46. Wat we geloven moeten we alleen op de Bijbel baseren

Inleiding

Als christenen geloven we allerlei dingen. Bijvoorbeeld: Jezus is de Zoon van God en God heeft de hemel en de aarde geschapen. Waarom geloven we deze dingen? De enige reden waarom we iets geloven is omdat het in de Bijbel staat. De Bijbel is de bron van ons geloof.

1. Alleen de Schrift en niets er naast

We baseren ons geloof alleen op de Bijbel. Dit wordt het “sola scriptura” beginsel genoemd. Sola scriptura betekent: alleen de bijbel. We moeten wat we geloven uitsluitend baseren op de Bijbel. De Bijbel is onze enige regel voor geloof en leven.

De Heere Jezus ging uit van het sola scriptura beginsel. De Farizeeën deden dat niet. Zij baseerden wat ze geloofden niet alleen op de Schrift, maar ook op de traditie. Naast de Schrift hielden zij zich ook aan “de overlevering der ouden”.

De overlevering der ouden bestond uit allerlei opvattingen en gebruiken die van generatie op generatie waren overgeleverd. Die opvattingen en gebruiken hadden voor de Joden hetzelfde gezag gekregen als het Woord van God.

“En bij Hem verzamelden zich de Farizeeën en sommigen van de schriftgeleerden, die uit Jeruzalem gekomen waren. En toen zij zagen dat sommigen van Zijn discipelen met onreine, dat is met ongewassen handen brood aten, berispten zij hen. Want de Farizeeën en alle Joden eten niet, als zij niet eerst grondig de handen gewassen hebben, omdat zij zich houden aan de overlevering van de ouden. En als zij van de markt komen, eten zij niet, als zij zich niet eerst gewassen hebben. En vele andere dingen zijn er die zij aangenomen hebben om zich eraan te houden, zoals het wassen van de drinkbekers en kannen en het koperen vaatwerk en bedden.

Daarna vroegen de Farizeeën en de schriftgeleerden Hem: Waarom wandelen Uw discipelen niet volgens de overlevering van de ouden, maar eten zij het brood met ongewassen handen? Maar Hij antwoordde hun: Terecht heeft Jesaja over u, huichelaars, geprofeteerd zoals er geschreven staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver bij Mij vandaan. Maar tevergeefs eren zij Mij door leringen te onderwijzen die geboden van mensen zijn. Want terwijl u het gebod van God nalaat, houdt u zich aan de overlevering van de mensen, zoals het wassen van kannen en bekers; en veel andere dergelijke dingen doet u. En Hij zei tegen hen: U stelt op een mooie manier Gods gebod terzijde om u aan uw overlevering te houden. Want Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder; en: Wie vader of moeder vervloekt, die moet zeker sterven; maar u zegt: Als iemand tegen zijn vader of zijn moeder zegt: Het is korban (dat wil zeggen: een gave) wat u van mij had kunnen krijgen, is het met hem in orde. En u laat hem niet meer toe iets voor zijn vader of zijn moeder te doen, en zo maakt u Gods Woord krachteloos door uw overlevering die u overgeleverd hebt; en veel van dergelijke dingen doet u.” (Marcus 7:1-13)

De discipelen wasten hun handen niet elke keer voordat ze aten. Dit was in strijd met de overlevering der ouden. Daarom veroordeelden de Farizeeën de discipelen. Jezus grijpt dit aan om het principe van  “alleen de bijbel” naar voren te brengen. Hij zegt tegen de Farizeeën “jullie leren dit gebod, maar het staat niet in de Schrift. Dit gebod is slechts een door mensen bedacht gebod. God vraagt dit niet van ons.”

Als mensen iets naast de Schrift stellen leidt dit er altijd weer toe dat het uiteindelijk boven de Schrift komt te staan. Misschien niet in theorie, maar wel in de praktijk. Ook hier was dat het geval. De overlevering stond in de praktijk boven het Woord van God. Jezus geeft daar een voorbeeld van. Door een menselijke regel over offergaven hadden de Farizeeën het Bijbelse gebod tot ondersteuning van de ouders uitgeschakeld. Jezus zei dat ze veel van zulke dingen deden: “ en veel van dergelijke dingen doet gij”.

De Bijbel behoort de enige bron van ons geloof te zijn.

