De gaven van de Heilige Geest

Inleiding

 

Iedere christen heeft toen hij tot geloof kwam één of meerdere gaven gekregen (1 Korinthe 12:4-11,28-31; Romeinen 12:4-8; Efeze 4:11-13). Deze geestesgaven stellen ons instaat om God te dienen.

Een geestesgave is een door de Heilige Geest in ons bewerkte bekwaamheid. Een geestesgave is dus niet hetzelfde als een natuurlijk talent. We moeten deze twee dingen niet met elkaar verwarren. Iemand die goed les kan geven, kan niet automatisch ook goed de Bijbel uit leggen. Goed les kunnen geven is een natuurlijk talent, helder en duidelijk de Bijbel uitleggen is een geestelijk talent. Iemand die goed leiding kan geven, kan hopeloos falen als hij gevraagd wordt om leiding te geven aan geestelijk werk. Om leiding te geven aan geestelijk werk moet de Heilige Geest je wijsheid geven.

Geestesgaven worden in de Bijbel genadegaven genoemd. De verschillende gaven zijn de werking van Gods genade in ons leven. Het is Gods werk en niet onze eigen kennis of kunde (2 Korinthe 3:5,6)

Een overzicht van de verschillende geestesgaven.

“Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest, en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest…. Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil.” (1 Korinthe 12:7-11)

In 1 Korinthe 12:4-11,28-31, Romeinen 12:4-8 en Efeze 4:11-13 vinden we een overzicht van de verschillende gaven die de Heilige Geest aan ons kan geven. De Heilige Geest geeft ons bij onze wedergeboorte één of meerdere van deze gaven. Hij  zal ons echter nooit al deze gaven geven. Er is dus geen christen die alle gaven heeft (1 Korinthe 12:12-31). Daarom zijn we als christenen op elkaar aangewezen. De ander is, door de Heilige Geest, juist goed in die dingen waar jij niet zo goed in bent.

 

1 Korinthe 12:4-11 1 Korinthe 12:28-31 Romeinen 12:4-8 Efeze 4:11-13
Woord van wijsheid Apostelen Profetie Apostelen
Woord van kennis Profeten Dienstbetoon Profeten
Geloof Leraars Onderwijs Evangelisten
Genezingen Krachten Vermanen(bemoedigen) Herders
Krachten Genezingen Uitdelen Leraars
Profetie Hulpverlening Leiding geven
Onderscheiden van geesten Bestuurlijke gaven Ontfermen
Talen Talen
Uitleg van talen Uitleggers (van talen)

 

In totaal worden er achttien verschillende gaven genoemd: woord van wijsheid (spreken met wijsheid), woord van kennis (spreken met kennis), geloof, genezingen, krachten, profetie, onderscheiden van geesten, talen (tongen)[1], uitleg van talen, apostelen, leraars (onderwijs), dienstbetoon (hulpverlening), leiding geven (bestuurlijke gaven), vermanen (bemoedigen)[2], uitdelen, ontfermen, evangelist,  herder.

Deze gaven worden in het volgende hoofdstuk besproken. Een aantal van deze gaven wordt apart besproken in de hoofdstukken die daarna komen.

Waarom ontvangen we bij onze bekering geestesgaven?

De gaven die de Heilige Geest ons geeft krijgen we niet voor niets. Ze zijn bedoeld om door ons gebruikt te worden. Het is de bedoeling dat wij met deze gaven God gaan dienen.

-De gaven zijn bedoeld om de gemeente op te bouwen.

“Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde geest. Er is verscheidenheid van bedieningen, en het is dezelfde Heere. Er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God, die alles in allen werkt. Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander. Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven, aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest; en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest; en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen. Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil.” (1 Korinthe 12:4-11)

“Zo ook u, als u naar geestelijke gaven streeft, zoek er dan naar om overvloedig te zijn in gaven tot opbouw van de gemeente(1 Korinthe 14:12)

 -De gaven bepalen onze plaats in het lichaam van Christus

“Want zoals wij in één lichaam vele leden hebben en de leden niet alle dezelfde functie hebben, zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden van elkaar. En nu hebben wij genadegaven, onderscheiden naar de genade die ons is gegeven: hetzij profetie, naar de mate van het geloof; hetzij dienstbetoon, in het dienen; hetzij wie onderwijst, in het onderwijzen; hetzij wie bemoedigt, in het bemoedigen; wie uitdeelt, in oprechtheid; wie leiding geeft, met inzet; wie zich over anderen ontfermt, met blijmoedigheid.” (Romeinen 12:4-8)

De genadegave(n) die wij bij onze wedergeboorte ontvangen, bepalen de plaats die wij hebben in de gemeente. Deze gaven bepalen de functie die wij hebben binnen de gemeente. Tenminste, zo zou het  moeten zijn. In iedere gemeente moeten allerlei taken uitgevoerd worden. Zo moeten er zieken bezocht worden, er  moet onderwijs gegeven worden, er moeten praktisch allerlei dingen geregeld worden. En niet op de laatste plaats, we moeten er over nadenken, hoe we de ongelovigen met het evangelie kunnen bereiken! Wie moeten deze taken uitvoeren? Het Bijbelse antwoord is: de mensen die daar van God de gaven voor ontvangen hebben. Ziekenbezoek moeten we in het bijzonder laten doen, door mensen die de gave van ontfermen hebben. Over het evangelisatiewerk moeten we een evangelist de verantwoordelijkheid geven. Onderwijs moeten we over laten aan hen die een gave hebben op dat gebied.

