48. De regels voor de uitleg van de Bijbel

 

Inleiding

“…Begrijpt u ook wat u leest?” (Handelingen 8:30)

 In het boek Handelingen staat het verhaal van de kamerheer uit Ethiopië (Handelingen 8:26-40). Hij reisde van Jeruzalem terug naar huis en las in het Woord van God. Filippus werd door God naar hem toegestuurd.

“En de Geest zei tegen Filippus: Ga ernaartoe en voeg u bij deze wagen. En Filippus snelde ernaartoe, hoorde hem de profeet Jesaja lezen en zei: Begrijpt u ook wat u leest? Maar hij zei: Hoe zou ik dat kunnen, als niemand mij de weg wijst? En hij verzocht Filippus op de wagen te klimmen en bij hem te komen zitten. En het schriftgedeelte dat hij las, was dit: Hij is als een schaap naar de slachting geleid en zoals een lam stemmeloos is bij de scheerder, zo doet Hij Zijn mond niet open ………… En de kamerheer antwoordde Filippus en zei: Ik vraag u, over wie zegt de profeet dit? Over zichzelf of over iemand anders? “ (Handelingen 8:29-34).

Iets lezen en het begrijpen zijn twee verschillende dingen. Dat geldt ook voor het lezen en het begrijpen van de Bijbel. De kamerheer las een gedeelte uit het boek Jesaja, maar hij begreep het niet. Hij las over een lam dat geslacht zou worden en dat stemmeloos zou zijn. En Hij vroeg zich af: “Waar gaat dit gedeelte over? Wat betekent het? Wie is dat stemmeloze Lam?”. Hij dacht er over na. Hij vroeg zich af of de profeet Jesaja hier over zichzelf sprak of over een ander: “Over wie zegt de profeet dit? Over zichzelf of over iemand anders?”. Met andere woorden hij twijfelde tussen twee interpretaties. Je kon het “zo” uitleggen of “zo”. Hij kwam er niet uit. Maar God is een genadig God, Hij zag de oprechtheid van deze geestelijk zoekende man en daarom stuurde Hij een uitlegger naar hem toe. Filippus kende de Schrift en hij kende Jezus, daarom kon Hij de kamerheer uitleggen dat dit gedeelte op Jezus sloeg.

Dit herkennen we allemaal: we lezen een bijbelgedeelte en we vragen ons af wat het betekent. Of we ontdekken dat christenen een bijbelgedeelte op verschillende manieren uitleggen. En wat is dan de goede uitleg?

 

We vinden de juiste uitleg van een schriftgedeelte door de regels voor de uitleg van de Bijbel goed toe te passen. Dat moeten we biddend doen, in afhankelijkheid van de Heilige Geest. Hieronder worden vier regels besproken.

 

1. Nauwkeurig lezen

We moeten nauwkeurig lezen wat er staat. Dat is voor de hand liggend maar toch wordt het vaak niet gedaan. Vraag je af: “Wat staat er wel, en wat staat er niet?”. Pas op voor schriftinleg. We moeten niet meer in een Bijbelgedeelte lezen dan er staat.

Voorbeeld

Sommige christenen beweren dat je niet ernstig ziek hoeft te zijn. Want Jezus geneest. Als je maar genoeg geloof hebt zul je genezen worden. Om hun standpunt te bewijzen citeren ze soms Hebreeën 13:8. “Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid”. Zie je wel zeggen ze, Jezus is nog steeds dezelfde. Zoals Hij vroeger, toen Hij op aarde was, iedereen genas die tot Hem kwam, doet Hij dat tegenwoordig nog steeds. Maar staat dat er ook? We moeten nauwkeurig lezen. Er staat niet dat Jezus Christus gisteren en heden hetzelfde doet. Er staat dat Hij gisteren en heden Dezelfde is. Dat is een belangrijk verschil. Jezus is nog steeds dezelfde, Hij is niet veranderd. Zoals Hij vroeger zachtmoedig en nederig was is Hij dat vandaag nog steeds. Maar Jezus doet niet altijd hetzelfde. Toen Jezus op aarde rondwandelde onder het volk Israël genas Hij iedereen die tot Hem kwam. Maar dat doet Hij tegenwoordig niet meer. Tegenwoordig geneest Jezus niet iedereen meer die tot Hem gaat en om genezing vraagt.[1]

 

2. Op het verband letten

 

Een tekst moet verklaard worden vanuit het verband waarin de tekst staat. Met het verband wordt in de eerste plaats de verzen ervoor en de verzen erna bedoeld. Maar ook de rest van het Bijbelboek is van invloed op de betekenis van een Bijbelvers. De uitleg van een tekst moet in overeenstemming zijn met het verband.

