dan een sluier over je geestelijk leven komen te liggen. Je blijdschap in de Heer wordt weggenomen, er kunnen angst en allerlei donkere gevoelens in je hart komen. Het is net alsof je God niet meer kunt bereiken in gebed. Als dat je overkomt moet je, je welbewust afkeren van deze profetieën en in gebed weerstand bieden. Wanneer je dat doet heb je de belofte dat de satan van je zal vlieden (Jakobus 4:7). Het effect op een gemeente van dit soort profetieën is bijzonder schadelijk. Vaak zie je dat mensen niet meer gericht zijn op Gods Woord. In plaats daarvan zijn ze gericht op ‘Gods Woord voor nu’. Op visioenen, gezichten, dromen, verschijningen van engelen, gevoelens, gewaarwordingen enzovoort. De liefde voor Gods Woord is hierdoor afgenomen. Het gevolg is dat het geestelijk leven van deze gelovigen verslapt. Ook zal hun geestelijke groei stil komen te staan.

 

Toetsvragen

  1. Wat is een profeet?
  2. Welke twee vormen van profetie komen we in het Nieuwe Testament tegen?
  3.  Wat wordt bedoeld met profetie als openbaring?
  4.  Waarom komt deze vorm van profetie tegenwoordig niet meer voor?
  5. Wat is het verschil tussen profetie als openbaring en profetie als leiding?
  6. Hoe kun je valse en ware profeten van elkaar onderscheiden?
  7. Uit welke drie bronnen kan profetie voortkomen?
  8. Hoe kun je toetsen of de persoon die een profetie uitspreekt te vertrouwen is?
  9. Hoe moeten we de profetieën binnen de charismatische beweging beoordelen?
  10. Wat is het effect van valse profetie op een gemeente?

[1] Zie ook Bijbelstudie zesentwintig.

[2]De christenen in de tijd van de apostelen hadden het nieuwe Testament nog niet. De geschriften waaruit het Nieuwe Testament bestaat waren in die tijd nog niet allemaal geschreven en ook nog niet algemeen verspreid. Ook konden ze niet altijd direct een apostel raadplegen. Dat is ongetwijfeld de reden dat God in die tijd naast de apostelen, profeten inschakelde. God zorgde er zo voor dat de gelovigen niet zonder Zijn woord zaten. Nadat het Nieuwe Testament compleet was en algemeen verspreid waren deze profeten niet meer nodig.

[3] De apostelen (en mensen die in nauw contact met hen stonden) zonden ook brieven naar gemeenten, wanneer dat nodig was. Zo’n gemeente had dan naast het mondelinge onderwijs van de apostelen ook schriftelijk onderwijs. Deze brieven werden voorgelezen in de gemeente. Ze werden vervolgens gekopieerd en verder verspreid onder andere gemeenten. In het Nieuwe Testament zelf vinden we al aanwijzingen van dit gebruik (Kolossenzen 4:16). Deze brieven zijn uiteindelijk onderdeel geworden van het Nieuwe Testament.

[4]Ze beweerde bijvoorbeeld dat God haar had laten zien dat Jezus in 1844 begonnen is met het onderzoeken van de werken van de gelovigen. Deze werken van de gelovigen staan opgetekend in boeken die Jezus op dit moment aan het doornemen is. Aan de hand van deze boeken wordt bepaald wie van de gelovigen werkelijk behouden zijn en wie niet. Ellen. G. White bracht door haar profetieën een vals evangelie, een evangelie van werken (Galaten 1:8,9).

[5] Zulke prediking heeft dan hetzelfde effect als profetie had in de tijd van de apostelen. Zie 1 Korinthe 14:3,24,25 en Handelingen 15:32. Vergelijk 1 Korinthe 14:24,25 (uitwerking profetie) met Hebreeën 4:12,13 (uitwerking prediking woord).

[6] Dat komt omdat bij de gemeente profetie veel minder op de voor­grond staat dan bij Israël. Daar zijn twee redenen voor: 1. De Bijbel is inmiddels afgesloten. Wat wij moeten weten staat in de Bijbel. Israël had nog geen volledige Bijbel, zoals wij die wel hebben. 2. De Heilige Geest woonde niet in het hart van iedere gelovige Israëliet. De Heilige Geest kwam slechts op of over enkelen om hen toe te rusten voor een bepaalde taak. Tegenwoordig heeft iedere gelovige de Heilige Geest (zie Bijbelstudie 24). Wij worden rechtsreeks door de Geest geleid (Romeinen 8:14). Om deze twee redenen waren de Israëlieten in het Oude Testament veel meer aangewezen op profetie dan wij.

[7] Het verrichten van tekenen en wonderen is echter nog geen garantie dat iemand een waar profeet is. Ook een valse profeet doet soms een teken. Wanneer zo’n profeet echter tot afval van de Heere oproept wordt duidelijk dat hij niet door God gezonden is (Deuteronomium 13:1-5).  Het boek Openbaringen spreekt over een man die ‘de valse profeet’ genoemd wordt. Deze man zal grote tekenen doen om daarmee de mensen tot aanbidding van het beest te bewegen (Openbaringen 13:11-14). Deze man is ondanks de tekenen die hij verricht, zoals zijn naam zegt een valse profeet.  Jezus waarschuwt ons in de bergrede voor valse profeten die wonderen en tekenen doen. We moeten ons niet laten misleiden door deze wonderen en tekenen. Uit hun goddeloze levenswandel blijkt dat ze valse profeten zijn. Ondanks de tekenen en wonderen die zij verrichten zijn zij dus geen profeten van God (Mattheüs 7:15-23).

