50. De Canon

Inleiding

Canon is Grieks voor regel of norm. Met het Griekse woord canon duiden we de verzameling boeken aan die we beschouwen als Gods Woord en die daarom voor ons gezaghebbend zijn. Alleen op de inhoud van deze boeken bouwen we ons geloof. En alleen door de inhoud van deze boeken laten we ons leiden.

In deze Bijbelstudie gaan we na hoe we weten welke boeken door de Heilige Geest geïnspireerd zijn en daarom beschouwd moeten worden als Gods Woord. Hoe herkennen we deze boeken? Vervolgens staan we stil bij de vraag of er tegenwoordig nog steeds boeken geschreven worden die we, net als de zesenzestig boeken van de Bijbel, moeten beschouwen als Gods Woord. De eerste vraag gaat over de vorming van de canon. Hoe hebben de gelovigen het oude en nieuwe testament als Gods woord herkend? En de tweede vraag gaat over de afsluiting van de canon. Inspireert Gods Geest tegenwoordig nog steeds mensen om Gods woorden nauwkeurig en betrouwbaar op te schrijven?

1.    De vorming van de canon

God heeft de canon bepaald, de gelovigen hebben de canon herkend.

De kerk heeft niet bepaald welke boeken er in de Bijbel terechtkwamen. Zij hebben alleen herkend welke boeken door God geïnspireerd waren en dus in de Bijbel thuis hoorden.

Hoe heeft de kerk Gods Woord herkend?

Om te bepalen of een boek in de Bijbel thuis hoorde werd dit boek getoetst aan de volgende criteria:

-Was het een boek van een profeet of een apostel?

Dit was het voornaamste criterium. De joden erkenden de boeken van het Oude Testament als gezaghebbend omdat ze afkomstig waren van door God bevestigde profeten.[1] Hetzelfde gold voor de christenen uit de tijd van de apostelen. Zij erkenden de boeken en brieven van het Nieuwe Testament omdat ze door de apostelen geschreven waren of omdat het gezag van de apostelen er achter stond. De apostelen werden op een speciale wijze door God bevestigd. Door hun hand deed God wonderen en tekenen (2 Korinthe 12:12; Romeinen 15:18,19).

-Sprak het boek de waarheid in alles wat het beweerde?

Was het boek in strijd met de rest van het Woord van God? Stonden er fouten in het boek? Bijvoorbeeld historische onjuistheden. Als dat het geval was kon het geen boek zijn dat door Gods Geest geïnspireerd was. God kan zich namelijk niet vergissen. En God zal Zichzelf nooit tegenspreken.

Vooral de eerste vraag was voor de Joden heel belangrijk. Iemand die iets beweerde dat in strijd was met de Wet van Mozes en de profeten kon geen profeet van God zijn. Dit was de reden dat Jezus in de bergrede benadrukte dat Hij niet gekomen was om de Wet of de Profeten te ontbinden maar om hen te vervullen. “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. Want, voorwaar, Ik zeg u; Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is.” (Mattheüs 5:17,18) De leiders van het joodse volk beschuldigden Jezus van het schenden van de wet. Jezus schond echter de wet niet, Hij schond hun verkeerde interpretatie van de wet (Mattheüs 15:1-8).

-Sprak het boek met gezag?

Als God spreekt, dan spreekt Hij met gezag. Een boek dat door God geïnspireerd is moet dus het gezag van God hebben. Wanneer je zo’n boek leest moet je dezelfde ervaring hebben die de joden hadden toen ze Jezus in het openbaar hoorden spreken. “En zij kwamen in Kapernaüm; en op de sabbat ging Hij meteen naar de synagoge en gaf Hij onderwijs. En ze stonden versteld van Zijn onderricht, want Hij onderwees hen als gezaghebbende en niet zoals de schriftgeleerden.”  (Marcus 1:21,22). Als God iets beweert dan beweert Hij dat met stelligheid. Gods wijsheid en kennis zijn oneindig en daarom kan Hij zonder een spoor van twijfel zeggen hoe de werkelijkheid in elkaar zit, wat er in het verleden gebeurd is en wat er in de toekomst zal zijn. Hetzelfde geldt voor Gods geboden. Als God ons iets gebiedt dan doet Hij dat met het gezag dat Hem als heerser en rechter van het heelal toekomt. Gods Woord is geen aarzelend of in het duister tastend woord.