Enkele voorbeelden:

Voorbeeld 1

In Mattheus 7:1 zegt Jezus: “Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt.” Dit wordt door sommigen als volgt uitgelegd: Je mag niet oordelen, je mag dus ook medechristen niet oordelen. En dat betekent dat je geen kritiek mag hebben op iemands wandel of geestelijk werk.

Als je echter naar het verband kijkt, blijkt deze uitleg niet te kloppen. In het gedeelte erna, vers 2 tot en met 6, wordt nader uitleg gegeven. Hieruit blijkt dat Jezus een waarschuwing gaf tegen huichelachtig oordelen, maar niet tegen oordelen zelf. Je hebt niet het recht om de splinter uit het oog van de ander te halen wanneer je zelf een balk in je oog hebt. Wanneer jezelf op een hoofdzaak fout zit mag je niet een ander op een bijzaak bekritiseren. Als je echter eerst jezelf aanpakt, door de balk uit je oog te halen, mag je daarna weldegelijk de ander helpen met diens splinter.[2]

Voorbeeld 2

Nog een voorbeeld is de opdracht uit Mattheus 10 om zieken te genezen.

“Genees zieken, reinig melaatsen, wek de doden op; drijf demonen uit”

(Mattheus 10:8). Dit wordt door sommigen als volgt uitgelegd: Jezus draagt hier zijn discipelen op om zieken te genezen en doden op te wekken. Wij zijn volgelingen van Jezus, dus dit wordt ons ook opgedragen. Uit het verband blijkt dat deze redenering niet klopt. Deze opdracht gaf Jezus aan een speciale groep, de twaalf apostelen. De twaalf apostelen kregen deze opdracht op een bepaald moment en in een bepaalde situatie. Dat kun je niet zomaar overbrengen op alle gelovigen. Bovendien, als je dat doet, moet je ook consequent zijn en alle instructies die Jezus in dit hoofdstuk aan zijn discipelen geeft opvolgen. Je moet dan niet alleen zieken genezen maar ook doden opwekken (:8). Je mag geen geld en goederen meenemen  (:9-10). Ook moet je dan alleen naar de joden gaan (:5,6). Uit het verband blijkt dus dat deze opdracht niet aan alle discipelen is gegeven, maar aan een speciaal door Jezus uitgekozen groep. Zij moesten op dat moment, in die fase van Gods plan, Jezus bijstaan in de prediking van het Koninkrijk. De prediking van het Koninkrijk van God werd in die tijd onder meer bevestigd door de genezing van alle zieken die om hulp vroegen. Dit mag je niet zomaar overbrengen op alle christenen.

Voorbeeld 3

Tot slot nog een voorbeeld. Als je niet op het verband let kun je de Bijbel alles laten zeggen. Je kunt op die manier, met de Bijbel in de hand, bewijzen dat God niet bestaat. In Psalm 10 vers 4 staat: “Er is geen God”. Dit is een letterlijk citaat uit de Bijbel, het staat er werkelijk. Dus: “Zie je wel, hier staat het, er is geen God. De Bijbel zegt het zelf.” Als je echter naar het verband kijkt zie je dat het hier gaat om de gedachte van een goddeloze. Het zijn de goddelozen die denken dat er geen God is. Maar uiteraard is bij hen de wens de vader van de gedachte. Dit is het volledige vers. “De goddeloze met zijn neus trots omhoog onderzoekt niet: Al zijn gedachten zijn: Er is geen God!.”

