42. De inspiratie van de bijbel

Inleiding

In deze Bijbelstudie zullen we nagaan wat de Bijbel over zichzelf zegt. Mensen kunnen allerlei gedachten over de Bijbel hebben, maar beslissend voor ons, als Christenen, is wat de Bijbel over zichzelf zegt. Onze visie op de Bijbel, moet gebaseerd zijn op het zelfgetuigenis van de Schrift. De leer over de Bijbel komt uit de Bijbel zelf. Eén van de dingen die de Bijbel over zichzelf zegt is dat zij door God is ingegeven.

1.    Door God ingegeven

“Heel de Schrift is door God ingegeven…” (2 Timotheüs 3:16)

 In dit vers zegt de apostel Paulus dat de Bijbel door God is ingegeven. “Heel de Schrift is door God ingegeven”. In plaats van over “ingegeven” spreken christenen ook wel over “inspiratie”. De inspiratie van de Schrift houdt in dat God de schrijvers van de verschillende Bijbelboeken zodanig geleid heeft, dat ze precies opschreven wat God door hen heen wilde zeggen.

2. De inspiratie van de Bijbel is het werk van de Heilige Geest.

“de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen van God, door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken” (2 Petrus 1:21)

De schrijvers van de verschillende Bijbelboeken werden “door de Heilige Geest gedreven”. De Geest van God heeft de verschillende schrijvers van de Bijbelboeken aangezet tot schrijven. Ook heeft Hij hen geleid in wat ze opschreven. Gods Geest heeft daarbij gebruik gemaakt van de persoonlijkheid, de achtergrond en de omstandigheden van de verschillende schrijvers.[1]

Sommige schrijvers wisten dat ze door Gods Geest geleid werden (1 Petrus 1:10,11; 2 Samuel 23:2). Andere schrijvers waren zich hier waarschijnlijk niet direct bewust van. Het resultaat was echter in beide gevallen hetzelfde: ze schreven precies op wat God door hen heen wilde zeggen.

3. De bijbel is woordelijk ingegeven
De Bijbel is woordelijk door God ingegeven. De inspiratie strekt zich uit tot de keuze van de woorden. Dit wordt in de theologie de woordelijke inspiratie van de Bijbel genoemd. God heeft de schrijvers van de Bijbel niet alleen de gedachten gegeven. Hij heeft hen ook door Zijn Geest geleid in de keuze van de woorden waarmee ze deze gedachten op papier hebben gezet.[2]

Volgens Jezus staat God achter iedere letter van de Bijbel. Aan het begin van de bergrede zegt Hij namelijk het volgende:

“Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is” (Mattheus 5:18)

De tittel en de jota zijn onderdelen van Hebreeuwse letters. Volgens Jezus staat God  dus niet slechts achter de gedachten. Hij staat ook achter de woorden waarmee deze gedachten uitgedrukt worden. Of zoals Jezus het zelf zegt: God staat zelfs achter elke jota en tittel.

Jezus ging er  dus vanuit dat elk woord van de Bijbel van God afkomstig was. Dat Jezus hier vast van overtuigd was blijkt ook uit de manier waarop Hij met Gods Woord omging.

Jezus baseerde soms een hele bewijsvoering op de exacte vorm van één enkel woord. Zie bijvoorbeeld zijn discussie met de Sadduceeën over de opstanding (Lucas 20:37,38 en Exodus 3:6). Het sleutelwoord in de tekst die Jezus aanhaalt is het woordje “ben”. “Ik ben … de God van Abraham, Izaak en Jakob”. Er staat “ben” in plaats van “was”. God was niet slechts de God van Abraham, Izaak en Jakob op het moment dat zij nog op aarde rondwandelden. Hij was het nog steeds in de tijd van Mozes toen zij al gestorven waren. Na hun overlijden zei God nog steeds: “Ik ben hun God”. Hij zei niet “Ik was hun God”. Als God, op het moment dat Hij dit tot Mozes zei, nog steeds hun God was, dan moesten Abraham, Izaak en Jakob er  nog zijn.“voor God leven zij allen” (Lucas 20:38). Zo bewees de Heere Jezus vanuit de Schrift, op grond van de vorm van één enkel woord,  dat het met de dood niet afgelopen was.