Dit waren de belangrijkste criteria. Daarnaast speelde ook het getuigenis van de Heilige Geest een belangrijke rol. Door het Woord van God werkt de kracht van God. De Geest werkt door het Woord.[2] Ook dit was belangrijk bij de herkenning van Gods Woord. Wanneer deze kracht van God door een boek werkte, was dat een duidelijke aanwijzing dat het om een boek van God ging.

Over sommige boeken en brieven in de Bijbel heeft in de kerkgeschiedenis twijfel bestaan. Deze twijfel was echter slechts tijdelijk en nooit algemeen. Dat er twijfel geweest is, is voor ons juist een bevestiging dat de Joden en later de kerkvaders zorgvuldig te werk zijn gegaan bij de vaststelling van de canon. Ze namen niet zomaar aan dat een boek door God geïnspireerd was, er moesten duidelijke bewijzen zijn.

2.    De afsluiting van de canon

Het Nieuwe Testament geeft duidelijk aan dat de canon afgesloten is. De zesenzestig boeken die wij nu hebben vormen dus de complete Bijbel. Er komen geen nieuwe boeken meer bij. Sinds de tijd van de apostelen zijn er geen boeken of brieven meer geschreven die de duidelijke kenmerken van Gods woord bezitten (zie vorige paragraaf).

Het laatste woord heeft God gesproken door Zijn Zoon

“Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon” (Hebreeën 1:1)

Wij leven op dit moment in het laatste der dagen. Het laatste der dagen is de periode tussen de Hemelvaart en de Terugkomst van Jezus. Het laatste woord van God voor deze tijd, het laatste der dagen, is het woord dat Hij gesproken heeft door Zijn Zoon.

hoe zullen wij dan ontvluchten, als wij zo’n grote zaligheid veronachtzamen, die in het begin door de Heere is verkondigd, en die aan ons is bevestigd door hen die Hem gehoord hebben” (Hebreeën 2:3)

Wat God tot ons gesproken heeft door Zijn Zoon is ons overgeleverd door Zijn apostelen. Zij zijn de ‘hen die Hem gehoord hebben’ waar in dit vers over gesproken wordt.

“Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij gezien hebben met onze ogen, wat wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens…Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij u…”

(1 Johannes 1:1 en 3)

Er zullen ongetwijfeld heel veel Joden geweest zijn die Jezus gehoord en gezien hebben. Maar de apostelen waren speciaal door Jezus aangesteld om met

Hem te zijn en later na Zijn opstanding en hemelvaart te getuigen van alles wat zij van Hem gezien en gehoord hadden. Speciaal ook van Zijn opstanding (Handelingen 10:41). En Jezus heeft alleen hen een heel speciale belofte gegeven. De belofte dat de Heilige Geest hen in herinnering zou brengen wat Hij hen onderwezen had.

“Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb.” (Johannes 14:26)

Jezus beloofde hen echter nog meer. Hij zou hen niet slechts in herinnering brengen wat Hij hen onderwezen had, Hij zou hen ook verder onderwijzen door de Heilige Geest. Hij zou hen Zelfs door de Heilige Geest de toekomst openbaren.

“Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen.” (Johannes 16:13,14)

De woorden, die God door Zijn Zoon gesproken heeft, heeft Hij door de Heilige Geest geopenbaard aan de apostelen.[3] Deze openbaring van de Heilige Geest hebben de apostelen vervolgens getrouw aan de gelovigen overgeleverd.

 

Deze overleveringen zijn voor ons bewaard gebleven in het Nieuwe Testament. Alle boeken en brieven van het Nieuwe Testament zijn geschreven door de apostelen zelf of door mensen uit de kring van de apostelen. In deze boeken vinden we dus een betrouwbare weergave van het onderwijs van de apostelen.

Kort samengevat:

-Het laatste Woord dat God gesproken heeft is het Woord dat Hij door Zijn Zoon gesproken heeft.

-Dit Woord, dat Hij door Zijn Zoon gesproken heeft, heeft Hij door de Heilige Geest aan de apostelen geopenbaard.

-De apostelen hebben dit overgeleverd aan de gelovigen uit hun tijd.

-Deze overlevering is voor ons bewaard gebleven in het Nieuwe Testament.

Conclusie: het Nieuwe Testament is het laatste Woord van God!