 

3. Schrift met Schrift vergelijken (de Bijbel legt zichzelf uit)

We moeten een tekst uitleggen in overeenstemming met de andere bijbelgedeelten die iets over hetzelfde onderwerp zeggen. Deze bijbelgedeelten moet je ook bij de uitleg van de tekst betrekken. De Schrift legt zichzelf uit. Het ene Bijbelgedeelte werpt licht op het andere. De uitleg die de Bijbel van zichzelf geeft is beslissend, dat is de goede uitleg.

Hierboven is bij de bespreking van Mattheus 7:1 aangegeven dat we bij de uitleg van een Bijbelgedeelte op het verband moeten letten. Door op het verband te letten kwamen we tot de conclusie dat Jezus hier niet waarschuwt tegen oordelen in het algemeen, maar tegen huichelachtig oordelen. Het is dus niet te allen tijde verkeerd om de levenswandel of de bediening van medechristenen te beoordelen. Maar er is meer, bij de uitleg van een bijbelgedeelte moeten we niet alleen op het verband letten, we moeten ook Schrift met Schrift vergelijken. Er zijn nog een aantal bijbelgedeelten die iets over oordelen zeggen. Deze bijbelgedeelten moeten we bij de uitleg van Mattheus 7:1 betrekken. Wanneer we dat doen blijkt opnieuw dat met deze opdracht niet wordt bedoeld dat we onze medechristenen nooit mogen beoordelen. In bepaalde situaties worden we zelfs opgedragen om te oordelen (bijvoorbeeld in 1 Korinthe 5:11-13). Verder zien we dat zowel Jezus als Paulus mensen oordeelden (Mattheus 23; Filipenzen 3:2). In Openbaringen lezen we dat Jezus het zeer positief vond dat de christenen in Efeze mensen hadden ontmaskerd als geestelijke bedriegers (Openbaringen 2:2). En in Johannes 7:24 lezen we dat Jezus het niet verkeerd vindt wanneer wij oordelen. We moeten echter wel op een rechtvaardige manier oordelen.

Tot slot nog een voorbeeld. In Genesis 2 wordt gesproken over de schepping van Eva uit de rib van Adam (Genesis 2:18-23). Dit is letterlijk zo gebeurd. God deed een diepe slaap op Adam vallen, nam een rib en maakte daar een vrouw van. Waarna Hij de vrouw bij Adam bracht. In een moderne uitleg vat men dit symbolisch op. Het is, zo stelt men, niet letterlijk zo gebeurd. De schrijver van het boek Genesis maakte op een poëtische manier duidelijk dat God uiteindelijk alles geschapen heeft. We moeten dit niet letterlijk opvatten want, zo stelt men, wij weten sinds enige tijd dat de mens door een lang proces van evolutie is ontstaan. God heeft, zo beweert men, dit evolutieproces gewild en gestuurd. Deze uitleg is buitengewoon gekunsteld.

Door Schrift met Schrift te vergelijken kunnen we vaststellen welke uitleg, volgens de Bijbel zelf, juist is. Er zijn nog meer bijbelgedeelten die over de schepping van Eva spreken. Wanneer we deze bijbelgedeelten bij de uitleg van Genesis 2 betrekken blijkt dat de traditionele, letterlijke uitleg, de juiste uitleg is. In het Nieuwe testament spreekt Paulus over de schepping van de vrouw uit de man (1 Timotheüs 2:13). Hij bevestigt daar dat eerst de man geschapen werd en toen  pas de vrouw. Wanneer we het bijbelgedeelte symbolisch opvatten, zoals de aanhangers van de theïstische evolutie doen, is dat niet het geval. De man en de vrouw zijn volgens hen ontstaan, doordat God een menselijk bewustzijn legde in een apenpaar dat er al lang was.

 

4. Woorden in hun normale betekenis nemen

We moeten bij het bijbellezen de woorden nemen in hun normale betekenis. Tenzij er vanuit de Bijbel zelf dwingende redenen zijn om dat niet te doen. Israël is het volk Israel. Sion is een berg. Tenzij je vanuit het verband ziet dat met Sion de stad Jeruzalem, het volk Israël, of het land Israël wordt bedoeld. Duizend jaar is duizend jaar enzovoort.