2. Zaken die vaak naast of boven de Bijbel worden geplaatst

Ook in onze tijd worden er vaak zaken naast of boven de Bijbel geplaatst.

Traditie, overlevering

In veel christelijke kringen is er, net als bij de Joden uit de tijd van Jezus, in de loop der tijd een soort “overlevering der ouden” ontstaan. Het bekendste voorbeeld is de Rooms-katholieke Kerk. De leer van de Rooms-katholieke Kerk is niet alleen op de Bijbel gebaseerd maar ook op de traditie. Vandaar dat Rooms-katholieken in allerlei onbijbelse leringen geloven, zoals het vagevuur en de onbevlekte ontvangenis van Maria. In elke kerk of gemeente ontwikkelt zich op den duur een traditie. Op zich is daar niets mis mee, zolang die traditie niet gelijkgesteld wordt aan de Bijbel.

We moeten altijd bereid blijven om vanuit de Bijbel te verantwoorden wat we geloven. Alleen een beroep op de traditie is niet genoeg.

Ervaringen

Ook ervaringen kunnen boven de Schrift gesteld worden. Het gevaar bestaat dat we een deel van wat we leren meer baseren op ervaringen dan op de Bijbel. Daar moeten we voor oppassen.

Openbaringen

In charismatische kringen worden soms dingen geleerd die voor een groot deel zijn gebaseerd op directe openbaringen. Sommige leiders uit deze kringen beweren boodschappen van God te hebben ontvangen. Door middel van dromen, boodschappen van engelen, visioenen, verschijningen, enzovoorts.[1]

3. We mogen ook niet verder gaan dan de Schrift

“met de bedoeling dat u van ons leert niets te bedenken boven wat er geschreven staat “ (1 Korinthe 4:6)

 “Alleen de Bijbel” betekent ook dat we niet verder mogen gaan dan de Bijbel. We mogen niet boven de Schrift uitgaan. Doen we dat wel dan zijn we aan het speculeren. We moeten leren om “niets te bedenken boven wat er geschreven staat”. Als de Bijbel ergens over zwijgt dan moeten wij dat ook doen. Dingen waar de Bijbel zich niet over uitspreekt zijn voor ons verborgen. De verborgen dingen zijn voor God en niet voor ons.

” De verborgen dingen zijn voor de HEERE, onze God, maar de geopenbaarde dingen zijn voor ons en onze kinderen, tot in eeuwigheid, om al de woorden van deze wet te doen.” (Deuteronomium 29:29)

Soms beweren christenen dat het toegestaan is om iets te geloven dat niet in de Bijbel staat zolang het maar niet tegen de Bijbel in gaat. Maar deze redenering klopt niet. De Bijbel zegt duidelijk dat we niet boven de Schrift uit mogen gaan. Het is dus niet toegestaan om met gezag iets te leren dat niet in de Bijbel staat.

4. De genoegzaamheid van de Bijbel

& “de heilige Schriften … die u wijs kunnen maken tot zaligheid. Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust”                    (2 Timotheüs 3:15-17)

 God heeft alles wat wij moeten weten gezegd in de Schrift. In de Bijbel staat hoe wij behouden kunnen worden: “de heilige Schriften … die u wijs kunnen maken tot zaligheid”. En in de Schrift heeft God alles wat belangrijk is voor het leiden van een godvruchtig leven bekend gemaakt. Als we de Bijbel goed gebruiken dan zal dat ons volmaakt maken en ons tot alle goed werk volkomen toerusten. “opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust”.

Toch zijn er telkens weer christenen die beweren dat de Bijbel niet genoeg is. Op het gebied van de zielzorg is, zo beweren zij, ook kennis van bepaalde psychologische theorieën nodig.[2] Op het gebied van gemeentegroei is kennis van marketing nodig. Dit gebeurt op veel gebieden.

Dit heeft vrijwel altijd tot gevolg dat de Bijbelse waarheid verdraaid wordt.[3] Je vraag je overigens af hoe de “onwetende” apostel Paulus zich gered heeft zonder kennis van de hedendaagse psychologie en marketing.