Jezus heeft de apostelen in de volle waarheid geleid

“Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen.” (Johannes 16:13,14)

Jezus heeft de apostelen, voordat Hij stierf, een geweldige belofte gegeven. Na Zijn dood, opstanding en Hemelvaart zou de Heilige Geest komen. De Heilige Geest zou hen in heel de waarheid leiden. Deze complete waarheid is voor ons bewaard gebleven in het Nieuwe Testament. We hebben in de geschriften van het Nieuwe Testament dus de hele waarheid.  We kunnen er daarom vanuit gaan dat God geen nieuwe openbaringen meer zal geven. We hebben immers de volledige waarheid al in het Nieuwe Testament.[4]

Ons geloof is gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten

“Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is” (Efeze 2:19,20)

Ons geloof is gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten. Dit fundament van de apostelen en profeten is de openbaring die zij van God ontvingen en aan ons overgeleverd hebben.

“…het geheimenis van Christus, dat in ander tijden niet bekendgemaakt is aan de mensenkinderen, zoals het nu geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten door De Geest” (Efeze 3:5)

Deze apostelen en profeten zijn er niet meer.[5] Maar we hebben nog wel hun onderwijs in de geschriften van het Nieuwe Testament. En op dit onderwijs is ons geloof gebouwd.

Ook dit is een duidelijke aanwijzing voor de afsluiting van de canon. Het fundament is gelegd. God heeft de openbaring gegeven die nodig was, verder valt er geen nieuwe openbaring meer te verwachten.

 Er mag niets toegevoegd worden aan Gods woord.

“Want ik getuig aan ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort: Als iemand iets aan deze dingen toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek geschreven zijn. En als iemand afdoet van de woorden van het boek van deze profetie, zal God zijn deel afdoen van het boek des levens, en van de heilige stad, van de dingen die in dit boek geschreven zijn.” (Openbaringen 22:18,19)

Het boek Openbaringen is het laatste boek van de Bijbel. Met het boek Openbaringen was het Nieuwe Testament compleet. De Heilige Geest had, zoals Jezus had beloofd de apostelen in de volle waarheid geleid (Johannes 14:25,26; 16:12,13). En met het laatste boek van het Nieuwe Testament stond deze volle waarheid nu ook op papier. Het is niet toevallig dat juist in dit boek, het laatste boek van Gods openbaring aan de mens, gewaarschuwd wordt om iets toe te voegen of iets af te doen. De openbaring is compleet, verder hebben we geen openbaring meer te verwachten.

Toetsvragen

1. Wat is de betekenis van het Griekse woord Canon?
2. Wat wordt in de theologie met dit woord aangeduid?
3. Wie heeft de Canon bepaald?
4. Hoe heeft de kerk de boeken die tot de Canon behoren herkend?
5. Hoe bevestigde God de boodschap die de apostelen brachten?
6. Het laatste Woord dat God gesproken heeft, heeft Hij tot ons gesproken door Zijn Zoon. Hoe is dit Woord tot ons gekomen? Gebruik bij je uitleg Johannes 14:26 en 16:13,14.
7. In welk Bijbelvers staat dat Jezus de apostelen in de volle waarheid heeft geleid?
8. Hoe heeft God ervoor gezorgd dat de openbaring die de apostelen kregen voor ons bewaard is gebleven?
9. Waar is ons geloof op gebaseerd?
10. In welk Bijbelvers worden we gewaarschuwd om iets toe te voegen aan Gods Woord?


[1] God bevestigde zijn profeten vaak door wonderen en tekenen. God deed bijvoorbeeld door Mozes grote wonderen en tekenen. Veel oudtestamentische profeten deden voorspellingen die vervolgens ook uit kwamen.

[2] Het woord van God is de kracht van God. “Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard…” (Hebreeën 4:12) Het heeft een duidelijk bovennatuurlijk effect op ons leven. Als wij God niet kennen dan overtuigd Gods woord ons van de waarheid van het evangelie (1 Timotheüs 3:14,15 ; Jakobus 1:18; 1 Petrus 1:23). En als we tot geloof gekomen zijn dan bouwt het ons op, rust het ons toe en verandert het ons leven (2 Timotheüs 3:16,17).

[3]Ook Paulus was één van deze apostelen. Hij werd echter pas na de opstanding aangesteld. Zie Bijbelstudie 26 “Zijn alle gaven nog voor nu?”

[4] Zie Bijbelstudie 28 over profetie.

[5] Zie ook Bijbelstudie 26 “Zijn alle gaven nog voor nu?”. In deze Bijbelstudie wordt uitgelegt dat er nu geen apostelen en profeten meer zijn.