Het principe van het nemen van de woorden in hun normale betekenis is vooral van belang bij de uitleg van de profetie.

We moeten alle vier de regels tegelijk toepassen

Bij de uitleg van een schriftgedeelte moeten we alle vier de regels tegelijk toepassen. Als voorbeeld nemen we opnieuw de uitleg van de schepping van de vrouw in Genesis 2:21,22. We beginnen met het verhaal letterlijk te lezen en we nemen de woorden in hun normale betekenis. Er is vanuit de Bijbel geen enkele overtuigende reden om dat niet te doen. Vervolgens letten we op het verband. Deze bijbelverzen zijn onderdeel van Genesis hoofdstuk één en twee. In deze hoofdstukken wordt de geschiedenis van de schepping verteld. Deze vertelling doet in het geheel niet aan poëzie denken. Het verhaal van de schepping is een nuchter en ordelijk verslag. Mozes zet op een ordelijke manier uiteen hoe God de wereld geschapen heeft. Net zoals hij even later op een nuchtere ordelijke wijze verteld hoe Kaïn, Abel vermoordt. Wanneer we  kijken naar het verband vinden we dus geen aanwijzingen om dit bijbelgedeelte symbolisch op te vatten. Integendeel, we worden juist gesterkt in onze opvatting dat wij dit bijbelgedeelte letterlijk op moeten vatten. Wanneer we Schrift met Schrift vergelijken wordt de traditionele, letterlijke uitleg van dit bijbelgedeelte opnieuw bevestigd. In Genesis 2:21,22 staat  dat eerst de man er was en dat God daarna de vrouw uit de man heeft genomen. Dit wordt door Paulus bevestigd in 1 Timotheus 2:13. Alle vier de principes zijn toegepast en de juiste uitleg is duidelijk.[3]

 

Waarom deze regels?

Waarom deze regels? Waarom geen andere regels? De vier regels zijn gebaseerd op gezond verstand. Het zijn de regels die ook in het normale menselijke verkeer alle verbale communicatie mogelijk maken. Als je de ander wilt begrijpen dan moet je om te beginnen aandachtig luisteren: wat zegt hij wel, wat zegt hij niet. Verder gaan we ervan uit dat de ander, de woorden in hun normale betekenis gebruikt. Als de woorden geen vaststaande betekenis hebben is communicatie onmogelijk. Ook is het vanzelfsprekend om op het verband te letten. In wat voor context zegt iemand iets? Om iemand goed te begrijpen kan het verder heel nuttig zijn om na te gaan of hij vaker over een bepaald onderwerp gesproken heeft. Deze uitspraken zou je dan kunnen raadplegen om beter te begrijpen wat hij bedoelt.

 

De Schrift verdraaien en vervalsen

“Wij wandelen niet in bedrog en vervalsen ook niet het Woord van God” (2 Korinthiers 4:2)

“Zoals ook onze geliefde broeder Paulus …. u geschreven heeft, zoals ook in alle brieven, wanneer hij deze dingen ter sprake brengt. Daaronder zijn sommige zaken die moeilijk te begrijpen zijn, die de onkundige en onstandvastige mensen verdraaien, tot hun eigen verderf, net als de andere Schriften.” (2 Petrus 3:15,16)

 

De Bijbel waarschuwt voor mannen die de Schrift verdraaien en vervalsen. Dit doen ze door de Schrift verkeerd uit te leggen. Tegen deze mannen kunnen we ons wapenen door de regels voor de uitleg van de Schrift correct toe te passen. Alleen op die manier komen we er achter dat ze de Schrift verdraaien.

Aan  de hand van de vier principes kunnen we controleren of hun uitleg juist is.

-Principe 1: Nauwkeurig lezen

Staat het er ook, wat men er in leest? Of leest men er te veel in?

-Principe 2: Op het verband letten

Wat is het verband waarin de tekst staat? Is de uitleg in overeenstemming met het verband?

-Principe 3: Schrift met Schrift vergelijken

Wat zeggen andere teksten over het onderwerp? Is de uitleg in overeenstemming met deze teksten?