[8] Profetie kan ook uit demonische bron voortkomen. In feite is waarzeggerij de satanische namaak van echte profetie. Zie bijvoorbeeld Handelingen 16:16. De slavin had een waarzeggende geest. Dat is een de toekomst voorspellende, en een allerlei verborgen informa­tie openba­rende, geest. Satan kan zich zelfs voordoen als een engel des lichts (2 Korinthe 11:14). Het is mogelijk dat christenen, die nog occult gebonden zijn, denken dat ze de gave van profetie hebben, terwijl het in feite een waarzeg­gende geest is die zich voordoet als de Heilige Geest.

[9] Sommige mensen proberen hier onderuit te komen. Ze maken onderscheid tussen oudtestamentische profeten en nieuwtestamentische profeten. De nieuwtestamentische profetie zou een lagere vorm van profetie zijn. Een feilbare vorm van profetie. Nieuwtestamentische profeten kunnen er, zo beweert men, wel eens naast zitten. Ze krijgen slechts een indruk van God, en ze kunnen bij de verwoording van die indruk fouten maken. Ondanks de fouten die ze maken, zo stelt men, moeten ze niet gelijk als valse profeten afgewezen worden. Voor deze zogenaamde nieuwtestamentische profeten gelden dus minder strenge criteria dan voor de oudtestamentische profeten. Deze opvatting is volslagen uit de lucht gegrepen. De Bijbel maakt geen onderscheid tussen oudtestamentische profeten en nieuwtestamentische profeten. Een profeet is een profeet, de Bijbel kent geen verschillende soorten profeten of niveaus van profetie. Er wordt bijvoorbeeld in het boek Handelingen geen moeite gedaan om oudtestamentische profeten te onderscheiden van nieuwtestamentische profeten. Een duidelijk voorbeeld vinden we in Handelingen hoofdstuk 15. In dit hoofdstuk wordt zowel over oudtestamentische profeten als over nieuwtestamentische profeten gesproken (Handelingen 15:15; 15:32 ). In dit hoofdstuk wordt geen enkele poging ondernomen om deze twee groepen profeten van elkaar te onderscheiden. Deze manier van Bijbel uitleg is desastreus! Als we op deze manier de Bijbel gaan interpreteren, kun je onder elk gebod en elke instructie uitkomen. Staat je het gebod op overspel niet aan. Beweer dan gewoon dat er twee vormen van overspel zijn. En dan vertel je vervolgens, dat die vorm van overspel, waar jij je schuldig aan gemaakt hebt, nu net niet die vorm van overspel is die de Bijbel verbiedt.

[10] Je zou jezelf de volgende vragen moeten stellen:

1.Heeft deze persoon al vaker profetieën uitgesproken en waren deze van God? Als de persoon, die profeteert, al vaker profetieën uitgesproken heeft, maar deze duidelijk niet van God waren, moet je zijn profetieën niet serieus nemen. Dan is het een valse profeet. Misschien heeft hij wel eens voorspellingen gedaan die niet uitkwamen of hij heeft een visioen gehad over de eindtijd, waarmee hij toevoegde aan Gods woord (Deuteronomium 18:21,22; Openbaringen 22:18,19).
2. Heeft deze persoon de gewoonte om vage, overbodige of zinloze profetieën uit te spreken? Zo’n profeet is niet te vertrouwen, want hij is blijkbaar niet in staat om het bedrog van zijn eigen hart te onderscheiden van een woord van de Heer.
3. Is de persoon die de profetie uitspreekt in het algemeen gezond in de leer? Is er ernstige valse leer of dwaling, op een of ander gebied, in zijn denken en spreken? Ook dan moet je zijn profetieën niet serieus nemen. Iemand die afwijkt van Gods woord is geen ware profeet (Deuteronomium 13:1-5).
4. Hoe is zijn leven en hoe zijn, zijn werken? Leeft hij in ernstige zonde? Ook dan moet je concluderen dat hij een valse profeet is (Mattheüs 7:15-23).
5. Is de profetie die uitgesproken wordt een poging tot manipulatie? Is ‘de profeet’ gebaat bij de profetie die hij uitspreekt? Komt de profetie toevallig wel heel goed voor hem uit? Probeert ‘de profeet’ zijn zin door te drijven doormiddel van zijn profetieën? Helaas komt dit voor. Wees niet naïef, gebruik je gezonde verstand! Wees op je hoede voor manipulatie!
6. Uit welke achtergrond komt de profeet? Komt hij of zij uit een charismatische- of pinksterkerk, waar men onbijbelse ervaringen zoekt en onbijbelse methoden toepast om die ervaringen te verkrijgen? Waardoor boze geesten zich kunnen manifesteren. Is de profeet in zulke kringen de handen opgelegd en is toen de profetische bediening begonnen? Verbleef de profeet voor zijn bekering in een mystieke, occulte of afgodische omgeving? Zo ja, heeft die profeet daar bij, of na zijn bekering ooit bewust mee gebroken? Als dat niet het geval is, kan het goed zijn dat hij nog steeds occult belast is en de profetieën die hij uitspreekt geïnspireerd zijn door de boze.