 5. We moeten alles toetsen aan de bijbel

“En deze waren edeler van gezindheid dan die te Thessalonica, want zij ontvingen het Woord met grote bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren” (Handelingen 17:11)

 Wat we geloven moeten we alleen baseren op de Bijbel. Dat betekent ook dat we alles wat in de christelijke wereld op ons afkomt moeten toetsen aan de Bijbel. We moeten nagaan of het in overeenstemming met de Bijbel is. Dat geldt voor elke lering, voor elke ervaring, voor elke methode en voor elke gewoonte. De Joden uit Berea geven ons het goede voorbeeld. Zij toetsten zelfs de boodschap van de apostel Paulus. Ze controleerden of de dingen die Paulus leerde wel in overeenstemming met de Schrift waren. Zij onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren.”

Toetsen is een Bijbelse opdracht (1 Thessalonicenzen 5:21, 1 Korinthe 14:29, Openbaring 2:2, 1 Johannes 4:1). Toetsen moet voor ons iets vanzelfsprekends zijn. De vraag die een christen telkens weer moet stellen bij alles wat hij tegenkomt is: “Wat zegt de Bijbel er over? Is het Bijbels?”.

Toetsvragen
1. Wat wordt bedoeld met de uitdrukking: “sola scriptura”?
2. Hoe ontkrachten de Farizeeën het Woord van God? Zie Marcus 7:1-13
3. Op welke manieren wordt in de christelijke wereld het gezag van Gods Woord ondermijnd?
4. Kun je hier een voorbeeld van geven uit je eigen ervaring?
5. We mogen niet boven de Schrift uitgaan? Wat houdt dat in? Kun je hier een voorbeeld van geven?
6. Wat wordt bedoeld met de genoegzaamheid van de Bijbel? Leg uit aan de hand van 2 Timotheüs 3:16.
7. Waarvoor worden de gelovigen in Berea (Handelingen 17:11) geprezen?
8. Waarom is het zo ontzettend belangrijk om alles te toetsen aan het Woord van God?

9. Toets jij alles aan het Woord van God? Hoe zou je dat aan kunnen pakken?

10. Noem een aantal teksten waarin we opgedragen worden om te toetsen.



[1] Een voorbeeld is Jan Zijlstra. Hij worstelde met de vraag hoe het komt dat niet iedereen bij hem wordt genezen. Hij beweert dat hij antwoord op die vraag heeft gekregen door een visioen over Jezus. In dit visioen zag hij hoe Jezus niet iedereen die tot hem kwam genas. Jezus sloeg personen die geen geloof hadden voor genezing over. Dit visioen was een hele troost voor Jan Zijlstra. Als we dit visioen echter toetsen aan de Bijbel komen we tot de ontdekking dat dit visioen duidelijk in strijd is met de Bijbel. Dit was dus geen visioen van God. Want er staat uitdrukkelijk in de evangeliën dat Jezus iedereen die tot hem kwam genas (Mattheus 12:15; Lucas 6:19).

Zijlstra stelt dit visioen boven de Bijbel. Voor hem is dit visioen blijkbaar meer gezaghebbend dan de duidelijke uitspraken uit Gods woord. Zijlstra beschrijft dit visioen in zijn boek ‘50 hindernissen op de weg naar genezing’ op pagina 47 tot en met 51. Zie ook Bijbelstudie 28 over profetie.

[2] Wat wel heel nuttig is voor een zielzorger is kennis van psychische ziekten (psychopathologie). Het kan bijvoorbeeld erg nuttig zijn om als pastoraal werker iets te weten over depressie of schizofrenie. Wanneer je vermoedt dat iemand met een dergelijke psychische ziekte te kampen heeft, kun je hem of haar doorverwijzen naar een goede psychiater. Een christelijke psychiater heeft uiteraard de voorkeur. Het is echter niet goed om allerlei (vaak speculatieve) psychologische theorieën centraal te stellen in de zielzorg. Als zielzorger ben je er om mensen te helpen met Gods woord. Het draait allemaal om geloof in en gehoorzaamheid aan Gods woord. Dit moet centraal staan.

[3] Door het centraal stellen van marketingtheorie wordt bijvoorbeeld het evangelie uitgehold. Want zo beweert men: de klant is koning. Als de potentiële kerkganger liever niets hoort over negatieve onderwerpen zoals zonde en hel dan hebben we het daar maar niet over. Anders lopen de klanten weg, omdat we als kerk zo’n onaangenaam product verkopen.