-Principe 4: Uitgaan van de normale betekenis van woorden

Wordt de tekst letterlijk opgevat? En zo niet, heeft men daar dan goede redenen voor?

 

Tot slot:

 

Het is van groot belang dat we ons houden aan de regels voor de schriftuitleg. Als je dat niet doet, kun je de Bijbel laten zeggen wat je wilt. Je kunt dan zelfs met een beroep op de Bijbel beweren dat er geen God is. Ook zou je dan het scheppingsverslag symbolisch kunnen opvatten. Als je mensen toestaat, om bij de uitleg van de Bijbel, deze regels te overtreden is het gezag van de Bijbel weg. Het is dan niet meer mogelijk om je op de Bijbel te beroepen.

 

Toetsvragen

  1. De kamerheer uit Ethiopië twijfelde tussen twee interpretaties. Herken je dit? Geef een voorbeeld uit je eigen ervaring.
    2. Hoe vind je de juiste uitleg van een Bijbelgedeelte?
    3. Noem vier regels die je in acht moet nemen bij de interpretatie van de Bijbel.
    4. Leg uit waarom deze regels niet slechts willekeurig gekozen zijn?
    5. Waarom is het belangrijk om nauwkeurig te lezen?
    6. Wat wordt bedoeld met de context van een bijbelgedeelte?
    7. Heb je wel eens meegemaakt dat iemand een bijbelgedeelte totaal uit zijn verband rukte? Geef een voorbeeld.
    8. Jezus zegt in Mattheus 7:1 “oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt”. Betekent dit dat wij geen kritiek mogen hebben op iemands wandel en geestelijk werk? Leg uit.
    9. Wat wordt met de volgende uitspraak bedoeld: “De Bijbel legt zichzelf uit”.
    10. Waarom is het van groot belang dat wij ons aan de regels voor de schriftuitleg houden?

[1] Bij het nauwkeurig lezen van een Bijbeltekst hoort ook dat je een goede, dat is een zo letterlijk mogelijke, bijbelvertaling gebruikt. De Statenvertaling en de Herziene Statenvertaling zijn goede vertalingen. Dat geldt ook voor de NBG 51. De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)  is echter geen goede bijbelvertaling. De vertalers van de NBV hebben veel te vrij vertaald. Zie ook punt zes van Bijbelstudie 42 over de inspiratie.

[2] Als we verder in het hoofdstuk lezen komen we bij de verzen 15 tot en met 23. In deze verzen waarschuwt de Heere Jezus tegen valse profeten. Hij zegt er ook bij waaraan je valse profeten kunt herkennen: aan hun vrucht. Aan het ontbreken van levensheiliging. Jezus spoort ons aan om op onze hoede te zijn voor valse profeten. Om te doen wat Jezus ons hier opdraagt moeten we de boodschap en het leven van die profeten beoordelen. Jezus draagt ons hiermee indirect op om te oordelen. Dit bevestigt nogmaals dat de opdracht om niet te oordelen uit vers 1 niet kan betekenen dat we iemands wandel of bediening niet mogen toetsen.

[3]Naast het goed toepassen van de vier genoemde regels zijn er nog enkele dingen die van belang zijn bij de uitleg van de Bijbel.

1/ Sommige woorden hebben niet overal dezelfde betekenis. Dat geldt bijvoorbeeld voor woorden als vlees en wereld. In de Bijbel heeft vlees soms de betekenis van spierweefsel, soms staat het voor het gehele fysieke lichaam en soms wordt er de zondige natuur met zijn vleselijke begeerten mee bedoeld. Wereld betekent soms alle mensen, maar soms betekent het ook het Godevijandige wereldsysteem.

2/ Bij het Schrift met Schrift vergelijken moeten de moeilijker te begrijpen teksten worden uitgelegd vanuit de eenvoudig te begrijpen teksten. Veel sekten nemen enkele moeilijk te verklaren bijbelgedeelten en geven daar een vergezochte uitleg van. Terwijl de duidelijke teksten over het onderwerp genegeerd worden.