Ook de apostel Paulus bouwde soms een leerstellige redenering op de exacte vorm van één enkel woord. In Galaten 3:16 SV draait zijn hele redenering om het woord zaad. In Genesis 22:17,18 SV staat zaad (enkelvoud) en niet zaden(meervoud). Hieruit blijkt dat zowel Jezus als Paulus er van uit gingen dat de Bijbel woord voor woord van God afkomstig is. Zo’n redenering heeft namelijk alleen bewijskracht, wanneer God achter elk woord van de Bijbel staat.

Hierboven is aangetoond dat Gods Geest de Bijbeltekst tot in de vorm van de woorden heeft ingegeven. Dat is de reden waarom wij een nauwkeurige Bijbelvertaling moeten gebruiken. Een nauwkeurige vertaling is een vertaling die, zoveel mogelijk, letterlijk vertaalt.[3]

 4. Volledig ingegeven

“Heel de Schrift is door God ingegeven…” (2 Tim. 3:16)[4]

Heel de Schrift is door God ingegeven. Niet een deel van de Schrift, maar heel de Schrift. Daarom konden Jezus en Paulus een enkel schriftvers nemen en daarmee iets bewijzen. Want elk bijbelwoord heeft goddelijk gezag omdat het door Gods Geest is ingegeven.

Sommige theologen ontkennen dit. Zij zijn van mening dat de Bijbel alleen het Woord van God is wanneer hij over geestelijke dingen spreekt. Wanneer de Bijbel echter over de natuur of de geschiedenis spreekt zou het niet het Woord van God zijn. Wanneer de Bijbel over deze dingen spreekt zou het slechts het woord van mensen zijn.

Deze redenering klopt niet. Want: Heel de schrift is door God ingegeven…”. Dat geldt dus ook voor de historische bijbelgedeelten zoals de schepping van Eva uit de rib van Adam, de slang die sprak in de hof van Eden, Jona die door een grote vis werd opgeslokt, de zon die stilstond op het bevel van Jozua.  Ook deze Bijbelgedeelten zijn door God ingegeven.


5. De bijbel is letterlijk het woord van God

Omdat de Bijbel door Gods Geest is ingegeven, is de Bijbel letterlijk het woord van God. De Bijbel bevat dus niet het woord van God, maar de Bijbel is het woord van God.

De woorden van de bijbel zijn door de Heilige Geest uitgesproken

“Mannenbroeders, dit Schriftwoord moest vervuld worden dat de Heilige Geest bij monde van David vantevoren gesproken heeft over Judas “ (Handelingen 1:16)

In dit vers is sprake van een Schriftwoord, het gaat om Psalm 41:10. Het is een profetie over Judas. Van dit vers uit het Oude Testament wordt gezegd dat het door de Heilige Geest is gesproken. De woorden van de Schrift zijn door Gods Geest gesproken. God is de hoofdauteur van de Bijbel. In de Bijbel is God aan het woord. God heeft gesproken via de menselijke auteurs. Zo heeft Hij ondermeer gesproken “bij monde van David”. Elk bijbelgedeelte heeft dus twee auteurs, de Goddelijke schrijver en de menselijke. Zie ook de volgende bijbelgedeelten: Marcus 12:36; Handelingen 4:25,26; Handelingen 28:25-27; Hebreeën  3:7,8; Hebreeën 9:8; Hebreeën 10:15-17.

De Bijbel noemt zichzelf het woord van God

” Want het Woord van God is levend en krachtig” (Hebreeën 4:12)

“Want in de eerste plaats zijn hun de woorden van God toevertrouwd” (Romeinen 3:2)

“God zegt” en “de Bijbel zegt” worden aan elkaar gelijk gesteld

“En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees;..  (Handelingen 2:17)

In de Bijbel staat soms “God zegt” en dan volgt een citaat uit het Oude Testament. Zo ook hier in Handelingen 2:17. Petrus citeert een gedeelte uit het boek Joël. Van dit citaat zegt hij dat God het uitgesproken heeft: “En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God”. Voor Petrus zijn “de Bijbel zegt” en “God zegt” aan elkaar gelijk.

Dit is slechts één voorbeeld. We zouden nog veel meer voorbeelden kunnen geven.  Bijvoorbeeld uit de Hebreeënbrief. De schrijver citeert geregeld een gedeelte uit het Oude Testament en zegt daarvan dat God het uitgesproken heeft (Hebreeën 1:5-14; Hebreeën 3:7,8; Hebreeën 4:4,5; Hebreeën 6:13,14; Hebreeën 8:8-13; Hebreeën 9:6-8; Hebreeën 10:5-9; Hebreeën 10:15-18).