 

Niet alle geestesgaven zijn even belangrijk

“Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander.”(1 Korinthe 12:7)

“Zo ook u, als u naar geestelijke gaven streeft, zoek er dan naar om overvloedig te zijn in gaven tot opbouw van de gemeente” (1 Korinthe 14:12)

“Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God.” (1 Petrus 4:10)

 Gaven zijn bedoeld om de ander mee te dienen (1 Petrus 4:10). Ze zijn bedoeld om de gemeente op te bouwen. Om die reden zijn niet alle gaven even belangrijk. Niet alle gaven zijn namelijk even nuttig en opbouwend voor de gemeente. Gaven als talen (spreken in tongen), genezingen en krachten zijn veel minder opbouwend en nuttig voor de gemeente dan gaven als leraar, evangelist of herder. Een gemeente zou dan ook vooral moeten verlangen naar deze gaven. Een gemeente waar de meeste aandacht uitgaat naar gaven als talen (tongen) en genezingen is ongehoorzaam aan Gods woord. De nadruk moet in de gemeente vooral liggen op de volgende drie gaven: evangelist, herder en leraar.

“En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus” (Efeze 4:11,12)

Speciaal van deze drie gaven wordt gezegd dat ze de gelovigen toerusten tot opbouw van de gemeente.[3]

Hoe ontdek je, je geestesgaven?
Iedere christen heeft één of meerdere gaven ontvangen. Maar hoe kom je er achter welke gave(n) jij ontvangen hebt? In de eerste plaats kun je daar om bidden. Je kunt God alles vragen. Waarom zou je Hem niet vragen of Hij je wil laten zien, welke gave(n) je hebt ontvangen? Je kunt het ook vragen aan je medechristenen. Bij voorkeur moet je dit vragen aan een christen die veel ervaring heeft in geestelijk werk en al vele jaren getrouw met God wandelt. Het allerbelangrijkste is echter, dat je God gaat dienen. Zoek ijverig de leiding van God en doe wat op je pad komt. Als je zo bezig bent om God te dienen, kom je er van zelf achter in welke dingen God jou speciaal zegent. Dat zijn dan de gebieden waarop God jou gaven heeft gegeven.

 Geestesgaven kunnen nagemaakt worden

“Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw naam demonen uitgedreven, en in Uw naam veel krachten gedaan? Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!” (Mattheüs 7:21-23)

“want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zó dat zij -als het mogelijk zou zijn – ook de uitverkorenen zouden misleiden.” (Mattheüs 24:24)

“En dan zal de wetteloze geopenbaard worden…hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen” (2 Thessalonicenzen 2:8,9)

Satan is een bedrieger. Hij is een vervalser en namaker. Ook geestesgaven kan hij namaken. Satan kan mensen ook in vreemde talen laten spreken of wonderen laten doen. Het vermogen om op bovennatuurlijke wijze in vreemde talen te spreken hoeft dus niet uitsluitend van God te zijn. Het kan ook van de boze zijn. Het spreken in tongen, of iets dat daar op lijkt, komt bijvoorbeeld ook voor in bepaalde hindoeïstische groeperingen.

Een gave kan uit drie bronnen voortkomen. Het kan het werk van God zijn, dan is het een echte geestesgave. Het kan het werk van de satan zijn. En het kan ook uit ons eigen hart voortkomen, dan is het bedrog. Denk bij dit laatste aan mensen die ‘leren’ om in tongen te spreken door simpelweg te beginnen met brabbelen. Dat is geen spreken in tongen maar gewoon menselijk gebrabbel.

 

Toetsvragen

  1. Wat is een geestesgave?
  2. Hoe worden geestesgaven in de Bijbel genoemd?
  3. Welke geestesgaven worden er in de Bijbel genoemd? Noem er tien.
  4. In welke Bijbelgedeelten worden deze geestesgaven opgesomd?
  5. Ontvangt iedere christen bij de wedergeboorte geestesgave(n)? Leg uit.
  6. Waarom hebben we deze gaven ontvangen?
  7. Zijn alle geestesgaven even belangrijk? Leg uit.
  8. Hoe kun je, je geestesgaven ontdekken?
  9. Als je, je geestesgaven wilt ontdekken, wat is dan het allerbelangrijkste?
  10. Kan satan geestesgaven namaken? Geef drie teksten als bewijs.

[1] Sommige vertalingen hebben ‘tongen’ in plaats van ‘talen’. Omdat in veel discussies over deze gave gesproken wordt over ‘tongen’, zullen ook wij in het vervolg spreken over ‘tongen’ in plaats van ‘talen’.

[2] Het Griekse woord (para-kalon) dat in de herziene statenvertaling vertaald is met bemoedigen kan ook vertaald worden met vermanen. Of met woorden en uitdrukkingen die daaraan gelijk staan zoals: oproepen, aansporen en opwekken. Veel vertalers hebben voor deze vertaling gekozen. Zie bijvoorbeeld de SV, de NBG, de WV en de Telos-vertaling. Of engelse vertalingen zoals de KJV, RSV en NAS . Wij kiezen, net als deze vertalers, voor een vertaling met ‘vermanen’.

[3] De gaven apostel en profeet komen tegenwoordig niet meer voor. We houden dan alleen de gaven evangelist, herder en leraar over. Voor een bespreking van de gaven apostel en profeet zie Bijbelstudie 28.