‘De Schrift zegt’, ‘God zegt’ en ‘de Heilige Geest zegt’ zijn dus identiek. Ze zijn onderling uitwisselbaar. Ook wij mogen, als wij de Schrift citeren, zeggen: “God zegt.”

Tot slot:

“in de eerste plaats zijn hun de woorden van God toevertrouwd”  (Romeinen 3:2)

“Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan zuiver goud” (Psalm 119:127)

Zoals aan de Joden indertijd de woorden van het Oude Testament zijn toevertrouwd, zo zijn aan ons de woorden van het Nieuwe Testament toevertrouwd. De Bijbel is een grote schat. Als je in de Bijbel leest dan heb je de woorden van God voor je liggen. Dan lees je een boodschap van je Schepper. Laten we, met aandacht en eerbied, luisteren naar alles wat onze Schepper tot ons te zeggen heeft.

Toetsvragen
1. Leg uit wat bedoeld wordt met de inspiratie van de Bijbel.
2. Noem twee bijbelteksten waarop deze leerstelling gebaseerd is.
3. Leg uit wat bedoeld wordt met de woordelijke inspiratie van de Bijbel.
4. Waarom is het belangrijk om dit te benadrukken?
5. Waaruit blijkt dat zowel Jezus als Paulus uitgingen van de woordelijke inspiratie van de Bijbel?
6. Bewijs met behulp van een bijbeltekst dat heel de Bijbel door God is ingegeven.
7. Waarom is het belangrijk om dit te benadrukken?

8. Wat wordt vaak beweerd door mensen die dit ontkennen?

9. Geef drie argumenten voor de volgende stelling: “de Bijbel is letterlijk het Woord van God”.
10. Waarom is het belangrijk om een nauwkeurige Bijbelvertaling te gebruiken?



[1]De schrijvers van de Bijbel waren dus geen willoze instrumenten. God heeft hun persoonlijkheid niet op zij gezet. God heeft er daarentegen voor gekozen, om  bij het overbrengen van Zijn woord aan de mens, gebruik te maken van de persoonlijkheid van de verschillende schrijvers. Dat God de persoonlijkheid van de schrijvers niet op zij gezet heeft, blijkt o.a. uit duidelijk waarneembare verschillen in schrijfstijl. Paulus heeft bijvoorbeeld een andere manier van uitdrukken dan Johannes of Jakobus. De persoonlijkheid van de schrijvers komt ook duidelijk naar voren in gedeelten zoals Romeinen 9:1-4. In dit soort gedeelten krijgen we een blik in het hart van de schrijver. We krijgen iets te zien van zijn gevoelens en verlangens.

[2] Het is belangrijk om dit te benadrukken. Want sommige theologen beweren dat God de schrijvers van de Bijbel slechts de ideeën gegeven heeft. De schrijvers hebben deze door God ingegeven ideeën vervolgens in hun eigen woorden opgeschreven. Deze opvatting over de inspiratie heeft grote gevolgen. Want misschien hebben de schrijvers van de Bijbel zich wel vergist in de verwoording van Gods gedachten. We kunnen er dan niet meer op vertrouwen dat de Bijbel in alles, zelfs tot in de kleinste details, de waarheid spreekt.

[3] De Statenvertaling, de Herziene Statenvertaling en de NBG 51, zijn goede vertalingen. Want de vertalers hebben er in alle drie de gevallen naar gestreefd om zo letterlijk mogelijk te vertalen. De Nieuwe Bijbelvertaling (de NBV) is echter geen goede vertaling. Deze vertaling is veel te vrij vertaald. De NBV is vaak niet meer dan een parafrase vertaling. Een parafrase vertaling is een vertaling waarbij men niet letterlijk vertaalt, maar waar men gedachte voor gedachte vertaald. Wanneer je de NBV leest weet je dus nooit precies wat God gezegd heeft. Als je werkelijk wilt weten wat God heeft gezegd dan moet je een nauwkeurige Bijbelvertaling gebruiken.

[4] De meest voorkomende naam die de Bijbel aan zichzelf geeft is “de Schrift” of “de Schriften”. De boeken van het Nieuwe Testament behoren ook tot de Schrift. Ze worden net als het Oude Testament, Schrift genoemd. Zo rekent de apostel Petrus de brieven van Paulus tot de Schrift (2 Petrus 3:2,15,16).